De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Petrus Immens

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Petrus Immens

Zijn leven en werk

6 minuten leestijd

Ill

Wanneer we het leven van ds. Immens overzien en we denken aan zijn sterven, dan kan van hem gezegd worden: gedenkt uw voorgangers, die u het Woord Gods gesproken hebben; en volgt hun geloof na, aanschouwende de uitkomst hunner wandeling. Zo was het voor de gemeente van Middelburg. Het was toen een goede tijd voor deze gemeente. In dezelfde tijd nl. van 1695 tot 1739 (vanaf 1735 met emeritaat) werkte en woonde ds. Bernardus Smytegelt in Middelburg. Deze is meer bekend geworden. Het is alsof Immens wat in de schaduw staat van Smytegelt — althans, die indruk maakt het op ons, eeuwen later. Voor de gemeente in Middelburg was dat misschien niet zo. Immens was zelf iemand die de gaven van een ander wist te herkennen en te waarderen. In de dertiende verhandeling over 'De Godvruchtige Avondmaalganger' wijst hij naar Wilhelmus à Brakel, die omstreeks 1700 in Rotterdam stond, een oudere tijdgenoot van Immens.

Immens heeft het op een gegeven ogenblik over de wijze waarop we naar de kerk moeten gaan bij het heilig avondmaal. Hij wijst af 'alle soort van gemaaktheden' hetzij door het laten hangen van het hoofd of trekken van het aangezicht of hoorbare zuchtingen en gemoedsaandoeningen; dat is tot aanstoot van anderen en het is God ook niet aangenaam; hier moet ik het nadrukkelijk zeggen van de godzalige en beroemde Brakel te pas brengen als hij dat wil tegenspreken; foei — zegt hij — die gemaaktheid, die zo riekt naar geveinsdheid; en is lelijk voor vroom en onvroom. Tot zover de woorden van Immens zelf. Hij haalt hier met waardering aan het boek van zijn rotterdamse collega, nl. 'De Redelijke Godsdienst'.

Al heeft Immens niet de bekendheid gekregen van Smytegelt, à Brakel en anderen, zijn liefde tot den Heere en Zijn dienst was er niet minder om.

Maar er is verscheidenheid van gaven. Zo was 't ook onder de predikanten van de gemeente van Middelburg in die tijd.

Prof. M.J.A. de Vrijer vermeldt in zijn boek 'Ds. Bernardus Smytegelt en zijn Gekrookte Riet', dat Middelburg in de tijd van Smytegelt en dus ook van Immens een zeer rijke stad was. In 't midden van de 17e eeuw bedroeg het aantal inwoners 30.000. U komt daarvan onder de indruk als u bedenkt dat er in 1942 in datzelfde Middelburg nog maar 21.000 mensen woonden. Wel was in de tijd, dat Immens daar predikant was, de welvaart wat aan het tanen. De gouden eeuw raakte voorbij. Het aantal inwoners zakte dan ook al spoedig tot 25.000. Tegelijk met de opening van de Oostkerk, in 1667, werd de twaalfde predikant beroepen. Naast de gereformeerde gemeente was er een Waalse gemeente, die sterk in aantal toenam door de komst van vele hugenoten uit Frankrijk en 3 predikanten had. Verder was er een Engelse, een lutherse en een doopsgezinde gemeente. Op het eiland Walcheren kwamen de roomsen alleen in Middelburg bijeen.

De welvaart bracht ook gevaren mee voor het geestelijk leven van de gemeente. Veel hebben de predikanten daarmee te doen gehad. Scherp werden de zonden bij name genoemd. Ook Immens drong aan op het persoonlijk beleven van het geloof en op de vreze des Heeren in handel en wandel. Ook toen was er in het leven der gemeente veel daarmee in strijd. Velen in de gemeente vonden bijv. de preken van Smytegelt te scherp, o.a. verschillende overheidspersonen, aan wie de zonde ook werd aangezegd, openlijk van de kansel.

Wie de werken van mannen als de Teellincks, Smytegelt, Immens leest, komt onder de indruk van de eerlijkheid, waarmee ze zonder aanzien des persoons in profetische kracht de zonde scherp aanwezen, ook al verloren ze daarmee de gunst van velen.

Maar anderzijds treft ons in hun werken de teerheid en de zorg, waarmee ze waakten over degenen, die hun waren toevertrouwd. Dit was echt zielszorg. Uitvoerig gaan ze in op de noden en vragen van zoekende mensen. Trouwens, daar werden ze aan de universiteit al in onderwezen.

Kennis en ervaring hadden ze aangaande de wegen, die God met Zijn kinderen gaat; kennis ook van het zieleleven van hen die God zoeken. Dit is duidelijk te bespeuren in 'De Godvruchtige Avondmaalganger'.

Wie van het kerkelijk leven uit de tijd van Immens meer wil weten, kan daarvoor terecht in het al genoemde boek van prof. De Vrijer: 'Ds. Bernardus Smytegelt en zijn 'Gekrookte Riet'. Zoals deze ook een boek geschreven heeft over Schortinghuis.

Prof. De Vrijer spreekt met grote waardering over de werken van deze mannen. Hij spreekt mild over de z.g. bevindelijke christenen. Hij had de gave om zich in te leven in wat iemand als Smytegelt bedoelde.

Toch moet ik één ding hierbij opmerken: prof. De Vrijer stelt degenen die hij 'de bevindelijken' noemt, teveel apart, alsof zij een aparte groep van christenen zijn.

Maar het bevindelijke leven (in zijn zuivere vorm, dus bedoelende niet een koestering van zichzelf, doch bedoelende het gedurig naspeuren van het leven met Christus, verborgen in God) eist een zieleconcentratie, welke altijd slechts het deel is van enkelen uit de grotere groep der ware gelovigen. En men mag die grotere groep niet kwellen of tot een minderwaardigheidscomplex brengen door op te dringen, dat iedere gelovige een bevindelijk mens in de strikte zin van dat woord zou moeten zijn, en omgekeerd, dat alleen de strikt-bevindelijke de ware gelovige is'. Aldus prof. De Vrijer op pag. XIV van 'Ds. Bernardus Smytegelt'.

Hier wordt het voorgesteld alsof er 2 groepen van kinderen Gods waren: naast de 'strikt-bevindelijke' gelovigen de 'zonnige en blijde kinderen in het Vaderhuis, eenvoudigen van hart, ongekreukten'.

Deze onderscheiding vinden we in de Schrift niet. Daar wordt gesproken over de gelovigen, die zeer zeker verschillend geleid worden en bij wie ook het karakter een rol speelt. We vinden dat al in de kring van Jezus' discipelen: een Johannes werd weer anders geleid dan een Petrus, een Petrus weer anders dan een Thomas.

Maar het lijkt ons onjuist om te zeggen dat niet ieder gelovige een bevindelijk mens in de strikte zin van dat woord behoeft te zijn. We menen dat er geen waar geloof is zonder bevinding. Het ware geloof brengt bevinding mee. Wanneer de strikt-bevindelijken èn de 'zonnige en blijde kinderen in het Vaderhuis' als 2 aparte groepen naast elkaar gesteld worden, ligt daarin een gevaar. Dit gevaar, dat men voor een waar geloof aanziet, wat slechts een historisch geloof is.

Prof. De Vrijer spreekt van 'zonnige en blijde kinderen' tegenover 'aangevochten, bedrukte, in-zichzelf-minderwaardige, vertwijfelde, bekommerde zielen'. Maar we hebben geen recht dit onderscheid zo te maken. In de Schrift vinden we geen gelovigen zonder strijd en aanvechting. Ieder christen zal zijn zondige natuur en zijn schuld leren kennen. Het eerste van de drie stukken, die de catechismus als onmisbaar stelt, kan niemand overslaan. Terwijl toch ook niemand de aanvechtingen bespaard blijven; de catechismus spreekt van 'mijn hoogste aanvechtingen'. En dit geldt evenzeer van het stuk der verlossing en der dankbaarheid. Daarom is de heidelbergse catechismus zo aktueel, omdat de gelovige daar op schriftuurlijke wijze vertolkt vindt, wat hij zelf van God geleerd heeft en nog leert en ondervindt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Petrus Immens

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 oktober 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's