De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De losser

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De losser

7 minuten leestijd

'Toen zeiden de vrouwen tot Naomi: Geloofd zij de Heere, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven; en zijn naam worde vermaard in Israël.' Ruth 4:14.

Onbegonnen werk. Zo moet menigeen verzuchten, als hij met zijn zaligheid bezig is. Hij zal er wat aan moeten doen, de tijd dringt, de nood stijgt. Maar het breekt ons bij de handen af, wij beschikken niet over de middelen. Berooid van alle geestelijke goederen en gaven, zijn we onbemiddeld. Welnu, voor onbemiddelden, is de middelaar gekomen. Als wij het er bij laten zitten, omdat onze moed bezwijkt, dan is het daarom niet verloren. De Heere liet het er niet bij zitten. Hij komt met de Verlosser naar voren: Zijn eigen Zoon. Heel het verlossingswerk is in die Verlosser gegeven. Is reeds begrepen in zijn geboorte. Een losser, dé Losser. Het kostte Hem meer dan Obed; het kostte Christus Zijn leven. Wie dit Kind in de armen neemt, kijkt naar zijn handjes en voetjes: ze worden aan het kruis gespijkerd. Opdat Hij zou verlossen, bevrijden uit de macht van zonde en dood. Hij dat is Gods lieve Kind Jezus. En toch liet de Heere het niet na; Hij had er Hem voor over. Wij waren Hem niet waard, de Losser was ons niet eens welkom. Maar ook dat verhinderde de Heere niet, om Hem te zenden.

De Losser. Hij maakt onze verloren zaak tot de Zijne. Hij deed meer. Hij herstelde ons in oude rechten. Hij was de laatste Adam, de stamhouder Gods onder de mensen. Hij deed ons weer delen in de goederen van het heil, in het eeuwige leven. Deze Goël — losser — doet geen half werk. Door Hem verlost, genieten wij een overvloed van leven en vrede. Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave. Die niet heeft nagelaten ...

Een Losser te geven. De nadruk valt even op dat 'geven'. Het is genade! Naomi krijgt dit kind, dank zij de genadige beschikking van God, Die het in de wet zo had geregeld, dat Obed als een kind van Machlon wordt gerekend. Zij was te oud om nog kinderen, zonen, te krijgen, dat had ze haar schoondochters voorgehouden. Geen kans op een kind. Geen kans op een kostwinner, op een erfgenaam, op een Losser. Was Ruth geen kinderloze? En Sara en Rebekka? De Heere maakt het, de hele geschiedenis door, heel duidelijk, dat er niets van komen kan, als het van ons moet komen. Die kans is verkeken. Wij brengen de verlossing niet aan, wij brengen de verlosser niet voort. Hij wordt door het wonder der genade gegeven. Dat spitst zich toe voor Maria: Hoe zal dit wezen. En dat onderstreept de kerk als ze belijdt: Geboren uit de maagd Maria.

Zo krijgt Naomi haar losser. En zo krijgt een mens, die het niet meer redt, zijn redder. Gegeven. Geboren, dat is groot. Gegeven, dat is groter. Want dan kan het, ruim en goed. Nu moeten wij er tussenuit, om rust te vinden in de genade Gods. Genade reikt ons dit Kind aan, alleen uit de hand van de genade kunnen wij het aannemen. Zijn er uitgestrekte armen? Er is een uitgestrekte hand, de hoge en goede hand des Heeren.

En weer zie ik Naomi zitten met Obed. Hoor, het vrouwenkoor heft een lied aan: Geloofd zij de Heere, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven. Dat is het heden van zijn genade. Wat hebben wij meer nodig, dan een Losser. Hij brengt alles mee. Hij maakt de genaderijke beschikking Gods van kracht. Zouden wij daarom aan Hem niet genoeg hebben? Voor Naomi betekende het een goede oude dag; meer nog, een nieuwe jeugd. Die uw jeugd vernieuwt als die van een arend. Waar God dit Kind wegschenkt, daar kan Simeon in vrede heengaan; daar mag Hanna — stokoud is ze en ze maakte heel wat mee — haar taak vervullen: En zij sprak van Hem tot allen, die de verlossing in Jeruzalem verwachtten.

Misschien bleven nood en leed u niet bespaard, u bleef zitten met... U bleef zitten zonder. Maar de Heere liet u niet zonder Losser zitten. En Hij, Die Zijn eigen Zoon niet spaarde, hoe zal Hij ons met Hem niet alle dingen schenken. Houdt moed. Ook in de ouderdom is dit Kind een reden tot vreugde. Een Losser! Wat een rijkdom. Eén Die al mijn nooddruft vervult tot heerlijkheid. Nu leg ik dit blad even neer, daar wil ik de Heere eerst voor danken.

Wij mogen dan meezingen met de vrouwen van Bethlehem, met Maria, Zacharias, Simeon, zo waar met de engelen. Geloofd zij de Heere. Wie er om heen staat, wien het aangaat, zoals het Naomi aanging, die mag gewagen van de grootheid en de goedheid Gods. Alle woorden doen mee in het vermelden van Zijn deugden. De Heere, de God des verbonds; Hij had het beloofd en heeft het bevestigd. Hij heeft niet nagelaten. O, als Hij dat toch gedaan had, dan was er geen verwachting. Een Losser. Die had ik nodig. Te geven.

U, heden. Zo worden oude woorden nieuw, en dode woorden levend. Naomi is reeds lang gestorven, en de vrouwen van Bethlehem eveneens. Obed gewint Isaï, en zo maar voort. Dat u heden geboren is. Daar krijgt het zijn beslag. Christus is geboren. Wie Kerstfeest viert looft de Heere. Zullen wij ons in de adventstijd vast oefenen? De grondtoon van het lied is genade. Wie het hoort, zou van een Mara een Naomi worden. Het Kind kan wat veranderen!

Om zijn naam gaat het tenslotte: en zijn naam worde vermaard in Israël. Met ere genoemd. Een goede naam is veel waard. Dat men in Israël goed spreekt over dit kind betekent dat het hem goed gaat en dat hij goed doet. Zijn naam zal verder klinken, dan die van zijn vader. Maak uw naam vermaard in Bethlehem zeiden de mannen tot Boaz. Zijn naam worde vermaard in Israël zeggen de vrouwen. Wij schuiven in dit kind reeds wat dichter naar David toe, de vorst uit de stam van Juda, uit het geslacht van Boaz. In Israël. Hij zal onder de voorouders van David genoemd worden.

Hoe heet hij eigenlijk? Obed. Een vermaarde naam en de naam betekent: dienaar. Dat zal hij waar maken. Het is de taak van Obed Naomi te dienen; een verkwikken der ziel en om uw ouderdom te onderhouden. Het is zijn taak Elimelech's geslacht te dienen. Het is zijn taak Christus te dienen: En Obed gewon Isaï. Zo moet hij bekend blijven, als de dienstwillige, die niet hooggevoelend meent dat alles om hem draait, maar die zich nederig voegt naar het voornemen des Heeren. Mijn knechtje zegt Naomi tot het kind op haar schoot. En terecht. Gods knechtje om haar te helpen. Een mooie naam, al strookt hij niet met de eer, die wij vaak zoeken. Een naam, vermaard in Israël.

Zijn naam. Dat is nog veel meer de naam van de Heere Jezus. Hij heet immers ook Obed: Ik ben niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen. Mijn knecht, zegt de Heere, ziet mijn Knecht. Alleen omdat Hij Obed wilde zijn, kon Hij Goël wezen: zijn ziel, zijn leven geven om velen los te kopen. Om te dienen nam hij niet alleen de naam maar de gestalte van een dienstknecht aan. Tot Uw dienst, zei Hij tegen Zijn Vader. Tot uw dienst. Zo stelt Hij zich aan een zondaar voor. Zijn leven was dienen. Hij leeft, welnu Hij blijft dienen.

Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid, zolang als er de zon is zal Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden. Vermaard tot aan het einde der aarde, zodat overal mensen de advent vieren met dit Kind en stamelen: Mijn Obed, Mijn Goël. Geloofd zij de Heere.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De losser

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's