De synode over het rapport Kaptein
Werkgroepen
Twee dagen lang vergaderde de Hervormde synode over het rapport Kaptein inzake de herstructurering van de gemeente en evenals vorig jaar, toen het rapport in eerste instantie behandeld werd, oogstte het ook nu een storm van kritiek.
De eerste dag had de synode in werkgroepen vergaderd en de rapporten, die uit die werkgroepen naar voren kwamen, brachten duidelijk aan het licht dat de synode het rapport Kaptein naar zijn inhoud en strekking niet nam. Nog afgezien van de kritiek die werd geuit op enkele belangrijke onderdelen ervan — de kindercommunie, de ontkoppeling van belijdenis doen en avondmaal, het loslaten van de binding aan de eigen plaatselijke gemeente en de nieuwe opzet van het pastoraat, het zogenaamde groepspastoraat — kwam duidelijk aan het licht dat er in de synode hartgrondige bezwaren leefden tegen de hele opzet en theologische achtergrond van het rapport.
Het duidelijkst werd dit gezegd door de werkgroep die zich had gebogen over het hoofdstuk in het rapport over de gemeente. Gevraagd werd om een herschrijving van dit 'theologisch bloedarme' hoofdstuk. Het beeld dat van de gemeente getekend wordt is, aldus die groep, onvolledig. Ze wordt slechts gezien in haar 'diakonia' en dreigt zodoende 'onder de wet' te komen. Waar het de kerk wezenlijk om dient te gaan is in het rapport blijven liggen. Aan de orde zullen moeten komen in het herschreven hoofdstuk de verkiezing van God — dat is het uitgangspunt voor de gemeente — en verder de prediking van vergeving en verzoening en de dienst der barmhartigheid, dat is de functie van de gemeente. Natuurlijk moet de gemeente leven in relatie met de haar omringende wereld, maar de vraag van vele gemeenteleden is: hoe staat het met onze verhouding tot God? Verder wordt er in het verslag van deze werkgroep op gewezen dat de kerk het heilsgoed te bewaren heeft. 'We zijn immers belijdende kerk en hebben vanuit het verleden veel meegekregen.' Verder werd er ook op gewezen dat in het rapport Kaptein het probleem van de modaliteiten te vlak is gesteld. 'De worsteling om de waarheid in de strijd der modaliteiten is te wezenlijk om niet uitdrukkelijk genoemd te worden. Een moeilijke werkelijkheid mag niet te vriendelijk toegedekt worden.'
Uit de kritiek van andere werkgroepen noemen we verder: 'dat het rapport een te sterke nadruk legt op nieuwe vormen, alsof daardoor geestelijke vernieuwing zal ontstaan; dat de gemeente als lichaam van Christus in het rapport te weinig functioneert; dat in het rapport onvoldoende duidelijk wordt dat niet een aanpassing aan nieuwe cultuurvormen bedoeld is; het critisch staan van de kerk tegenover de eigentijdse cultuur zou meer onderstreept moeten worden. In dit verband wordt de vraag gesteld: Is het juist om te stellen dat bekering tot het christendom (tot Christus) de bekering tot een bepaalde vorm van cultureel leven impliceert? De indruk kan gewekt worden dat de mens het evangelie geloofwaardig moet maken. Het Koninkrijk Gods en de moderne cultuur worden te veel als eenheid gesuggereerd. Het nieuwe cultuurpatroon wordt bijna tot tweede openbaring en ontvangt normatief karakter.'
Ook werd er in de verslagen van de werkgroepen van de synode opgemerkt dat de beoordeling van de kerkelijke situatie in het rapport Kaptein eenzijdig is. Er wordt geen recht gedaan aan wèl functionerende gemeenten. En bovendien, de oorzaken van de crisis worden eenzijdig gepeild. Er zijn ook oorzaken van binnenuit, namelijk het loslaten van de geloofsgehoorzaamheid.
Voor een verdere beoordeling van het rapport Kaptein wil ik verwijzen naar het apart afgedrukte schrijven, dat door drie Hervormd Gereformeerde synodeleden werd opgesteld en aan de synode werd voorgelegd. Daarin is de kritiek op het rapport Kaptein op fundamentele wijze vertolkt.
Slotberaad
Nadat op de morgenvergadering van de tweede dag de kritiek vanuit de werkgroepen duidelijk onder woorden was gebracht, was in ieder geval duidelijk dat het rapport Kaptein het niet halen zou. In de middagvergadering kwamen nog enkele punten aan de orde, die, gesteld dat het rapport het toch halen zou, in ieder geval niet in het rapport gehandhaafd zouden kunnen worden. Ds. M.A. Groenenberg wees er b.v. op dat in het rapport Kaptein al vooruit gelopen werd op de resultaten van een ingestelde studiecommissie inzake de verhouding van belijdenis doen en avondmaal. Dat geldt trouwens ook — zo zou ik hier willen opmerken — voor alles wat gezegd wordt over het ambt. De commissie Kaptein heeft gezegd dat de inhoud van haar rapport volledig in overeenstemming is met de inhoud van het rapport Berkhof over het ambt. Dat stuk is als gesprekstof de kerk ingegaan. In het rapport Kaptein resulteren de resultaten er echter al van. Door enkele synodeleden werd er dan ook op gewezen dat dergelijke praatstukken, ook al gaan ze uit onder de naam van een commissie en niet van de synode zelf, toch een eigen leven gaan leiden in de gemeente. Dat was ook de reden dat de synode er niet voor voelde het rapport Kaptein onder de naam van de commissie zelf te doen uitgaan, zelfs niet als het zou worden aangekondigd als 'eenzijdige gesprekstof', bedoeld als een uitdaging tot verdere doordenking. Het moest een stuk worden van de synode zelf. Ds. W. Kalkman zei: Het gaat niet om aanbieden van gesprekstof. De synode heeft leiding te geven vanuit Schrift en belijdenis. En als men zegt, we moeten vertrouwen op de Heilige Geest bij het gesprek over deze dingen in de gemeente, dan zal de synode allereerst zichzelf moeten laten leiden door de Heilige Geest. Ds. K.A. Abelsma stelde, dat als een dergelijk rapport als praatstuk de kerk inging, we als kerk een weg inslaan waarvan we later niet meer terug kunnen komen. Hij kritiseerde verder de kleine groep in de kerk, die zich 'cultuurgevoelig' gedraagt en daarmee de anderen, die ploeteren tegen verschijnselen van de moderne cultuur, in een dwangpositie brengt. Dat signaleerde hij ook in het rapport Kaptein. Hij stelde dat dit rapport nog verder desintegrerend werken zou in de gemeente, en dat de gemeenten waarin kerkbezoek e.d. nog functioneren mee in de 'puinhoop' worden gelegd. We houden een puinhoop over, aldus ds. Abelsma. De kerk heeft echter een peiler van de waarheid te zijn. Ze heeft te wijzen op de rust die overblijft voor het volk van God.
Ds. H. Binnekamp (Hardinxveld) merkte op dat als dit stuk zo de kerk ingaat de kerk haar eigen fundamenten ondergraaft. 'We moeten het vleugels geven, die gebaseerd zijn op Schrift en belijdenis.'
Beslissing
Aan het slot van de vergadering kwam er een voorstel van de zijde van de praeses — na intern beraad — om het rapport terug te geven aan een commissie van 8 personen, namelijk vier uit de huidige commissie gemeentevormen en gemeenteopbouw, en vier uit de synode. Ds. Kalkman vroeg vóór de stemming wie de toegevoegde synodeleden zouden zijn. Nadat de praeses de leden, die ervoor gevraagd zouden worden, had bekendgemaakt — ir. J.H. van Bemmel uit Maarssen, mevr. C.A. de Ruyter uit Rotterdam, ds. P.J. Mackaay en dr. C.P. van Andel — gaf de synode met de stem van ds. Abelsma tegen zijn fiat aan het voorstel deze commissie het eindrapport te doen vaststellen, waarna het Breed Moderamen de eindredactie krijgt.
De synode heeft dus de verantwoordelijkheid voor dit stuk uit handen gegeven. Er is namelijk geen enkele bepaling opgenomen waardoor dit stuk opnieuw in de synode komen zal of kan. Dat is op zich toch wel een bedenkelijke zaak, zeker als bedacht wordt dat ter synode één en ander maal werd betoogd dat de kritiek van de synode en het rapport Kaptein moeilijk te harmoniëren zijn vanwege de verschillende uitgangspunten. Als recht gedaan wordt aan al datgene wat ter synode gezegd is — en waarom heeft de synode er anders twee dagen voor vergaderd — dan betekent dit dat de inhoud van het huidige rapport tot op de fundamenten wordt herzien. In feite betekent dat een nieuw rapport. Zullen de leden van de oude commissie zich dit laten welgevallen? En zo niet, zal de commissie het dan ooit eens kunnen worden? Wat gebeurt er als blijken zou dat één of meerdere leden van de commissie zich niet vinden kunnen in de voorgestelde opzet? De synode heeft de zaak uit handen gegeven; Maar een stuk dat straks uit de bus komt gaat onder de naam van de synode de kerk in. Geen praatstuk, maar een beleidstuk. Dan is het eigenlijk een hachelijke zaak dat een stuk, waarover tot nu toe geen enkele eenstemmigheid werd bereikt en waarover de visies zo fundamenteel uiteenliepen, thans aan de eindbeoordeling van de synode zelf onttrokken wordt. Maar zo gaat dat nu eenmaal met Hervormde rapporten. In ieder geval zal de commissie, die zich thans over de zaak moet buigen, wel veel wijsheid nodig hebben om een dergelijk stuk af te ronden, vooral als het er om gaat het stuk vleugels te geven die gebaseerd zijn op Schrift en belijdenis, om de woorden van ds. Binnekamp te gebruiken. Als gevolg gegeven wordt aan de wensen, die zijn neergelegd in de verslagen van de werkgroepen ter synode, dan wordt vrijwel elk hoofdstuk herschreven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's