De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In gesprek met het gezin

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In gesprek met het gezin

7 minuten leestijd

Wij en onze kinderen

Ja zeker, onze kinderen. Wij zijn de ouders en samen met hen vormen we een gezin, een gemeenschap, een levensgemeenschap zelfs. Of is het alleen maar een leefgemeenschap en dat voor zo lang het duurt. Wij en onze kinderen, dat hoort toch bijelkaar. Maar er komt nog wel eens wat tussen en soms zo veel, dat het moeilijk valt dit verband te bewaren en waar te maken. Dat geef ik eerlijk toe.

Kijk, dat zijn ze nu, onze kinderen. Een moeder mijmert stil voor zich heen: wat waren ze dicht bij mij, toen ik ze verwachtte. En toen ze geboren waren en tegen mij aangevleid werden. Die dagen vergeet ik nooit. Later waren ze altijd onder het bereik van mijn ogen en van mijn handen. Anders was ik ongerust. Nog later, och, het ging geleidelijk, zij leerden lopen; ik leerde ze lopen. Ik zei heel trots: hij is pas ... en hij loopt al. Je zou er bijna spijt van krijgen. Want lopen was weglopen en dat is het nog. Toen kwam de school; allemaal gingen ze naar school, ik kwam wat op adem. Maar de kinderen die thuiskomen, werden gaandeweg minder mijn kinderen. Er is toch wat verwijdering gekomen. Vaak kijk ik vertederd naar hen, dan denk ik aan vroeger. Soms moet ik mijn ogen even uitwrijven: zijn dat mijn kinderen?

Onze kinderen. Toe, man zeg ook eens wat. Och, waar maak je je zorg over, mompelt die man. Maar we horen hem wel eens hardop denken. Dan voelt hij zich niet zo op zijn gemak. Onze kinderen. Natuurlijk. Ik was er blij mee, ik was er rijk mee, al kwam ik er niet dikwijls aan toe aan dat rijk en blij zijn, bedoel ik. Te druk, weet u. Was, is geweest. Nee, niet geweest, nog. Alleen ... vroeger waren ze meer van mij. Nu kijk ik wat onwennig naar hen. Zijn ze dat? Ik ben geneigd hen in te delen bij de jeugd van tegenwoordig, maar u hebt gelijk: het zijn onze kinderen.

Vader en moeder beleven dat 'wij en onze kinderen' verschillend. Vader meer op een afstand, moeder, met de neus er bovenop. Na verloop van tijd moeten zij toch maar eens met elkaar van gedachten wisselen. Hoe staat het er mee en hoe gaat het er mee? Met ons en onze kinderen. U bent samen de ouders van uw kinderen. Dat is een stuk verantwoordelijkheid, dat u samen draagt. Vooral samen. Daar zijn uw kinderen bij gebaat.

Al pratende betrap ik de ouders er op dat ze dat 'onze' wat eenzijdig uitleggen. Ze zijn van ons, ze zijn er voor ons. Zo inhalig zijn wij. Hier komt de zonde om de hoek kijken. Door de zonde nam ons leven een verkeerde draai, de draai om ons eigen ik. In die draai nemen we alles mee; ook onze liefde, die zodoende zelfzuchtig dreigt te worden. Of hebt u daar nooit erg in? Wat heb ik er aan, voert dan de boventoon; wat ben ik er voor, komt nauwelijks aan bod. Het laatste is ook ontdekkender, dan het eerste, hinderlijker. Vergeet het echter niet. Leven is geven, en alleen in de weg van het geven ontvangen we. Niet, ontvangen we wat terug voor alles wat we gaven, maar al gevende, ontvangen we.

Duidelijk is dat u het gevoel hebt: onze kinderen bewegen zich van ons vandaan. Dat zal waar wezen. U moet dat niet te donker inzien, want dat is altijd het geval geweest. Wij en onze kinderen, dat raakt inderdaad wat uit elkaar; er moet ruimte tussen komen. Onze kinderen moeten 'zelfstandig' worden. Daartoe moeten wij hen de ruimte geven, daaraan mogen wij meewerken, hoe dan ook. Zij zijn de mensen van morgen. Zij blijven even goed onze kinderen; de band wordt uitgerekt, er is sprake van enige verwijdering. Dat is verdrietig, maar het is niet anders. U herinnert zich die verwijdering niet uit uw eigen jeugd? Kom nou! Hoe keken onze ouders naar ons? Onze kinderen, dachten ze, zijn toch heel anders dan wij en heel heel anders dan wij vroeger waren. Toen begreep u niet, dat dat pijn deed. Nu doet het u pijn. Maar deze verwijdering is niet ongezond en niet zonder zin. Ouders en kinderen moeten er doorheen, samen doorheen.

Erger wordt het, als de verwijdering in vervreemding ontaardt. Ouders kijken dan naar hun kinderen, als waren het vreemden. Ze doen zo vreemd, ze zijn zo vreemd. Ik herken niets in hen van wat ik mij voorstelde van hen, en voornam met hen. Vervreemding is een groot woord, wij moeten het niet te haastig uitspreken. Verwijdering is nog geen vervreemding. Maar ook dat kan zich voordoen. Er is dan geen over en weer, er is geen gesprek. Wij spreken langs elkaar heen, wij kijken tegen elkaar aan. Woorden zijn geen bruggen, maar even zo veel kloven. Wij en onze kinderen. Een breuk. Alweer, niet te gauw. Want de verhouding tussen ons en onze kinderen maakt geschiedenis. Wij kunnen die niet vast prikken op de toestand van vandaag. We houden hen mede daarom vast, als onze kinderen. Daaraan kan de vervreemding genezen. Genezen aan de liefde, die alle dingen hoopt.

Daarmee is het voornaamste nog niet gezegd. De verhouding tussen man en vrouw, ouders en kinderen is een driehoeksverhouding. Dat geldt voor het huwelijk — in Gods naam bevestigd. Dat geldt voor het gezin. Onze kinderen, zijn de kinderen die het Hem belieft ons te geven. Een flard uit een oud formulier. Nee, in deze ordening van God, is het verband gegeven. Kinderen, dat is onze zaak. De Here zegt: Ken Mij erin. Ik ben er bij betrokken. Uw Schepper. God beschermt het gezin, in Zijn goedheid. Valt die bescherming weg, dan worden de levensverbanden ontwricht, tot onberekenbare schade van ouders en kinderen. Het gezin is een heilige ordening van God. Hij bewaart de samenleving voor verwildering, die verwoesting is. Omdat die vandaag hand over hand toeneemt, mag het met nadruk gesteld worden: Wij en onze kinderen. In de naam des Heren! Geroepen, roept Hij ons tot zich, met onze kinderen.

Daar is de bijzondere orde van het verbond. Het verband wordt in het verbond geheiligd, verheven tot de genadige orde van God. Dat verbond strekt zich uit over verleden, heden en toekomst. Daar kunnen wij elkaar vasthouden. Onze kinderen leven in een andere tijd dan wij, omdat voor ons de tijd veel meer verleden tijd is dan voor hen. Ze leven ook in een andere wereld, omdat die snel verandert, en zij er verder in gemoeid raken dan wij. Maar, in het verbond, raken we elkaar niet kwijt. De Here is een toevlucht van geslacht tot geslacht.

Al pratende, komen we in het paradijs. Het verloren paradijs. De zonde rukt alles uit elkaar; rukt aan het gezin, trekt aan ons en aan onze kinderen. Zo komen wij tot het doopvont. Wij en onze kinderen, in zonde ontvangen en geboren. Ja Here, dat is er een van mij. Wij hebben niet op elkaar voor; ouders en kinderen kunnen niet in het rijk van God komen, tenzij ... De Here, de God van het verbond is de God van de belofte. U komt de belofte toe en uw kinderen. Hij houdt ons bij elkaar in Zijn Naam. Daaruit mag ik troost en moed putten. Het is lang geleden dat wij onze kinderen ten doop hielden. In die kerk, door die predikant ben je gedoopt. Is dat alles, wat wij er nog van weten? In die Naam werden wij en onze kinderen gedoopt! In de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.

Nee, het spat niet uit elkaar; God zij dank. Hij spant de boog van Zijn trouw over ons en onze kinderen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

In gesprek met het gezin

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's