De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Heilige Geest en de toerusting van de gemeente

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Heilige Geest en de toerusting van de gemeente

7 minuten leestijd

De leraars

Als derde gave van de Heilige Geest ter toerusting van de gemeente worden in 1 Cor. 12:28 en Ef. 4:11 (daar tezamen met de herders) genoemd de leraars.

Paulus die zichzelf meerdere malen leraar of leraar der heidenen noemt (b.v. 1 Tim. 2:7, Col. 1:28), heeft daarbij vooral voor ogen een groep mensen met didaktische kwaliteiten. Gemeenteleden die in staat zijn de anderen het onderwijs van de Schriften te geven. De apostel schrijft dan ook, dat degenen die de gemeente leiding moeten geven, bekwaam zullen zijn om te leren (1 Tim. 3:2).

Uit de schaarse gegevens in het Nieuwe Testament blijkt, dat een leraar iemand is, die de bekwaamheid heeft ontvangen om anderen te onderwijzen in de hoofdzaken van het in Christus geschonken heil. Tevens geeft hij onderricht aangaande de wil des Heeren.

In hun onderwijs dragen de leraars aan de gemeente over, wat zij van de apostelen gehoord hebben — de christelijke leer! — met daarnaast allerlei praktische aanwijzingen en voorschriften voor het dagelijks leven en handelen van de gemeente naar de norm van Gods wet. De leraars dienen zelf terdege de Schriften te kennen, alsmede de mondelinge overlevering van de apostelen.

Zij mogen deze kennis overdragen aan beginnelingen via de catechese en na de doop — 'de eerste beginselen of ook wel voeden met melk' genoemd. Ook in het vervolgonderwijs — 'de vaste spijs' — diepen zij met inzet van hun persoon en levenswijsheid de kennis van Christus uit voor de gemeente. Bij dit onderwijs is alle vrijblijvendheid uitgesloten; het gaat er om, dat de leerlingen ook dóen wat hun geleerd is.

Het doel van dit onderwijs is om de gemeente te bouwen in het geloof, opdat zij komen zal tot de eenheid en volheid van het geloof in Christus èn om haar weerbaar te maken door het Woord tegen allerlei dwaalleer die het gezonde geloof bedreigt.

U begrijpt, dat dit onderwijs van vitaal belang is voor de gemeente Gods.

De leraars mogen dan ook op de erkenning in de gemeente rekenen. De gemeente heeft hen om het Woord hoog te houden en in liefde te onderhouden. 'En die onderwezen wordt in het Woord, dele mee van alle goederen dengene die hem onderwijst.' (Gal. 6:6).

In de tijd, dat de gemeente nog aangewezen was op de mondelinge overlevering als bron van kennis voor het geloof in Christus, is deze gave van de Geest van bijzondere betekenis geweest in het geheel van de Kerk.

In het werk van deze leraars zijn er allerlei parallellen met het Oude Testament en het Jodendom.

O.T.

U weet, dat het onderwijs in het Oude Testament hoog genoteerd staat, met name het godsdienstonderwijs. Mozes moet aan het volk de rechten en inzettingen van God bekend maken, naderhand nemen de priesters en de profeten zijn taak over.

Het karakteristieke van dit onderwijs is, dat niet eigen inzichten voorgedragen worden, maar uitsluitend Gods openbaring in Zijn machtige daden. Het onderwijs wordt namens God gegeven, met blijvend gezag over het hele leven. Er is geen discussie mogelijk; de leerlingen hebben te gehoorzamen en te doen wat God gebiedt. Het gaat er vooral om de Heere in de praktijk van alle dag te vrezen. Het onderwijs gaat over de daden van God in de schepping en in de geschiedenis. Die moeten de komende generaties ingescherpt worden. Hoe langer hoe meer valt in later tijd het accent op de wet. Wat God doet en doen zal wordt indringend aangekondigd.

Rabbijnse traditie

Deze lijnen vinden wij terug in de traditie van de rabbijnen. In hun onderwijs leggen zij zich speciaal toe op de uitleg van de thora. Ook dit onderricht is vooral op de praktijk, op de uitleg en het doen van de geboden van God gericht. Met de nodige wijsheid en spitsvondigheid wordt dit onderwijs door de rabbijnen gegeven.

Bij de Grieken is het onderwijs van andere aard. Daar valt vooral nadruk op de vorming van de persoonlijkheid. De nadruk komt te liggen op het intellect, op het inzicht hebben. De Griekse leraars proberen daarom het verstand van hun leerlingen te scherpen en hun natuurlijke begaafdheid zoveel mogelijk te ontwikkelen.

In het Oude Testament gaat het allereerst om de Waarheid. Die moet de leraar bekend maken en doorgeven. Het gaat niet allereerst om de begaafdheid van de leerlingen te demonstreren, maar om de overgave aan God en de bereidheid om naar Zijn onderricht te luisteren en te doen!

Het Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament wordt met name de Heere Jezus als de Leraar van God gezonden aan ons voorgesteld. Hij wordt rabbi genoemd (afgeleid van een woord rab, dat: hooggeplaatst, groot, geschoold betekent). Hij heeft een groep leerlingen om Zich heen die Hem eren en toegewijd zijn.

Het verschil tussen Jezus en de andere rabbijnen is echter opvallend. Christus treedt op met een absoluut gezag. Hij leert als Machthebbende en niet als de Schriftgeleerden. Hij is immers de hoogste Profeet en Leraar, Die ons de verborgen raad en wil van God aangaande onze verlossing volkomen geopenbaard heeft. Hij treedt op, zoals alleen God optreedt!

Hoewel Jezus zich in Zijn optreden aansluit bij de Joodse tradities (Luc. 4), toch is de inhoud van Zijn leer totaal verschillend van die van de rabbijnen. Hij kan met recht zeggen: maar Ik zeg u ... heden is deze Schrift in uw oren vervuld. Hij wijst Zichzelf aan als de Messias.

Tegelijkertijd stelt Hij diepgaand de verhouding tot God aan de orde en roept het volk op tot de dienst aan de Heere met heel het hart en de inzet van alle krachten. Heel het heilshandelen van God, dat in Hem geconcentreerd is, wordt in al zijn rijkdom uitgestald. Christus maakt het hart en de handen van Zijn Vader zichtbaar.

Christus scherpt Israël heel concreet de wil van God in en eist het totale leven op voor God en de naasten. Hij heeft de wet voorgeleefd en vervuld: Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven!

Voor Zijn heengaan belooft Hij Zijn discipelen de Heilige Geest, Die hen in alle waarheid zal leiden en indachtig maken, wat Hij gezegd en gedaan heeft.

Christus Zelf zendt na Zijn opstanding ook Zijn leerlingen uit met de opdracht: te leren. Dat is al tijdens Zijn rondwandeling het geval geweest (Marc. 6:13), zeker na Zijn hemelvaart: Matth. 28:19: gaat dan heen, onderwijst alle volken ... lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.

Bij hun leerwerkzaamheid zal de Geest hen verlichten en voorlichten, aan hun onderwijs kracht en gezag verlenen. Wie u hoort, hoort Mij, zegt Christus.

In hun onderricht geven de apostelen als oog- en oorgetuigen door de leer en het leven van hun Gekruisigde en Opgestane Meester. De gemeente moet niet alleen weten, wie Hij is maar ook doen wat Hij gebiedt.

Lerend en verkondigend gaan zij de wereld door, roepend tot het geloof in Christus en de gehoorzaamheid aan Gods geboden. Zij komen met het Woord, dat van Hem getuigt en wijs maakt tot zaligheid, let maar op het Schriftbewijs in de diverse redevoeringen van het boek der Handelingen.

Naderhand wordt via de brieven aan de gemeenten de heilswaarheid vastgelegd tegenover allerlei dwaling: de gezonde leer moet geloofd en beleden worden.

In opdracht van de apostelen nemen de leraars, die bij het verder trekken van de apostelen worden aangesteld of naar bepaalde gebieden, waar de apostelen (vooralsnog) niet (meer) komen, worden gezonden, hun taak over om de ontstane gemeenten te versterken, te troosten en te heiligen in de Waarheid van God. Zij mogen het Evangelie van Jezus Christus aan de gemeenten betuigen en hen de wil van God bekend maken. Met uitzondering van de vrouwen, wordt steeds weer aan mannen deze verantwoordelijke taak opgedragen. Zij zijn door de Geest geroepen en bekwaam gemaakt en gegeven tot toerusting van de heiligen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De Heilige Geest en de toerusting van de gemeente

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's