Uit de pers
Onfeilbaarheid
Honderd jaar geleden, in 1870, werd op het eerste Vaticaanse Concilie de onfeilbaarheid van de paus in leeruitspraken, tot dogma verheven. Dat is een ingrijpende beslissing geweest. Niet dat ze uit de lucht kwam vallen. Eigenlijk was deze beslissing al eeuwen voorbereid, door de pauselijke aanspraken. Maar de vastlegging van deze leer in het dogma der kerk betekende toch niets minder dan dat de ontwikkeling van het dogma binnen de roomse kerk als het ware gesanctioneerd was. De ontwikkeling van het dogma in deze kerk, allerlei leeruitspraken werden immers gegarandeerd door de onfeilbaarheid van het leergezag.
We moeten dit onfeilbaarheidsdogma uiteraard niet verkeerd interpreteren. Eigenlijk kan men niet zeggen: 'de paus is onfeilbaar'. Maar bepaalde pauselijke uitspraken, betrekking hebbend op geloof en zeden, duidelijk als officiële leeruitspraken ('ex cathedra') aangekondigd, zijn dank zij de bijstand van de Heilige Geest, die aan de kerk is beloofd, zeker beschermd tegen alle vergissing en dwaling. En prof. dr. A.J. Bronkhorst schrijft er dan in Hervormd Nederland van 12 september, waaraan we dit ontleenden, bij, dat de paus dan spreekt niet krachtens de instemming van de kerk, maar krachtens het bijzondere ambt, dat Christus aan Petrus heeft toevertrouwd. Zo interpreteert Rome immers de bekende woorden uit Mattheüs 16:18vv. Deze woorden hebben ook betrekking op hen die als bisschoppen van Rome in rechte lijn opvolgers van Petrus zijn.
Ieder begrijpt, van hoe ingrijpende aard deze dogmabeslissing van 1870 was voor de tegenstelling tussen Rome-Reformatie. Het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid neemt immers elke gespreksbasis weg. Bronkhorst schrijft in het meergenoemde artikel:
Toen dit dogma werd afgekondigd, was er nog geen oecumenische beweging in onze zin. En niemand, die ook maar enigermate op de hoogte is met het verloop van het eerste Vaticaanse concilie zal het in zijn hoofd halen om te beweren, dat de concilievaders van een oecumenische geest waren vervuld. Het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid maakt immers in feite iedere oecumenische dialoog onmogelijk. Hoe kan er van een dialoog sprake zijn, als een van de twee partners al van te voren van de ander moet vragen, dat hij zal aannemen dat de ander niet dwalen kan?
Tussen de niet-R.K. kerken in deze wereld bestaan grote verschillen; er zijn daarbij groepen, die bereid zouden zijn de leiding van het Petrusambt in het geheel van de christenheid te erkennen; maar het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid kan door niemand worden aanvaard. Wie dit dogma wél aanneemt, kan maar één zinnige conclusie trekken: R.K. worden. En wie dit dogma verwerpt is naar het duidelijke oordeel van de R.K. Kerk zelf niet R.K. of geen R.K. meer. Want het gaat hier om een geloofsuitspraak en wie deze niet aanvaardt, is reeds daarom een ketter, al zou hij de gehele verdere leer en praktijk van de R.K. Kerk van harte aannemen.
Dat het inderdaad zo is bedoeld, heeft paus Paulus VI zelf met alle gewenste duidelijkheid naar voren gebracht, toen hij vorig jaar bij zijn bezoek aan het hoofdkwartier van de Wereldraad van Kerken met nadruk uitsprak: 'Mijn naam is Petrus'. Daarmee was de scheidslijn duidelijk, die nog altijd de christenheid verdeelt. Om het in militaire termen te zeggen: eenwording der christenheid is alleen mogelijk bij onvoorwaardelijke overgave van alle anderen aan de leiding van de paus van Rome.
Nu zijn wij honderd jaar na 1870. Alle veranderingen in de betrekking tussen Rome en de Reformatie — hoe men die dan ook waardeert — moeten toch wel afstuiten op deze muur die opgetrokken is. Het is dan ook te verstaan dat er binnen de rooms-katholieke kerk allerlei theologen zijn, die echt niet geneigd zijn een feestdronk uit te brengen bij dit honderdjarig jubileum. Integendeel, de beslissing van 1870 wordt door velen met vraagtekens omringd.
Hans Küng over de onfeilbaarheid
Een van hen is de Tübinger theoloog, Hans Küng. Hij is bekend om zijn vooruitgeschoven positie in theologisch opzicht. Zijn boek over de rechtvaardiging kreeg een waarderend woord mee van niemand minder dan Karl Barth, die vergaande perspectieven zag in Küngs visie op Trente voor het gesprek Rome-Reformatie. Zijn boeken over de kerk en haar structuren bevatten menig critische passage met betrekking tot het officiële roomse standpunt. Binnenskamers heeft dat aanleiding gegeven tot nogal wat vragen.
Nu heeft Küng opnieuw een boek op de leestafel gelegd, dat inmiddels ook in nederlandse vertaling verschenen is: 'Unfehlbar? — Eine Anfrage'. De bedoeling van Küng is niets minder dan te betogen dat het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid een vergissing geweest is. De roomse kerk heeft uit de z.i. juiste vooronderstellingen inzake de aan de kerk gegeven beloften (vgl. Mt. 28:20 en Joh. 14:16) onjuiste conclusies getrokken.
Küng illustreert zijn stelling inzake de feilbaarheid van het dogma der onfeilbaarheid met het rumoer rondom de pauselijke encycliek 'Humanae Vitae', waarin de geboorteregeling ter sprake komt en de paus het gebruik van de pil ondubbelzinnig verboden heeft.
Küngs bezwaar is, dat de paus zich in de lijn der traditie heeft aangesloten bij de minderheid van de deskundigen-commissie en bovendien dat het gezag van dit pauselijk spreken door de storm van critiek veel van haar geloofwaardigheid heeft ingeboet.
Bovendien toont hij aan dat het kerkelijk leergezag in de loop der eeuwen verscheidene malen diepgaand heeft gefaald. Een persoverzicht is geen recensie. We nemen aan, dat zijn boek te zijner tijd in ons blad wel besproken zal worden. Maar we wijzen u toch wel op het frappante van deze uitspraken, honderd jaar na de dogma-afkondiging.
Vaticaanse reactie
Het laat zich verstaan dat deze critiek op de kerkelijke hiërarchie en op het meest centrale daarvan niet onbeantwoord zal blijven. De vraag is: Hoe zal het Vaticaan hierop reageren?
Het blad 'In de rechte straat' vertelt onder de titel 'Vatikaan richt uitgeverij te gronde' van een eerste reactie. In het oktober-nummer lezen wij:
Enkele weken geleden is een nieuw boek verschenen van Hans Küng, dat tot titel heeft: 'Onfeilbaar?', waarin hij praktisch de leer van de onfeilbaarheid ontkent. Het is gelijktijdig verschenen in het Duits (bij uitg. Benzinger, Zürich) en in het Italiaans (bij uitg. Queriniana in Brescia).
In L' Europeo van 20 aug. stond een artikel over dit boek, waaruit ik citeer:
'Het nieuwe boek van Hans Küng schijnt de dood te betekenen voor de moedige uitgeverij Queriniana in Brescia.
'De theologische inquisiteur mgr. C. Colombo, algemeen bekend als dé theoloog van deze paus, is reeds in Brescia aangekomen om de direkteur van deze uitgeverij, pater P.G. Cabra, ter verantwoording te roepen, hoe hij het in zijn drieste hoofd heeft kunnen halen zulk een boek in Italië uit te geven, en dat nog wel in Brescia, de geboorteplaats van Paulus VI.
'Als kerkrechtelijk voorwendsel om deze vernietigende aktie te rechtvaardigen, wordt gegeven dat dit boek is uitgegeven zonder het 'Imprimatur' ( = toestemming van de r.-k. kerk). Maar in feite wil het Vatikaan het schandaal, dat dit boek reeds heeft teweeg gebracht al direkt na verschijning, zoveel mogelijk wegwissen.
'Volgens Küng is de afkondiging van het dogma van de onfeilbaarheid van de paus in 1870 een psychologische en religieuze compensatie geweest voor het feit, dat in die tijd de paus de kerkelijke staten moest prijsgeven aan de troepen van Garribaldi.
'Küng wijst de term 'onfeilbaar' af, 'omdat de waarheid in absolute zin alleen maar aan God kan behoren en nooit in exclusieve betekenis aan een mens, ook niet aan een groep van mensen, kan gegeven zijn. De kerk is meer op zoek naar, dan in bezit van de waarheid. De dwalingen, die historisch duidelijk aanwijsbaar zijn en die niet gering in aantal zijn, hetzij geproklameerd door de pausen hetzij door concilies, tonen dat afdoende aan. Pius IX die in zijn syllabus en bloc de moderne kultuur en de wetenschappelijke vooruitgang veroordeelde, is een van de laatste overtuigende bewijzen, dat het kerkelijke leergezag beslist wèl feilbaar is'.
Het is jammer dat Küng in dit boek aanhanger blijkt te zijn van de leer dat ook de Bijbel dwalingen kan bevatten. De Nieuwe Linie schrijft in een samenvatting: 'Verderop in zijn boek zegt Küng hetzelfde over de woorden en zinnen van de Bijbel: ook in de Bijbel zijn de woorden menselijk en dus onderhevig aan dwaling, maar in die woorden openbaart zich toch de waarheid Gods'. Wij zouden hieraan willen toevoegen: Maar de woorden in de Bijbel zijn ook gedekt door het gezag Gods, en daarom zijn ze niet onderhevig aan dwaling.
Wel zijn we blij, als Küng zegt dat de grond van zijn geloof Jezus Christus is en dat van die Jezus in de Schrift getuigenis wordt afgelegd.
Toen ik in Rome was, hebben we in enkele winkels naar het boek gevraagd. Een boekhandel zei dat hij het telefonisch besteld had, maar slechts vage antwoorden van de uitgeverij had gekregen. Blijkbaar was de bom al gebarsten en zal het boek voorlopig wel niet meer verkocht mogen worden.
We waren dan ook zeer verrast, dat de bediende in de zoveelste winkel die we binnen liepen, zonder een spoor van emotie het boek aan ons verkocht.
Schrift en kerk
We zijn bijzonder benieuwd naar de reacties die dit boek zal oproepen en naar de gevolgen die dit zal hebben ten aanzien van de verhouding Rome-Reformatie. Toch menen we dat men niet te vroeg moeten juichen. Küng schrijft als roomskatholiek theoloog. Terecht wijst Bronkhorst erop dat zijn critiek niet die van een buitenstaander is.
Küng doet dat op een sympathieke en gedurfde wijze. En zijn boeken bevatten menig schone passage, waar hij inderdaad het reformatorisch standpunt schijnt te naderen. Maar toch kan men vrezen dat er een diepe kloof blijft bestaan. Dat is geen wantrouwen, maar dat is gegeven met het feit, dat zijn bijbels-theologische inzichten inzake kerk en ambt stoelen op de inzichten van de historisch-critische bijbelwetenschap zoals deze ook in roomse kringen hoe langer hoe meer ingang vinden.
Terecht signaleert 'In de rechte straat' dit. En wanneer Küng in zijn jongste boek de stelling verdedigt dat het geloof niet gericht is op onfeilbare uitspraken van een kerkelijk leergezag, maar evenmin op een geïnspireerde en dus onfeilbare heilige Schrift, maar alleen op Jezus Christus, Die in de christelijke verkondiging ter sprake komt, dan rijzen hier toch vragen.
Hoe ziet Küng de verhouding van Jezus Christus en de Schrift? Hoe ziet deze begaafde theoloog het Schriftgezag? Dreigt hier toch niet het gevaar dat de verkondiging inzake Jezus Christus tot een Schriftcritisch principe gaat worden? Wij stellen deze vragen, afgaande op een eerste aankondiging en eerste indruk? Maar het zijn, gezien de tendens in de theologie geen overbodige vragen. De protestantse theologie, met name in Duitsland (Käsemann!), is sterk beïnvloed door de gedachte van een kanon in de kanon. Wanneer de critiek op de pauselijke onfeilbaarheid mede van hieruit gevoed wordt, kan men voor de critiek als zodanig dankbaar zijn, maar moet men tegelijk zeggen, dat Luther en Calvijn het pausdom anders bestreden hebben.
Zij hebben zich tegenover de roomse visie op kerk en ambt wel degelijk teruggetrokken op de Heilige Schrift als het Woord van God. Ook inzake de onfeilbaarheidsvraag blijken alle vragen weer te herleiden tot de kwestie van het Schriftgezag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's