De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heilige Geest en de toerusting van de gemeente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heilige Geest en de toerusting van de gemeente

10 minuten leestijd

III

De apostelen

Als eersten staan in de rij van gaven en diensten de apostelen. Christus Zelf heeft hen gegeven aan Zijn gemeente.

Het woord apostel is afgeleid van het griekse apostolos — het werkwoord is apostello — en betekent: gezondene, afgezant. In Griekenland echter verstond men onder een apostel totaal iets anders dan wij vanuit de N.T. gegevens. De bevelhebber van een expeditie, die door de staat werd uitgezonden, of de expeditie zelf werd een apostolos genoemd.

Joodse achtergrond

Om de functie van de apostel te leren kennen zijn wij op het Jodendom aangewezen. Het Jodendom kent nl. de sjaliach-figuur (sjaliach afgeleid van een werkwoord, dat zenden betekent). De sjaliach was de gevolmachtigde vertegenwoordiger van iemand. Hij trad namens zijn zender op om in zijn naam allerlei zaken te regelen, beslissingen te nemen, te spreken. Wat hij sprak en deed gold naar het gangbare recht, alsof zijn zender zelf de besprekingen gevoerd had en de acte voltrokken had.

De sjaliach van een mens is als de mens zelf, zo luidde het in de Talmoed. (Ber. 5,5). De sjaliach had zijn opdracht dus punctueel uit te voeren en diende verslag te geven van zijn doen en laten aan zijn heer. Hij kon zijn opdracht pas goed volbrengen, wanneer hij de zaak van zijn zender behartigde alsof het zijn eigen zaak betrof, met heel zijn hart er achter stond en zich als het ware vereenzelvigde met zijn meester.

De afgezant ontving de eer die zijn meester toekwam, maar liep ook de kans gesmaad te worden en geslagen. Wie het laatste deed kon echter rekenen op de wraak van zijn zender (zie voor het eren van de gezanten b.v. 1 Sam. 25:40 v.v. en voor het smaden 2 Sam. 10:1 v.v.). Het Sanhedrin zond de sjaliach uit om het contact met de Joden in de verstrooiing te onderhouden. De rabbijn die namens het Jeruzalemse sanhedrin in de synagogen in de vreemde kwam, trad op met het gezag van het sanhedrin. Hij mocht b.v. onderwerping aan de besluiten die te Jeruzalem genomen waren eisen, hij mocht de diaspora gemeenten visiteren of onderricht geven. Saulus gaat ook als sjaliach naar Damascus om daar de joodse christenen te arresteren!

De Joden gebruikten deze naam echter nooit voor een zendeling. Wie de Joodse godsdienst propageerde, deed dat particulier en zonder opdracht en hoefde ook geen verantwoording af te leggen.

Behalve mannen als Mozes en Elia hebben de rabbijnen ook de priesters sjaliach genoemd, omdat zij gevolmachtigd waren tot offeren.

Het kenmerk van de sjaliach is dus, dat hij met volmacht namens iemand spreekt en handelt.

Het Nieuwe Testament

In het N.T. vinden wij deze notie duidelijk terug. Christus Zelf is de Apostel bij uitstek te noemen, Hebr. 3:1. Hij noemt Zichzelf de Gezondene Zijns Vaders. Alle kenmerken van de sjaliach zijn op Christus van toepassing. Hij heeft van Zijn Vader volmacht ontvangen om namens Hem te handelen. Hij heeft de autoriteit van Zijn Zender én is éen met Hem. (Zie o.a. Joh. 6 en 7.)

Juist het gezonden zijn van de Vader geeft in de ontmoeting met Christus de hoogspanning: wie Hem hoort, hoort God, wie Hem ziet, ziet de Vader, maar ook: wie Hem verwerpt, verwerpt God!

Zijn optreden is voor de hele wereld beslissend. Hij komt om het Goddelijk heilsplan te volvoeren en alleen in Hem is er verzoening met God!

Daarnaast blijkt het woord apostel in het bijzonder de naam te zijn voor de twaalf door Jezus Zelf geroepen discipelen, later ook voor Paulus. Hij riep tot Zich die Hij wilde. Marc. 3:13.

De apostelen worden namens Christus gezonden tot Joden en heidenen als Zijn gevolmachtigden: voorwaar, voorwaar zeg Ik u: zo Ik iemand zend, wie die ontvangt, die ontvangt Mij en wie Mij ontvangt, die ontvangt Hem Die Mij gezonden heeft (Joh. 13:20).

Met uitzondering van Judas, voor wie Matthias in de plaats kwam en met insluiting van Paulus zijn zij de apostelen van Jezus Christus die een unieke plaats in de kerkgeschiedenis innemen en van bijzondere betekenis geworden zijn voor de kerk.

De apostelen worden door Christus betrokken bij Zijn werk (a), ontvangen deel aan Zijn volmacht (b) en mogen het Rijk uitbreiding geven onder Joden en heidenen (c).

a. En Hij stelde er twaalf, opdat zij met Hem zouden zijn en opdat Hij hen zou uitzenden om te prediken en om macht te hebben de ziekte te genezen en de duivelen uit te werpen. Marc. 3:14 en 15.

b. Gelijkerwijs Gij Mij in de wereld hebt gezonden, heb Ik hen ook in de wereld gezonden (Joh. 17:8).

c. Voor Zijn opstanding geldt het bevel: gij zult niet heengaan op de weg der heidenen en gij zult niet ingaan in enige stad der Samaritanen, maar gaat veel meer heen tot de verloren schapen van het huis Israels (Matth. 10:5, 6).

Na zijn opstanding geldt: gaat dan heen, onderwijst alle volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb.

Taak van de apostelen

In de prediking, in het uitwerpen van de boze geesten, in de genezingen — het werk dat Christus Zelf volbracht! — mogen de apostelen hun Meester vertegenwoordigen. Met name is hun taak om getuigen te zijn van Jezus Christus en Zijn volbrachte werk. De twaalf worden dan ook getuigen van Christus' opstanding genoemd (Hand. 1:22 e.a.) De apostelen zijn de oog- en oorgetuigen van de grote werken Gods in Christus geopenbaard en hebben deze daden aan degenen die niet gezien en gehoord hebben te verkondigen. Zij kunnen voor hun getuigenis instaan! Christus heeft hen daartoe Zelf toegerust tijdens Zijn rondwandeling met hen, alsook door Zijn verschijningen na Zijn opstanding. Vooral echter heeft Christus hen toegezegd en gegeven de Heilige Geest. Die zal hen in al de waarheid leiden (Joh. 14— 17), hen troosten en bijstaan. Hij zal hun indachtig maken en alles leren wat Christus gezegd en gedaan heeft. Door het getuigenis en de leiding van de Heilige Geest zullen zij kunnen getuigen en zal hun woord gezag en effect hebben.

De Hebreënbrief vergelijkt de betekenis van de apostelen met de dienst van de engelen (Hebr. 2:2—4). Door het apostolische getuigenis wordt de wereld bekend gemaakt met Gods heil in Christus en wordt de verwerping van Hem en het Evangelie veroordeeld. De apostelen stellen ieder voor de laatste beslissing.

Telkens blijkt, dat hun Meester achter hen staat en met hen is. Zij krijgen om Zijnentwil slaag en worden vervolgd, maar hun Zender neemt het voor hen op. Hij bevrijdt hen en de dood beschadigt hen niet. Hij leidt hen door Zijn Geest in alle besluitvorming en vervult Zijn beloften, zodat zij goede moed hebben en houden. Op hun getuigenis wordt de gemeente gebouwd en de poorten der hel overweldigen haar niet. Tot hun dienst worden de apostelen toegerust met de sleutelmacht en hun veroordelend en vrijsprekend woord is van belang voor het al dan niet ingaan in het Koninkrijk der hemelen.

Onder de apostelen hebben met name Petrus en Paulus een zeer belangrijk aandeel gehad in de dienst aan het Koninkrijk. Petrus wordt door Christus Zelf als eerste aangeduid; (Matth. 10:2) en het woord in Matth. 16:13 vv. is van groot belang voor zijn apostelschap. Zijn betekenis is echter niet exclusief, samen met de anderen is hij apostel van Jezus Christus. Naast hem treedt vooral Paulus op de voorgrond. Hij wordt door Christus Zelf daartoe geroepen en mag zich op de verschijning van de Opgestane beroepen ter legitimatie van zijn apostelzijn. Paulus is vooral de apostel der heidenen, die het missionaire en wereldwijde aspect van het apostolaat mag vertegenwoordigen en gestalte geven.

De apostelen zijn dus voluit vertegenwoordigers van hun Meester (de sjaliachfiguur dus). Tevens zijn zij door dit alles vertegenwoordigers van de gemeente van het Nieuwe Verbond. Dat blijkt uit hun aantal: twaalf. Een getal stammen van Israël. Het twaalftal apostelen duidt het nieuwe Israël aan, de Gemeente des Heeren. Prof. Ridderbos zegt: 'De apostelen zijn, heilshistorisch uitgedrukt, de nieuwe stamhoofden, die in de messiaanse heilstijd aan het hoofd van het nieuwe Israël staan. Zij hebben dit nieuwe volk Gods te vergaderen, maar zij zijn er zelf ook de kern en de aanvang van. Zij vertegenwoordigen het in hun twaalftal als het door God uit de wereld geroepen en verkoren volk des eigendoms. Nader bezien zijn zij dat, omdat zij door hun getuigenis het fundament vormen, waarop Christus Zijn gemeente bouwt; óók hebben zij de opdracht de gemeente mede op dat fundament te bouwen.'

Eén en ander blijkt uit hun dienst voor en aan de gemeenten. Zij geven leiding aan de gemeente en oefenen hun volmachten in hun midden uit. Zij weiden en versterken de kudde, door de prediking van het Evangelie, door gebed en de dienst der tafelen. (Hand. 4—6 o.a.)

Verder oefenen zij tucht en waken voor de heiligheid van Gods huis (Hand. 5), houden toezicht op de verbreiding van het Evangelie en nemen beslissingen met het oog op de voortgang van het Evangelie onder de heidenen (Hand. 8:11 en 15).

Kortom de apostelen dienen de gemeente van Christus en zoeken wat tot haar welzijn en opbouw dient. Daarvoor stellen zij ook ambtsdragers aan, die namens en in de gemeente werken om haar te bouwen in het allerheiligst geloof, dat haar van Christuswege door de apostelen is overgeleverd en haar daarbij te bewaren tot de dag van Christus.

De betekenis en het werk van de apostelen is dus in het geheel van de heilshistorie uniek en onherhaalbaar. Christus heeft middels hen en door hun getuigenis het fundament gelegd en Zijn Gemeente daarop willen bouwen. Gemeente en ambtsdragers hebben toe te zien, dat zij dan ook gebouwd zijn en bouwen op het fundament, dat gelegd is!

Taak van de kerk

De kerk heeft het haar via de apostelen toevertrouwde pand te bewaren. Zij moet zich aan het Woord van Christus en van Zijn apostelen houden, terwille van haar leven en geloof. Zij heeft het Woord Gods door haar dienaren (ambtsdragers) en door haar leden (niet ambtsdragers — het vergeten ambt! —) in haar midden en in de wereld te laten klinken. De sleutelmacht is ook nu via de ambten gegeven. Voor de uitoefening daarvan geldt evenzeer vandaag het indringende ver­maan: te weren al wat het apostolisch belijden weerspreekt!

Alleen in dankbare gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift en in overeenstemming met de belijdenis der apostelen zal 'de volmaking der heiligen tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus' (Ef. 4:12) gestalte krijgen. De gemeente zal in deze weg een 'pilaar en vastigheid (fundament) der Waarheid worden' en voor de wereld, de 'buitenwacht' door woord en daad haar licht laten schijnen, zodat de Vader in de hemel verheerlijkt wordt.

De vraag klemt: zijn wij in eigen kring vrienden van de Waarheid in navolging van de apostelen, ook en juist wanneer wij die waarheid verbreiden en verdedigen in de hervormde kerk en in de wereld? 'Kom Schepper Geest en doorwaai onze hof, dat zijn specerijen uitvloeien. O, dat mijn Liefste tot Zijn hof kwame en at Zijn edele vruchten!' (Hooglied 4:16).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De Heilige Geest en de toerusting van de gemeente

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's