Wakker en nuchter zijn (I)
Zo laat ons dan niet slapen gelijk als de anderen, maar laat ons waken en nuchter zijn. 1 Thess. 5:6
Een dief komt bij voorkeur in de nacht, als de mensen slapen.
U weet niet, in welke nacht.
U kunt er wel mee rekenen, dat hij komt.
Hij meldt zijn komst niet.
Hij komt zo niet onverwacht, dan toch wel onverwachts.
Hij komt, als de duisternis de mensen de ogen doet sluiten.
Zó komt Jezus ook!
Als een dief in de nacht.
Voor zeer velen onverwacht.
Voor allen onverwachts.
Als Hij verschijnt, slapen de mensen.
Want de nacht beheerst hun leven.
De nacht van zonde en God-loosheid.
De nacht van zorgeloosheid en onverschilligheid.
De nacht van materialisme en cultuuraanbidding.
De nacht van de tijdgenoten van Noach.
Die tijdgenoten van Noach waren niet bang.
Zij gingen gewoon hun gang.
Zij aten en dronken en trouwden.
Heel normaal.
Om de toekomst bekommerden zij zich niet.
Want zij waanden zich sterk.
En zij keken meewarig naar Noach, die wel bang was.
Zij haalden hun schouders op over deze man, die in de God van het gericht geloofde.
Zij waren blind voor wat gebeurde, en lachten om Noach, die met de toekomst rekende, die met God rekende, en die voor het gericht vreesde.
Merkwaardige man, die Noach!
Hij geloofde en vreesde.
Zij geloofden niet en vreesden niet.
Totdat het ging regenen.
Gelijk de dagen van Noach, zo zal ook de toekomst van de Zoon des mensen zijn.
De mensen zullen slapen.
En in hun slaap zien zij mooie dromen.
Zij dromen van vrede en geluk.
Zij dromen van een heerlijke tijd zonder gevaar, zonder onrust, zonder angst, zonder oorlog.
Zij dromen van voorspoed en welvaart.
Maar onverwacht en onverwachts wordt hun slaap verstoord.
Zij schrikken wakker.
Het plotseling verderf overvalt hen, gelijk de barensnood een zwangere vrouw, en zij zullen geenszins ontvluchten.
Een schuilplaats kunnen zij niet meer vinden, want er is maar één ark.
En toen het begon te regenen, zat de deur van de ark op slot.
Nu geloven zij wel.
Nu zijn zij ook bang.
Maar ... te laat.
Zij hebben te lang geslapen.
Te laat wakker worden is een zeer kwalijke zaak.
Dat betekent een eeuwig verlies.
Daarom roept de apostel op tot waakzaamheid.
Daarom vermaant hij: 'Zo laat ons dan niet slapen gelijk als de anderen, maar laat ons waken’.
Wij moeten waakzaam zijn ten opzichte van wat er gebeurt.
En wij moeten weten, wat God ons daarover zegt.
Want de wereld slaapt.
Zij doorziet de dingen niet.
En zij is doof voor het gericht Gods.
Zij gaat onverstoorbaar haar gang.
Ook in dit pasbegonnen jaar.
Des te meer hebben wij daarom deze apostolische opwekking ter harte te nemen.
Want de nacht valt.
Niet plotseling, maar wel snel.
De mensen gaan slapen.
Niet plotseling, maar hun ogen vallen dicht.
Zij sluimeren in.
Sommigen pogen nog wakker te blijven in de nacht der tijden .
Maar ook zij worden door de slaap overmand.
En voor zij het weten, zijn zij weggezonken in een diepe slaap.
Daarmee zijn de dagen van Noach teruggekeerd.
Het is niet gemakkelijk om in een zorgeloze omgeving wakker te blijven.
Het is niet eenvoudig om te waken, als de anderen slapen.
Waken in de nacht vereist grote inspanning, vooral wanneer de nacht lang duurt.
Het betekent vechten tegen de slaap.
Wakker zijn betekent strijd.
Het wil niet alleen zeggen, dat wij niet slapen, maar het betekent ook dapper, moedig zijn.
Paulus wijst daar in ons tekstverband ook op, als hij spreekt over de wapenrusting, die nodig is om wakker te zijn en te blijven.
God begiftigt Zijn kinderen met de verdedigingsmiddelen, waardoor zij niet mede bevangen worden door de slaap der wereld.
Want alleen, als wij toegerust zijn met het borstwapen van geloof en liefde en met de helm van de hoop der zaligheid, kunnen wij waken. Dat maakt juist het verschil uit tussen de kinderen des daags en ’de anderen’.
De anderen slapen, maar de soldaat op wacht waakt.
Het is verschrikkelijk, als dit verschil wegvalt, doordat deze soldaat ook in slaap valt.
Dan is het gevaar onafwendbaar.
Dan is de dag ondergegaan in de nacht.
Dan zijn de wijze maagden dwaas geworden.
Zo laat ons dan niet slapen.
Laat ons in dit nieuwe jaar vechten tegen de slaap.
Laat ons wakker zijn, als steeds meer de nacht valt.
Laat ons waken, ook als de Bruidegom vertoeft.
Wij verstaan immers de tijd, dat het nu de ure is om uit de slaap te ontwaken.
De nacht is ver gevorderd, en de dag is nabij gekomen.
Laat ons dan afleggen de werken der duisternis, en aandoen de wapenen des lichts.
Want gij weet zelf zeer wel, dat de dag des Heeren zó komt: als een dief in de nacht.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's