Uit de pers
Te optimistisch?
In het blad 'Opbouw' geeft ds. H. Amelink een bespreking van het ontwerpprogramma van actie 1971—1975 van de Anti-revolutionaire partij. Ons blad is geen politiek tijdschrift, maar het verdient m.i. toch aanbeveling aandacht te schenken aan de beschouwingen van ds. Amelink omdat zij ingaan op enkele verschijnselen die ook elders in het kerkelijk en maatschappelijk leven zich voordoen. Overigens bedenke men dat het gaat om een ontwerp-program, dat ook in de eigen kring van A.R.P. in discussie is.
Bij alle waardering voor het vele goede dat in dit ontwerp-program staat heeft ds. Amelink als critiek dat het te optimistisch over wereld en mensenleven denkt. Op allerlei terrein van de samenleving vinden ingrijpende veranderingen plaats. Wat houdt dat in wanneer men deze veranderingen wil toetsen vanuit het Evangelie van Jezus Christus, aan wie alle macht gegeven is in hemel en op aarde? Blijft dit ontwerp-programma aan zijn uitgangspunt trouw? Ds. Amelink schrijft in dit verband onder meer:
Door heel het stuk heen is een zeker 'optimisme' te bespeuren alsof op deze wereld langs lijnen van geleidelijkheid er een veel betere maatschappij zou kunnen komen.
Om het anders te zeggen: men rekent niet met de doorwerking van de zonden.
Zeker: we hebben juist als christenen vanuit het Evangelie levend te strijden tegen alle onrecht, waar dat maar mogelijk is. Maar daarbij hebben we inderdaad te bedenken wat in dit program staat 'De A.R.P. is zich bewust, dat mensen niet ten volle kunnen voldoen aan de radicale eis van het Evangelie'.
'Niet ten volle' is een te verzwakkend spreken over de zonde.
Want ook christenen zijn mensen, geneigd tot alle kwaad. Ook christenen zijn mensen van wie het denken in de politiek maar beperkt is en met zonde bevlekt. Een ideale maatschappij komt in deze bedling er niet. Wat dat betreft hebben we altijd te leven ook in de politiek vanuit de wetenschap dat we vreemdelingen en bijwoners zijn. Dat relativeert al ons idealisme. Dan vervalt men ook niet in utopisme. Dan leven we in de verwachting van het koninkrijk dat komt.
'Optimistisch' is het stuk b.v. over het buitenlands beleid en de internationale rechtsorde. Men verwacht nogal wat van de V.N. Men ziet de tekortkomingen, maar men zegt niet dat die tekortkomingen aan de huidige maatschappij inhaerent zijn en zullen blijven. De V.N. zijn gegrondvest op wat Groen van Prinsterer zou noemen revolutionaire beginselen. 'De rechten van de mens' hebben immers geen enkele zin, als men niet eerst erkent dat er een recht van God is op de mens; en dat de mens pas vanuit het Evangelie kan spreken, met een grote aarzeling, vanwege onze zonden, over de rechten van de mens. De ondeugdelijkheid van de V.N. is wel heel duidelijk gebleken in de laatste oorlog tussen de Arabische Staten en Israël. Men kan rustig constateren dat die oorlog uitbrak door het dwaze optreden van Oe Thant. Het opnemen van communistisch China in de V.N., zoals dat bepleit wordt in dit ontwerp zou toch ook pas dienen te geschieden als dat land ook verklaart de 'rechten van de mens' en de rechten van andere volkeren te erkennen. De Verenigde Naties zijn momenteel een huichelachtige organisatie.
'Optimistisch' is het program ook over de ontspanning tussen Oost en West. Daarbij wil men uitgaan van 'de erkenning van de huidige status quo' (blz. 6). Na de gebeurtenissen in Tsjecho-Slowakije is toch ook wel duidelijk dat er van een ontspanning momenteel geen sprake is. Daarbij komt de vraag op of juist vanuit het Evangelie een christen en dus een christelijke partij niet ipso facto zich niet moet neerleggen bij een status quo. Het program is van mening dat op Griekenland en Portugal druk moet worden uitgeoefend om daar de rechtsstaat weer te doen functioneren.
Daarmee kan men akkoord gaan. Spanje wordt ook genoemd. Toegegeven kan worden dat het Westen meer mogelijkheden heeft op deze landen druk uit te oefenen dan op de landen van het Oostblok. Maar waarom zou juist in het kader van de V.N. niet steeds weer gewezen moeten worden en ook druk uitgeoefend om de onderdanen in het Oostblok en in China weer vrijheid te geven?
Waarom Spanje niet in de Nato en waarom China wel in de V.N.?
Vanuit het Evangelie is dit toch maar een willekeurig handelen.
Het blijkt voor velen moeilijk te zijn zich te onttrekken aan de evolutionistische tendens die er in de theologie heerst. Meer en meer moeten we ons — en bij onszelf, en bij anderen — afvragen: Komen de noties van het oordeel en het gericht, de diepe verdorvenheid door onze afval van God, voldoende door in ons denken over mens en maatschappij? Wreekt zich hier niet een eenzijdige visie op de komst van Gods Koninkrijk? Deze notie is in het bijbels getuigenis fundamenteel, maar men zal er goed aan doen, dan ook alle verbanden waarin over de komst van Gods Rijk gesproken wordt te laten meespreken. Bezinning over de relatie tussen 't Rijk Gods en de wereld is dringend nodig en geboden. Opdat we niet geleidelijk aan geïnfecteerd worden door een humaniserende visie op de maatschappij.
Geestelijke volksgezondheid
U weet: Allerlei ethische vragen met betrekking tot homofilie, abortus, de sexuele moraal, gezinsleven etc. zijn vandaag in het geding. Dat dit diep ingrijpende vragen zijn, zal niemand ontkennen. Dat wij hier geen pasklare antwoorden hebben, blijkt ook telkens weer. Maar de grote vraag is steeds weer: Denken we vanuit de (verworden) situatie naar de Bijbel toe of vanuit de norm van Gods wet naar de situatie van nu? Ds. Amelink is ook hierin niet gelukkig met het ontwerpprogram. Hij schrijft:
De naarste dingen in het ontwerp vind ik drie zaken. De eerste is dat erin staat dat de A.R.P. bepleit het 'opheffen van discriminatie met betrekking tot de homofiele medemens'.
Ik weet van geen discriminatie.
Wie bij dit vraagstuk de H. Schrift vergeet, slaakt zo maar een kreet. En het is een christelijke partij niet geoorloofd te pleiten voor dat, wat de H. Schrift zonder meer en overduidelijk zonde noemt. Het tweede is wat staat onder het hoofd 'Geestelijke volksgezondheid'.
'Het scheppen van voldoende mogelijkheden om op verantwoorde wijze te kunnen komen tot het verrichten van abortus provocatus op medisch-sociale indicatie. De inbreng van de vrouw — de eerst betrokkene — dient bij het vaststellen van de noodzaak van deze ingreep gewaarborgd te worden'.
Als er alleen stond op 'medische indicatie' zou ik er vrede mee kunnen hebben.
Maar wat is in dit geval in vredesnaam sociale indicatie?
Is het ontwerp program hier niet bezweken voor de geest der eeuw?
Geestelijke volksgezondheid is toch altijd nog een gezondheid, die beheerst en bewogen wordt door de H. Geest. Een andere betekenis kan ik in een ontwerp van een Evangelische partij aan het woord 'Geestelijk' niet geven.
Nu, dan was een waarschuwing op zijn plaats om niet al te gemakkelijk over abortus provocatus te spreken in deze door de sex overheerste tijd.
Hetzelfde geldt voor mijn derde bezwaar.
'De strafbepalingen met betrekking tot het verspreiden van pornografische lectuur dienen opnieuw te worden bezien, gezien de omstandigheid, dat verbodsbepalingen in deze een stimulerende werking plegen te hebben'.
Ik zou haast zeggen: dank je de koekoek.
Natuurlijk is het waar dat de verbondsbepalingen een stimulerende werking plegen te hebben. Dat wist Paulus al. De zonde neemt oorzaak in het gebod.
We zijn zo slecht dat juist het feit dat God iets verbiedt ons prikkelt tot het doen van wat de Here verbiedt.
Maar dat ligt niet aan de wet.
Die is heilig en goed.
Dat ligt aan de mens. Dat ligt aan ons. Aan onze verdorvenheid van nature.
Ook in deze is het ontwerp-program te 'optimistisch'.
De vraag van Luther
Ter afsluiting ditmaal een stukje uit een artikel van prof. dr. B.J. Oosterhoff in 'De Wekker' van 30 oktober. De Apeldoornse hoogleraar wijst erop hoe velen de worsteling van Luther om een genadig God een achterhaalde en verouderde vraagstelling vinden. Hij noemt o.m. de stellingen van de 'God-is-dood'-theologie, de opvattingen van bisschop Robinson e.a. Oosterhoff wijst erop hoe voor velen de vraag naar een betere wereld, een leefbare maatschappij primair geworden is. Volgens prof. Fiolet zou de oude tegenstelling tussen Rome en de Reformatie moeten verdwijnen, omdat aan weerskanten een vergissing gemaakt werd en men aan beide zijden bevangen zat in het griekse denken, met zijn dualisme tussen God en mens. God en mens zouden in deze oude opvatting als concurrenten gezien worden, terwijl zij in wezen verbondspartners zijn, aldus Fiolet.
Is de vraag van Luther nog actueel? Hier staat of valt de reformatorische prediking mee en het belijden der kerk. Prof. Oosterhoff schrijft in zijn artikel:
De Reformatie heeft een diep bijbelse boodschap tot uitdrukking gebracht.
In de Schrift wordt de mens getekend als zondaar, d.w.z. als vijand tegenover God. Nergens wordt dat dieper en aangrijpender gedaan dan op de eerste bladzijden van de bijbel. Wil men dat een concurrentie-positie noemen? Goed. We zullen over een uitdrukking niet vallen. Maar het is een bijbelse werkelijkheid, dat de mens er altijd op uit is om als God te zijn. Dat is de zonde van de mens, dat hij zichzelf God maakt en God wordt van de troon gestoten en zelfs dood verklaard.
De bijbel leert ons ook, dat God daarover met zijn oordeel komt en dat er alleen verlossing is door Jezus Christus. Hij verlost van de toorn van God (1 Thess. 1:10). Buiten Christus blijft die toorn van God op de mens (Joh. 3:36). God heeft Hem tot zonde gemaakt en Hij heeft het oordeel gedragen, opdat allen, die in Hem geloven rechtvaardigheid Gods door Hem zouden zijn (2 Kor. 5:21), d.w.z. door Christus weer tot God in de rechte verhouding zouden worden geplaatst.
Dat heeft met Griekse filosofie niets te maken. Zij kende helemaal geen verhouding van God tot de mens en nog veel minder een verhouding van een zondaar tegenover een rechtvaardig God. Dat is door en door bijbels en die gedachte is ook alleen maar in de bijbel te vinden.
Maar men wil in onze tijd van het zondaar voor God zijn niet meer weten. En daarom blijft er ook voor genade geen plaats over en verlossing wordt tot zelfverlossing, verlossing van de wereld alleen.
Ook in heel de gedachte van het partnerschap tussen God en mens wordt de zonde geëlimineerd of gebagatelliseerd. Alleen door Christus is er gemeenschap met God en alleen door het geloof in hem kan een mens delen in de weldaden van het verbond.
Men kan schepping en verlossing niet in elkaar laten opgaan. De mens is als schepsel niet zonder meer een verloste, een kind van God in de diepe geestelijke zin van het woord, zoals de Schrift dat kent.
De vraag van Luther is ook vandaag nog aktueel. Want we moeten als zondaren behouden worden alleen door de verdienste van Christus...
Maar misschien is wel eens teveel vergeten, dat de vraag naar een genadig God mag gesteld worden onder de koepel van het rijke evangelie en Gods eigen aanbod van genade. Hij komt tot ons met zijn rijke beloften. Hij wil een genadig Vader zijn. Dat is ook de rijke betekenis van het verbond en van de doop als teken en zegel daarvan. Dat is wel eens teveel vergeten. Dat wordt ook in de reformatorische prediking niet altijd duidelijk en helder gesteld. Het is geen probleem of God genadig wil zijn of Hij onze Vader wezen wil. Hij heeft het al beloofd. Eer wij roepen, heeft Hij geantwoord.
Het is jammer, dat zo weinig geleefd wordt uit de rijkdommen van de Reformatie. Nog veel te weinig wordt de kracht van het evangelie verstaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's