De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De losser

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De losser

7 minuten leestijd

Toen zeiden de vrouwen tot Naomi: Geloofd zij de Heere, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven; en zijn naam worde vermaard in Israël. Ruth 4:14.

Daar zit, zo waar, Naomi met een kind op haar schoot. Een klein kind; het kwam daareven ter wereld. Het werd geboren uit het huwelijk van Boaz en Ruth, hun huwelijk wordt er mee gekroond. U herinnert zich dat dit huwelijk in de poort van Bethlehem was beklonken onder de luide bijval van de oudsten der stad. De mannen waren getuigen in de poort; de vrouwen zijn het bij de wieg. Zij hebben heel wat moeten beredderen, in deze blijde dagen; nu dragen ze het kind naar de oude vrouw, reiken het haar toe, en Naomi neemt het met bevende handen over. Het is haar kind! Zonovergoten zit ze daar, de Heere doet zijn aangezicht over haar lichten.

De vrouwen van Bethlehem hebben haar wel anders gekend. Toen ze terugkeerde uit Moab, hadden ze haar aangestaard: Is dit Naomi? O, ze had zich willen verbergen voor die nieuwsgierige en meewarige blikken. Noem mij niet Naomi was toen haar bitse antwoord. Er is geen spoor van liefelijkheid en fleurigheid overgebleven. Noem mij maar Mara. De Almachtige deed mij kwaad aan. Toen was zij een en al bitterheid geweest. Haar man is ze kwijt, haar zonen zijn in den vreemde begraven. Het verleden draagt ze mee als een zware last, en de toekomst maakt haar niet veel meer uit. Het is gedaan met Naomi.

Noem haar toch maar, noem haar nu weer: Naomi! Gods goeddoende hand streek de rimpels weg op haar doorploegd gelaat. Deze vereenzaamde en wat verzuurde vrouw werd door Hem in een huisgezin gezet. Zij is niet langer uitgeschakeld in de gang der geslachten, in de geschiedenis van het heil. Kijk maar, het kind ligt op haar knieën. De vrouwen kijken er naar en richten hun heilwens aan Naomi. De Heere heeft haar een 'losser' gegeven. Merkwaardig. Zij noemen deze boreling een losser, en dat voor Naomi. Ik dacht dat Boaz de losser was.

Wij moeten hier goed onderscheiden en ons rekenschap geven van de betekenis van een losser. Boaz was voor Ruth als losser opgetreden. Hij had haar gehuwd en zodoende uit de schuld en de schande gehaald. Daarmee was de zaak voor Naomi nog niet rond. Als het huwelijk van Boaz en Ruth kinderloos zou blijven — Ruth had bij Machlon ook geen kinderen gehad — dan zou er geen nageslacht zijn. Dan zou het bezit van Elimelech en Naomi aan de familie vervallen zijn en de naam van de overledene zou niet voortleven in de geslachten. De eerstgeborene uit zo'n 'lossers huwelijk' werd immers ingeschreven op de naam van de overledene en werd diens wettige erfgenaam.

Eigenlijk stond voor Naomi alles nog op het spel. Vandaar haar innige vreugde. Hier is de stamhouder van een uitgestorven geslacht. In dit kind herleeft haar man Elimelich en haar zoon Machlon. Hij geldt voor het kind van Machlon. Naam en erfdeel blijven zelfstandig voortbestaan. Daarom is dit kind haar losser. De helper in de nood, op wie zij voortaan is aangewezen; die haar zal onderhouden en beschermen, in haar ouderdom. De buurvrouwen hebben wel degelijk begrepen wat dit kind voor Naomi betekent. Aan Naomi is een zoon geboren, zeggen ze. Hij zal haar ziel verkwikken, hij zal haar het gemis van man en zonen vergoeden, en als een stralend licht haar levensavond verhelderen.

Wat maakte de Heere alles wel, boven bidden en denken. Ziet u haar zitten, de stille glans in haar ogen: haar kleinzoon, haar losser. Haar leven heeft weer zin, het verleden mag aan de toekomst genezen. U weet toch hoe het kind heet: Obed. Dienaar. Hij zal Naomi van dienst zijn, door haar uit de ellende te redden, haar te verlossen en te verzorgen.

Hij is de losser! Hier in Bethlehem wordt een venster open gestoten, en we krijgen een ander in het oog. Let op Hem, op Jezus. En Obed gewon Isaï en Isaï gewon David. En David. De lange reeks eindigt met de enige naam tot zaligheid gegeven: Jezus. De verlosser, de losser. Zoals hier de vrouwen staan om Naomi en de kleine Obed heen, zo staan straks de herders bij de kribbe, zo staan Simeon en Hanna bij moeder en kind. Zo schaart zich in hen, de gemeente van de oude dag nog eenmaal om Christus, en die van de nieuwe dag reikt haar de hand, ze trekken een wijde en blijde kring om het geboren Kind. Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven. Hij redt ons van de ondergang. Hij bevrijdt van de slavernij der zonde tot de dood. Waren wij in deze adventsweken, als kinderen, die een rondedans maken om de kribbe. Wat zouden veel bezwaren wegvallen, wanneer we ons innig verheugen over zijn geboorte. Dat Hij een volkomen verlossing te weeg brengt, en dat wij daarin mogen delen, vol verwondering. Wij horen in de gelukwens van deze vrouwen de adventsklokken luiden: Geloofd zij de Heere, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven. De woordkeuze is wel eigenaardig: Die niet heeft nagelaten. Die het er niet bij heeft laten zitten, zouden we kunnen vertalen. Die u niet zonder losser liet zitten. De Heere maakte zijn woord waar. Hij hield deze weduwe vast; Hij nam het ter hand, en volbracht het.

Hoe ellendig was zij er aan toe, toen ze uit Moab terug keerde. Alles, wat aan haar leven inhoud en doel gegeven had, had ze daar verloren. Ze was straatarm en doodongelukkig. Ontving ze geen loon naar werken? Was het Gods wil geweest, dat ze wegtrok uit Bethlehem? Hoe vaak zal die vraag haar hebben benauwd. Eigen schuld. Vol toog ik heen, maar ledig heeft mij de Heere doen wederkeren, stelt ze, niet zonder wrevel, vast. Ook al is Ruth een goede schoondochter, van haar valt verder niets te verwachten.

Zeker, ze zat niet stil; zodra Ruth haar van Boaz vertelde, was ze druk in de weer met de toekomst. Maar ... zou een man uit Bethlehem een meisje uit Moab trouwen? Ze heeft er alles aan gedaan, misschien wel te veel. Tot ze het uit handen gaf. Die man zal niet rusten, hem is het wel toevertrouwd. De Heere was het wel toevertrouwd. Hij heeft niet nagelaten. Het kind, is een geschenk van de Heere. Zij stemt van harte in met het lied: Geloofd zij de Heere, die niet heeft nagelaten.

Als de adventsklokken luiden, luiden ze voor ons. Het zijn geen vage klanken, het zijn de duidelijke woorden en daden des Heeren. Wie heeft er oren om te horen, wie verwondert zich over dit heil? Wij brachten onszelf in de ellende, door onze ongerechtigheid. Onze wegen waren dwaalwegen. Daardoor raakten we steeds verder van de Heere verwijderd, wij raakten in het slop van nood en dood. Laat alle hoop maar varen. Mara. Bitterheid. De zonde smaakt bitter; wij plukken wrange vruchten van de verboden boom.

Wat te doen? Wij zullen ons inspannen om er weer bovenop te komen. Dat is echter onbegonnen werk en dat spelen we ook met behulp van anderen niet klaar. Hebt u dat reeds ontdekt? Moet u het er bij laten zitten, terwijl dat toch niet kan lijden voor de eeuwigheid? Zeg mij, wat is de oplossing voor de klemmende moeilijkheden, in de klimmende onmogelijkheid: een losser, een redder. Daar gaat het om. Een die het voor ons opneemt, die het op Zich neemt. Er is veel gewonnen als we dit beamen. Kerstfeest. Geloofd zij de Heere, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De losser

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's