De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

5 minuten leestijd

Daar zijn heden veel knechten, die zich afscheuren elk van zijn heer. ( Nabal)

Als ik me ertoe zet om maar weer eens een kroniek te schrijven moet ik oppassen niet een minderwaardigheidscomplex te voeren. Als ik denk aan mijn medescribenten, die hun en onze meditaties voor de Waarheidsvriend verzorgen. De idee bekruipt me, dat zij zich getrouw met de eeuwige dingen bezig houden, terwijl ik me maar inlaat met de waan van de dag. De schrijvers van de overdenkingen wekken ons op de ogen van de ijdelheid af te wenden en prompt gooi ik de spiegels weer in, die ze ons voorhouden, als ik attentie of zelfs interesse vraag voor de aktualiteit. Minstens moet je zelf al wat zekeringen in de vorm van vermaningen en moties van afkeuring van de geest van de tijd inbouwen om niet helemaal uit de koers te raken.

Ditmaal echter word ik besprongen door de gedachte dat het leven i.c. het geloofsleven veel meer met het aktuele leven te maken heeft, met de politiek als ik dat vieze woord eens mag laten vallen, zij het niet in die eng partijpolitieke zin, waarin wij het veelal met vertrokken mond bezigen.

Als motto schreef ik boven mijn overwegingen een uitspraak van de ons welbekende Nabal. Dat is overigens ook al wat zonderling, want we plegen wijzen de veren uit te trekken, wanneer we onze beschouwingen iets van het huidbekleedsel van een vogel op de hoed steken. Ik kan me Nabals reaktie heel wel indenken. Wie is David, vraagt hij. Wat heb ik met die zoon van Isaï te maken? We leven maar in een bar revolutionaire tijd tegenwoordig. Het is allemaal verzet tegen de strukturen, laat ze toch rustig bij hun baas blijven. Nabal koos tegen David, zijn echtgenote voor de zoon van Isaï. We kennen het: Twee zullen zijn op één bed! Nu weet ik dat David met heilige zalf aan de Heere en het Rijk verbonden was, maar het was toch in die dagen een hele keus. Zeker Samuël, die David zelfde, was niet de eerste de beste of liever wel de eerste de beste, doch ook een profeet kan het spoor wel eens bijster zijn en eigen zinnen volgen.

Het leven dwingt ons voortdurend tot een positiekeus. Ik denk aan de situatie in het Midden-Oosten. Men doet zijn best de wereldconsciëntie te laten reageren op een stoot emoties. Wanneer via allerlei televisiebeelden de ellende van de Palestijnse vluchtelingen breed wordt uitgemeten, zijn we allang ingenomen tegen de Jood, die buiten het beeld blijft. Natuurlijk de Joden zijn ternauwernood de volkerenmoord ontkomen, maar voor onze schuld laten we een ander volk de tol betalen. Enzovoort. Ge kent de redeneringen. Hebben de Joden te maken in dat land en zijn er beloften die in vervulling gaan? Onze standpuntbepaling hangt af van ons antwoord op deze en soortgelijke vragen. Deze vragen kunnen wel eens brandender worden na de dood van de Egyptische president. De toestand wordt er ginds — menselijkerwijs gesproken — niet beter op. Het verschil tussen Nasser en zijn opvolgers is in elk geval, dat de eerste gezag en prestige te verliezen had en dat zijn diadochen het moeten winnen. Met andere woorden wil ik maar zeggen, dat Nasser de mogelijkheden had iets van de rol te spelen van generaal de Gaulle destijds ten aanzien van Algerije. Intussen is Kosygin ijlings naar Egypte gereisd om, lijkt het, de lakens uit te delen voor de pro-westerse elementen, die op staatslogies worden getrakteerd. We worden wel gedwongen nauwlettend de loop van de gebeurtenissen in het Midden-Oosten te volgen.

Dat wil niet zeggen, dat er ook vlakbij niet genoeg te zien is, al is dat allemaal op zijn beurt wel weer met het Midden-Oosten en met Zuid-Oost-Azië geëngageerd. Het ziet er naar uit, dat je uit principe revolutionair moet zijn. Op allerlei manieren worden de knechten messiaans door zich af te scheuren van hun heer. Heer zijn is per se een onwaardige en onchristelijke houding. Heer zijn is een verfoeilijke struktuur. Het geloof is uit de hemel op de aarde gevallen om eens een eschatologische uitdrukking aan te wenden. Het jenseitige — wat betrekking heeft op het hiernamaals — is buiten de gezichtskring vanwege de mist die is opgekomen. Ik moest daar even om glimlachen, toen ik een aantal recensies las in een advertentie ter aanbeveling van Algra's wonder van de 19e eeuw. Nu bestellen voordeel, heet het. In een tijd als deze van vermaterialisering en noem maar op een oase. Het is het wonder van de 20e eeuw, dat we met zoveel smaak genieten van zo'n boek en in onze tijd op die manier de graven van de profeten bouwen, terwijl we onvoldoende stelling nemen tegen het monster van deze eeuw.

Hebben we dan niet onze bezwaren tegen het bestaande, mogen we dat voorzien van de stralenkrans der heiligen? Het mag niet onze bedoeling zijn. Maar we zitten met de levensgrote moeilijkheid, dat de woeste messiaanse vlag, die tegenwoordig vervaarlijk wappert, de lading van de kapers niet dekt. Het is een totale revolutie, heel het zedelijk leven is welbewust in het veranderingspatroon betrokken. Invoerende de gemeenschap der goederen en verwarrende de eerbaarheid, die God onder de mensen gesteld heeft, heet het in de belijdenis, als sprake is van lieden die Overheden verwerpen en de Justitie omverstoten.

Inderdaad leefde David in een confliktsituatie met zijn heer. Maar in zijn optreden en ondanks al wat hij moest incasseren, bleven er noties leven bij hem. Ik zal daar één van noemen: 'En David stond op en sneed stillekens een slip van Sauls mantel. Doch het geschiedde daarna dat Davids hart hem sloeg, omdat hij de slip van Sauls mantel afgesneden had. En hij zeide tot zijn mannen: Dat late de Heere verre van mij zijn, dat ik die zaak doen zou aan mijn heer, den gezalfde des Heeren, dat ik mijn hand tegen hem uitsteken zou, want hij is de gezalfde des Heeren.'

Het ware messiaanse heeft respect voor het gezalfde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's