De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De voet tussen de deur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De voet tussen de deur

7 minuten leestijd

En zij kwam en aanbad Hem zeggende: Heere, help mij. Doch Hij antwoordde en zei: Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen en de hondekens voor te werpen. Matth. 15:25—26.

Ze heeft een heel eind gelopen, met lood in haar schoenen. Haar dochter was in de macht van de duivel; één is er die haar daaruit kan verlossen Jezus. Bij Hem klopt ze aan met een dringend beroep op Zijn erbarmen: Heere, Zoon van David. Haar wordt niet opengedaan; Hij antwoordt niet. Zal ze het opgeven? Geen sprake van; zij smeekt aan èen stuk door. Eindelijk zal Hij luisteren, en het zwijgen verbreken, daar is ze zeker van. En zo waar. Hij antwoordt. De deur gaat open. Op een kier maar. Of wordt hij vlak voor haar dichtgeworpen? Even geopend: ... Hij antwoordende zeide. Maar wat Hij antwoordt doet de deur voor haar dicht: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls. Niet tot u, niet om u te helpen. Nu weet ze waar ze aan toe is: geen schijn van kans dat Christus haar redt. Zij komt er eenvoudig niet voor in aanmerking. Zij komt voor een dichte deur.

Maar even ging hij toch open, en daarvan maakt ze gebruik, om de voet tussen de deur te zetten, al doet het pijn. Er is bij deze vrouw een vastberadenheid, die ons verbaast. Vanwaar toch? Omdat het haar om heil en hulp te doen is. Omdat dit adres haar enige adres is, daarom.

Ze geeft het dan ook niet op. Nauwelijks heeft ze het verwerkt, of ze dringt door de omstanders heen, zelfs door de kring der discipelen en valt pardoes voor Jezus' voeten neer. Daar blijft ze liggen. Ja, dat betekent dit - komen en aanbidden: zich voor Jezus ter aarde werpen. Zij houdt dus vol, al vindt ze geen steun in Zijn woorden, eerder het tegendeel. Haar strijd neemt in hevigheid toe; haar geloof wordt geoefend. Wat heeft zij met de jongeren te maken, ze moet bij Jezus zijn. Wat Hij tot hen zegt, kan zijn laatste woord niet zijn. Dat moet Hij rechtstreeks tot haar zeggen, zij erkent Hem in al zijn hoogheid. Zij loopt niet van Hem weg, zij is niet bij Hem weg te slaan, men zal haar weg moeten slepen van voor Zijn voeten.

Wonderlijk, dat niets haar van Jezus kan scheiden; dat alles haar dichter bij Hem brengt. Zij worstelt op hoop tegen hoop. Dat is kenmerkend voor het geloof. Het ongeloof vindt in een afwijzend woord verlof om heen te gaan. Het maakt zich dan ook haastig uit de voeten, en strooit overal rond, dat men bij Jezus voor een dichte deur komt. Het geloof sterft lie­ver op de stoep, wat zeg ik, aan de voeten van Jezus: dan dat het terugkeert naar huis, waar de duivel rondspookt en zij hem ten prooi wordt.

Heere, zo roept zij, help mij! Ze roept het luid, zodat het opklimt uit de diepte tot in de oren van de Heiland. Ziet u het voor u? Lag u daar ooit? Zij maakt het Hem onmogelijk verder te gaan. Hij zal haar niet vertrappen. Hij zal niet over haar heenstappen, zo waar als Hij Jezus heet. Zij roept ons na; zij houdt ons op. Ik wil u ophouden. Heere Jezus, help mij. De wanhoop kan u soms aangrijpen, de nood u naar de keel vliegen, maar de verwachting is van Hem. Nu nog. Heere, help mij. Wat is er tussen de Heere en mij? Help! Niets dan de nood, niets dan de ellende. Maar dat verbindt hen aan elkaar en die band wordt strakker aangetrokken. Heere, help mij. Dat is een kort gebed. Het gebed wint vaak aan kracht, wanneer het korter wordt. Een veelheid van woorden komt de zaak niet ten goede. Kort en zakelijk. Het geloof leert ons de grondvorm van het gebed, die wij in Israëls gebedenboek zo vaak vinden: Haast u, tot mijn hulp ... Heere, wees mij een helper ... Verlos mij, Heere, want de wateren zijn gekomen tot aan de ziel... Help ons, o God van ons heil. En zo voort. De kreet die deze vrouw slaakt is een hartekreet. Het moge geen origineel gebed zijn, het heeft wel iets eigens: Mij. Wij roepen niet op ons eentje, al zou niemand er mee instemmen, dan nog niet. We roepen in de gemeenschap van de heiligen en nood van ons allen die uit de diepte tot God roepen. Daar putten we troost uit, als de stem ons in de keel stokt: Heere help mij.

Een sterk gebed, want het trekt zich niets aan van het antwoord van Jezus. Pas op. Hij slaat de deur voor uw neus dicht! Toch zet zij haar voet tussen de deur. Heere, ik kan niet rekenen, met wat u daar zegt; het moge waar zijn, maar het maakt mij niet onzeker: Ik moet bij U zijn; als u mij uitsluit laat ik mij nog niet wegsturen. Heere, Gij hebt alle macht; ik heb geen enkel recht. Maar alles wat ik van U gehoord heb, kan toch geen leugen zijn. Nogmaals en nogmaals: Heere, help mij. Haar begeerte is samengebald in dit gebed. Genade roemt erin tegen het oordeel. Ik laat u niet gaan, tenzij Gij mij zegent. Wie zei dat ook weer? Zou deze vrouw dan toch een dochter van Israël zijn? Straks zal Jezus verklaren: Groot is uw geloof. Hier leest u, hoe het geloof groeit.

Het geloof tilt het gebed omhoog tot het heilig hart van Jezus. Dat hart klopt voor deze vrouw; o zeker, Jezus trekt haar naar zich toe, zodat ze roept: Help mij. Zal Hij nu reeds zijn hart laten spreken?

De deur wijd open gooien: Kom er maar in. Ik ben voor u te spreken. Ik zal u helpen. Maar neen! Wat over Zijn lippen komt schijnt haar geloof te loochenstraffen: Doch Hij antwoordde en zei: Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen en de hondekens voor te werpen. Hij antwoordde! Toch op een kier. Hij breekt het gesprek niet af, maar houdt het, met horten en stoten, op gang. Geef geen antwoord, dan staakt zij dat roepen vanzelf. Hij geeft antwoord. Hij gaat er op in, toch wel. Maar... zij is daarmee niet geholpen. Weer wijst Hij haar de deur.

Wij moeten hier goed luisteren. De Joden noemen de heidenen honden; zij bedoelen daarmee de verachtelijke straathonden. Christus gebruikt een verkleinwoord: hondjes, en hij denkt aan de huishondjes, een mildere vorm dus. Hij spreekt niet van een volstrekte onmogelijkheid maar van onbetamelijkheid: het kan eigenlijk niet. Doch al laat Hij enige ruimte, dit antwoord dreigt deze vrouw alle vrijmoedigheid te benemen. Het brood, dat is het heil, is voor de kinderen, voor de Joden. Zij hoort niet tot hen, zij is een heidense. Zou Hij haar helpen, dan werpt Hij het voor de kinderen bestemde brood op de grond en dat mag toch niet.

Daar kan ze het mee doen. Zal ze nu maar meteen rechtsomkeert maken, gekrenkt in haar innigste gevoelens, als moeder, als mens? Wel ja, hondekens zijn ze. Zij en haar dochter. Als deze vrouw niet vernederd van hart was, dan had ze voorgoed een hekel gekregen aan de Heere Jezus. Moet ze zich zo laten behandelen, dat neemt ze niet. Dat de Joden zo oordelen is tot daar aan toe, maar dat Jezus dit meent te moeten zeggen, dat is ronduit een ergernis. Hij verklaart nu rechtstreeks: Het heil is niet voor u. Wie wil deze waarheid over zijn leven aanvaarden? Er zijn dus kinderen en honden, en ik hoor niet bij de kinderen. Die kinderen zijn ook zulke brave kinderen niet, waaraan verdienen zij die voorkeur? Ik voel me misdeeld, nu het brood voor hen bestemd is. Ergernis, niets dan ergernis. Zalig is hij, die aan Mij niet zal geërgerd worden.

Wat zal ze doen? Wat zou u mij raden? Wat zal ze doen? Wat zou u mij raden? De voet tussen de deur zetten, hij staat nog op een kier. En zij zei: Ja, Heere!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De voet tussen de deur

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's