De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In Gods Hand als vijf vissen en vijf broden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Gods Hand als vijf vissen en vijf broden

11 minuten leestijd

Onderwijs hier en daar

De financiële problemen van de Toradjakerk hangen nauw samen met die van het onderwijs, dat een van de meeste wezenlijke bijdragen levert aan de geestelijke opbouw der gemeenten. Wij zijn zo vertrouwd geraakt met het onderwijs dat we niet eens meer beseffen dat het in feite zeer onnatuurlijk is om kinderen in een schoollokaal op te sluiten en 'dat de op­ komst van pedagogiek als wetenschap voor een niet gering deel veroorzaakt is door de gevolgen van deze rare manier van omgang met kinderen'(1). De onderwijzer ziet zijn taak — helaas — maar al te vaak beperkt tot het overdragen van kennis, zodat we niet eens meer vreemd opkijken, als het woord 'lesboer' of 'onderwijskomputer' valt. In ontwikkelingslanden heeft het onderwijs veel grotere kansen dan in het westen. De mogelijkheden om vensters te openen en de aandacht van jongeren te richten op een opdracht, zijn vergelijkbaar met die van de onderwijzer uit de tijd, waarin het gereformeerd protestantisme gestalte gaf aan de maatschappelijke emancipatie (Groen, Kuyper c.s.), waarbij — ten dele — zelfs sprake is van dezelfde problemen!

Een andere wereld

Een bezinning op de lokale situatie is niet alleen noodzakelijk voor de methodiek van het onderwijs, maar vormt tevens een grondgegeven voor de opvoeding. De oorspronkelijke dorpsgemeenschap kende wel leiding, maar die maakte zich waar op basis van bekwaamheid en persoonlijke of religieus bepaalde hoedanigheden.

Het levenspatroon lag vast, zodat het voortbestaan van de gemeenschap alleen afhankelijk was van de wijze waarop de jongeren in het geheel ingroeiden. Met andere woorden: er was geen sprake van een vooropgezet plan. Dat woord plaatst ons in een wereld, waarin het onderwijs geen vreemd begrip vormt. Onderwijs maakt altijd een inbreuk op statische levensgemeenschappen, omdat de onderwijzer zijn geestelijke bagage van buitenaf indraagt.

In zijn mooie boek over het zendingsveld Poso merkt dominee Kruyt op dat wij in Europa de school zijn gaan zien als een leerinrichting alleen; voor de gemeenschap der Toradja's is de betekenis duidelijk meer, ja neemt het zelfs een centrale plaats in (2). Dat omlijnt trouwens direkt een probleem, want de wereld van de school is voor het kind een andere wereld dan die van thuis.

Islam en christendom

De gedachte dat de kennis die het kind in de school opdoet 'wendbaar' moet zijn, is bij ons langzamerhand gemeengoed geworden. De leerling moet de kennis ook in nieuwe situaties, die fundamenteel van die in de school verschillen, kunnen toepassen (3). Deze idee is volkomen vreemd aan het traditionele milieu. Het onderwijs ontvangt van die kant geen medewerking. Leren is primair uit het hoofd leren, zoals dit op de islamitische godsdienstschool wordt gedaan met de teksten die regelrecht van God Zelf afkomstig zijn en waar derhalve geen tittel noch jota van afgedaan mag worden, hetgeen verklaart dat elke relatie met de werkelijkheid veelal ontbreekt.

Tegen deze achtergrond is het zeer wel verklaarbaar, dat de heer Lande de christelijke scholen als belangrijke 'bases' ziet voor de verbreiding van het Evangelie in een land dat voor ruim negentig procent bestaat uit aanhangers van de Islam. In het algemeen geldt trouwens — ook met alle problemen van dien — dat het christelijk onderwijs een belangrijk middel is voor de verwerkelijking van de sociale idealen van vooruitgang en welvaart.

Koloniseren met de geest?

Het zou verkeerd zijn, hieruit te konkluderen, dat het onderwijs noodzakelijk moet leiden tot verwestersing van de samenleving. Wat er ook veranderen moge, de maatschappij blijft een zeer wezenlijke eigen inbreng houden in de opvoeding. Fortmann heeft de gedachte aan 'verwestersing' met ongezouten woorden afgewezen, als hij schrijft: 'Wij koloniseren niet meer met wapenen, maar onze geest en denkwijze penetreren (binnendringen, red.) overal. Het gevolg is, dat onze problemen ook andere kulturen beginnen te verontrusten: het afbreken van tradities, het gezagsprobleem en de secularisering der religie (4).' Het is niet voor niets bijzonder moeilijk om zendingsarbeiders in het kader van het onderwijs te laten werken met toestemming van de regering, die vaak een visum botweg zal weigeren! De jonge landen laten zich de pas verworven zelfstandigheid niet via het onderwijs weer ontfutselen. Waar het onderwijs een belangrijke funktie heeft in het geheel van de kerk, is het belangrijk, dat vooral langs deze weg gezocht wordt naar een eigen levensvorm en een eigen identiteit. De zending — het onderwijs is een missionaire taak van de zelfstandige Toradjakerk — kan iets, wat andere instanties zelden vermogen, nl. de kinderen iets meegeven aan levensinhoud en levensvorm, dat temidden van alle verwarring en teleurstelling houvast geeft. De christelijke overtuiging geeft de mensen een taak, die hen uitlicht boven zichzelf en duidelijk grenzen stelt aan het verlangen naar vooruitgang.

Kerk en maatschappij

De minderheid van christenen wil een positieve bijdrage leveren aan de opbouw van het vaderland. Daarom is de Toradjakerk lid van een overkoepelende organisatie, die de belangen van kerk en onderwijs bij de regering behartigt. Dit is mede mogelijk, doordat de parlementariërs slechts voor een deel rechtstreeks gekozen worden, terwijl de rest naar voren geschoven wordt, vanuit de diverse organisaties, die dus eigenlijk als 'machtsblokken' funktioneren. De grondwet biedt daarbij volledig de mogelijkheid tot het geven van christelijk onderwijs, waardoor het voor de kerken mogelijk wordt, om positief opbouwend te werken aan een elite, die leiding kan gaan geven aan kerk en samenleving.

In dit opzicht is het veelzeggend, als de heer Lande vertelt, dat mohammedanen die het christelijk onderwijs genoten hebben, later als ambtenaar verdraagzamer staan tegenover het christendom, 'want het mohammedanisme spreekt alleen van een Heilige Oorlog, het christendom leert het beginsel van naastenliefde ...'

Een eigen gezicht

De mogelijkheden van het onderwijs reiken kerkelijk gezien nog verder. Talloze niet-christelijke kinderen — aan het begin van de LS 50—70 pct.! — bezoeken de scholen, terwijl zij aan het einde van de middelbare school praktisch allemaal tot het christendom zijn overgegaan. Ongenoemd bleef dan nog de grote invloed die hiervan uitgaat op de gezinnen waaruit de kinderen voortkomen.

De beïnvloeding via het onderwijs wordt nog vergroot doordat een nieuwe gemeente meestal ontstaat na pionierswerk van kerkleden en onderwijsmensen, die aan betekenis winnen in een situatie waarin de kerk snel groeit en het mede daardoor opgeroepen predikantentekort voorlopig nog zal blijven voortduren.

Als een jonge kerk mede langs deze weg zoekt naar een eigen gezicht, mag het beruchte 'aanknopingspunt', zoals dat uit de zendingsgeschiedenis bekend is, niet in de diskussie gebracht worden. De heer Lande spreekt over de oude kultuur en de oude Toradjataal, die onder meer het eigen gezicht moeten helpen bepalen, dan gaat het niet 'om bepaalde voorstellingen die als onderbouw voor het Evangelie zouden kunnen dienen, niet om een of andere natuurlijke theologie die als een praeambula fidei ('inleiding tot het geloof' red.), zou kunnen gelden, maar dan gaat het om een bepaalde bedding waarin het water van het Evangelie moet vloeien, om een wegennet, waarover het zich moet bewegen, om een idioom waarin het zijn uitdrukking kan vinden (5).'

Een eigen visie

De Toradjakerk staat hierbij aan het begin van een moeilijke weg. We laten de heer Lande nog één keer zelf aan het woord: 'Wij staan hier eigenlijk voor onoplosbare problemen. Onze bronnen op de scholen zijn meestal nog westers, daarom is een eigen uitgeverij zo belangrijk. We streven naar een eigen visie op elk terrein. Een hogeschool die hierbij steun verleent, is dan hoogst belangrijk, terwijl we bovendien voorlopig nog moeten lenen bij het westen. De wetenschappen zijn echter van God losgemaakt, daarom kunnen we niet iedere academicus gebruiken en geeft ontwikkelingshulp — hoe noodzakelijk ook — grote problemen. In feite moeten we ja en amen zeggen op de westerse cultuur (6).' De konklusie ligt snel voor de hand. Als de Toradjakerk niet spoedig een antwoord kan geven op de vele vragen, zal de snelle ontwikkeling van de maatschappij haar voor zijn en wegspoelen dat de kerk heeft opgebouwd en nog hoopt op te bouwen. Als de kerk hierin niet slaagt, krijgen andere — demonische — krachten weer hun kans. Dat is tevens de achtergrond van het voortdurende revolutiegevaar, waarin Zuid-Oost Azië verkeert!

Spanningsveld

Door deze aandacht voor de kerk èn voor de ontwikkeling van Indonesië als staat, worden de leidende figuren in een spanningsveld geplaatst. De stabilisering van de Rupiah, die onder de regering Suharto bereikt werd, vervult hen met vreugde, omdat het vijfjarenplan thans het tweede jaar bereikt heeft, in overeenstemming met de verwachtingen. Anderzijds heeft dit regelrecht te maken met het grote tekort van bijna ƒ400.000,— over 1969, dat een verlammende werking heeft op het werk van de kerk. De regering subsidieert namelijk niet alle leerkrachten, maar verhoogde wel regelmatig de salarissen van het gesubsidieerde personeel. De Toradjakerk moest daardoor niet alleen de salarissen opbrengen (in de waardevaste Rupiah!), maar diende ook mee te gaan met de verhogingen, om het wegtrekken van goede leerkrachten te voorkomen. Daarnaast blijven de problemen van huisvesting, sociale voorzieningen en de noodzaak om de aanwezige leerkrachten kursussen te geven, om het onderwijs op het gewenste peil te houden, alsmede met de bedoeling generatie- en ontwikkelingsverschillen tussen ouders en kinderen te voorkomen of tot een minimum te beperken. Bij een financieel bankroet staat het rooms-katholieke 'schaduwkabinet' direkt klaar om de verlaten stellingen te betrekken, omdat de missie meer werkt vanuit een door Rome gesubsidieerde wereldkerk, dan vanuit de gedachte van assistentie aan zelfstandige kerken.

Een logische vraag

Nu kan men — terecht — vragen of het juist is om subsidie te geven voor de salarissen van leerkrachten, omdat de zending vanouds steeds getracht heeft het onderwijs zozeer in de samenleving te integreren, dat de bevolking hier zelf verantwoordelijkheid voor zou gaan voelen. Uit het bovenstaande moge duidelijk zijn, dat het hier om een uitzonderingssituatie gaat, waar zo spoedig mogelijk een oplossing voor gevonden moet worden. Uit de grote idealen, die als ze gestalte krijgen, daadwerkelijk uitdrukking geven aan de verantwoordelijkheid blijkt overduidelijk dat het veel gemakkelijker is om te mogen geven, dan om te moeten ontvangen. Op alle mogelijke manieren — zo vertelde de heer Lande — wordt hieraan gewerkt. Onder meer door middel van een coöperatie voor leermiddelen, consumptiegoederen, kantoorbehoeften; een steenbakkerij; vijfhonderd ha grond voor het verbouwen van handelsgewassen en een technische school — met het door de nederlandse regering gefinancierde projekt Tagari — waaruit enkele kleine industriën kunnen ontstaan. De opbrengsten van deze 'takken van dienst' kunnen in de toekomst de tekorten gaan dekken, terwijl tevens op bescheiden wijze een bijdrage geleverd wordt aan de economische ontwikkeling van Toradjaland, zodat de tekorten ook structureel gezien uit de wereld geholpen kunnen worden.

Fabeltje en werkelijkheid

De GZB nam het besluit een poging te doen tot leniging van deze direkte nood. Dat betekent een extra last op de toch al forse begroting van ruim twee miljoen. De extra last van bijna vier ton zal uit de gemeenten moeten komen, hetzij in het kader van de najaarskollekte, hetzij als een echte extra kollekte. Het fabeltje van de 'schatrijke GZB' heeft — wanneer we letten op de jaarlijkse begrotingstekorten die steeds ten laste van de reserve gebracht zijn — lang genoeg de ronde gedaan. De bodem is in zicht en wat er nog is, blijft noodzakelijk als werkkapitaal, mede in verband met de verantwoordelijkheid ten opzichte van de ruim dertig mensen, die thans in dienst van de GZB zijn.

Na deze informatie over de bedoelingen van het onderwijs van de Toradjakerk en de daarmee samenhangende problemen klinkt het wat banaal om te bedelen. In de komende weken hopen we u nauwkeurig op de hoogte te houden van de gang van zaken. Het is daarom van belang, dat giften en de opbrengsten der kollekten worden overgemaakt onder vermelding van 'Tekort Toradjakerk'. Eens bracht men vijf broden en vijf vissen..., de Koning der Kerk nam Zelf de verdeling op Zich, die een vermenigvuldiging bleek te zijn: 'en zij namen op het overschot der brokken, twaalf volle korven'!


(1) J. van Baal: Mensen in verandering, ontstaan en groei van een nieuwe cultuur in ontwikkelingslanden, A'dam, 1967, pag. 142.

(2) Vgl. J. Kruyt: Het zendingsveld Poso, geschiedenis van een confrontatie. Kampen, 1970, pag. 70—72 en 156—233.

(3) Vgl. C.F. van Parreren: Psychologie van het leren, Groningen, 1963 ², pag. 113; idem: Leren op school, Groningen, 1965, pag. 15—31.

(4) H.M. Fortmann: Oosterse renaissance, kritische reflecties op de cultuur van nu, Bilthoven, 1970, pag. 42.

(5) M.R. van den Berg: Syncretisme als uitdaging, A'dam, 1966, pag. 37.

(6) Citaten van de heer F. Lande zijn gekozen uit een vraaggesprek, dat verkort is weergegeven in het novembernummer van Alle den Volcke, 64 jrg. no. 10, 1970.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

In Gods Hand als vijf vissen en vijf broden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's