Er wordt opengedaan
'En zij zei: Ja Heere, doch de hondekens eten ook van de brokskens, die er vallen van de tafel hunner heren. Toen antwoordde Jezus en zei tot haar: vrouw, groot is uw geloof; u geschiede gelijk gij wilt. En haar dochter werd gezond van diezelfde ure'. Mattheüs 15:27—28.
Het hoort niet, het kan eigenlijk niet, verklaart de Heere Jezus. Het brood is voor de kinderen, daarom kan Hij deze vrouw niet terwille zijn. Nu weet ze waar ze aan toe is; Jezus geeft geen krimp ondanks haar aanhoudend geroep. Ophouden dan maar, huiswaarts gaan, verbitterd en geërgerd?
En zij zei: Ja, Heere. Dat had ik niet verwacht. Misschien zegt ze niets, misschien zegt ze: nee, maar ze zegt: ja. Met eerbied: Heere. Ze spreekt het niet tegen, ze ziet het vóór zich. Zo is het Heere. Ik heb ook geen rechten, geen kinderrechten. Uw goede woorden en daden zijn brood voor Israël! Het is een hard gelag, maar het is niet anders, en ik maak er geen bezwaar tegen. Dat is veel gezegd. Wij, die ons al gauw verongelijkt en tekort gedaan voelen, antwoorden niet een, twee, drie: Ja, Heere.
Deze vrouw verstaat haar onwaardigheid en aanvaardt die. Het is geen vals gevoel van onwaardigheid; daarmee laat ik het heil voor wat het is, en dat kost mij niet eens moeite. Het is een uitgemaakte zaak: Gods heil is voor Gods volk en daar ben ik er geen van! Hier is ook geen onwaardigheid, die men liever ongelovigheid moest noemen. Het ongeloof immers neemt het schild van de onwaardigheid, om er de pijlen der genade mee op te vangen. Hier is veeleer een echte boetvaardigheid: Ja, Heere, U kunt het aan mij niet verkwisten, ik weet het, en ik moet U gelijk geven.
Laat het brood voor de kinderen blijven; een goed huisheer laat zijn hond toch niet verhongeren. Daar zie ik U voor aan, Heere, voor zo'n goede huisheer. U behoeft het brood niet te nemen, en voor te werpen. Er vallen nog altijd kruimels van de tafel, daar heeft zo'n klein hondje genoeg aan. Zo is het, Heere. En dan staat er letterlijk: want de hondekens eten immers ook. De kinderen komen niets te kort, als ik mij aan die kruimels te goed mag doen. Er is overvloed.
Liefde maakt vindingrijk; geloof niet minder. Het ontdekt aan de zwarte wolk van dit antwoord een zilveren rand. Het minste is haar genoeg; kruimels zijn ook brood. En wat die kinderen betreft, ik treedt niet in hun rechten, ik hoop op wat er van de tafel valt en geveegd wordt.
Het woord van de Heere Jezus brak haar trots, maar het maakte haar vertrouwen niet stuk. Wie weet iets van deze heilige behendigheid, waarin geloof en gebed zich uitstrekken naar het heil? Wat ik verwacht, dat kan ik mij maar niet toeëigenen, dat is voor de kinderen. Was ik maar een kind, wist ik dat maar, dan was de zaak rond. Zo raakt u echter in een slop! Nee, kom voor de dag: wat bent u dan? Een zondaar. Nu ga dan eens verder: Wees, mij zondaar, genadig. Wij willen altijd meer schijnen dan we zijn, dat slaat ons gebed met onvruchtbaarheid. Maar wondere mogelijkheden doen zich voor, als we door alle teleurstelling heen, de Heere Zijn genade en Zijn Woord mogen voorhouden. Mijn volk zal.... Maar ik ben niet van Zijn volk. Heere, dat is toch geen bezwaar: Niet Uw volk wordt toch tot Uw volk aangenomen. Lo-Ammi wordt Ammi.
Het is wel een hevige aanvechting. Het brood van de kinderen. Laat het er maar bij zitten, zegt de duivel. Christus doet anders. Hij lokt u uit uw tent: Vestigt ge uw hoop nu nog op Mij? Ja Heere, want. Het is voor U een kleinigheid mijn dochter uit de macht van de duivel te bevrijden. Voor mij betekent het uitkomst, verhoring, ik neem die graag als een onwaardige in ontvangst.
Jezus kan zich niet langer inhouden: Toen antwoordde Jezus en zei tot haar: O vrouw, groot is uw geloof. Er klinkt verwondering in Zijn stem. In Israël vindt Hij zo'n geloof niet. Israël gaat er prat op: Wij zijn de kinderen, voor ons is het brood. Maar het brood dat uit de hemel nederdaalde laten ze onaangeroerd. Dat is hun tot een oordeel, en dat oordeel kondigt zich in deze geschiedenis aan. Wanneer de kinderen dit brood versmaden, zullen ze honger gaan lijden. Wij worden gewaarschuwd: Voorrechten getuigen tegen ons, als wij niet geloven. Geloven, dat is uit genade ontvangen en als genade aannemen.
O vrouw, groot is uw geloof. Het geloof is goud; Christus gooit het in de smelkroes om het te louteren. Ondertussen houdt Hij het nauwlettend in het oog. Is het genoeg, dan haalt Hij het er uit. Die smeltkroes, dat is smartelijk, en soms denken we: wat duurt het lang. Maar Hij gaat er over, en het gaat Hem er om Zijn naam te verheerlijken. Want, als het goud gelouterd is, keurt Hij het, dat wil zeggen: Hij drukt er Zijn stempel op. Groot is uw geloof; het is Zijn werk.
Wat is een groot geloof? Is het te meten en te wegen? Heeft de één een groot en de ander een klein geloof? Geloof is geloof. Een groot geloof is een geoefend geloof. Hoe meer het geloof geoefend wordt, hoe meer het aan kracht wint. Het schijnt duizend maal ongelijk te krijgen en het krijgt tenslotte toch gelijk. Het vliegt niet over alles heen, maar valt aan Jezus' voeten neer. Het houdt zich aan het Woord, al dreigt dat woord ons uit handen te glijden, al wordt het ons uit handen gewrongen, dan nog. Het wint, want het wil alles verliezen, alle eigen waardigheid, alle eigen wijsheid. Het is groot in het buigen, in het bidden.
U geschiede gelijk gij wilt. Wat wilde ze ook weer: mijn dochter. Welnu, haar dochter werd gezond van diezelfde ure. Het geloof mag op de klok kijken, de wijzers der genade geven het uur der genezing aan. Het is maar een kruimel, zij keert toch verzadigd huiswaarts. Als een kind. Wel zeker! Zij is een dochter van Abraham, omdat ze uit het geloof van Abraham is. De duivel wordt het met schrik gewaar; het is uit met zijn heerschappij over de dochter. Christus richt Zijn heerschappij op in dat leven, in dat heidense land. Een voorspel van de tijd, die weldra aanbreekt: Het heil wordt onder de heidenen uitgedeeld.
U geschiede gelijk gij wilt. Hier ben Ik, zegt Hij, en Ik ben tot uw beschikking. Wat wenst u? Erbarmen, bijstand, mijn dochter, mij .. . U geschiede naar uw wens. Er wordt opengedaan, en ze is aan een goed kantoor. Haar wordt een blanco cheque overhandigd; zij mag die invullen naar behoeven. Hij willigt haar verzoek koninklijk in. Want Hij is de Heere, de Zoon van David. Zij vergist zich niet in Hem.
U kende de geschiedenis, u hoorde er over preken? Deed u er reeds winst mee? Wat u wenst is te groot voor Hem om te geven? En bent u het wel waardig? Zeg mij van Wie u het wenst; deze Jezus kan en wil het geven. Hij misleidt ons niet, al stelt Hij het wel eens uit. Mits u zich maar aan Hem houdt, niets waardige, alles missende. Hij is er goed voor.
Als dat waar is, dan wil ik mijn ongeloof en mijn twijfel grijpen en vast spijkeren aan Christus' kruis. Het zijn grote dieven, zij moeten hangen. Zij beroven mij van de vreugde des heils, zij verstoren de vrede van mijn hart. Hèm wil ik voortaan aanhangen met een waarachtig geloof, vaste hoop, vurige liefde. Hij, die sprak: Klopt en u zal worden opengedaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 oktober 1970
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's