De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet thuis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet thuis

7 minuten leestijd

'Doch Hij antwoordde haar niet één woord. En zijn discipelen tot Hem komende, baden Hem, zeggende: Laat haar van U, want zij roept ons na. Maar Hij, antwoordende zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls.' Mattheüs 15:23—24

Ben ik hier bij die en die? Ja, u bent aan het goede adres! Ben ik hier bij de Heere, de zoon van David? Inderdaad. Ontferm u mijner. De klopper valt op de deur; wordt er opgendaan of... Of geeft Jezus: niet thuis. Niet voor u te spreken. Dat kan ik mij haast niet voorstellen, zó is Hij niet.

Hij antwoordde haar niet één woord. Zeker dat komt niet vaak in het evangelie voor, ik denk maar deze ene keer. Jezus antwoordt niet, hoewel Hij de klacht hoort, en de vraag.

In het leven des geloofs en des gebeds, komt het veel vaker voor. Geloof en gebed treffen Jezus niet thuis. Hij geeft in ieder geval geen gehoor. Dat is een hevige aanvechting. Klopt en u zal open gedaan worden. Maar nee, deze vrouw roept en krijgt geen antwoord. Wat vindt u daarvan? Wees voorzichtig, zeg niet te haastig: Hij doet taal noch teken, als ik tot Hem bidt.

Vergis u niet in Jezus, als zou Hij geen gewillige Zaligmaker zijn. En vergis u niet in uw gebed. Geen antwoord, dat betekent: geen goed gebed. Dat zijn van die dooddoeners. Dat gebed deugde wel, nochtans antwoordde Hij haar niet één woord. Zodoende komt deze vrouw in nog grotere nood. Wat een vreugde toen ze vernam: de Heere is daar! En ze kwam, en smeekte. En nu? Helemaal niets. Denk niet gering over deze nood, die nu niet langer de nood van haar dochter is, maar haar eigen nood. Zij dreigt in zo'n nood Jezus te verliezen, en de duivel toe te vallen.

Gaat niet te rade met verstand en gevoel, ze misleiden u. Houdt u aan het woord. Wat lezen we van de heiligen in hun nood? Wat lezen, we van Hem, die in alle benauwdheden benauwd geweest is. Maar Gij antwoordt niet. Houdt u niet als doof van mij af. Verhoor mij, o God. Hoe lang, Heere. Ik heb de Heere lang verwacht. Dan merk ik dat het niet zo vreemd is, als de duivel mij wil wijs maken. En ook zo wreed niet. Jezus weet de gedachten, die Hij over deze vrouw denkt. Zijn zwijgen giet geen water op het vuur van haar gebed, integendeel, het is als olie, het vuur laait hoger, dan tevoren.

De vrouw roept aan één stuk door; zij verandert niets aan haar gebed en ze wendt zich niet tot een ander, zij volhardt eenvoudig. De discipelen hebben niet veel met haar op en wat moet de buitenwacht wel denken. Daarom gaan ze naar Jezus toe en vragen Hem dringend: Laat haar van U, want zij roept ons na. Waarschijnlijk bedoelen ze: willig haar verzoek maar in, dan bent u van haar af en dan zijn wij haar ook kwijt, deze lastige vrouw.

Om ontferming heeft ze geroepen en antwoord ontving ze niet. De jongeren, die dagelijks in de omgeving van de Heere Jezus vertoeven, die Hem als de Heiland uit Zijn woorden en daden kennen, hebben geen barmhartigheid. Ze verdiepen zich niet in de nood van deze vrouw en gaan er niet echt op in. Dat is een tegenvaller voor haar geweest. Geen antwoord en geen begrip. Het laatste is net zo erg als het eerste. Niet te worden verstaan. Onder de honderd is er amper één die u begrijpt en met u meeroept. De anderen laten u in de kou staan, ze lokken u van de deur weg: Hij is immers toch niet thuis.

Alles is tegen haar: het zwijgen van Jezus en de voorspraak van de discipelen. Een slechte behandeling van haar zaak. Dat kan Jezus niet menen, dat deze vrouw zo wordt afgescheept! Hij zal het voor haar opnemen, nadat Hij haar op de proef gesteld heeft. Wat zegt Hij tot zijn jongeren? Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls. Christus beperkt hier zijn werkzaamheid tot het volk Israël. Hij is door de Vader gezonden, met de opdracht de verloren schapen van dat volk te zoeken en terecht te brengen. Daar houd Ik mij strikt aan, verklaart Hij nu, en daarom is de vraag van de discipelen misplaatst.

De vrouw, die Hem naroept komt niet voor hulp in aanmerking. Het lijkt hier alsof de discipelen barmhartig en Christus hardvochtig is. Toch is dat niet het geval. De discipelen maken nauwelijks ernst met het geval, Jezus moet een eind maken aan dat naroepen. Maar Christus vraagt naar de wil des Vaders: vooralsnog is Hij tot Israël gezonden. Dat voegt Hij zijdelings deze vrouw toe: vrouw, Ik heb geen opdracht u te helpen, mijn verplichtingen liggen elders. En daarmee krijgt ze een klap, die haar doet duizelen.

Hoort ze dat goed? God heeft haar dus verworpen; zij behoort niet tot hen aan wie barmhartigheid wordt bewezen, het heil gaat haar voorbij, Christus laat haar links liggen. Zij is geen schaap van deze herder. Wat zij vroeger van Hem gehoord, geloofd en gehoopt heeft, doet niet ter zake. Haar verwachting wordt de bodem ingeslagen: de verloren schapen van het huis Israël.

Zij is geen verloren schaap, ze is van een andere kudde, zij is een heidense vrouw. Zij en haar dochter worden dus uitgeleverd aan de macht van de duivel. Dat zegt Jezus, dat is dan eindelijk het antwoord. Hier hebt u, mijn lezer, een aangevochten geloof, en een bestreden gebed: het is wel voor anderen, maar niet voor mij. En dat komt niet bij haar op, nee dat wordt haar meegedeeld door de Mond der waarheid, dat is naar Gods Woord.

Dat kan dus. Dat noodlijdenden, aan wie God zich verheerlijken wil, geen genade vinden. Dat ze lang op antwoord wachten, maar in plaats daarvan, klap op klap uit het Woord des Heeren in ontvangst moeten nemen. Ik ben niet tot u gezonden; gij zijt geen schaap, geen verloren schaap, geen verkoren schaap; gij zijt niet ellendig genoeg. Jezus is er wel, maar niet voor u. Wat zou ik er verder over uitwijden; wie het zo verging verstaat het maar al te goed. Tot hun troost is ons dit verhaald. Niet om anderen in het nauw te drijven, als zou Jezus altijd zo te werk gaan.

Hij prent ons in, dat Hij ons niets verplicht is, opdat genade, genade zou zijn. Vrije genade. Hij stippelt zijn gedragslijn uit in Zijn woord: Alleen maar tot... En wanneer we dat op ons toepassen, vallen wij er buiten. Genade is verkiezende genade, en dreigt daarom een struikelblok te worden. Jezus brengt dit ter sprake, waar een mens worstelt om Zijn erbarmen.

Hij is reeds bereid, haar te redden. Hij stoot haar niet weg, maar bindt haar te vaster aan zich. Niet thuis! En toch bent u hier. Ontvlucht u mij dan? Onthoudt het goed: deze vluchteling wil achtervolgd worden. Hij laat zich vinden, dat is zeker. Wij moeten dit gedeelte niet losmaken uit het geheel; de geschiedenis is nog niet uit en eind goed, al goed.

Dat is makkelijk gezegd; wie midden in de nood zit, ziet dat eind niet. Als hij dan Christus maar in het oog houdt. Christus, die niet antwoordt, en die het dan laat voelen: Wie ben je eigenlijk, en denkt u dat Ik voor u kwam? Hij is nabij en Hij is met ons bezig. Verwacht het maar van Hem, Hij is wonderlijk van raad en genaderijk van daad. Hij is de Heere, de Zoon van David. Niet thuis? U bent aan het goede adres, dat zal de doorslag geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Niet thuis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 oktober 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's