Opnieuw revisie van het kerkbeeld?
De Hervormde kerk na de oorlog
We hebben na de oorlog in de Hervormde Kerk een tamelijk ingrijpende wijziging gehad van het kerkbeeld. In 1945 kwam de synode voor het eerst weer als Generale Synode bijeen in plaats van als Algemene Synode.
In de handelingen van de synode van 3 augustus 1945 staat te lezen: 'De secretaris staat op en zegt er prijs op te stellen, nu het ontwerp Generale Synode met 62 stemmen voor en 2 tegen is aanvaard, waar hij, secretaris van de Algemene Synode der Nederlandse Hervormde Kerk, zo nauw met de bestuursorganisatie verbonden is, een symbolische daad te verrichten, nl. de reglementenbundel met de Bijbel te bedekken. Hij spreekt de bede uit dat de Vader van onze Heere Jezus Christus door Zijn Heilige Geest zó sterke, dat de Nederlandse Hervormde Kerk als Christus-belijdende volkskerk de grote opdracht in samenwerking met de andere kerken kan verrichten en de herkerstening van het Nederlandse volk ter hand genomen kan worden. Veni Creator Spiritus!’
Grote woorden werden hier gebezigd. De reglementenbundel bedekken met De Bijbel. De Hervormde Kerk Christus-belijdende volkskerk. De herkerstening van het Nederlandse volk ter hand nemen. Met die idealen begon men. Er kwam een werkorde, en een nieuwe kerkorde, waardoor het mogelijk zou zijn dat de Hervormde kerk een sprekende kerk zou zijn in ons volksleven. De kerk zou zich met boodschappen tot volk en overheid richten, om zo bij te dragen tot de herkerstening van ons volk. Bovendien, de richtingen zouden verdwijnen. Ze werden omgedoopt tot modaliteiten. Op verschillende wijze zou hetzelfde geloof beleefd en beleden worden binnen het grote geheel van de Hervormde Kerk.
Wie het allemaal nog eens overzichtelijk voor zich wil hebben, kan terecht in het helder geschreven proefschrift van dr. H.D. de Loor, getiteld Kerk in de Samenleving.* Hierin passeert alles nog eens de revue. De tijd van de Reglementenbundel. De pogingen tot reorganisatie vóór de oorlog, zoals Kerkopbouw en Kerkherstel. De oorlogsperiode, waarin de basis werd gelegd voor de beweging Gemeente Opbouw, die zich inzette voor vernieuwing van de Hervormde Kerk na de oorlog. En dan tenslotte heel uitvoerig de naoorlogse periode zelf. De vele raden, commissies en organen worden bekeken. De diverse synodale geschriften worden behandeld. De Hervormde Pers komt aan de orde. Alles bij elkaar een zeer overzichtelijk geheel.
Eenzijdige analyse
Dr. De Loor doet in zijn proefschrift echter méér dan analyseren. Hij trekt ook conclusies en wijst wegen waarop de Hervormde Kerk in de toekomst zou moeten gaan. Daartegen hebben wij bepaald grondige bezwaren. Bovendien is zijn analyse eenzijdig. Slechts zelden wordt aandacht besteed aan de Hervormd Gereformeerden in de Hervormde Kerk, die de nieuwe koers kritisch zijn tegemoet getreden. Wat dr. De Loor beschrijft is de grote middenmoot van de Hervormde kerk, die de laatste 25 jaren in het officiële beleid de dienst heeft uitgemaakt. Met geen woord wordt echter gerept over de bezwaren die in de gereformeerde sector van de kerk leefden tegen deze koers, zodat men in zending, jeugdwerk, pers etc. een eigen koers bleef varen en eigen organen bleef houden.
Van meet af aan zijn er in Hervormd Gereformeerde kring ernstige bezwaren ingebracht tegen de nieuwe koers. Tegen de formulering in artikel X van de kerkorde, waarin gezegd wordt dat de kerk belijdt in gemeenschap met de belijdenis der vaderen in plaats van in overeenstemming daarmee. Tegen de overtrokken apostolaatsgedachte, waarachter een bepaalde visie op de wereld, maar ook een bepaalde visie op de verzoening zat. Gevreesd werd dat de gemeente eerder zou worden ingekapseld door de wereld dan dat de kerk op deze wijze de samenleving zou kerstenen.
Als we nu de 25 jaren, die achter ons liggen, bezien dan kan niet anders dan geconstateerd worden dat de nieuwe koers niet heeft gebracht wat de grote woorden in 1945 deden verwachten. De Bijbel mag dan op de eerste zitting van de Generale Synode symbolisch op de reglementenbundel zijn gelegd, maar de kerk werd toch niet kerk-van-het-Woord. De Hervormde Kerk heeft geen ernst gemaakt met haar eigen belijden. De formulering in artikel X, in gemeenschap met de belijdenis der vaderen, liet in feite de weg open voor leringen die in strijd waren met de gereformeerde belijdenisgeschriften. In gemeenschap met de vaderen kon men gerust tot een andere belijdenis komen dan de vaderen. Zo is het op de laatste synodevergadering nog gezegd. Respect voor de vaderen, dat wel. Maar hun belijdenisgeschriften zijn niet méér dan monumenten van belijden.
Tot echte tuchtoefening is het in de Hervormde Kerk van na de oorlog dan ook nooit gekomen. En zo bleef de Hervormde kerk wat zij was. Een kerk, waarin de richtingen zijn gebleven omdat er geen onderlinge overeenstemming is in het belijden. En wie zou nog durven spreken van een Christus belijdende volkskerk? Zijn de geschriften, die van de synode uitgingen, van dien aard dat dit kan worden volgehouden? En bovendien, hoe kwamen die geschriften meestal tot stand? Stond de kerk erachter? Stond de hele synode erachter? Aan deze zaken heeft Dr. De Loor niet of nauwelijks aandacht besteed. Daardoor is zijn analyse eenzijdig en het naoorlogse beeld, dat hij van de Hervormde kerk tekent, onvolledig.
Bij de brokstukken
Nu we in de Hervormde Kerk bij de brokstukken staan van de kerkelijke structuur van na de oorlog wordt er allerwege naar richtingen gezocht voor herstel. Dat doet ook dr. De Loor. Tegen de wegen die hij, bedekt of openlijk, wijst willen wij echter ernstige bezwaren inbrengen. Want hier is de remedie erger dan de kwaal.
In de eerste plaats blijkt telkens dat dr. De Loor bezwaren heeft tegen het woord kerstenen van de samenleving. Welnu, de wijze waarop de Hervormde Kerk de samenleving wilde kerstenen, ontmoette ook onder ons ernstige bezwaren. Maar dr. De Loor is blijkbaar nogal geporteerd voor moderne begrippen als presentie (al of niet woordeloos) en anoniem christendom. Hij wijst zodoende niet de weg van het Woord, die de kerk gaan moet. En over de noodzaak van de vervulling met en de verlevendiging door de Heilige Geest wordt evenmin gesproken. Als dr. De Loor, in het eind van zijn proefschrift, concreet wordt over de taak van de kerk in de samenleving, dan noemt hij slechts de democratisering van de samenleving, in de bedrijven, de universiteit of het overheidsapparaat. Of hij noemt de revolutie, het zich verzetten tegen de bestaande orde.
Maar de Schrift leert ons dat de gemeente heeft te zijn een stad op een berg, een licht op een kandelaar, een pilaar en vastigheid der Waarheid. Dat is wel verre van een anoniem christendom. De wereld zal hebben te weten wat de kerk gelooft en zal ook hebben te weten wat ze zelf geloven moet om in te gaan in het Koninkrijk Gods.
Het is eigenlijk geen wonder dat het synodale geschrift, dat het meest kritisch behandeld wordt door dr. De Loor, is het geschrift De politieke verantwoordelijkheid van de kerk. Er zijn weliswaar diverse bezwaren in te brengen tegen dit stuk. Maar ergens in dit stuk is nog de resonans voelbaar met artikel 36 van onze N.G.B.. In allerlei formuleringen in dit stuk is de hand merkbaar van prof. dr. A.A. van Ruler en dr. A.A. Koolhaas, die deel uitmaakten van de commissie van samenstelling. In ieder geval is de Kerk in dit stuk geen verlengstuk van de sociologie. Maar dr. De Loor laat merken dat hij zich in de theocratische gedachtengang niet vinden kan.
Het ambt
De crisis van de kerk is mede de crisis van haar ambten. Men wil dan ook momenteel de kerk vernieuwen door aan de ambten te sleutelen. Zo ook dr. De Loor. In de verhouding kerk-wereld heeft de gemeente altijd de voorrang gehad, aldus dr. De Loor. Maar, zo vervolgt hij, dé gemeente bestaat niet. Zij heeft wellicht bestaan in een agrarisch-ambachtelijke samenleving. En dan zegt hij: 'Dat starre vasthouden aan dé gemeente berust mede op de ambtstheologie van de Nederlandse Hervormde kerk, welke het haar onmogelijk maakt een functionele taakverdeling in de kerk aan te brengen, laat staan totaal nieuwe geloofsvormen als 'gemeente' te herkennen. De theologische discussies over het ambt in de synode hebben tot dusver geen resultaat opgeleverd.’
Naar de mening van dr. De Loor dient de Hervormde Kerk dan ook — via haar synode — tot drastische beslissingen te komen ten aanzien van de ambten, de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente en de rol van degenen die beroepshalve in de kerk staan, dus de vrijgestelden. Spijtig concludeert dr. De Loor dat het vrijwel onmogelijk blijkt om de ambten functioneel te gaan bekijken. 'Berkhof heeft daar een poging toe gedaan en hij heeft het in de synode helaas niet gehaald.’
Dat Berkhofs visie echter al zo spoedig na het beëindigen van dr. De Loors studie, hoogst actueel zou zijn in de Hervormde Kerk, heeft hij waarschijnlijk zelf niet verwacht.
De opmerkingen, die dr. De Loor in zijn proefschrift over de ambten maakt, — dat blijkt nu wel — zijn in feite een voorspel op de discussies die momenteel aan de gang zijn. Ook dr. De Loor geeft — evenals dr. Berkhof — aan de ambten een sociologische basis. Dr. De Loor merkt in het begin van zijn boek overigens al uitdrukkelijk op, dat hij de sociologische aspecten van het kerk-zijn duidelijk onderscheiden heeft van de bijbels theologische aspecten, om zo de sociologische aspecten alle eer te geven die zij verdienen. Maar dat betekent inmiddels dat die aspecten de enige eer krijgen.
Dr. De Loor noemt zelf de bijbels theologische aspecten vrijwel uitsluitend bij anderen, maar zelf werkt hij er niet mee. Integendeel, hij hanteert sociologische principia als norm voor het kerkelijk handelen. Met name ook voor de ambtsstructuur.
Pluriformiteit?
De slotconclusie, waartoe dr. De Loor komt, is dat de kerk de heterogeniteit (ongelijksoortigheid) en pluriformiteit (veelvormigheid) in de geloofsbeleving binnen haar eigen muren volledig dient te erkennen en daarvan ook in haar spreken uiting dient te geven. 'Dat zal dan wel moeten via een revisie van het kerkbeeld dat thans nog in de documenten domineert.’
In deze zin heeft ds. F.H. Landsman zich onlangs ook geuit toen hij opmerkte dat de Hervormde Kerk niet meer met één kerkorde toe kan gezien de grote verschillen in haar boezem. De kerk dient de nieuwe vormen van geloofsbeleving, die zich in onze tijd ontwikkelen, te onderkennen en positief te waarderen, aldus dr. De Loor.
Voor het verval van de plaatselijke gemeente is hij niet beducht. Wel is hij van mening dat de feitelijke ontwikkelingen in de kerk van doorslaggevend belang zijn, méér dan de theologische beschouwingen, die de leidinggevende lichamen van de kerk hebben uitgedacht. De ambtstheorieën, die een gezonde organisatie in de weg staan moeten terzijde worden geschoven. De A.K.V. zal de verstarring van de ambtelijke vergaderingen overigens wel doorbreken. En wie beducht mocht zijn voor een passeren van de ambtelijke vergaderingen, krijgt ten antwoord: 'Laat men die toch rustig passeren wanneer ze een brevet van onvermogen hebben afgegeven.’
Dit alles is duidelijke taal. De practische ontwikkelingen zijn normatief. Bijbelstheologische argumenten zijn van minder belang. Dan rijst echter wel de vraag wat, vanuit die gezichtshoek bezien, geloofsvormen nog inhouden? Deze hebben dan met het bijbelse geloof weinig meer te maken. En dan is het ook niet te verwonderen dat dr. De Loor in dat verband alleen maar noemt de samenlevingsvragen, maar aan de kern van wat de kerk gelooft niet toekomt.
Besluit
In de Schrift komt de klemmende vraag tot ons of Christus, als hij wederkomen zal, nog geloof zal vinden. Dat is de ernst van de situatie, waarvoor de kerk in onze tijd van verval staat. Deze ernst is in de studie van dr. De Loor niet gepeild. Hij werpt het net aan de andere zijde, aan de kant van het dienstbetoon, de sociale actie. Gevreesd moet worden dat daar niets gevangen wordt dat voor het Koninkrijk Gods van blijvende waarde is. Voorlopig zullen de theologen en kerkelijke sociologen nog wel excursies organiseren naar elkaars ruïnes, en discussiëren over elkaars puin, maar de gemeente is er niet meer. Of ze leeft elders, namelijk daar waar de prediking van zonde en genade nog klinkt. Waar niet de zweep van de wet knalt, maar de toon van de genade klinkt. Dr. De Loor is niet beducht voor het verval van de gemeente. Maar inmiddels zien we dit verval overal om ons heen. De versterving van kerk en gemeente is in volle gang. Alleen wanneer de kerk weer getuigen gaat van de volheid van Christus, van de volheid van de Heilige Geest, dan is verlevendiging te wachten. De nieuwe geloofsvormen, waarover dr. De Loor zich nogal positief uitlaat, zouden wel eens de laatste restanten kunnen zijn van kerk op haar retour. Terwijl we nodig hebben nieuwe kernen, die aangeraakt zijn door de Geest des Heeren.
Waar we de wonderen niet horen van wedergeboorte en bekering, daar is ook geen sprake van nieuwe geloofsvormen. Daarom is de weg, die dr. De Loor voor de kerk wijst, onbegaanbaar. Dat zeggen we, ondanks de waardering voor het vele materiaal dat hij in zijn proefschrift aandraagt, en het heldere overzicht dat hij van de kerkelijke situatie na 1945 geeft.
We zullen als kerk de weg terug moeten. Dat wil zeggen naar ons Reformatorisch uitgangspunt. Dan krijgen ook de ambten weer inhoud vanuit de ambten van Christus zelf. Onlangs zei een middenorthodoxe dominee, misschien hebben de Hervormd Gereformeerden het in hun prediking wel bij het rechte eind, want hun prediking doet nog iets. Maar ik kan zo niet preken, ik zou niet weten hoe ik het doen moest. Met andere woorden, men wéét de weg terug niet meer. Tenzij de Heilige Geest de ogen opent.
* Dr. H.D. de Loor, Kerk in de Samenleving; een analyse van het spreken der Nederlandse Hervormde Kerk sedert 1945; Uitgave Bosch en Keuning N.V. en In den Toren N.V., Baarn, 323 pagina's; ƒ24,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's