Eert uw vader en uw moeder
Toespraak, ter gelegenheid van de opening van het Hervormd Bejaardencentrum 'Graafzicht' te Bleskensgraaf op 6 oktober 1970 gehouden door mr. W. Aantjes (geboren te Bleskensgraaf) voorzitter van de Vaste Commissie voor Volkshuisvesting uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Er gaat vrijwel geen dag voorbij zonder een krantenbericht, dat op de positie van de bejaarden betrekking heeft. Er gaat bijna geen week voorbij of er worden in het parlement vragen gesteld, die hiermee verband houden. Er gaat praktisch geen maand voorbij zonder dat de televisie er de aandacht voor vraagt.
Al deze verschijnselen hangen samen met de ingrijpend gewijzigde plaats die de bejaarden in de samenleving innemen. 10 pct. van onze bevolking is ouder dan 65 jaar. Anders gezegd:20 pct. van de kiesgerechtigden is 65+. Dat is evenveel als de kiezers van alle protestants-christelijke partijen, ARP, CHU, SGP en GPV bij elkaar.
Geen wonder dat de bejaarden als groep in onze samenleving meer aandacht vragen. Niemand kan 1/5 deel van onze volwassen maatschappij negeren. Merkwaardigerwijs gaat dit samen met een eveneens toenemende aandacht van en voor de jeugd. De jeugd meldt zich eerder aan.
De ouderdom meldt zich later af. Dat verandert de hele samenleving en voor de gevolgen daarvan kunnen en mogen wij niet de ogen sluiten.
Voor wat de bejaarden betreft, ligt de reden daarvan zowel in de grotere welvaart, die de kloof met bevolkingsgroepen die daarin relatief minder delen beter aan het licht brengt, als in de vooruitgang der medische wetenschap, waardoor mensen veel ouder worden dan voorheen, tal van ziekten met meer succes kunnen worden bestreden en lichamelijke gebreken draaglijker kunnen worden gemaakt.
Is de positie van tal van bejaarden misschien ook moeilijker geworden doordat het verantwoordelijkheidsbesef bij hun kinderen is afgenomen? Ik vrees van wel. De samenleving wordt nu veelal geconfronteerd met noden, die vroeger als van zelfsprekend in de familiekring werden voorkomen of opgevangen.
Maar men moet daarbij ook in rekening brengen de veranderingen in onze samenleving. Het gezin was vroeger tegelijkertijd een gesloten werk- en leefgemeenschap, waarmee het gehele bestaan van de wieg tot het graf was verbonden. Ook de woonomstandigheden waren daarop afgestemd. In vrijwel alle gezinnen betekent het volwassen worden thans tevens een door opleiding en werkkring uittreden uit de dagelijkse familiegemeenschap. Dat kan tientallen jaren later niet geforceerd weer in elkaar worden gepast zonder spanningen en brokken voor de oudste, de middelste en vooral ook de jongste generatie, voor wie dit juist een inbreuk zou betekenen op het vertrouwde milieu, waarin zij zich geborgen gevoelden.
Geen geïsoleerde groep
De bejaarden zullen op een andere wijze hun plaats in de samenleving moeten vinden. Dat moet zo gebeuren, dat zij geen aparte geïsoleerde groep worden. Overal komen misstanden voor bij de huisvesting. Als het bejaarden betreft, is het onjuist dat meteen als een aspect van 'het bejaardenprobleem' te zien. Dat werkt isolering, frustratie en zelfs discriminatie in de hand. Op dezelfde manier ontstaan rassenproblemen.
Wat wij het probleem van de één noemen, is echter meestal juist het probleem van de ander, zoals ook het negerprobleem in wezen een blankenprobleem is en het armoedevraagstuk een vraagstuk der rijken is. Zo zal ook het bejaardenvraagstuk altijd minder een echt bejaardenprobleem zijn dan een samenlevingsprobleem .
Hoe de mens is, wordt immers mede bepaald door zijn omgeving. Hoe hij is, ligt niet bij zijn geboorte voorgoed vast. Dat is bijgeloof, dat dateert uit de tijd dat men meende dat door de stand der sterren bij iemands geboorte zijn karakter en hele levensloop werden bepaald.
De mens is echter voor een groot deel een produkt van zijn omgeving. Deze ontdekking van de wetenschap geeft, een geheel nieuw perspectief aan de bijbelse opdracht onze naaste lief te hebben als onszelf.
De grote vraag bij de opening van dit centrum is dan ook niet, hoe de bejaarden zich aan Bleskensgraaf zullen aanpassen, maar hoe Bleskensgraaf zich aan zijn bejaarden zal aanpassen. Zullen zij geheel op elkaar zijn aangewezen, of zal Bleskensgraaf hun een stukje geborgenheid weten te bieden, ook wat het zich geestelijk thuisvoelen betreft, en hen zo weten te bewaren voor de vereenzaming, die voor de bejaarden een nog grotere bedreiging is dan de lichamelijke afbraak.
Het leven eindigt niet bij 65. Het is ook niet zo dat dan de periode begint, waarin de mens zich in het bijzonder op de dood moet voorbereiden. Daarvoor moet hij iedere dag klaar zijn. Het leven ligt tussen geboorte en dood. Dat gehele leven moet een eenheid vormen en de AOW-leeftijd mag niet een acuut breukpunt vormen. De mens moet 'zolang het dag is' volwaardig mens in de samenleving kunnen zijn. Samenleving, dat is in de meest letterlijke zin van het woord: samen-leven. Dat houdt een opdracht voor allen in.
Bejaardenbeleid
Ook het bejaardenbeleid van de overheid moet er primair op gericht zijn, dat de bejaarden een volwaardig deel uit blijven maken van de samenleving, en pas in de tweede plaats op het zoveel mogelijk opheffen van de nadelen, voorzover zulk een integratie niet mogelijk is.
Deze gedachte zal ook aan het bejaardenhuisvestingsbeleid ten grondslag moeten liggen. Gelukkig speelt de normale gezinswoning, waarin meer dan 80 pct. van de bejaarden is gehuisvest, daarbij nog de hoofdrol.
Voor degenen, voor wie dit geen geschikte huisvestingsmogelijkheid is, is een tijd lang alleen het oudeliedenhuis het enige alternatief geweest. Dat doet echter geen recht aan de grote verscheidenheid die er onder de bejaarden, net als elders in de maatschappij, is. Net als in de actieve maatschappij zal er differentiatie in de woonvormen moeten zijn. Gevarieerde tussenvormen zijn nodig tussen de normale gezinswoning en het volledige verzorgingshuis. Die tussenvormen zijn vaak afhankelijk van de mate, waarin diensten hulpverlening mogelijk is. Naast de normale gezinswoning is er daarom plaats voor de zelfstandige bejaardenwoning, met of zonder dienstencentrum, voor de huurserviceflat (een m.i. nog tezeer onderschatte vorm in de bejaardenhuisvesting, ook en juist in het vlakke polderland), voor het bejaardencentrum dat een combinatie is van de zelfstandige woning en het verzorgingshuis, en tenslotte het verzorgingshuis, bij voorkeur gecompleteerd met een verpleeghuis. Ideaal zou zijn, indien de totale bejaardenhuisvesting zodanig geregeld zou zijn, dat een doorschuiving van de ene categorie naar de andere mogelijk zou zijn zonder dat dit telkens opnieuw een breuk met de bestaande leefgemeenschap zou behoeven te betekenen. Zulk een bejaardenhuisvestingsbeleid zal ook een moderne inhoud kunnen geven aan het oude begrip burenhulp.
Ik zou dus voor de bejaarden wel willen pleiten voor een aangepaste en liefst beweeglijke bewoning, maar nimmer zo dat het tot isolement leidt. Wat dat betreft, is voor 'Graafzicht' een voortreffelijke plaats gekozen, centraal ten opzichte van de deelnemende gemeenten en ook in het centrum van het dorp van vestiging zelf.
Roeping van de kerk
Blijft tenslotte de vraag, wie de eerstgeroepenen zijn om in deze behoeften te voorzien. De gemeenschap is zich van haar verantwoordelijkheid laat bewust geworden. Dat hangt samen met het feit, dat men wel een bijzondere taak voor de overheid erkende ten aanzien van de sociaal zwakken, maar dat men dit begrip te lang gehanteerd heeft als de financieel minder draagkrachtigen. Het begrip sociaal zwak is echter veel ruimer. Wij behoren aandacht te hebben voor alle kwetsbare groepen in de samenleving, ongeacht of die kwetsbaarheid wordt veroorzaakt door financiële dan wel door andere omstandigheden.
De overheid is zich dat aan het bewust worden. De woningbouwverenigingen, die vanouds een bijzondere taak hebben ten aanzien van de huisvesting van de sociaal zwakkeren, helaas veel minder. Nog altijd ligt de volle nadruk op de woningwetwoning en is b.v. de huurserviceflat voor bejaarden een door hen verwaarloosd terrein.
Maar niet alleen de overheid, niet alleen de woningbouwvereniging, ook de Kerk heeft hier een roeping. Het gebod 'Eert uw vader en uw moeder' moge dan al vooral op de eigen directe familierelatie van toepassing zijn, als geen andere instantie zal de Kerk tot uitdrukking kunnen brengen dat wij allen van één geslacht zijn en als kinderen van één Vader ook samen verantwoordelijkheid dragen voor al onze bejaarden. Die eerbied van het vijfde gebod is een andere dan die van de smartlap van Gert Timmerman 'Ik heb eerbied voor jouw grijze haren', waardoor vandaag zovelen ontroerd worden. Moge 'Graafzicht' een dagelijks levend symbool van die bijbels verschuldigde eerbied zijn.
Dagen tellen
In de kerk van Bleskensgraaf werden in mijn jeugd — en het is nog zo — geen gezangen gezongen. Maar eenmaal per jaar speelde Jan Baan na de dienst een gezang, dat iedereen herkende en ook aanvaardde. Misschien is ook dat nog wel zo. Dat was op oudejaarsavond: 'Uren, dagen, maanden, jaren'.
Het is inderdaad een beeld van het leven. Het is eerst een kwestie van uren. De moeder telt de uren al vóór de geboorte. Daarna telt men de mens bij dagen: 'Hij is zes dagen oud'. Daarna bij maanden: 'Vandaag is hij drie maanden oud! Tenslotte bij jaren: 'Vandaag is hij 10, of 20 of 50, of 65 geworden'. Eenmaal echter gaat het omgekeerd: 'Hij heeft nog maar enkele maanden te leven'. Dan: 'Het kan nog een paar dagen duren'. Tenslotte: 'Het is een kwestie van uren'.
Als dat alles is wat er van het leven te zeggen valt, is het een armoedige en zinloze zaak. Waar het om gaat, is, wat het uitwerkt. Wat doen we met die uren, dagen, maanden, jaren? De Schrift zegt: 'Leer mij alzo mijn dagen tellen, dat ik een wijs hart bekome'. Tellen, dat is iets anders dan rekenen. Wij rekenen altijd in het leven. Maar we moeten leren tellen. Onze dagen tellen. Daar word je wijs van. Want optellen betekent hier tegelijkertijd aftellen.
De wijsheid, die je daarvan leert, is dat onze dagen voorbij gaan. De zekerheid is alleen daar, waar deze begrippen zijn weggevallen, waar tot ons gezegd wordt: 'Uw tijden zijn in Mijn hand'. Dan tellen geen uren, dagen, maanden, jaren meer. Eén dag is daar immers inderdaad als duizend jaar en duizend jaar als één dag. Onze dagen zijn hier. Maar dat gaat voorbij. Onze tijden zijn elders. Dat blijft.
Kent het Evangelie dan geen tijdsbepaling? Jawel, dat is het heden. De komst van Christus op aarde wordt begeleid met de boodschap: 'Zie, ik verkondig u grote blijdschap, dat u heden geboren is de Zaligmaker'. Op Golgotha klinkt het opnieuw: 'Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn'.
De boodschap van het Evangelie is een boodschap voor vandaag. En de belofte van het Evangelie is een belofte voor vandaag.
En alleen wie dit heden kent, heeft toekomst.
Hij heeft de toekomst.
Ook al is hij bejaard en al heeft hij zijn intrek genomen in 'Graafzicht'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's