Boekbespreking
H. Zahrnt, Wachtend op God, 435 blz. ƒ26, —, Ambo, Utrecht, 1967.
Hoewel het al enige tijd geleden is, dat dit boek is verschenen, is het toch alleszins nog de moeite waard om het hier aan te kondigen. Het is een door A.M.J. Kreykamp verzorgde hollandse vertaling van het oorspronkelijk in het duits verschenen boek 'Die Sache mit Gott', dat een grote lezerskring heeft verworven. Het boek geeft een beschrijving van de Duitse protestantse theologie in de twintigste eeuw, hetgeen op zichzelf al een actueel en boeiend onderwerp is. Maar het boeit te meer, wanneer deze geschiedenis geschreven wordt door iemand, die niet alleen een bekwaam theoloog is, maar tegelijkertijd van beroep journalist is. Deze twee kwaliteiten met elkaar gecombineerd garanderen een even diepgaande als aantrekkelijke weergave van een fascinerend stuk theologische geschiedenis. Het treffende daarbij is, dat de meest ingewikkelde gedachtengangen in dit boek met zulk een eenvoud en klaarheid en toch met diepte zijn beschreven, dat dit boek waarlijk niet alleen door een professionele theoloog, maar ook door een belangstellende leek met vrucht kan worden gelezen. Dit lezen raden wij dan ook aan ieder aan, die nog weer eens op de hoogte wil gebracht worden van wat er in Duitsland, maar niet alleen daar, aan theologie bedreven is. Hij zal dan meteen ook veel beter de eigentijdse ontwikkelingen in kerk en prediking in hun achtergronden leren doorzien.
De theologen, die Zahrnt behandelt, zijn de oude en de jonge Barth, Brunner, Gogarten, Bonhoeffer, Bultmann en zijn leerlingen en tenslotte Tillich. Het verhelderende van zijn weergaven is, dat hij niet alleen weergeeft, maar ook analyseert en beoordeelt. Die beoordelingen vallen objectief uit, maar toch ook weer zo, dat de schrijver zijn eigen visie niet achter stoelen of banken steekt. Dat het is het eerlijke van dit boek.
Deze visie van de schrijver zelf ligt dicht in de buurt van Tillich, die Zahrnt dan ook het laatst en (met Barth) het uitvoerigst behandelt en op wie hij het minste critiek heeft. De meeste critiek ondervindt Barth.
Dat met Tillich een goede start gegeven zou zijn van een (post-protestantse) toekomst der theologie, zoals de schrijver laat voorkomen, betwijfel ik. Maar daarmee ben ik zelf al weer aan het theologiseren en dat is niet de bedoeling van deze boekbespreking. Nogmaals: wie op de hoogte wil zijn, leze dit rijke boek.
G.C. Berkouwer, e.a.. Ketters of voortrekkers, 47 blz., ƒ4,75, J.H. Kok, Kampen, 1970.
Voor de theologische Etherleergang hebben de professoren Berkouwer (Ger.), Schillebeeckx (R.K.) en Oberman (N.H.) een viertal gesprekken gehouden over wat zij zelf noemen 'de geestelijke horizon van deze tijd'. De titel van het boek is wat merkwaardig uitgevallen, maar bedoelt de vraag weer te geven of de hervormers ketters zijn geweest, afwijkers van de traditionele leer of voorttrekkers naar een nieuwe tijd. Het accent valt duidelijk op het laatste. Met name in het eerste gesprek, dat een visie op de Reformatie wil geven, komt dit naar voren. De volgende gesprekken richten zich meer op de huidige situatie in theologie en kerk en cirkelen rondom de volgende onderwerpen: Heilige schrift: dogma en interpretatie, gezag en geloofwaardigheid, kerk, theologie en toekomst.
Het is interessante lectuur, mede omdat er in vraag- en antwoordvorm is gesproken. Daarbij getuigen de vragen (van prof. Oberman, die meteen ook gespreksleider was) van de (voor mij althans) meest overtuigende visie op het verleden en heden der kerk. De antwoorden van Berkouwer en vooral van Schillebeeckx zijn betrekkelijk vaag. De geleerden zien zoveel bomen, dat zij het bos niet meer kunnen ontdekken. De vragen kunnen zo gecompliceerd worden en gemaakt worden, dat er geen duidelijke lijnen meer kunnen worden getrokken en elke beoordeling wordt gerelativeerd. Aan de ene kant geeft dit een voordeel. Het maakt ons wat voorzichtiger en minder gehaast in onze conclusies. Aan de andere kant geeft dit een nadeel, omdat de gecompliceerdheid en daardoor de relativiteit (het beslissingskarakter van) het geloof ook in de weg kunnen staan.
Alan Burgers: Een kleine vrouw; Uitgave N.V. De Banier; 302 pagina's ƒ7,50.
Dit is een herdruk van het overbekende boek 'De Herberg van het zesde geluk', een boek dat oorspronkelijk in het Engels verscheen. Het bevat het indrukwekkende levensverhaal van het Engelse dienstmeisje Gladys Aylward, die zich door God geroepen voelde om in China als zendelinge te gaan arbeiden. Na jarenlang gespaard te hebben voor de overtocht, kan ze in China haar werk beginnen. Teneinde in contact te komen met de boeren in het gebied waar ze werken gaat opent ze een herberg, van waaruit ze haar werk verricht. Ze helpt de armen en de verschoppelingen, en na de inval van de Japanners lenigt ze vele noden. Tenslotte weet ze, hoewel ze zelf gewond is, na een barre tocht door de bergen een groep van honderd kinderen uit de handen van de Jappen te redden. Vooral deze episode uit het boek laat een diepe indruk na. Maar niet alleen deze passage. Het hele boek confronteert ons op indrukwekkende wijze met een waar stuk zendingsgeschiedenis, waarin deze heldhaftige zendelinge een ware getuige is van het evangelie in een wereld, waarin dit evangelie onbekend is. We wensen dit boek in veler handen. Een boek waardoor vooral ook de jeugd zich aangesproken zal weten. En daarom, wie goede lectuur voor zijn of haar kinderen kopen wil, wil ik met nadruk op dit rijke boek wijzen,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 25 november 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 25 november 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's