De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

7 minuten leestijd

In memoriam prof. Van Ruler

Nog al eenzaam bewoog de laatste jaren professor Van Ruler zich in het hooggebergte van zijn theologie. Niet zo lang geleden ontmoette hij enkele van zijn vakgenoten, die, zoals dat heette, met hem werden geconfronteerd. Onder andere sprak de professor met zijn collega Haarsma uit Nijmegen. Het gesprek ging ook over de theologie van de dag. Prof. Van Ruler had in de steile vlucht van zijn gedachten geen goede woorden voor de doperse geest, die hij in alle kerken zag rondwaren en evenmin voor de medemenselijkheidskreet, waarin de hele godgeleerdheid vandaag aan de dag bestaat. De gespreksleider vroeg of prof. Van Ruler wel eens bang was dat de kerk op de fles zou kunnen gaan. Echt een vraag voor deze tijd van bedrijfssluitingen en surséances. Je weet toch maar nooit of de schaalvergroting heel laconiek presteert wat de poorten der hel in al deze eeuwen nog niet tot stand wisten te brengen. In zekere zin, antwoordde Van Ruler. Prof. Rothuizen vroeg — wat spijtig misschien, want velen reikhalzen met langgerekte hals — Voordat we aan de oekumene toe zijn? Met andere woorden voordat het kerkscheepje de haven bereikt heeft? Nee, o nee, aldus Van Ruler. Dat schip van de kerk is zo verbazend zeewaardig, het evangelie is een zo grote realiteit, de hele traditie van de kerk is ook zo'n geweldige realiteit, dat we al deze kinderziekten binnen afzienbare tijd — ik hoop het nog mee te maken — wel te boven zullen zijn en dan gaan we weer verder met de eigenlijke noeste arbeid van de eeuwen. Het citaat tekent de man, zijn theologische arbeid en uiteraard zijn visie op wat moderne theologanten uitspoken. Enfin, het is een wolkje dat voorbij zal trekken. 'Ik hoop het nog mee te maken', zei professor Van Ruler. Hij heeft er niet veel van meegemaakt. Hij is plots, eerst en vervolgens nog bezig met twee karakteristieke taken, de 'eigenlijke noeste arbeid van de eeuwen' ontvallen.

In de dertiger jaren begon hij zijn denkwerk. Hij mat zich met Abraham Kuyper, wiens cultuuropvattingen hij analyseerde. Op dat terrein ontmoette ik hem het eerst. Zijn belangstelling was even wijd als die van Kuyper. Hij had diens evenknie kunnen worden, hoewel Van RuIer andere visies huldigde. Ook Van RuIer was korte tijd aktief om zijn theologische premissen in de vaderlandse politiek gestalte te geven. Kuyper had de tijd mee voor zijn staatkundige aspiraties, maar voor Van Ruler of een zetbaas van hem was zelfs een eenzame Lingbeekiaanse parlementaire zetel niet te reserveren.

Intussen hebben we wel het terrein gesignaleerd, waar Van Ruler joeg voor Gods aangezicht. Zijn speculaties liepen over God en Zijn Christus en hun Geest in gans de wereld met zijn cultuur, in het Koninkrijk en in de Kerk. Van Ruler zag in een weidse droom de wereld in de greep Gods te weten de kerk en vanuit die machtige conceptie verwierp hij Kuypers beschouwing van de gemene gratie; de visie van het geduld Gods, gehuldigd door Karl Barth, aan welke leermeester hij zich hoe langer hoe meer ontworstelde; het natuurrecht van Rome en de oplossing van de secte, die de wereld met huid en haar aan de duivel overlaat. Kuyper, Barth, Rome het zijn concentratiepunten in Van Rulers gedachtenwereld. Hij verweet het Kuyper en Barth, dat ze het publieke erf aan de neutraliteit prijsgaven, terwijl Van Ruler het voor de theocratie in beslag nam. Hij zag ook de goddelijke opdracht voor de gezagdrager, want 'als men het zwaard van de Overheid losgespt, moet deze zelf verdwijnen’.

In de veertiger jaren verloor Van Ruler de Staat wel niet uit het gezicht, nimmer trouwens, maar de kerk werd zijn operatiebasis. Op de nieuwe kerkorde zette hij duidelijke stempels, waarmee men thans niet goed raad weet. Het begrip kerstening of herkerstening bijvoorbeeld zou heden niet zo gemakkelijk entree gevonden hebben in het kerkordelijk vocabulair. In de kerkelijke practijk behaalde Van Ruler evenmin Kuyperiaanse successen.

Van Ruler werd verdreven naar zijn speciale domein, waar hij overigens wel zijn vreugde beleefde en waar hij zichzelf kon zijn. In een van zijn vele werken wijdt hij woorden aan de pastoor van Garderen bijgenaamd Veluanus (Veluwenaar). Van Ruler was een Veluanus II. Als typisch Veluwnaar conserveerde hij, hoe verrassend progressief zijn wijze van uitdrukken ook was, speciaal calvinistische noties. Hoe vaak had hij het niet over de verkiezing, over het Oude Testament, over het pre van de psalmen, de sleutelpositie van de ouderling en het unicum van de waarachtige bevinding. Hij was een Anastasius, een opgestane tot de vreugde, naar voorkwam uit de toon van met name zijn talrijke overdenkingen. Anastasius Veluanus van de twintigste eeuw.

Hij was in theologicis een soort Asaf. Hoe had hij moeite in deze verbijsterende moderne wereld, niet het minst wanneer hij zich realiseerde wat het geloof eigenlijk gelooft als er sprake is van Jezus uit Nazareth in Palestina en dat zoveel eeuwen later. Het was moeite in zijn ogen, maar hij leerde op het einde merken. Zozeer op het einde merken, dat het einde op hem toekwam, dat het einde het begin werd van zijn theologiseren. In dat licht zag hij de wet vervuld en zag hij de vervulling met de wet, zodat we ons afvragen of hij toch niet een te zware wissel trok op het einde, waardoor verschillende leerstukken te zeer vanuit het einde onder hypotheek kwamen, waardoor ze beduidend aan eigen gewicht moesten inboeten.

Allez, de kroniekschrijver signaleert. De toekomstige beschrijvers zullen genoeg te doen hebben, ze krijgen de afstand die nodig is, aangezien aan de ontwikkeling van de oorspronkelijke denker een einde kwam. We kunnen waarderen, bij alle mogelijke en indringende critiek, dat Van Ruler toch herhaaldelijk en uitvoerig, wars van de toejuiching die mode-theologen te beurt valt, kostbaar calvinistisch erfgoed vanuit zijn visie standvastig heeft verdedigd.

In ’Ik geloof', een van zijn recente werken, zegt hij: Het christelijk geloof staat en valt met het artikel van de wederopstanding van het vlees. In de eerste eeuwen van de jaartelling was het de grote kracht en een dam tegen alle overstromingen met heidense, hellenistische of gnostische denkbeelden. Velen vinden het artikel veel te materialistisch. Mij smaakt dat materialisme wel. Het artikel verwijst ook naar het gemeenschappelijke, naar het sociale ideaal. We zijn hier al bezig met het opstaan, het opstaan uit moedeloosheid, machteloosheid en wanhoop. Zonder het werk van de Heilige Geest komt daar echter niets van terecht.

Het nieuwe jaar

In januari wordt er geducht geconfereerd.

Deo volente dan.

Opnieuw A.K.V. op 2, 3 en 4 januari. Het zal er zakelijker naar toe gaan, men komt tot beslissingen, alleen wordt er niet — als ik goed gelezen en begrepen heb — besloten of al dan niet God bestaat. Maar verder kan men vele resoluties tegemoet zien.

De derde januari, zondag dus, gebedsaktie voor vrede in Vietnam. Er wordt publiekelijk vaak gebeden voor vrede in Vietnam en elders op de aardbodem. Gaat men er ook wel voor in de binnenkamer?

Het Bijbelgenootschap houdt een Palaver, een popfestival of reli-popfestival, wat beduidt religieus popfestival. Er zullen geen drugs worden aangeboden, maar er komt wel een afdeling waar druggebruikers kunnen worden opgevangen. Zelfs de Vereniging van Homofielen wilde een stand, ze moeten echter genoegen nemen met een hoekje van de ruimte, die aan sexuele voorlichting is toebedeeld. Beat en jazz zal het samenzijn opvrolijken. Als er al over reformatie wordt gepraat bedoelen ze stellig revolutie. Want in de sprekershoek krijgt de jeugd gelegenheid om met prof. Verkuyl en pater Jelsma van gedachten te wisselen.

Wat doe je met de Bijbel vandaag?

In dat teken staat het reli-popfestival.

Het is te hopen, dat de Bijbel wat doet met ons, die met de Bijbel van alles uithalen.

Kinderziekten, die voorbijgaan? Er zijn ook oudedagskwalen van een cultuur en van een theologie. Het is een kwestie van de juiste diagnose.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1970

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's