Wereldraad van kerken zegent terroristische moordwapens!
In het verleden is de rooms-katholieke kerk nogal eens voor de duivelse verzoeking bezweken om wapens van het ene volk voor een oorlog tegen een ander volk te zegenen.
In 1970 is de wereldraad van kerken voor dezelfde duivelse verzoeking bezweken toen zij tweehonderdduizend dollars gaf aan terroristen bewegingen in zuidelijk Afrika. Wie terzake kundig is, weet, dat deze als het zo uitkomt ook voor moord op vrouwen en kinderen en bomaanslagen met geheel onschuldige slachtoffers niet terugdeinzen.
Maar heeft de wereldraad niet de garantie gevraagd, dat haar geld, uw geld, niet voor wapens gebruikt zou worden? Laat me niet lachen. Wie Afrika kent, weet, dat de terroristengroepen daar er heel hard om lachen. De wereldraad controleert het gebruik van haar geld niet — en al zou ze het wel doen, dan kwam immers ander terroristengeld voor moordwapens vrij?
De nederlandse publiciteitsmedia, die geschrokken zijn van allerhande wereldwijde reacties, trachten het besluit nu goed te praten door het 'steun aan anti-apartheid-organisaties in Zuid Afrika' te noemen. Dat gaat er altijd wel in, denken ze blijkbaar. Daarom is het goed, dat u het volgende weet: Beyers Naudé (in Nederland vanwege zijn chr. instituut bijna tot profeet verheven) keurde na dit besluit alle geweldpleging, en daarmee de steun aan terroristen, af; het felste anti-apartheid-volksraadlid, mevr. Helen Suzman, veroordeelde dit wereldraadbesluit evenzeer; de Anglicaanse, zwarte, bisschop van Zoeloeland, A.H. Zoeloe, van het koninklijke bloed der Zoeloes en een der wereldraadvoorzitters, deed dit evenzeer; en de raad van — engelssprekende — kerken, die in Nederland dikwijls als Dé raad van kerken publiciteit krijgt omdat ze tegen het beleid der boeren-afrikaners is, veroordeelde het wereldraadbesluit evenzeer. Het is dus wel duidelijk, dat het niet om steun aan mensen gaat, die tegen apartheid zijn, maar steun aan hen, die het Zuidafrikaanse beleid door sabotage, aanslagen, terroristische acties willen bestrijden.
Ik kan me voorstellen, dat onze medechristenen in Zuid Afrika, of ze nu blank, bruin, gekleurd of zwart zijn, als ze de theologische en kerkelijke ontwikkelingen in de wereld niet volgden, met stomheid en verbijstering geslagen zijn. Spreekt hun bijbel niet over een zwaarddragende overheid, waaraan christenen gehoorzamen moeten? Spreekt art. 36 van hun geloofsbelijdenis, die ook de onze is, niet van de overheidstaak om de ongebondenheid der mensen te bedwingen? Waarschuwt hun bijbel niet tegen overschatting van de natuurlijke zondige mens en zijn acties en idealen en roept zij allen niet op tot bekering? Is het terrorisme van de door de wereldraad van kerken gesteunde groepen niet satanisch? Ging dan de kerk een bondgenootschap met satan aan? Zo worden vele 'kleinen' in Zuid Afrika, die met ons in Jezus Christus als enige Godszoon en Verlosser geloven, door de wereldraad geschokt in hun geloof. En het Woord zegt: wee hem, die éen dier kleinen, die in Mij geloven ergert. De dood ware hem beter.
Degenen, die daar en hier de wereldraad in haar uitspraken en acties met steeds groter wordende verontrusting wèl volgden, weten, dat deze steunverlening aan terroristenorganisaties al lang in de lucht zat en een logisch gevolg is van een al lang gaande zijnde ontwikkeling. In de Geneefse conferentie over kerk en samenleving in 1966 kreeg de z.g. theologie der revolutie belangrijke invloed. Deze invloed steeg nog in de overigens vrij verwarde Upsala-assemblee van 1968; was het door gebrek aan wezenlijke geloofseenheid een welkome eenheid in 'politieke progressieverigheid'? In mei 1969 volgde een studie conferentie over rassisme in het engelse Notting Hill en in augustus 1969 nam het centraal comité van de wereldraad, eveneens in Engeland, een besluit tot bestrijding van het rassisme. En op de door mij bijgewoonde vergadering van de gereformeerde synode in Lunteren deze zomer werd duidelijk openbaar, dat eind 1969 in het nederlandse Ulvenhout een geheime bespreking tussen wereldraad mensen en 'apartheidsbestrijders' had plaatsgevonden. Zo is de nu verleende financiële steun aan de terroristengroeperingen alleen maar logisch gevolg van de langzamerhand gegroeide invloed der revolutietheologie. Ook in dit opzicht wordt overigens de wereldraad der kerken steeds meer gelijkvormig aan de wereldorganisatie der Verenigde Naties. Dat nederlandse kerken op deze heilloze weg vooropgaan bleek ook nu weer: ƒ40.000,— voor de terroristen kwam uit de actie 'Vrijheid ook voor de ander' en ƒ25.000,— kwam uit de zich gereformeerd noemende kerk...
Wie ontvangen nu het geld, dat door de meeste kerkleden zeker niet voor dit doel werd gegeven? Het zijn terroristenorganisaties door heel zuidelijk Afrika heen. Ik noern van hen: het door Sovjet Rusland gesteunde African National Congress, met zijn tienduizend uit Zuid Afrika verdwenenen, en nu voor een aanzienlijk deel met communistische wapenen uitgerust en 'ergens' militair getraind; het door Sovjet-China gesteunde Pan African Congress met z'n achtduizend militair getrainden en bewapenden; de South West African Peoples Organisation (SWAPO), door beide sovjet-grootmachten gesteund, nog maar vijftienhonderd man sterk. Zij, onderdeel van de overal in Afrika groeiende chinees- en russisch communistische infiltratie, zijn de ontvangers van het geld der kerken, uw en mijn geld.
Ik was, met kerkelijke opdracht voor het eerst in 1959, vijf maal in Zuid Afrika. Ik heb met nederlands-critische ogen de de toestanden daar gezien er nu jaren over gestudeerd. Ik heb er veel fouten maar nog veel meer goede dingen gezien. Ik heb leiders van de samenlevingen daar, bantoes, blanken, Indiërs en kleurlingen, leren kennen. En met eerlijke overtuiging durf ik te zeggen: zij werken met grote ernst en bekwaamheid aan de oplossing van het welhaast onoplosbare probleem van vele totaal verschillende volken in één land. Zij doen dat als christenen in gehoorzaamheid aan hun Heere, die gerechtigheid en naastenliefde voor àllen wil. Mannen als hoofdminister Lucas Mangope van het Tswanavolk, prof. H.W.E. Ntsanwisi van het Tsongavolk, Kaiser Matanzima van het Chosavolk, verdienen evenzeer als eerste minister mr. B.J. Vorster, ned. ger. synodepraeses dr. Gericke en de herv. minister van buitenlandse zaken dr. Hilgard Muller onze voorbede, steun en opbouwende critiek. En omdat ik de situatie uit eigen aanschouwen en jarenlange studie ken, weet ik: de wereldraad van kerken is met haar steun aan terroristenbewegingen op een heilloze dwaalweg. Christenen zijn geroepen, hier een duidelijk neen tegen de wereldraad te laten horen, in woord, daad en financiële steun. Want christenen mogen niet medeplichtig zijn aan moord, ook niet als de kerk de moordwapens zegent.
Rotterdam, 5 oktober 1970.
Wijkgemeente Grote-of Laurenskerk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 oktober 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's