Bethlehem en de kerk van nu
’De kerk van nu’ drukten wij een regel lager. Opzettelijk! Niet dat de kerk ons minder kan interesseren dan Bethlehem, want de kerk heeft haar naam te danken aan Christus, ze is 'des Heeren', ook niet dat het heden ons minder kan aangaan dan vroeger tijden. Al is Christus veel eeuwen geleden geboren, deze tijd is evenzeer Zijn tijd, als die waarin Hij op aarde kwam. Ook 1970 is een annus Domini, een jaar onzes Heeren. En de kerk is nu niet minder Zijn kerk dan in haar stichtingstijd. De jaren 1970 — 1570 — 70, zij zullen wel niet veel verschillen. Het jaar 1970, kerkelijke decadentie althans in Europa. Het jaar 1570, kerkelijke decadentie na de middeleeuwen: de reformatie moest nog geheel op gang komen in ons land. Het jaar 70, Israëls decadentie, in de letterlijke zin van het woord: de val van Jeruzalem.
Het is wel bar gesteld met de kerk nu en hier. Het kan ons maar weinig troosten, dat de kerk in andere werelddelen bloeit. Het is ook maar een schrale troost, als wij elkander vertellen, dat er achter het IJzeren Gordijn, in Frankrijk en hier toch altijd nog wel wat is. Wij willen er maar al te zeer de ogen voor open houden dat er nog goede dingen in Juda zijn. Maar het ziet er over het geheel in ons werelddeel bepaald niet rooskleurig uit. Wat voor prachtige namen wij er voor bedenken: de kerk gaat snel achteruit en gaat met grote sprongen achteruit en gaat in hele streken te niet. De financiën liegen er niet om. Hier is zelfs een woord gebezigd, wat bij ons allang in de gedachte leefde: liquidatie theologie, dit is een heologie die waarden en waardevolle dingen opruimt, niet voor wàt, maar voor nièts. Het aantal van de papieren leden liegt er ook niet om, noch ook de getallen van hen, die geen Godsdienst meer opgeven. Het sluiten van kerken, het opheffen van predikantsplaatsen, het verkleinen van kerken, herstructurering, schaalvergroting, ze betekenen vrijwel overal verkleining, vermindering, verdwijning zelfs. De kerken aanbouw in nieuwe wijken houdt geen gelijke tred met de sluiting in oude wijken. Een groeiend anarchisme bij de jeugd belooft niet veel goeds voor de toekomst der kerk. Een theologie van de revolutie redt hier niets, maar stimuleert veeleer. Theologische uitdrukkingen als een antwoord hebben op de uitdaging van de wereld aan de 'kerk' bewijzen slechts, dat de hele wereld een frontale aanval op de kerk doet, welke de kerk echter niet beantwoordt met een tegenaanval, maar met een breed plaatsmaken voor de ongodsdienstige ideeën van de wereld. De kerk is druk bezig zich te ontkerken en ontkerkt te worden. Maar de kerk zelf is hoofdschuldige, niet de wereld. De kerk verwereldlijkt zelf meer, dan dat de wereld de kerk binnen dringt. Wat hier gebeurt is erger dan de verstarring van de Zeven gemeenten van Klein Azië.
Is dan de zegezang der engelen bij Christus' geboorte te hoog gestemd geweest?
Is het dan niet waar: Ere zij God in de hoogste hemelen? Vrede op aarde? In de mensen een welbehagen? Is dan deze geboren Koning niet een koning, die nooit zonder onderdanen zou zijn? Zo ongeveer met de val van Israël kwam Hij, als Israël tot niet schijnt te worden. Bij de val van het Romeinse rijk zet het Christendom door. Bij de val van de Oostenrijkse dynastie zet in deze landen de Reformatie door. Zo is Christus altijd in de bressen getreden en zo heeft Hij Zijn rijk altijd doen komen, niet als een Revolutionair, die verwoestte om tot een nieuwe stichting te komen, die brak om te bouwen, die bloed vergoot om zo Zijn rijk te doen komen, maar als degene die het gestorvene levend maakte, het gebrokene heelde, en die het verdorvene vernieuwde. Dit alleen kan ons troosten in de kerk van nu: dat in Hem toch de drieslag van de engelenzang waar is: ere — vrede — welbehagen. En dat vaak toch, en dat vaak ook en dat vaak juist in donkere tijden. Zien wij geen lichtpunten meer in de kerk van nu, dan is er nog dit ene en ook dit enige lichtpunt.
Het is geen lichtpunt. Hij is dat licht, dat in de duisternis zou schijnen. Zijn woord zou altijd schijnen in een duistere plaats, totdat de dag aanlicht. En dit licht, Hij, schijnt nu, ook nu. Het gaat voor de kerk Gods naar de dàg van Christus. Dat kan allen, in wier harten de blinkende Morgenster der belofte van Zijn komst is opgegaan, toch troosten, in welke duisterheden zij dan ook geleefd hebben, leven of zullen leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 december 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's