De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ds. Ruitenberg en het kerkvolk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. Ruitenberg en het kerkvolk

10 minuten leestijd

In het Rotterdammerkwartet van zaterdag 2 jan. staat een interview van de kerkredactie met ds. L.H. Ruitenberg, die 31 dec. '70 met emeritaat is gegaan, nadat hij onder meer 25 jaren perspredikant is geweest van onze kerk. Al die jaren zat hij in de redactie van Hervormd Nederland, waarvan hij de laatste jaren een der redacteuren is geweest.

Dit interview is zeer leerzaam. Wij leren ds. Ruitenberg als een zeer beminnelijk mens kennen die naar alle zijden contacten zoekt voor de kerk. Kan ds. Ruitenberg zich soms ook nog boos maken? Jawel! Hij kan zich — zo zegt hij — zo geweldig boos maken over een alles blokkerend conservatisme van zoveel kerkmensen.

Volgens ds. Ruitenberg verkeert de kerk nu in de situatie, waarin niet zozeer antwoorden moeten gegeven worden, maar meer vragen moeten worden gesteld. De kerk is haar goodwill kwijt, die zij in en vlak na de oorlog nog had. Dat is een enorme geestelijke winst. Zij moet vooral niet toegeven aan de drang om nu uitdagend te gaan spreken. Dat willen de tegenstanders graag. De orthodoxie, de mensen van Schrift en Belijdenis, zeggen: Je moet het weer vertolken. Verlaat de oude paden niet. De kerk moet klare antwoorden geven, want dat willen de mensen. Ja, ja, zo laat ds. Ruitenberg er op volgen, dat willen ze inderdaad om daarna des te harder neen te kunnen zeggen. Ze willen versterkt worden in hun overtuiging, dat de kerk nog precies zo is als in hun jeugd, om haar te kunnen blijven afwijzen. 'Vandaar dat mensen zoals ik zo hopeloos irritant zijn, zowel voor de orthodoxen als voor, laat ik ze maar noemen de orthodoxen met een omgekeerd rekenteken: de goddeloze orthodoxen’.

Volgens ds. Ruitenberg heeft de Hervormde Kerk steeds alle gebieden van de samenleving willen begeleiden. Dat is geschied vanuit de raden van bijstand. Genoemd worden: de ethische aspecten van de industrialisatie, het kernwapenvraagstuk, de gezinsplanning.

Helaas is dit door gebrek aan mankracht niet aangepast aan de behoeften van het ogenblik. Hij vindt het nog erger, dat al het studeren dood loopt op een kerkvolk, dat te zeer vertrouwd is met het oude gemeentepatroon.

'Hervormd Nederland' heeft het moeilijk, omdat het in een geduldige dialoog wil staan met de tijd. Het heeft en geeft geen klare antworden. De Hervormde Kerk moet een veel sterkere leiding hebben, wil zij geen secte worden. De synode is nauwelijks representatief te noemen. Deze sterkere leiding zou met allerlei groepen contact moeten onderhouden. De A.K.V. kan daartoe een goede aanzet zijn.

Op oecumenisch gebied is ds. Ruitenberg niet optimistisch. In de Raad van Kerken ziet hij niet veel, temeer omdat zij een parallel kan zijn van de C.D.U. in oprichting. Prof. Berkhof staat bij ds. Ruitenberg zeer hoog genoteerd. Hij is eigenlijk de enige, die aan de oecumene weer vaart kan geven.

Een kort overzicht van de positie van de grotere en kleinere kerken besluit dit interview. De hervormden zijn in grote verlegenheid. De mensen van 'Schrift en Belijdenis' zijn het sterkst, omdat de anderen geen antwoord hebben, dat als zodanig door de mensen van Schrift en Belijdenis wordt herkend.

Wanneer je dit alles op je laat inwerken, weet je niet of je lachen of huilen moet. Waarom, vraagt de lezer?

Laat ik proberen het puntsgewijs aan de orde te stellen.

Dan mag in de eerste plaats gezegd worden, dat het ds. Ruitenberg niet aan journalistieke gaven ontbreekt. Hij heeft ze gebruikt.

In de tweede plaats gaan wij ervan uit, dat ds. Ruitenberg staat voor zijn overtuiging.

Daarom is wat hier volgt niet als een persoonlijke aanval bedoeld, al zal het nu zeer moeilijk zijn de persoon van de zaak te onderscheiden.

Welnu, dan spijt het mij te moeten schrijven, dat ds. Ruitenberg zo weinig zelfkennis aan de dag legt.

Wij horen, dat het nu een tijd is om vragen te stellen, niet om vragen te beantwoorden. Aan de andere kant geeft hij zoveel duidelijke antwoorden dat ge zegt: ds. Ruitenberg weet veel meer dan hij voorgeeft.

Wat weet hij dan wel? Dat veel kerkmensen door hun behoudzucht alles blokkeren. Ook, dat niet toegegeven moet worden aan de orthodoxie, de mensen van Schrift en Belijdenis, die zeggen: Je moet het weer vertolken, de kerk moet klare antwoorden geven. Ook weet hij, dat hij zo hopeloos irritant is voor orthodoxe mensen, als ook voor de orthodoxen met een omgekeerd rekenteken: de goddeloze orthodoxen.

Verder weet hij, dat alle studeren doodloopt op een kerkvolk, dat al te zeer vertrouwd is met het oude gemeentepatroon. De anderen hebben geen antwoord. De mensen van Schrift en Belijdenis wel.

Voortdurend vraag je je af: Hoe weet ds. Ruitenberg dit allemaal? Hij heeft geen antwoorden, wel vragen, maar hij doet niet anders dan antwoorden geven naar de kant van de orthodoxie. Hij weet in ieder geval, dat deze orthodoxie er radicaal naast is. Daarmee verzwakt hij zijn betoog zeer en worden zijn vragen — heeft hij eigenlijk wel vragen? — zeer dubieus.

Dit stuk verraadt de mentaliteit van de ivoren toren. Vanuit zijn hoogte ziet ds. R. neer op het orthodoxe kerkvolk en hij veroordeelt het, ja beschimpt het. Deze manier van benadering druipt van de oude vrijzinnige hoogmoed, waarmee onze vaderen hebben kennis gemaakt. Is het hem ontgaan, dat mede door de incorporering van vele kerkboden in 'Hervormd Nederland' een niet onaanzienlijk deel van deze gesmade orthodoxie 'Hervormd Nederland' hebben in stand gehouden en hem de mogelijkheid hebben geboden zijn werk te doen? Ontgaat het hem, dat deze mensen in steeds toenemende mate bedanken voor zijn leiding? En is de noodzaak van zelfonderzoek nooit tot ds. Ruitenberg doorgedrongen?

Wie zo hoog vanuit zijn ivoren toren spreekt, verraadt, dat hij dit kerkvolk nauwelijks kent, niet weet wat er onder hen leeft, niet weet hoe het zucht onder deze voorlichting tot en met de nieuwe moraal in 'Hervormd Nederland’.

Neen, wij gaan het kerkvolk niet verheerlijken. Ds. Ruitenberg zet zich tegen het kerkvolk af. Dat kan nodig zijn, wanneer dit gebeurt vanuit het: Alzo zegt de Heere HEERE.

Het uitgangspunt van ds. Ruitenberg deugt niet. Wij hebben het kerkvolk niet naar de ogen te zien, maar het te dienen vanuit het Woord! Waar dit gebeurt worden mensen verzameld. Dan dalen wij af van onze toren en staan wij priesterlijk bewogen en profetisch geladen onder het volk. Dan hebben wij het lief.

Wanneer het waar is wat ds. Ruitenberg zegt, dat nl. de kerk in verlegenheid is haar goodwill kwijt is, dan mag de vraag gesteld worden: Welke leidslieden zijn daarvoor in de eerste plaats verantwoordelijk? Heeft ds. Ruitenberg er nooit over nagedacht wat toch de oorzaak is van het afnemend getal van lezers van 'Hervormd Nederland'? Heeft hij nooit het gevoel gekregen, dat hij aan het droogzwemmen is en dat behalve een kleine kring van lezers, die zich welbewust verwant weten aan de zienswijze van ds. Ruitenberg er een veel groter deel is dat voor deze leiding bedankt?

Weet hij niet, dat — met erkenning voor de goede artikelen, die in 'Hervormd Nederland' verschenen — de mensen hunkeren naar leiding vanuit de Heilige Schrift? En dat zij dat zo pijnlijk missen?

Wanneer iemand na vijfentwintig jaren arbeid aan een van de belangrijkste persorganen van de Hervormde Kerk nog niet eens een vermoeden heeft, dat wij na de oorlog op het verkeerde spoor gekomen zijn en dat de afbraak van de Kerk in ontstellende mate mede daardoor bevorderd is, dan moet gevreesd worden, dat hier sprake is van een zo grote zelfingenomenheid dat een discussie nauwelijks mogelijk is.

Van mijn jeugd aan heb ik uit de hoek van ds. Ruitenberg altijd dezelfde woorden gehoord: wij moeten in relatie blijven met de cultuur. De oude antwoorden van de orthodoxie voldoen niet meer. Wij moeten kerk voor de wereld zijn. Soms werd bescheidenheidshalve opgemerkt, dat daarvan nog niet zoveel terecht gekomen was, maar dat wij ons allen daarvoor blijvend moesten inspannen. Vooral rondom de aanneming van de kerkorde (zie de Handelingen van de Synode uit de betreffende jaren) zijn er vele lofzangen gehouden op de structuur van de nieuwe kerkorde met haar raden en organen, die voor het nodige contact zouden zorgen met de ons omringende wereld. Wij hebben de nodige vrijgestelden gekregen. Zij hebben zich ingespannen tot en met om de relatie met de wereld en de cultuur te onderhouden.

En wat is ervan terecht gekomen? Een kerk die topzwaar is aan raden, organen en vrijgestelden, leeglopende kerken. De kerk is bijna aan haar faillissement toe. Ik schrijf niet, dat dit alleen de schuld is van de raden enz. Maar zij hebben wel een grote schuld. Zij hebben de classicale vergaderingen verhinderd van de grond te komen, overladen als zij werden door een vracht rapporten en schrijvens, die inderdaad maar door een klein deel van de kerk worden gelezen, laat staan beaamd. Hierin is behalve de traagheid, die te geselen is, ook en vooral werkzaam, dat de mensen zelden of ooit ophoorden, omdat zij de woorden Gods geheel nieuw hoorden uitspreken. Juist deze opzet van de kerkorde, heeft de kerk eindeloos moe gemaakt. Zo moe, dat ze er beu van is en haar eigen leven is blijven leven rondom Woord en Sacrament. Gelukkig maar! Waarvan zou ze anders leven?

Wil ds. Ruitenberg dit kerkvolk, dat volgens hem al te zeer vertrouwd is met het oude gemeentepatroon verder bespotten, hij ga zijn gang.

Mogen wij nog eens horen of dit oude gemeentepatroon nog iets te maken heeft met de bijbel? Of de nieuwe patronen, die ds. R. blijkbaar voorstaat, ons dichter bij de bijbel houden?

Tenslotte nog iets over de democratische gezindheid van ds. Ruitenberg, hij is democraat, maar niet van mijn slag. Daarover valt te praten. Maar handelt hij ook als een democraat? Blijkt zijn democratische gezindheid b.v. in het Ikor? Als er één oligarchisch gezelschap is, dan is het het Ikor. Mij is nooit iets gebleken, dat ds. Ruitenberg daaraan iets wilde veranderen.

Is hij de man van het hoor en wederhoor? Persoonlijk heb ik het tegendeel meegemaakt. Toen ik op een jaarvergadering van de Ger. Bond het moderamen van de P.K.V. van Zuid-Holland aanviel op circulerende rapporten, werd iedereen geïnterviewd. Maar de betreffende mensen, die de kat de bel aangebonden hebben, kregen de nodige sneeren. Gelukkig dat er nog een redacteur is van 'Hervormd Nederland', die na zijn thuiskomst de zaak rechttrok.

Is hij de man van de presbyteriale kerkregering? Lees wat hij schrijft over de generale synode. Er moet een sterke leiding komen. Het kerkvolk begeert leiding, maar dan naar de Schriften. Het begeert dat de normen van Gods Woord en Wet worden gehandhaafd.

Zoveel is wel duidelijk, dat ds. Ruitenberg weinig vertrouwen heeft in het kerkvolk. Wat blijkt hieruit? Dat hier een man aan het woord is, die op geen enkele wijze blijkt te weten, wat er onder dit kerkvolk leeft. Maar het allerergste is, dat hier de bijbel niet meer wezenlijk functioneert en dat onder het motto, dat de bijbel weer duidelijk gemaakt moet worden!

Quis non fleret? Wie zou niet wenen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Ds. Ruitenberg en het kerkvolk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's