'Anders gezegd’
Wat is Waarheid?
IV
De tweede lijn in het denken van Kuitert, waarover wij onze gedachten zouden laten gaan, zou ik willen noemen: zijn situationele denkmethode. Het gaat hier over zijn waarheidsbegrip.
De tijdgebondenheid van de heilige S chrift
Kuitert is een duidelijke tegenstander van een benadering van de heilige Schrift als van een boek met eeuwige waarheden, die voor alle mensen uit alle tijden zouden gelden. Hij zegt: 'De Bijbelschrijvers spreken en schrijven als kinderen van hun tijd (cultuur). Het eerste en belangrijkste, wat we moeten doen, bestaat hierin, dat we deze tijdgebondenheid van de Bijbel, respectievelijk 'haar' historisch geconditioneerd-zijn, ten volle honoreren. Het gezag van de Schriften belijden betekent niet van de bijbel een verzameling tijdloze regels of waarheden maken, integendeel, de ware eerbied voor de Schrift bestaat in de eerbied voor de werkelijke, d.w.z. de door 'haar' historische bepaaldheid getypeerde Bijbel' (blz. 78).
Onze goede vaderen hadden daar volgens Kuitert ook wel oog voor. Maar zij waren in deze benaderingswijze van de heilige Schrift bijzonder willekeurig. Aan de hand van onderscheidingen als die tussen zedelijke, burgerlijke en ceremoniële wetten (waarvan de laatstgenoemden alleen voor Israël golden) probeerden zij klaar te komen met de Bijbelse geboden, die in hun tijd niet meer zo letterlijk konden worden uitgevoerd. Kuitert meent echter, dat we over de hele linie de historische tijdgebondenheid van heel de heilige Schrift in rekening moeten brengen. Allerlei dingen, die in de tijd van de Bijbelschrijvers bij de wet (van Isrels God) geregeld waren of zelfs uitdrukkelijk door Isrels God geboden, doen wij vandaag niet meer. 't Zou in bepaalde gevallen ook beslist funest zijn om dat te doen. Wat kunnen wij bv. vandaag nog doen met wat er staat in 1 Tim. 2:15, 'waaruit men met de beste wil van de wereld niet anders lezen kan dan dat de weg van het kinderen voortbrengen voor de vrouw als de heilsweg wordt gezien?' (blz. 68). De verhouding man-vrouw (1 Cor. 11:3 en 7vv.), die door Paulus op zijn manier als een scheppingsorde wordt voorgesteld... 'hoe kras het ook mag klinken: wij zouden vandaag onmogelijk zo met onze vrouwen kunnen omgaan als toentertijd door God aan Israël is geboden'.
De Bijbelse geboden als model
In het artikel over het Schriftberoep in de ethiek (Kuitert wil niet spreken van 'Schriftbewijs') wil hij ons afhelpen van een hermeneutiek met een biblicistisch (willekeurig) Schriftberoep in bovenbedoelde zin. Men moet de Bijbelse geboden over de hele breedte als modellen laten functioneren. In de Bijbelse geboden (welke dan ook) krijgen wij immers informatie over Gods bedoeling met mens en wereld, zoals die bedoeling in een bepaalde tijd (en dat varieert in de Schrift zelf reeds aanmerkelijk) is verstaan en gehoorzaamd' (blz. 85). Sommigen willen hier liever spreken over voorbeelden van vroegere geloofsgehoorzaamheid. Anderen van ethische modellen, paradigma's. 'Dat lijken mij', zegt Kuitert dan, 'zeer hanteerbare en verhelderende begrippen' (blz. 85). 'Gods openbaring rekent op mensen, die hun verstand, hun verantwoordelijkheidsbesef en hun kennis van zaken niet thuis laten'.
Uit dit alles blijkt, hoe bij Kuitert het model van het Bijbelse gebod en de situatie van nu in constant samenspel met elkaar ons de weg moeten wijzen. Elke gefixeerde waarheid (vastgesteld voor alle tijden) is kennelijk een onding. We horen hem spreken over de wegwijzende functie van de heilige Schrift. Het is de tijd, die de gestalte van Gods gebod bepaalt. En deze kan er dan op een gegeven ogenblik radicaal anders uitzien dan de gestalte in de tijd van de Bijbelschrijvers. Situatie-ethiek wil Kuitert dat niet noemen. Ons dunkt, dat is het natuurlijk wel.
Leermodellen in de heilige Schrift
Niet slechts op het terrein van de ethiek, maar ook als het gaat over Bijbelse geloofsvoorstellingen, ontkomen we er volgens Kuitert niet aan soms te spreken over leer-modellen. Gen. 1—3 is dat bv. We zullen het Israëlistische karakter van de Heilige Schrift toch niet kunnen ontkennen? We zullen volop oog moeten hebben voor wat genoemd is: het litteraire genre. Wel, Gen. 1—3 bieden geen kosmologische gegevens. 'Wij kunnen voor onze wetenschappelijke exploratie (onderzoekingen) van het universum (heelal) en zijn geschiedenis inderdaad geen enkel gegeven aan het scheppingsverhaal ontlenen'. Ook andere voorstellingen van Jahwe als Schepper in het Oude Testament maken duidelijk, hoezeer Israël uit de kennis van Jahwe als Bevrijder over de Heere als Schepper heeft gezongen. Een oude doxologie (lofzang) vinden we bv. in Ps. 89. 'Zij is geheel en al doordrenkt met mythologische karakteristieken, die regelrecht uit de Assyrische oer-mythen zijn weggelopen' (blz. 18). 'Eerst in de confrontatie met de babylonisch-assyrische scheppingsverhalen (wellicht in één of andere Kanaanietische vorm) is het Bijbelse scheppingsgeloof gevormd'. 'Israël wist van die verhalen over het ontstaan van de wereld, mogelijk deelde het zelfs in de kennis daarvan en aan die verhalen heeft het polemisch en doxologisch net zolang gebogen en gewrikt, totdat het een verhaal (daarom een verhaal) geworden was, dat paste bij deze God, Israëls God, de God van het bondgenootschap'. Hebben wij nu dit verhaal als een leermodel voor ons, dan zullen wij ons in onze tijd afvragen, hoe wij het kunnen doorvertellen, zodat het voor de mens van nu relevant is (bruikbaar) en deze verstaat, dat zijn wereld (die van de olieraffinaderijen van Pernis en van de evolutiegeschiedenis van de mens) iets te maken heeft met God.
Contra de gevestigde inspiratieleer?
Kuitert ziet wel in, dat deze 'exegese' van Gen. 1—3 het niet zo gemakkelijk zal doen in orthodox-protestantse kring. 'De gangbare Schriftbeschouwing van het orthodox-protestantisme heeft als kenmerk, dat zij de zg. menselijke factor in de heilige Schrift te weinig recht laat wedervaren' (blz. 51, 52). Een mechanisch inspiratie-begrip speelt ons parten. Men voelt zich onzeker, als men niet meer mag aannemen, dat het geïnspireerd zijn door de heilige Geest de zekerheidsgrond is. Op deze wijze verkrijgt men dan een waterdichte theorie. 'Maar', zegt Kuitert dan, 'de laatste grond van zekerheid is Christus Zelf en niet een vanwege zijn geïnspireerd onfeilbare Bijbel'. Kuitert fundeert het gezag van de Bijbel in 'haar' inhoud. 'Daarom behoeft de Bijbel niet altijd gelijk te hebben'. 'Het historisch onderzoek is geen goddeloos of bijbelonterend bedrijf'. 'De Heilige Schrift is de Zelfopenbaring Gods, zoals die tot ons komt in Israëls kennis van die Zelfopenbaring.'
Het doorvertellen (vlottend-maken) in de prediking
In het verlengde van zijn beschouwingen over de geboden van de Bijbel als model en die over het leermodel van Gen. 1—3, gaat Kuitert nu ook spreken over de wijze, waarop z.i. de Bijbelse boodschap in de prediking moet worden doorverteld. Waarom zou niet slechts de gestalte van de geloofsgehoorzaamheid, maar ook die van de geloofsbeleving (hoe weinig komt ze aan de orde bij Kuitert) er vandaag niet heel anders uit kunnen zien?! Zoals de apostelen en evangelisten de oude boodschap van Gods heil verder vertelden in hun verstaanshorizont, zo geschiedt het vandaag in feite ook in de prediking. 'Wij hebben de waarheid Gods in de Schrift voor ons in een doorgeef-gestalte.' 'Verder-vertellen betekent vandaag, dat wij op onze beurt weer vlottend maken, wat voor ons 'traditioneel' geworden is' (blz. 120). 'Wij staan in de keten der traditie'.
Uit vrees voor dit vlottend-maken moeten wij, volgens Kuitert, niet vluchten in de klassieke vertolking, die veelal doorgaat voor trouw aan de rechte leer. Zij doet met het overgeleverde geloof niets. 'Achter de vlucht in de klassieke vertolking ligt de angst om de geschiedenis in te gaan, en dat is toch ten diepste de angst om in de Heilige Geest te geloven als God-met-ons door de tijden heen' (blz. 121).
Preken is verder-vertellen. 'De prediker vertelt hetzelfde verhaal nog eens over, maar in een andere historische constellatie dan waarin de Schriften het ons vertellen en ook in een andere dan waarin hij het zelf heeft opgevangen'. 'Zoals de Nieuw-Testamentische christenen in hun tijd hun eigen verhaal met Jezus de Messias pas goed vertellen konden door de verhalen van het Oude Testament over te vertellen, maar nu dan als hun eigen verhaal, zo kunnen en mogen wij op dezelfde manier aan de slag'.
De kennishorizont bepaalt de wijze van luisteren
In het slotartikel van zijn boek (Is de gereformeerde wereld veranderd?) probeert Kuitert o.a. duidelijk te maken, hoezeer de zogenaamde kennishorizont, waarin een mens staat, zijn wijze van luisteren en verstaan van de heilige Schrift en van de prediking bepaalt. En daarmee ook de gestalte van het geloof vandaag. 'In de tijd, dat ik 12 jaar was, preekte de dominee nog publiekelijk vanaf de preekstoel tegen het veldwinnend Neo-Malthusianisme en het goddeloze gebruik van anticonceptionele middelen en moest ik mijn van schrik verblekende vader vragen, wat anticonceptionele middelen waren. Maar sinds we wat beter zijn gaan nadenken over de rol van de menselijke verantwoordelijkheid, zijn we 'anders gaan luisteren, anders gaan verstaan en ik denk niet, dat de kwestie van de anticonceptie vandaag nog ergens een punt is' (blz. 203, 204).
Hetzelfde beweert Kuitert t.a.v. allerlei vernieuwingsbewegingen op politiek-sociaal terrein. 'Wie eenmaal gezien heeft, dat Gods leiding onze verantwoordelijkheid niet uitsluit, komt hier heel anders tegenover te staan, kan in elk geval als christen niet meer vooraan staan in het handhaven van de status quo.' (blz. 204).
Na deze doorsnee door het boek van Kuitert, waarin hij zelf voldoende aan het woord geweest is, volgen opnieuw onze critische aantekeningen. Graag dan in verband met de toelaatbare ruimte in ons blad de volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's