Naar een kerk met verschillende kerkorden?
Als de Hervormde synode in de nabije toekomst verder zal gaan borduren op een suggestie van ds. Landsman, dan ziet het er naar uit dat het verschil tussen de modaliteiten binnen de Herv. Kerk kerkordelijk zal worden gesanctioneerd. Ds. Landsman merkte namelijk op dat de werkbezoeken van het moderamen aan de diverse classes hem wel duidelijk hadden gemaakt, dat de verschillende delen van de kerk niet meer onder eenzelfde kerkorde passen. Hij meende dat we toe zullen moeten groeien naar een kerk met verschillende kerkorden, omdat de vragen en problemen in de diverse gebieden zo zeer uiteenlopen, dat ze niet meer kerkordelijk onder één noemer te brengen zijn.
Ter synode lag een samenvattend verslag van de werkbezoeken van het moderamen. Daarin treffen we inderdaad ver uiteenlopende suggesties en visies. Het moderamen merkt in haar verslag op dat één van de kenmerken van het Hervormd kerkelijk leven is de grote verscheidenheid, zowel wat betreft de kerkelijke situatie als wat betreft de kerkelijke problematiek.
Gezegd wordt dan: 'Deze verscheidenheid houdt ongetwijfeld mede verband met de mate van verstedelijking van de samenleving in diverse ressorten. In elk geval zijn de verschillen tussen de grootstedelijke centra in de randstad Holland en de andere gebieden bijzonder groot. Maar het is zeer de vraag of de invloed van de urbanisatie overigens van zo'n doorslaggevende betekenis is voor het kerkelijk leven als wel eens wordt ondersteld. In twee classes met een gelijke samenlevingsstructuur kunnen de verschillen van het kerkelijke klimaat zo groot zijn, dat men, niet beter wetende, zich in twee verschillende kerken zou wanen.
Evenzo zijn de geestelijke verschillen in de diverse meer agrarische classes zo groot, dat zij evenmin allen over één kam kunnen worden geschoren. Uit het bovenstaande blijkt wel reeds, dat nog altijd de modale verschillen in belangrijke mate de oorzaak zijn van de grote verscheidenheid, die in sommige classes nog het stempel van de oude richtingstegenstellingen draagt.' Aldus het moderamen.
Wat de communicatie tijdens de werkbezoeken tussen het moderamen en de afgevaardigden van de classes betreft, wordt gezegd dat deze nergens heeft ontbroken. In sommige classes had ze meer het karakter van een samen intensief bezig zijn met de geestelijke en kerkelijke kernvragen vanuit een à priori gelijke gerichtheid, in andere classes droeg ze meer het karakter van een geestelijke strijd, waarbij het niet van te voren vaststond, dat moderamen en classis de situatie op gelijke wijze zagen en in dezelfde richting naar antwoorden zochten; in weer andere classes was de communicatie wel erg moeilijk door een vooropgezet wantrouwen van de zijde van de classis of door een andere visie op de geloofsvragen en de geloofsbeslissingen in de zeventiger jaren.'
'Wat het wantrouwen betreft', zo vervolgt het moderamen, 'ging het dan veelal om een naar de mening van de classis, eenzijdige en eenzijdig gerichte aandacht van de synode voor de politieke en sociale problematiek. Wat de andere gerichtheid betreft, stootten wij in enkele classes op een geloofsvisie, waarbij de aandacht voor de klassieke kernvragen van het christelijke belijden alleen nog in de vorm van een bezig-zijn met de grote structuurvragen van de samenleving, de vragen van gerechtigheid en vrede, aanvaard werd.'
Inventarisatie
In de meeste classes, aldus het verslag, concentreerde de hoofdaandacht zich op de vragen van het belijden. Juist hier viel echter op het grote verschil in benadering. 'Moeten wij in deze tijd het hoofdaccent leggen op de gedachte dat de wereld voor Gods Koninkrijk bestemd is en ons allen eerst profetisch-apostolair inzetten voor een leefbare wereld of moeten wij nu vooral benadrukken, dat de wereld in het boze ligt, zodat ons getuigenis en onze daad ons in een geïsoleerde positie onder het kruis brengt?'
Opgemerkt wordt dan dat in sommige classes een sterk accent op de eerste en in andere even sterk accent op de tweede benadering werd aangetroffen.
In verband met het belijden van de kerk werden vele vragen gesteld over het beleid van het IKOR, de Hervormde Pers, en het instituut Kerk en Wereld. 'Soms keurt men dit goed, maar vaker wordt dit beleid soms in krasse termen afgekeurd'.
Het is opvallend dat in het verslag van het moderamen verschillende malen op enkele fundamentele punten het woord vaker, dat in bovenstaande zin is gebruikt, opduikt. Bij voorbeeld als gesproken wordt over de eenheid met de Geref. Kerken. Er wordt dan gezegd dat in sommige classes waarschuwende stemmen werden gehoord, soms omdat men een 'verorthodoxing' van de Hervormde Kerk vreesde, maar vaker omdat men meende te moeten waarschuwen voor de groeiende 'vrijzinnigheid' in de Geref. Kerken. Of als over de samenlevingsvragen wordt gesproken. Dan wordt gezegd dat slechts enkele classes de synode in dit opzicht een te kort aan activiteiten verweten, maar dat vaker gehoord werd dat de Hervormde Kerk te veel aandacht besteedt aan politieke en sociale vragen en verzuimt met 'het ene nodige' bezig te zijn.
Over de vragen van herstructurering van de kerk werd opgemerkt: 'In de sterk ontkerstende streken van ons land en in de stedelijke gebieden leeft sterk het bewustzijn dat een grondige herstructurering van de kerk op korte termijn nodig is, wil men niet helemaal vastlopen in sommige nog overgebleven volkskerkstructuren. Maar er zijn ook classes waar men, hoewel lijdende onder dezelfde verschijnselen, toch meer verwacht van een geestelijke réveil, dan van reorganisatie.'
Tenslotte uit het verslag nog een opmerking over de verhouding van de modaliteiten. Het moderamen zegt: 'Met name de verhouding van de Hervormd-Gereformeerde modaliteit tot de andere groeperingen gaf in enkele classes aanleiding tot scherpe woorden en wederzijdse verwijten, die ons duidelijk maakten, dat het 'gesprek der richtingen' nog niet overbodig is geworden en in de een of andere vorm opnieuw zal moeten worden geëntameerd.
Anderzijds konden wij ons niet aan de indruk onttrekken dat het in sommige opzichten om oude frontlinies gaat en dat het wel eens zou kunnen zijn dat de nieuwe modaliteiten (horizontalisten en vertikalisten) (pro en contraherstructureringsgroepen) minstens even verdeeldheidwekkend dreigen te gaan functioneren als de oude.' Aldus het verslag van het moderamen.
Wat de synode ervan vond
De synodeleden hebben, als afgevaardigden van hun classis, hun oordeel over de werkbezoeken gegeven. Slechts 2 afgevaardigden vonden het bezoek uitstekend, voor slechts 3 voldeed het niet en voor 2 behoefde het zo niet meer. Wat de overigen betreft, 17 vonden het bezoek goed en voor herhaling vatbaar, en 20 meenden dat het bezoek niet ten volle voldeed en dat herhaling gewenst was teneinde de communicatie te verbeteren.
De bespreking van één en ander ter synode leverde verder weinig opvallende dingen op. Daarom geef ik slechts de meest in het oog springende punten.
Toen ds. J.H. Jansen uit Vorden gesproken had over de noodzakelijke samenhang tussen de samenlevingsvragen en het evangelie, interruppeerde prof. dr. G.C. v. Niftrik, adviseur van de synode, met een vraag aan ds. Jansen, om dat dan eens duidelijk te maken, gezien de grote vanzelfsprekendheid waarmee deze dingen allerwege momenteel worden geponeerd.
Ds. T.H.L. Beernink merkte op dat een dergelijk werkbezoek in de classis Hengelo niet meer hoeft, gezien de verschillende modulaties en de manier waarop het gesprek is verlopen.
Mevr. De Ruyter-de Zeeuw uit Rotterdam pleitte voor herstructurering samen met een geestelijk réveil. Ze pleitte verder voor onderling beraad tussen de grote steden, waar de nood groot is.
Ds. H. Binnekamp uit Boven-Hardinxveld merkte op dat van een wezenlijke dialoog in Gorinchem geen sprake is geweest.
Ds. W. Kalkman (Driebergen) zei dat in de classis Doorn fundamentele vragen aan de orde zijn geweest. De oorzaak van de crisis in de kerk is het loslaten van het Woord. Telkens weer blijkt ook dat we in de kerk wel dezelfde woorden hanteren, maar in feite andere dingen bedoelen.
Ds. S.W. de Vries (Hilversum), verklaarde de grote inbreng van een 'bepaalde modaliteit' in de classis Hilversum psychologisch. Men wil eens spuien, aldus ds. De Vries. Degenen die zich willen afzetten krijgen de kans om wat te zeggen. Verder vonden er, volgens hem, alleen maar wat schermutselingen aan de rand plaats. Over de diepe dingen die in de classis leven is niet gesproken. De problemen van het verleden kwamen aan de orde, die van het heden niet.
Ds. J. Poort (Leiden) vond dat een gesprek tussen de Geref. Bond en de middenorthdoxie nodig was, hoewel er ook nog een groep tussen die beide zit. In Leiden was volgens ds. Poort gebrek aan communicatie. Er werden verschillende vragen gesteld, waaruit wantrouwen en achterdocht sprak, met name over het IKOR, Herv. Nederland en de pogingen tot toenadering tot de R.K. Kerk.
Wat verder?
Het breed Moderamen werd door de synode gemachtigd om de zaken, die aan de orde kwamen, verder uit te werken. Ds. Landsman opperde de gedachte opnieuw een schrijven aan de classes te zenden. Hij beloofde dat de problematiek. van de grote stad en van Noord-Holland bijzondere aandacht zal krijgen.
Wat hij niet beloofde was dat het Breed Moderamen ook ernst zal maken met de vele bezwaren tegen het beleid en het niet functioneren van het belijden, die allerwege naar voren kwamen, blijkens het rapport van het moderamen. Het Breed-Moderamen, en ook de synode zelf, heeft geen aanzet gegeven tot een appèl om het belijden van de kerk te handhaven en er gestalte aan te geven. Als inderdaad gevolg gegeven wordt aan de suggesties van ds. Landsman, in het begin van dit verslag genoemd, dan wordt de hotelkerk binnen niet al te lange tijd een kerkordelijk vastgelegde grootheid. Zou het dan nog zin hebben, zo vraag je je af, om in één synodevergadering bijeen te komen? Een synode als deze liet zien hoe er een steeds verder uiteen groeien komt. Er wordt wel gemakkelijk opgemerkt, dat door een nieuw belijden het oude niet wordt aangetast, dat een hotelkerk met kerkordelijk geregelde modaliteiten etc, zoals ds. Landsman opmerkte, de eenheid van het belijden niet aantasten mag, of dat de nadruk op het geestelijk karakter van de kerk en de aandacht voor de samenlevingsvragen in de huidige situatie geen tegenstellingen zijn. Maar de realiteit van ons kerkelijk leven geeft aanleiding genoeg hierachter de nodige vraagtekens te plaatsen.
De hotelkerk wordt nu, naar het schijnt, voorbereid. Als dat de les is die het Breed Moderamen uit de werkbezoeken trekken gaat, dan is dat echter wel zeer teleurstellend. Dan wordt van de nood een deugd gemaakt. Nodig is een ernst maken met de inhoud van onze belijdenis, waarin gesproken wordt over de kerk als gemeenschap van christgelovigen, die al hun zaligheid van haar hoofd Christus verwachten. Zou het moderamen der Kerk daarin niet hebben voor te gaan?
Ds. De Vries zei dat in de classis Hilversum de vragen van gisteren aan de orde zijn geweest. Het zou wel eens kunnen zijn dat dat in hoge mate de vragen van vandaag en morgen zijn, wil de kerk nog echt kerk zijn en blijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 25 november 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 25 november 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's