Geloofsvastheid en zekerheid
'De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.' Psalm 23:1.
Op de vraag: wat is uw enige troost, beide in leven en in sterven — wordt met de catechismus geantwoord: Dat ik met lichaam en ziel, beide in leven en in sterven het eigendom van mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus ben.
En het antwoord van de catechismus eindigt dan met: waarom Hij mij ook door Zijn Heilige Geest van het eeuwige leven verzekert en Hem voortaan te leven van harte willig en bereid maakt.
De volle inhoud van de belofte Gods omvat de vergadering en bewaring maar ook de onderhouding en toebereiding van Zijn volk. In en door de Heilige Geest zet Christus Zijn werk voort in wat 'de toepassing van de door Hem verworven weldaden heet'. De Heere maakt de zijnen tot instrumenten tot Zijn lof. Dat was voor de menszelf niet mogelijk. Dat moet de Heere zelf doen. Dat is het werk van God Drieënig. Door onderwijzing van de Heilige Geest met het Woord Gods leert de gelovige dit verstaan en ondervinden. Zo zegt de apostel: wij zijn in hope zalig geworden. Dat is niet een zalig voor de toekomst alleen, maar een gelukkig en zalig zijn ook voor nu in dit leven onder alle omstandigheden. Zo verstaan wij het Woord van onze Heiland in zijn vervulling: Ik wil dat de blijdschap die in Mij is ook in ulieden zij.
Het loflied wordt gehoord, 'De HEERE is mijn Herder.' Psalm 23 is wel de meest vertroostende onder de Psalmen. 't Is het lied van vertrouwen, van vastheid en zekerheid, 't Is een lied des geloofs. 't Is geen lofpsalm waarin gedankt wordt voor verkregen zegeningen. De verzen 4 en 5 doen sterk vermoeden, dat de dichter zich in grote kommer en moeite bevindt. Hij rekent met het gaan door dalen van diepe duisternis en denkt aan omstandigheden die hem erg benauwen. En toch is er in hem een heerlijke rust en zekerheid. Rust die hij uit Gods hand ontvangt en die voortaan zijn deel zal zijn, want de HEERE is zijn herder. Hoe kan een mens rustig en verblijd zijn te midden van onrust? Hoe kan hij het hoofd omhooghouden en met kalmte verder gaan, als de gevaren niet alleen dreigen, maar al aanwezig zijn en de dood hem aangrijnst? Dat kan alleen in 't geloof, die heerlijke gave Gods, die de Geest door het Woord van God in zijn hart werkt. Wanneer beleefd wordt de vervulling van de belofte van onze Heiland en Heere, Jezus Christus, Die vóór Zijn heengaan van de aarde zei: Ik zal u een andere Trooster (Bijstand) zenden, en waarvan Hij dan verder zegt: Die zal alles uit het Mijne nemen en het u bekend maken, d.i. in u uitwerken en toepassen. Zo roept de Heiland ons steeds toe: komt herwaarts tot Mij die vermoeid en belast zijt. Ik zal u rust en vrede geven. Hij geeft zichzelf in al Zijn volbrachte werk om zondaren in gemeenschapsleven met de God der Schriften te brengen, doordat Hij het Woord des Heeren, de belofte Gods in onze harten doet leven. Die heerlijke rust en vrede staat buiten ons, zolang wij niet door een waar-geloof Hem zijn ingelijfd. Hem ingelijfd zijn is: van Hem, het Woord Gods vervuld zijn, daaruit leven en daardoor geleid worden. Zo bezingt David zijn God als zijn Herder. Van jongsaf is David herder over de schapen van zijn vader geweest. Hij weet welke gevaren de schapen bedreigen en wat er van een herder verwacht mag worden om de schapen te beveiligen. Op onverwachte ogenblikken zijn er gevaren. Met achterstelling van eigen veiligheid moet vaak gehandeld worden. Herder zijn en bereidheid-tot-zelfverloochening hoorden onafscheidelijk bijeen. En dat is niet het enige, elke dag ervaart de herder, dat er onwillige, ongehoorzame, eigenwijze schapen zijn, die niet naar de herder willen luisteren, die menen hun eigen weg te moeten gaan. Dan moet worden ingegrepen, opdat het afdwalende toch nog behouden zal worden.
Mogelijk dichtte David deze Psalm toen hij voor Absalom of voor Saul moest vluchten. Saul vervolgde hem bij dag en bij nacht. En juist in die dagen ondervond hij wat het betekende: een herder te hebben. En wat een bange tijd was het, toen hij voor Absalom, zijn eigen zoon, moest vluchten. Hij ging door het dal van schaduw des doods, doch er was rust en vrede in zijn hart. De stok en de staf van de herder vertroostten hem. En er waren niet alleen vijanden van buiten, ook van-binnen-uit belaagden zij hem vaak. Zijn ongehoorzaamheid en eigenwilligheid brachten hem niet zelden aan de rand van de afgrond. Zijn zonde met Bathseba en de moord op Uria brachten ze hem niet aan de rand van de afgrond? De Heere zelf bracht als een Herder het verblinde schaap weer van de dwaalweg terug. De opgestoken vinger van de profeet bracht hem tot boete en berouw, met als gevolg, dat het dwalende schaap zich weer gebracht mag weten onder de veilige hoede van de Herder. En toen hoogmoed hem dreigde te doen vervreemden van de kudde, was het de HEERE, Die als de Herder hem hardnekkig aangreep, om hem weer op zijn plaats te zetten.
De HEERE is mijn Herder zingt David door 's-Heeren Woord en Geest onderwezen. De HEERE, De Ik zal zijn die Ik zijn zal; de eeuwig onveranderlijke, die trouw is aan Zijn Woord en belofte. De Heere, de Almachtige Koning, Die hem onder Zijn bescherming neemt en hem zeker doet zijn van de overwinning te midden van de bangste worsteling. Zo maakt de belofte Gods Zijn kind in alle omstandigheden rustig. De Heere zal uw uitgang en ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid. God zal Zijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig Zijn verbond gedenken.
Zelf gaf de Heere zich die Herder-naam. Wij hebben 't ons onwaardig gemaakt door moedwillige ongehoorzaamheid, doch bij monde van de profeet Jesaja roept de Heere ons toe: De Heere zal komen en... Hij zal Zijn kudde weiden als een herder. Hij zal de lammeren in Zijn arm vergaderen en in Zijn schoot dragen, de zogenden zal Hij zachtkens leiden. God de HEERE komt onvermoeid tot ons met Zijn Woord, opdat wij ons aan Hem zullen toevertrouwen. Temidden van de grootste duisternissen vraagt Hij onze aandacht voor Zijn Openbaring in Zijn Zoon. Die Mij ziet, ziet de Vader. Ik ben de goede Herder. De Herder kent de zijnen, en die Zijn Woord horen en bewaren, d.w.z. bij wie het een plaats krijgt in het hart, en zich aan Hem toevertrouwt, vindt in Hem de Christus der Schriften rust en laat zich door Hem leiden. Hij kent ieder van Zijn schapen afzonderlijk. Hij kent hun strijd, hun moeite en verdriet, hun zorg en bekommering des harten. Tot die tot Hem komen en mogelijk angstig vragen: behoor ik wel tot Zijn kudde, eigen ik mij geen recht toe dat mij niet gegeven is, zegt Hij bemoedigend, kennende de beschroomdheid van het hart: Kom! volg Mij, want niemand komt tot Mij, tenzij de Vader hem Mij gegeven heeft. Uw u-aan-Mij-toevertrouwen is dus Mijns Vaders werk in u. Haastig laat de Geest des Heeren de apostel aan deze roeping toevoegen: dat Hij hun Herder is, die Zijn leven gaf, opdat er voor de schapen ontkoming en redding zou zijn. Door het spreken van de Heilige Geest in onze harten, d.i. het ons-laten-werpen-op-, en vervullen-van het getuigenis Gods door Zijn Woord kennen wij de Heere en beleven wij Hem als onze Herder, die onze overste Leidsman en Voleinder van ons geloof is. De Heere-Herder kent Zijn schapen alle bij name. Aan elk vermoeid hart, dat zich-Hem-toevertrouwend wordt gemaakt, geeft Hij rust, aan elke verontruste ziel de vrede die alle verstand te boven gaat. Hij is in alle omstandigheden in staat om de hongerige brood, de dove het gehoor en de blinde het gezicht te geven. Rusteloos is Hij bezig om de zijnen het nodige te verschaffen naar lichaam en ziel. Geen moeite ontziet Hij, geen kosten spaart Hij, geen offer is te groot. God de Vader heeft Zijn eniggeboren Zoon gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft, d.i. zich aan Hem toevertrouwt en van Hem vervuld is, het leven, eeuwig met de Vader hebbe.
De roep van het Woord Gods is: komt allen tot Hem die Ik gezonden heb u tot Redder. De van Hem ons gegeven 'Bijstand' overtuigt ons van zonde, d.i. van armoe en verlorenheid in onszelf, en tegelijk spreekt Hij ons van 's-Vaders wil, dat Hij ons wil maken tot mensen die belijden en beleven dat wij Zijn hulp en redding nodig hebben. De Heere leidt Zijn volk naar 't beloofde land. De weg gaat door de diepte van de Rode Zee. Voor 't verstand is dat geen weg, maar de Heere gaat voor. God baande door de woeste baren, voor Israël een pad. De wateren zetten zich op een hoop en werden het volk tot een muur, die angstig dreigde, maar die bleek te beveiligen. Hoe dat kwam? De Herder ging voor. De diepte van de ondergang werd de weg tot ontkoming voor een volk, dat zich de Heere toevertrouwt in 't geloof. De eis werd door Hem en tot Hem! De Heere wil een volk maken dat leeft naar Zijn Woord en Wet tot Zijn eer. Hij wil de Zijnen doen nederliggen in grazige weiden en maakt hun tafel vol overvloed voor 't oog van de belagers. Zijn volk leeft uit Zijn belofte en is verblijd.
De HEERE als de Herder leidt zijn volk maar niet alleen vanuit de hoge hemel. Hij is zelf in onze nood ingegaan. Hij heeft zich aan Zijn kudde verbonden in Zijn eigen dierbare Zoon. De weg die de zijnen moeten gaan is Hij gegaan. De strijd van de zijnen was Zijn strijd, ja wij mogen zelfs zeggen: de zonde van ons werd Zijn zonde. Hij heeft zich voor ons zonde laten maken. De dood van ons heeft Hij zelfs de Zijne gemaakt en onder haar vloek heeft Hij gebogen. Hij heeft aanvaard het van God verlaten zijn, opdat die in Zijn volbrachte werk deelt, nooit meer van God verlaten zal zijn. Helaas wordt de blijdschap van die zekerheid weinig door ons beleefd. Maar daarvan is de oorzaak: ons van Hem afdwalen, ons ons-niet-door-Hem-laten-vervullen, ons ongeloof.
Daarom komt de HEERE ons ook door deze Psalm 23 zeggen, dat wij ons door Zijn Woord en Geest moeten laten maken tot mensen die naar Hem luisteren. Dan zullen wij de Heere moeten vertrouwen in Zijn Woord en Hem moeten gehoorzamen. Door ons dat-te-doen-kennen, wil Hij door Zijn Geest in ons werken de bede: Ai, zoek uw knecht, die in het rond dwaalt als een schaap, dat onbedacht zijn herder heeft verloren. Een schaap zijn van de goede Herder is uiteindelijk een zaak van 's Heeren opzoekende genade in ons leven. Prijs en dank de Heere in aanbidding dat Hij die Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft bezig is ons te trekken door Zijn Woord en Geest. Weersta de trekking van de Heilige Geest niet. Wanneer wij ons Hem mogen toevertrouwen, d.i. dat ons leven van Hem en Zijn Geest vervuld wordt, dan zijn wij veilig en geborgen al leidt Hij ons ook in het dal van de schaduw des doods. Geen kwaad zal onze tent naderen, omdat elk gevaar door Hem reeds is bezworen.
Blijdschap en zekerheid des geloofs. Ps. 23 begint met: 'De HEERE is mijn Herder. D.w.z. dat Hij in ons werken wil erkenning van eigen onmacht en onwaarde en Hem te volgen naar Zijn Woord en belofte. 't Wordt: d' ogen houdt mijn stil gemoed, opwaarts om op God te letten.
Psalm 23 eindigt met: Immers zullen het goede en de weldadigheid des Heeren mij volgen, al de dagen mijns levens. Geloofszekerheid en vertrouwen: Hij die trouw is zal mijn voet, voeren uit der boze netten.
Als ik maar een schaap van Zijn kudde ben!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's