De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Wijzigingen in de sexuele moraal

Onder deze titel zijn in Hervormd Nederland een aantal artikelen gepubliceerd, waarvan de eerste twee geschreven zijn door W.F. Geradts, redacteur van 'Gezond gezin' en hoofd van de afdeling publiciteit van het Protestants Centrum voor de Geestelijke Volksgezondheid.

Over de inhoud en de teneur van zijn artikelen is een hele discussie op gang gekomen. Het nummer van HN van 21 november bevat een aantal reacties van lezers, die hun verontrusting en ergernis uitspreken over hetgeen door de heer Geradts te berde gebracht is.

Om de lezers te informeren geven we eerst het een en ander door uit de artikelen van deze scribent, waaruit de lezer zelf kan opmaken, in hoeverre de verontwaardiging gewettigd is.

De heer Geradts begint met het signaleren van een aantal wijzigingen in de sexuele moraal: de absolute heiligheid van het monogame huwelijk wordt aangevochten, de strenge huwelijksmoraal van weleer die voor een groot deel was ingegeven door de wetten van de economie en de voortplanting, wordt in onze tijd doorbroken door vrijere opvattingen, door pleidooien voor partnerruil, voorechtelijk geslachtsverkeer enz. De schrijver wijst op de royale verspreiding van sexbladen, waarin deze opvattingen ronduit worden gepropageerd.

Wat stelt de heer Geradts hier tegenover? Men zou van een hoofd van de afdeling publiciteit van een centrum dat pleit voor geestelijke volksgezondheid een klaar geluid mogen verwachten. De lezer oordele zelf:

Intussen: nu de harde feiten van de voortplanting niet meer gelden, kan ook voor anderen dan gehuwden de nadruk meer en meer komen te liggen op de betrokkenheid op elkaar. En als men kiest voor het criterium zelfbevestiging, is ook duidelijk dat er geen inperkende huwelijksopvatting meer kan zijn. Men zal de ongehuwde, met name de oudere ongehuwde, maar ook de homofiel, ook de weduwe ruimte moeten geven om op zijn of haar manier vanuit zijn of haar situatie te werken aan die zelfbevestiging. Dat zegt niets tégen het huwelijk, slechts iets voor andere vormen.

Dat lijkt mij grote winst. Het monogame huwelijk heeft juist voor deze groepen maar al te vaak als een terreur gewerkt. De ongehuwde moeder kan er ook van meepraten. Als christenen moeten wij deze veranderingen toejuichen. Het zal in de toekomst niet meer gaan om het instituut van het heilige monogame huwelijk, maar om de heiligheid van mensenlevens, om het zoeken van mensen naar die heiligheid — mèt de erkenning dat een integer zoeken belangrijk kan zijn, belangrijker dan een niet-integer gehuwd-zijn.

Trouwens als, het dan om de heiligheid van het mensenleven gaat, mogen ook de arbeidsverhoudingen, de woningbouw, de inkomensverdeling en wat dies meer zij, wel eens onder de loep worden genomen. Onze collectieve schijnheiligheid op die terreinen is net zo min bevorderend voor de heiligheid van het mensenleven als Chick dat is. Daarmee is Chick goeddeels veroordeeld, maar ook alle andere zaken die een mens van zijn zelfbevestiging beroven.

Waar ligt de norm?

U merkt het wel: er wordt op geen enkele wijze vanuit de Schrift geargumenteerd. Dat de christelijke ethiek, die Gods geboden en beloften normatief stelt, hier het uitgangspunt dient te zijn, wordt zelfs niet genoemd, laat staan op enigerlei wijze verwerkt.

Dat blijkt ook uit het tweede artikel van de heer Geradts in HN van 14 november. Daar komen de jongeren ter sprake. Ongetwijfeld is het waar, dat onze maatschappij de jongeren in de steek laat bij hun zoeken naar een zingeving voor hun sexualiteit. Commercie, reclame, glamour, filmromantiek etc. maken sex tot handelswaar.

Maar wat wordt hier vanuit HN aan wezenlijke hulp geboden? De schrijver opereert weer met de term ’zelfbevestiging’

Wat mij betreft: alles is goed, wat bijdraagt tot zelfbevestiging. Wie met dat uitgangspunt het voorhuwelijkse geslachtsverkeer benadert — steeds vooropstellend dat het moderne voorbehoedmiddel daarbij niet ontbreke — zal wat gemakkelijker oog krijgen voor het feit dat bij de verkenning van wat men zelf is tegenover de ander de coïtus niet meer zo apart zal staan als vroeger wel moest, toen voorbehoedmiddelen nog niet ter beschikking stonden.

Als men de coïtus ziet als vleselijke uiting van de overgave aan elkaar met alle lust die zo'n overgave met zich brengt, kan zo'n gebeuren de partners helpen zichzelf te ontdekken, ook wanneer er nog geen sprake is van trouwplannen. Hoe men zo'n gebeurtenis verwerkt, hangt helemaal af van de intentie waarmee men beiden aan het spel deelneemt. Het maakt — ook ethisch, naar mij voorkomt — een kardinaal verschil uit of men zich daarbij richt op de ander, dan wel uitsluitend op zichzelf. Niet alles kan door de beugel. Het mag inderdaad een waarschuwing zijn dat duizenden meisjes alle plezier in hun vrouw-zijn en in het verkeer met jongens hebben verloren doordat ze de eerste keer grof zijn uitgebuit.

Natuurlijk zijn dat dan de sterkste meisjes niet, maar wel is waar dat een liefdevoller gedrag hen verder had geholpen en had gesterkt. Trouwens, een jongen die zo een meisje uitbuit, doet dat niet toevallig. Het is evenzeer een uiting van onzekerheid of onmenselijke zelfhandhaving.

De schrijver waarschuwt voor sexueel farizeïsme, dat alle groei en ruimte smoort. In dat kader stelt hij ook het proefhuwelijk aan de orde, het samenwonen van een jongen en een meisje die gaan leven als waren zij gehuwd, zonder dat dit huwelijk ook wettig gesloten is. Overigens: men vergisse zich niet. De vrije liefde is geen nieuwe zaak. Men leze Simson's geschiedenis.

Geradts schrijft in dit verband:

Dat alles geldt bij voorbeeld bij de beoordeling van het proefhuwelijk. In toenemende mate ziet men — vooral in studentenkringen — dat jongens en meisjes op zekere leeftijd gaan samenwonen in een huwelijkse staat — evenwel zonder die staat te laten registreren. Men wil nog van elkaar af kunnen zonder soesa en uit dien hoofde voorkomt men dan ook dat er kinderen worden geboren.

Het lijkt erop, dat deze manier van doen een logisch antwoord is op de toenemende moeilijkheid in de veelheid van aangeboden relaties een vertrouwde partner te vinden.

Vroeger op het dorp kende men de meisjes of de jongens langer en grondiger. Hun aantal was beperkt. Hun persoon kwam trouwens op de tweede plaats, omdat de professionele inbreng in het huwelijk belangrijker was, zeker bij boeren. Maar wie in een grote stad in gesprek komt met een meisje in een espressobar, moet maar afwachten of ze rooms is, dan wel uit Twente komt, studente is, dan wel typiste. Kortom; de partnerkeus brengt meer onvoorziene elementen met zich mee dan vroeger.

Het proefhuwelijk lijkt dan een soepele overgangsfase tussen de ouderwetse verloving en de huwelijkse en kinderrijke staat waarbij men van tevoren proefondervindelijk kan vaststellen of het samengaan bevredigt of niet. Dat is overigens iets te koel geformuleerd. De realiteit is dat men die bevrediging verwacht — anders zou men aan het samenwonen niet beginnen. En men verhoopt die bevrediging, is bereid eraan te werken.

Intussen geeft het proefhuwelijk geen waterdichte garantie. Er zijn nu eenmaal mensen die op grond van negatieve bindingen aan elkaar verkleefd zijn en die samen de put indraaien. Zulke dingen zal men altijd houden, ook bij de meest klassieke partnerkeuze en huwelijksvoorbereiding. Maar in dat geval is het nut van het proefhuwelijk — of liever voorhuwelijk — niet vervallen.

Op deze wijze meent de auteur een dam te kunnen opwerpen aan het kwaad van de scheiding, in een tijd waarin vele mensen jong trouwen, met als gevolg een onrijp huwelijk, dat in vele gevallen op een scheiding uitloopt. 'Hadden', zo vraagt de heer Geradts, 'deze jonge mensen elkaar niet beter kunnen ontdekken in een vrijere verhouding?’

Met opzet hebben we uit de beide artikelen enkele grote citaten gegeven, om u een indruk te geven van de teneur van dit schrijven.

De mens maat van alle dingen?

Wij menen dat de verontwaardiging van de lezers van HN ten volle gewettigd is. Niet dat er op dit terrein geen vragen leven. De nood van velen, ook jongeren, is bijzonder groot. Niet dat er geen fouten kleven aan de oude huwelijksmoraal. Wie zal dit kunnen ontkennen? Ook over de relatie tot de maatschappij waarin wij leven zou veel te zeggen zijn.

Maar ons grote bezwaar tegen deze artikelen is, dat hier elke bijbelse norm wegvalt. Alles wordt gezet op de kaart van de zelfbevestiging. Nu heeft de redactie van HN zich wel gehaast om de stroom verontrustende kritiek tegen te gaan. Niet alleen door in deze serie ook andere scribenten aan het woord te laten, maar ook door een redactioneel commentaar.

C. Timmer wijst er in HN van 21 november op, dat men mogelijkheden moet scheppen tot een dialoog, dat het er primair om gaat veranderingen te signaleren, dat het gaat om het zoeken naar een antwoord. 'Er kan vanzelfsprekend geen twijfel over bestaan, dat wij het monogame huwelijk erkennen als het enig bijbels mogelijke. Maar dat betekent niet, dat wij ons hebben te onthouden van het signaleren van verschijnselen in onze samenleving’.

Een m.i. weinigzeggende zin, omdat W.F. Geradts meer doet dan signaleren. In HN van 5 december lezen we weer een redactioneel commentaar. Als argeloos lezer vraag je je dan wel af: 'Vreemd, als een artikelenserie met zoveel woorden verdedigd moet worden!' Ds. A. van Es schrijft in dit nummer, 'dat een andere opzet wellicht beter geweest was, dat men beter vooraf de lezers had kunnen inlichten en voorts haast hij zich te zeggen, dat de schrijvers in HN schrijven voor eigen verantwoordelijkheid en dat zij slechts materiaal voor discussie aandragen.

Wij menen, dat zich hier wreekt de vrijblijvendheid van HN t.o.v. het belijden der kerk. Van een officieel orgaan der Hervormde kerk zou men toch op zijn minst voorlichting mogen ontvangen vanuit het bijbels getuigenis, om nog maar te zwijgen van positiekeuze.

In plaats daarvan wordt alles opgehangen aan de woorden 'gesprek' en 'dialoog’.

Ons grote bezwaar tegen de artikelen van Geradts is ten diepste dat hier een humanistische mensbeschouwing model staat en de achtergrond en ondergrond vormt voor zijn schrijven. Op deze wijze wordt de ethiek losgemaakt van het Evangelie. Niet Gods geboden bepalen de koers, maar wat dient tot zelfbevestiging. Ik weet wel, dat HN in het nummer van 5 december deze term toelicht als een term uit de psychiatrie, waarbij dan gezegd wordt:

In de vele brieven die wij hebben gekregen naar aanleiding van de twee eerste artikelen over de 'wijzigingen in de sexuele moraal' kwam vaak de vraag naar voren wat nu precies met die 'zelfbevestiging' werd bedoeld. Het gaat hier om een term uit de psychiatrie, en om duidelijk te maken wat men met dit woord voor ogen heeft, drukken wij hieronder enkele fragmenten af uit een recent Paroolinterview met de bekende Nijmeegse vrouwelijke psychiater dr. Anna Terruwe.

’In het algemeen kan men zeggen dat een depressie altijd veroorzaakt wordt door een stoornis in het liefdeleven. Organisch bepaalde depressies laat ik bij wat ik verder zal zeggen buiten beschouwing. En nu dat liefdeleven, en in het bijzonder dat woord liefde. Ik gebruik het hier in een vrij wijde betekenis, ook in de zin van genegenheid, ook in die situaties dat een ander op mij een aangename indruk maakt, mij welbehagen geeft, op mij afkomt op een manier die mij in staat stelt mijzelf te zijn. Dat is eigenlijk al iets geweldigs, als het gebeurt, want voor de vorming van zijn eigenwaarde heeft ieder mens een ander mens of andere mensen nodig. Komt die eigenwaarde niet uit de verf, weet iemand niet goed wie en wat hij is, twijfelt hij wat dit betreft vaak dan gaat het mis, ook al behoeven anderen dat niet snel, of zelfs nooit, te merken, want de camouflage die aldus getroffen mensen aanwenden is niet zelden erg knap. Zij gaan iemand spelen die ze niet zijn, wat energie, veel energie vraagt, en zo lang zij dit doen sluiten zij zich hoe langer hoe meer af. Voor anderen, maar ook voor zichzelf’.

’Ook daarom is het zo juist als men zegt dat liefde ont-hullend is. Liefde, ook in de zin die ik daar zojuist aan heb gegeven, stelt de ander in staat zijn verdediging te laten zakken. Hij merkt enigszins dat hij, wat de ander betreft, mag zijn zoals hij is. Hij wordt door die ander, zoals ik dat dan noem, bevestigd. Hij wordt bevestigd in datgene wat hij blijkbaar is, hij wordt even aan zichzelf geschonken. Dat leidt ertoe dat zo iemand meer psychische ruimte krijgt, waarin hij met zijn iets toegenomen eigenwaarde meer kan doen. Voor zichzelf, maar, alweer, ook voor de ander, qua houding, genegenheid, een beetje open staan voor.’

’Als ik de kern van dat resultaat moet omschrijven dan zeg ik dat een sterke nadruk moet worden gelegd op het werkelijk unieke vermogen van de mens de ander zijn psychisch mensworden te geven, en daardoor ook zelf bevestigd te worden’.

M.i. verheldert dat de zaak wel enigermate, maar betekent het allerminst een verbetering. Ook met deze toelichting blijft het grote bezwaar dat de psychiatrische visie op de mens het een en het al is. Hier zit men waar de invloed van de gedragswetenschappen in theologie en kerk toe leidt. Niet alleen is met de hierboven gereleveerde opvatting de weg vrijgegeven tot een leven zonder normen, ondanks alle redactionele verzekeringen, waarbij maatschappijveranderingen, en psychologische aspecten de toon aangeven. Maar bovendien wordt op geen enkele wijze de verwording van het leven ook op het terrein van huwelijk en sexualiteit door de zonde van de mens jegens God in rekening gebracht. En als deze ellende niet gepeild wordt, valt ook het zicht weg op de vernieuwing door Christus, de verlossing in Hem, de betekenis van het Evangelie voor huwelijk, gezin en sexualiteit. Dat is het armzalige van de in de beide artikelen gepropageerde nieuwe moraal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's