De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geloofsversterking en behoud

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geloofsversterking en behoud

9 minuten leestijd

Na deze dingen geschiedde het Woord des HEEREN tot Abram, zeggende: Vrees niet Abram! Ik ben u een schild, uw loon zeer groot. Gen. 15:1.

'Na deze dingen'. Hiermee wijst de Heere ons op een levensgeschiedenis van zonde en genade, op een leven van vallen en opstaan, op een wereld van strijden en worstelen, van hopen en geloven. Het wijst ons immers op Gods roeping van Abram uit de wereld van het donkere Ur der Chaldeën d.i. uit vormendienst en afgoderij, op Abrams hantering van het zwaard des geloofs in de strijd tegen de koningen van het Oosten, op de bevrijding van Lot uit de handen van Kedar-Laomer en op het geven van tienden door Abram aan Melchizedek. Toen kwam het Woord des HEEREN tot Abram zeggende: Vrees niet! Ik ben u een schild, uw loon zeer groot.

Na een tijd van krachtig geloofsleven kan vaak ineens een inzinking en dorheid ontstaan. Mogelijk is Abram bang geworden voor een mogelijke wraakneming van de overwonnen koningen. Het zou toch niet denkbeeldig zijn, dat men hem, de vreemdeling in dit land, nu zal verdrijven? Ook valt hem het wachten op de vervulling van 's-Heeren belofte zwaar. En terwijl Abram zo bezig is de toekomst donker te kleuren en de vrees z'n leven in 't donker zet; komt de HEERE hem weer overwinnen en bemoedigen met Zijn Woord.

Wat een rijk voorrecht, als de Heere zelf zijn kind komt betuigen: vrees niet, Ik ben er, Ik waak over u en Ik bescherm u. Opmerkelijk is, dat telkens bijzondere nadruk geleg'd wordt op dat goddelijk Ik. Ik ben uw schild. Ik ben uw loon. Ik ben de onveranderlijke. Ik omring u. Ik bescherm u. Ik ken uw vrees, en Ik ken uw overdenkingen en overwegingen.

De Heere wijst zijn kind naar Hemzelf en troost daardoor en daarmee zijn vreesachtig volk. Goedgezien is dit een goddelijke verzekering, dat onzekerheid, angst en twijfel geen wettige plaats hebben in het hart van Gods kinderen.

Vrees niet, d.i. de korte inhoud van de gansche Heilige Schrift voor degenen die op God hopen. Vrees niet. Zo spreekt de Heere door Christus tot de zijnen, tot ieder die naar Hem vraagt. Er is geen vrees meer voor het volk des Heeren. De oorzaak van de vrees, de 'zonde', is weggenomen door Hem, die het Vleesgeworden Woord is. De Heere geeft in onze tekst zo mooi en overduidelijk aan, waarom Abram en allen die met hem het geloof deelachtig zijn, geroepen zijn om enkel uit het geloof te leven. Er ligt een bijzondere aanwijzing in wat God tot de zijnen zegt. Ik ben uw schild. Een schild wordt gebruikt in de strijd. Wat is men in de strijd zonder schild? Abram is hier in een innerlijke strijd. De strijd van het geloof. En nu verzekert de Heere hem, dat de Heere zelf zijn schild is. Wanneer het geloof in de harten van Gods volk, een gave Gods is door Gods Woord zelf gewerkt, dan zijn de aanvallen op dat geloof eigenlijk aanvallen op de Heere zelf. En de Heere strijdt voor Zijn zaak. En de Heere zegt nog meer. Ik ben ook het loon, de inhoud en vrucht van het geloof.

Door het venster van het Evangelie zien wij de Heere in al zijn deugden voor ons staan. Welnu, door genade mag het geloof z'n God zien als een Schild en Beschermer. Als de Getrouwe en Waarachtige, als God die betoont: God te zijn. Heerlijke bemoediging. Een vrezend mens wordt niet bemoedigd en vertroost met redeneringen, maar met het Evangelie van de God des Levens. Beloften Gods leren ons, dat niet wij iets moeten doen of hebben, maar dat de HEERE zelf alles doet. 't Is alsof de Heilige Geest met dit tekstwoord ons wil zeggen: 'dat Gods beloften (Gods Woord) er niet zijn om beredeneerd te worden, maar om geloofd te worden'. Abram begint met te redeneren en komt tot de conclusie: onmogelijk. Maar het geloof rekent niet, 't aanvaardt en leeft bij Gods beloften, d.i. bij Gods mogelijkheden. 't Is niet zonder zin, dat de Romeinenbrief zegt, dat Abram op hoop tegen hoop geloofd heeft. D.w.z. hij heeft gehoopt toen er naar de mens gesproken geen hoop meer was. Het beslissende in ons Schriftgedeelte is, dat de Heere alle aandacht van de omstandigheden aftrekt en die uitsluitend richt op Zijn Woord, 't Is niet beslissend wie gij zijt, of wat uw vrouw is, maar wie Ik ben. En Ik ben de trouwe, de onveranderlijke, uw loon en uw schild. Wat een groot voorrecht, dat de HEERE ons zó Zelf verzekert van wat Hij ons, die geloven, belooft in Zijn Woord. Uw loon zeer groot. Wie kan in woorden uitdrukken hoe groot dat is? Loont God ons met zichzelf, dan is dat schenken (in bezit ontvangen) van alles wat God in Zijn Woord ons toezegt. 't Is beloftebezit, geloofsbezit, maar 't is bezit dat vast ligt in de HEERE. God heeft het vastgelegd in Jezus Christus. In Hem zijn alle beloften Gods ja en amen. Abram moet naar buiten en opzien naar boven. Zo zeker als de sterren aan de hemel fonkelen, zo zeker zal Mijn Woord bewaarheid worden zowel in belofte als in dreiging. Dan stelt de Heere een nietig mens voor het onmogelijke. Tel die sterren eens. Wie zal dat kunnen. Maar zou Hij die de sterren geschapen heeft en ze zelfs alle bij name kent, geen zaad kunnen verwekken uit een verstorvene? Hij die de sterren geschapen heeft door Zijn Woord zal niet te kort schieten in het waarmaken van al zijn beloften aan u. Abram moet naar boven zien, op de sprake Gods letten. Kostelijke gedachte! Naar boven zien. Ons avondmaalsformulier noemt dat: onze harten opwaarts in de hemel verheffen. Ook wij hebben de zichtbare bewijzen, dat God voor de oprecht gelovige Zijn Woord waar maakt. God zal Zijn waarheid nimmer krenken. God heeft Zijn eniggeboren Zoon gegeven. De stormen van Gods toorn over de zonde woedden om het kruis op Golgotha. De Middelaar werd van God verlaten opdat gij die door 't geloof de Zijne zijt, nooit meer van God verlaten zoudt worden. Geloven is leven uit het wonder van Gods beloven. Dat betekent, dat wij mensen zullen moeten leren leven uit Gods genade. Beloften Gods vertellen ons, dat wìj niets aanbrengen, maar dat Gód Zijn werken aan ons betoont. Zo maken de beloften Gods het geloof werkzaam. Abram geloofde in de Heere, en Hij rekende het hem tot gerechtigheid. Zijn geloof werd gewerkt door en vond zijn grond in Gods beloften. Zo werd zijn leven in alle dingen: leven uit, met en tot de Heere. Zijn gaan door dit leven werd geheiligd door Gods Woord. Zijn wandel was in de hemel, d.i. met God.

Daarin heeft Abram zich doen kennen als een rechtvaardige. Er was een wisselwerking tussen het Woord van God en zijn geloof en leven. Rom. 4 zegt: hij heeft aan de belofte Gods niet getwijfeld in ongeloof, maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer. Hij geloofde in de HEERE. Hier raakt de tekst die wondere naam van God drieënig. In die Naam legt God schatten en nog eens schatten voor die in Hem geloven. God is voor Abram, die Hij is, n.l. de God der genade, de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, in Wie alle beloften Gods vast zijn. Zo heeft Abram in het geloof Christus omhelsd, zich op Hem verlaten en door Zijn Geest laten vervullen en leiden. In het geloof, die heerlijke gave Gods, werd hij vervuld van Hem, die het Woord Gods is.

Geloven is, zo zegt ons tekstwoord, Gods beloften vertrouwen. Abram had geen kind en geen land. Het heeft in hem gestormd, maar in de branding van zijn leven bleef hij aan 's Heeren Woord vasthouden. Hij verliet er zich op hoewel alles tegen scheen. Met God en Zijn Woord te leven was zijn leven, zijn vreugde en zijn kracht. Hij stond en viel met Gods beloften. Dan kijken wij niet naar links en niet naar rechts, dan gaan wij niet rekenen en laten wij ons niet afleiden door iets of iemand. Dan kan geen omstandigheid ons van ons Godsvertrouwen afhouden, want dan zingt het in ons: Ik roem in God, ik prijs 't onfeilbaar woord. Ik heb hetzelf uit 's Heeren mond gehoord, 'k Vertrouw op God, door gene vrees gestoord. De Heere openbaart zich als de Handhaver van Zijn beloften. Het is ons in het Woord getekend, in het teken (Christus) bevestigd en 't wordt door het geloof omhelsd. Hoe komt dat wondere geheim tot stand? Wel! door de kracht des Heiligen Geestes, die dat in mij werkt door het Woord. Dat Woord maakt ons in geestelijk opzicht doodarm. Ook Abram was van zichzelf geen rechtvaardige. Ook boven zijn leven stond evenals boven dat van al Gods kinderen staat geschreven: door genade zalig geworden. Daarom wijst datzelfde ons veroordelende Woord ons verder naar God die in Christus zondaren maakt tot Zijn kinderen. Zo omhelst het geloof de inhoud van het Woord des Heeren, d.i. de HEERE zelf. Hoe vreselijk toch, als het beloven Gods ons niet tot geloven brengt. Als de omhelzing door het geloof gemist wordt en we de Heere Jezus Christus niet zó liefhebben, dat Hij ons leven, ons heel en ons al wordt, dan betekent dat een vervloeking. Wie nimmer met een verbroken en verslagen geest voor de Heere is neergevallen, is nog onbekeerd. Durf het met de Heere te wagen en bekeert u! Abram vertrouwde God in Zijn Woord en verliet er zich op. Er liggen in God, de Heere schatten voor een volk van zondaren. Vergeving van zonde en uitkomsten tegen de dood. De Heere belooft Zijn kinderen eeuwig leven. In Jezus Christus vinden Gods beloften haar grond. Zalig die op die grond gebouwd wordt. Zo gij gelooft, zult gij de heerlijkheid Gods zien. Zó spreekt God tot allen die Zijn Woord horen en het bewaren: 'k zal nooit herroepen wat Ik eenmaal heb gesproken; 't geen uit Mijn lippen ging blijft vast en onverbroken.

Aan 't eind van de pelgrimsreis door dit leven zullen zij in God verblijd' zingen van 's Heeren wegen. Ja het vrome volk in God verheugd, zal huppelen van zielevreugd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Geloofsversterking en behoud

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 november 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's