De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Open brief aan prof. Kuitert

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Open brief aan prof. Kuitert

6 minuten leestijd

De Redactie van Koers heeft in een Open Brief een aantal fundamentele vragen gesteld aan prof. dr. H.M. Kuitert. De brief — een lekenbrief genoemd — is afgedrukt in Koers van 21 november ll. De redactie van Koers wekt op om schriftelijk adhesie te betuigen met deze Open Brief. Gezien de lengte van het stuk is het niet mogelijk dit geheel hier af te drukken. De kern ervan geven we hieronder weer, teneinde ook onze lezers in de gelegenheid te stellen adhesie met deze brief te betuigen. Adhesiebetuigingen dienen gericht te worden aan 'Koers, Parklaan 11, Zeist'. Voor de volledige tekst wende men zich tot hetzelfde adres.

U heeft ter Synode opgemerkt dat het vraagstuk der verontrusting niet theologisch valt op te lossen en dat de geloofsrust geen vrucht van theologie kan zijn. Zó gesteld is dat moeilijk voor bestrijding vatbaar, maar u wekte met deze uitspraak o.i. ten onrechte de indruk alsof de verontrusting niet in sterke mate medeveroorzaakt zou kunnen zijn door bepaalde theologische overwegingen en uitspraken en alsof de geloofsrust door theologische werkzaamheid niet bevorderd of tegengegaan zou kunnen worden.

Als wij u goed hebben begrepen is geloof voor u een gegeven dat ontheven is aan theologische overwegingen en formuleringen. Wij menen evenwel dat het christelijk geloof gefundeerd is in Godsopenbaring en dan niet uitsluitend Godsopenbaring door de onnaspeurlijke directe werking van de Heilige Geest in de existenties der gelovigen, maar ook in de weg van de schriftuurlijke Godsopenbaring van de Bijbel. Aangaande het Schriftgezag, het onderzoek naar de historische achtergronden van de totstandkoming van de Heilige Schrift, de tekstkritiek en de uitleg, heeft de theologische werkzaamheid o.i. grote invloed. Deze arbeid raakt duidelijk de schriftuurlijke openbaring waarin het christelijk geloof wortelt en daarom ook het geloof, dat immers niet alleen een gevoelsmatige, innerlijke ervaring is, maar in de beleving daarvan ook een leer, waaruit de christen moet leven en waaraan hij zijn doel en richting moet ontlenen. Juist omdat het christelijk geloofsleven mede in de schriftuurlijke openbaring wortelt en de theologie zich o.m. intensief bezighoudt met de schriftuurlijke openbaring, kan o.i. de opvatting dat het christelijk geloof niet mede wordt bepaald door de theologie, geen stand houden.

Het gaat naar onze overtuiging in de verontrusting in belangrijke mate om de historische werkelijkheid der Godsopenbaring en dan kunnen we niet zeggen dat die werkelijkheid juist een kwestie van geloof is, want dat geloof is zonder de historische werkelijkheid van de Godsopenbaring ongeloofwaardig.

Het lijkt ons onjuist dat de beschouwingen over de eerste drie hoofdstukken van Genesis zo'n geïsoleerde, nadrukkelijke positie innemen in de strijdvraag. Het gaat o.i. om de gehele problematiek van de historische 'echtheid' van het heilsgebeuren zoals dit is overgeleverd. Het gaat m.a.w. aan de basis van het geloof om de feitelijke openbaring Gods in bestanddelen van de historische menselijke werkelijkheid. God heeft Israël niet gevraagd 'zo maar' in 'een God' te geloven; integendeel moest Israël de goden wel verwerpen, omdat de Here Zich twijfelloos aan Israël openbaarde. Zijn tekenen gingen aan het geloof vooraf en begeleidden dat geloof. In het Oude Testament bewijst God Zijn tegenwoordigheid en werkzaamheid en dit ook aan het verstand appellerend bewijs wordt telkens verondersteld als Israël wordt gewezen op alles wat God ten aanschouwe van het volk verricht heeft. De geloofwaardigheid van het geloof is m.a.w. geheel afhankelijk van de waarheid en de werkelijkheid der Godstekenen!

Gezien deze schriftuurlijke nadruk op het werkelijkheidskarakter van de Godsopenbaringen willen wij u gaarne de volgende vragen voorleggen:

1. Ziet u de openbaring van God aan Mozes bij het brandende braambos, waar Hij zich bekend maakt als IK BEN als een zó gebeurde openbaring?

2. Zijn de tekenen die Mozes op bevel van God in Egypte deed historische gebeurtenissen?

3. Is het volk Israël werkelijk door het droge van de zee gegaan?

4. Was de wolk- en vuurkolom een zintuiglijk waarneembaar verschijnsel voor Israël; maakte dit verschijnsel gecoördineerde bewegingen zoals uit de overlevering blijkt? Sprak God uit dit 'object' werkelijk met Mozes en diende het fenomeen het door de woestijn trekkende volk werkelijk als gids?

5. Beschreef God Zelf de eerste Tafelen der Wet en sprak Hij met Mozes van aangezicht tot aangezicht? Zagen de zeventig oudsten van Israël hun God zintuiglijk waarneembaar op de berg?

6. Is de positie van de zon t.o.v. Jozua en het volk werkelijk enige tijd onveranderd geweest?

7. Is Jezus in feite uit de maagd Maria geboren?

8. Waren de wonderen van Jezus werkelijke, door getuigen waargenomen gebeurtenissen?

9. Zijn er doden opgestaan uit hun graven tijdens de kruisdood van Christus?

10. Bewoog de opgestane Christus zich werkelijk door gesloten deuren bij Zijn verschijning aan de discipelen te Jeruzalem?

Uw beantwoording van deze vragen achten wij van groot belang voor de duidelijkheid van uw stellingname.

Wat de historiciteit van Adam en Eva aangaat, hoe kan deze worden ontkend of betwijfeld als de apostel toch zo duidelijk verklaart, dat de vrouw uit de man is? Impliceert deze apostolische uitspraak niet, dat Adam-in-persoon de eerste mens naar Gods beeld was? Ook weerspreekt dit woord van de apostel o.i. de uitlegging van sommigen als zou het eerste menselijke wezen twee-slachtig zijn geweest; dan immers zou de vrouw niet uit de man geweest kunnen zijn?

Nadat vervolgens nog een achttal vragen gesteld zijn, die betrekking hebben op het moderne levensgevoel, het natuurwetenschappelijk wereldbeeld en de wetenschappelijke benaderingen van de Schrift, vervolgt de brief:

'Tenslotte achten wij het in hoge mate verwarrend als u uitspreekt dat de Heilige Schrift 'vrij' funktioneert en dat zij niet aan menselijke uitlegging kan worden gebonden. We menen dat ook deze uitspraak, evenals uw opmerking over de verhouding: theologie — verontrusting, de eigenlijke strijdvraag omzeilt. U spreekt een partiële waarheid uit, die licht de suggestie wekt een relevante waarheid te zijn. Want wel is de Heilige Schrift de absolute waarheid en is ook ons uitleggen ten dele, maar wat kan de Heilige Schrift als openbaring Gods te betekenen hebben zonder menselijke uitlegging? Als u stelt dat de Heilige Schrift niet aan menselijke uitleg kan worden gebonden, stemmen wij dit toe, maar evenzeer stellen wij vast dat u met deze uitspraak de zaak waarom het gaat averechts voorstelt. Het gaat immers niet om de binding van de Heilige Schrift aan menselijke uitleg — dat is juist wat wij u en uw geestverwanten verwijten — maar om de binding van de menselijke uitleg aan de Heilige Schrift. Deze binding houdt volstrekte gehoorzaamheid in aan de Bijbel als Gods Woord in zijn integrale eenheid. De menselijke uitleg is naar onze overtuiging slechts dàn naar de wil Gods en naar de werking van de Heilige Geest, als de mens in de zienswijze van het horen staat en zó, op déze wijze, ge-hoor-zaam is. Deze gehoorzaamheid houdt naar ons gevoelen in, dat wij de Heilige Schrift, zoals zij onder leiding van de Geest gecanoniseerd is, als een integrale eenheid eerbiedigen, op geen enkele wijze straffeloos te breken in Gods Woord en mensenwoord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

Open brief aan prof. Kuitert

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1970

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's