Oudejaarsavond
En als het nu avond was geworden, zo was Hij daar alleen. Matth. 14:23b
De avond heeft een eigen karakter.
Hij roept op tot herinnering en bezinning. Als de dag met zijn drukte voorbij is, geeft de avond ons de gelegenheid de blik naar binnen te richten.
Dan worden de vensters gesloten en in de stilte van deze tijd trekken de beelden van wat geschiedde aan ons voorbij.
In de avond neemt de herinnering ons in beslag.
En wij bereiden ons voor op de nacht, waarin alles verstilt.
Jezus heeft de avond nodig gehad en hem beleefd in het alleen-zijn met God.
Hij gebruikte de avond om te bidden.
Elke dag heeft zijn avond.
Elk jaar heeft zijn avond.
Elk leven heeft zijn avond.
Hij is door God geschapen om stilte en rust te brengen.
Om de mens gelegenheid te geven te verwachten en te bidden.
De avond kan ons pijn doen.
De stilte kan ondraaglijk zijn.
De eenzaamheid kan ons bijkans verstikken.
De herinnering kan ons een last zijn.
Vele mensen willen dan ook niet alleen zijn.
Zij kunnen niet tegen de avond op, en zij trachten het aparte karakter van de avond te breken door veel lawaai.
Zij geven zich over aan de erbarmelijke uitwerking van hun innerlijke onrust, waardoor hun leven wordt beheerst.
Zij weten met de avond geen raad, want alleen-zijn betekent voor hen leegte.
En die ontvluchten zij, want geen mens kan in de leegte leven.
Leegte betekent immers sterven.
In de avond wordt ook de balans opgemaakt.
De boeken worden opengeslagen.
Dan worden de verliezen bepaald.
Soms onherroepelijke verliezen, veroorzaakt door de dood.
Dat stemt ons droevig.
Dat maakt ons opstandig, verbitterd, moedeloos, eenzaam.
Er is ook veel mislukt, dat wij graag anders hadden gewild.
Daarbij maakt de zelfbeschuldiging onze mislukkingen veelal bitter. Wij cijferen en berekenen, maar wij krijgen de balans niet kloppend.
Wat komen wij nog tekort?
Wat ontbreekt ons nog?
Eens was er een jongen, die ook ijverig rekende.
Maar hij kwam er met zijn berekeningen evenmin uit.
Alles klopte precies in zijn leven, en toch ... er ontbrak iets aan. Hij wist niet wat, maar de vraag bleef in zijn ziel leven.
Toen ging hij met zijn vraag naar Jezus toe.
Hij liet Hem de balans van zijn leven zien. Maar wat bleek?
De hele balans deugde niet.
Er klopte niets van.
En als het nu avond was geworden, zo was Jezus daar alleen.
Hij ontvangt de rekening.
Hij alleen kan de balans van het leven kloppend maken.
Hij kiest de eenzaamheid van de avond en beleeft hem in het gebed tot Zijn Vader.
Hij bezint Zich op Zijn opdracht.
In de avond richt Jezus de blik omhoog.
Hij klimt alleen de berg op om in Zijn diepe eenzaamheid, waarin Hij Zich in deze wereld bevindt, het levende contact te zoeken met Zijn Vader.
In deze eenzaamheid zijn de grootste dingen tussen God en Hem beslist.
Hij is voor Zijn kinderen de rekening aan het vereffenen.
En Hij bidt, dat zij niet verloren zullen gaan, als de nacht komt. Hij bidt, dat zij bewaard zullen worden voor de boze.
Neen, de Middelaar bidt niet, dat zij bewaard zullen worden voor het leed, voor de angst, voor de eenzaamheid.
Hij bidt niet, dat zij uit de wereld weggenomen zullen worden.
Hij vraagt, dat zij, die Hem gegeven zijn, Zijn heerlijkheid mogen zien.
Hij bidt, dat voor hen eens de nieuwe dag zal aanbreken, die geen avond heeft, omdat er geen nacht meer op volgt.
Terwijl Jezus de avond beleeft in het gebed, en kracht vindt in Zijn eenzaamheid, zijn Zijn discipelen in grote nood.
De storm overvalt hen midden op zee.
Zij gevoelen zich zeer alleen en diep beangst.
Zij kunnen niet op tegen de woedende machten, die dreigen hen te doen vergaan.
Was Jezus er nu maar!
Maar Hij heeft hen juist deze nood ingedreven!
Zij moesten alleen gaan, zonder Hem.
Hij schijnt hen verlaten te hebben.
Midden op zee, in zware storm, door Jezus daartoe gedwongen, en door Hem schijnbaar aan hun lot overgelaten.
Zó beleven zij de avond.
En zij weten niet, dat op ditzelfde ogenblik Jezus voor hen bidt. Anders waren zij niet bang en ongelovig geweest.
In de avond wordt Gods kind geroepen stil te zijn voor God.
Van Hem alleen kan zijn verwachting zijn.
Het kan eenzaam zijn, maar is niet alleen.
Want Jezus was in de avond alleen.
Daarom houdt de storm op zee op.
Het wordt stil, en de wind gaat liggen.
Ook al klopt de balans niet.
In deze stilte ruist het profetische woord: 'Het zal geschieden ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen'.
Mijn beê, met opgeheven handen,/ Klimm' voor Uw heilig aangezicht,/ Als reukwerk, voor U toegericht,/ Als offers, die des avonds branden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1970
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's