De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

14 minuten leestijd

In dit overzicht willen we aandacht schenken aan enkele artikelen die al enige tijd geleden in de kerkelijke pers verschenen zijn. Ze gaan min of meer allen over hetzelfde thema, namelijk de kerkdienst en de preek in onze tijd.

Een vermoeiende bezigheid?

De Wageningse doopsgezinde predikant, ds. L. Gulmans, heeft zich nogal critisch uitgelaten over de traditionele kerkdienst. Alleen een dictator kan het z.i. volhouden een uur tot zwijgende mensen te praten en zijn visie te geven. Ds. Gulmans acht het een onmogelijke zaak: 'Ik heb uren nodig na afloop om weer op verhaal te komen'. Op deze uitlating gaat prof. dr. G. C. v. Niftrik in in het nummer van 3 december van het Hervormd weekblad. De amsterdamse hoogleraar vindt het een naar stukje. Preken is niet 'een visie geven', maar het Woord van God verkondigen. Daarvan wordt de gemeente nu juist doodmoe, van al die visies gevende predikanten. Daar zit inderdaad iets dictatoriaals in.

Komt het dan bij niemand op, dat het verminderende kerkbezoek ook wel eens iets te maken zou kunnen hebben met al die vermoeiende 'visies' van dominees? Ze hebben 'visie' op Zuid-Amerika, Zuid-Afrika en Vietnam, zij hebben 'visie' op de gewenste inrichting van staat en maatschappij, zij hebben 'visie' op de rechte besteding van de vierhonderd gulden, die velen in de schoot geworpen worden, maar zij weten zo goed als niets meer van bekering en wedergeboorte, van hemel en hel, van zonde en schuld, van verzoening en verlossing. Natuurlijk worden zij moe. De gemeente is al moe. En blijft weg. Waaruit dan de dominee concludeert, dat de 'traditionele' kerkdienst het niet meer doet. Hij schijnt echter niet te beseffen, dat hij door het geven van 'visies' de echte en goede 'traditie' verloochend en geschonden heeft.

Terecht constateert ds. Gulmans, dat een visiegevende dominee een dictator is. Dat hebt gij naar waarheid gezegd! Het is een merkwaardige zaak, dat de gemeente door de naar vrijheid en democratisering smachtende en schreeuwende predikanten nog nooit zó betutteld is als het heden ten dage het geval is. Het moet maar eens duidelijk gezegd worden, dat wij het als gemeenteleden méér dan zat zijn om van de preekstoel te vernemen uit de mond van een quasi-dictator hoe wij over Vietnam en Zuid-Afrika als christenen te denken hebben en hoe wij onze vierhonderd gulden zèlf beslissen moeten. Gij weet ons immers zo goed te vertellen, dat de moderne mens 'mondig' is geworden en dat zulks als een 'bijbelse' zegen is te beschouwen? Wèl mondig om over abortus te beslissen, maar het gemeentelid is blijkbaar nog niet mondig om over de besteding van de vierhonderd gulden te beslissen. Daarover geven de geestelijke dictatoren hun ’visies’!

Prof. Van Niftrik gaat voorts ook in op de wenselijkheid van discussiediensten. Hij heeft uiteraard geen bezwaar tegen een gesprek na of rondom een kerkdienst. Als één ding daarbij maar goed vaststaat: Dat de kerk te verkondigen heeft. Met gezag. Prediken is: Het Woord van God doorgeven. Een kerkdienst is geen discussieclub, waar ieder vrijblijvend zijn zegje zegt. Er wordt gesproken van Godswege.

De verkondiger is niet slechts spreekbuis voor het geloofsbewustzijn van de gemeente; hij komt ook van de andere kant tòt de gemeente. Hij is maar een manneke uit het stof verrezen, om met Calvijn te spreken. Hij moet zich niet al te veel verbeelden en zich zeker niet als een dictator gedragen, maar hij heeft wèl gezag, namelijk als hij het Woord recht snijdt. Hij hééft eigenlijk geen gezag, maar hij krijgt het en wel in en door de rechte verkondiging. Men zal ook op discussiesamenkomsten merken, dat 'hèt' op een door God gegeven ogenblik door één man wordt gezegd. En wel met gezag.

Men versta mij goed: ik wil het 'oude' niet verdedigen, maar het 'wezenlijke'. Ik ben bereid terwille van het 'aankomen' der verkondiging de toga uit te trekken en de preekstoel te verlaten om vanaf een bar-kruk het Woord te verkondigen. Als men maar niet meent, dat uit de schok van de opinies de waarheid automatisch te voorschijn springt. De waarheid moet tòt ons komen. Vandaar het ambt. En ook de preekstoel.

Laat, aldus prof. Van Niftrik, men niet klagen over vermoeidheid! Als kunstenaars en sportslieden zich inspannen met inzet van al hun krachten, hoeveel te meer mag de verkondiging van Gods Woord, het bezig-zijn met de geheimenissen van het geloof, onze volledige inzet eisen. Een mens kan er niet hard genoeg zijn best op doen. Behartigenswaardige woorden, voor predikers en gemeenteleden. Wij zouden met name willen onderstrepen wat Van Niftrik zegt over de volmacht van het ambt. Hangt de huidige crisis rondom het ambt niet samen met de moderne mondigheidsvisie waarin ieder zijn woord wil spreken en gezag taboe verklaard wordt?

Slechts voor sociale of culturele achterblijvers?

Ook op het vormingscentrum 'Den Alerdinck' is de kerkdienst op de korrel genomen. Drommen gereformeerden zouden daar hun misnoegen over de huidige kerkdiensten ten beste gegeven hebben, daarbij ondersteund door een analyse van de socioloog dr. G. Dekker inzake de traditionele kerkdienst. Volgens een verslag in 'Trouw' is er door dr. Dekker het volgende te berde gebracht.:

Onze kerkdiensten worden bezocht door mensen die achterblijven in de samenleving, hoewel de kerk nog doet of ze midden in de maatschappij staat. De kerk koncentreert zich op de vrije tijd van de mensen, niet op hun maatschappelijk funktioneren. De ethiek is afgestemd op de individuele mens, met structuren weet de kerk geen raad. Het oorlogsvraagstuk blijft daarom een punt waar de kerk niet uitkomt. De kerk opereert nog met de wijkgedachte, maar de werkelijke kontakten hebben mensen dwars door de wijken heen.

Synode

Er bestaat zoiets als een gedistantieerde kerkelijkheid: men wil wel een financiële bijdrage geven, maar wenst geen regelmatig kontakt. Die mentaliteit is een werkelijkheid en moet gevolgen hebben voor het kerkzijn. De kerk doet ook nog net of er één algemene waarheid bestaat. Maar voor de moderne mens is iets pas wáár als het voor hèm waar is. Het zal daarom ook niet meer lukken om algemeen geldende belijdenisgeschriften te komponeren. De mens van nu heeft er behoefte aan om voortdurend te reflekteren. De gereformeerde synode werkt dan ook met een verouderd waarheidsbegrip. Deze 'religie zonder beslissing' is er ook de oorzaak van dat veel jongemensen geen belijdenis wensen te doen. De kerk in haar huidige gestalte en werkwijze wordt steeds minder interessant voor de samenleving. Een enorm groeiende groep staakt de kerkgang, zowel bij katholieken als gereformeerden. In de hervormde kerk speelde dit proces al eerder. Hetzelfde geldt voor de deelname aan het avondmaal. De strijd om de middagdienst is al verloren, maar het probleem van de middagdienst is eigenlijk dat van de morgendienst. Met die diensten kunnen de mensen in het leven van alle dag niets beginnen. De gevestigde kerk blijft misschien nog tijden bestaan, maar dan alleen maar om de bestaande samenleving te bevestigen, niet om daarop werkelijk vernieuwend in te werken. Er groeit iets als geloof en kerk buiten de bestaande kerken: godsdienst zonder kerk.

Niet opheffen

Het verdient geen aanbeveling om de bestaande instituten nu maar op te heffen. Daarin leven nog veel mensen en het zou onbarmhartig zijn die maar zonder meer af te schrijven. Bovendien hebben veel mensen een institutioneel kader en oriëntatiepunt nodig. Ontbreken die dan is een geruisloos afglijden van velen onvermijdelijk.

Mensen hebben strukturen en vormen nodig. Anderzijds kunnen velen het in dit, zich steeds meer verhardende instituut niet meer vinden. Voor hen moet er ruimte zijn voor eksperimenten buiten de kerk: huisgemeenten, aktiegroepen, beraadskringen, regionale en landelijke ad-hoc-kringen, gespreksgroepen, vormingscentra, pressiebewegingen enz. Daarin kan men op kreatieve wijze gestalte geven aan het geloof. Voorlopig valt er niet veel meer te zeggen. Prognoses maken voor de kerk van het jaar 2000 is onzin. Er verandert in korte tijd zo ontstellend veel dat een planning voor bijvoorbeeld drie jaar zinvoller is.

Dat weten we dus al weer: Een verouderd waarheidsbegrip, bevestiging van de bestaande samenleving: slechts voor achtergeblevenen nog zinvol; uit barmhartigheidsoverwegingen laten voortbestaan ... enz. enz. Het is toch waarlijk geen wonder dat het gesprek tussen sociologen en theologen zo moeizaam op gang komt, wanneer men dergelijke hautaine en arrogante betogen onder ogen krijgt.

Terecht noemt prof. dr. H.N. Ridderbos in het Geref. Weekblad van 11 december Dekkers analyse eigengereide taal.

Ik vind dit eigengereide taal zonder enig sociaal of sociologisch begrip (behalve dat van het meewarig medelijden) voor degenen, die deze dingen anders beleven, bovenal zonder enige reverentie voor wat een kerkdienst, een dáárin geincorporeerde avondmaalsviering, een dienst des Woords, naar hun aard willen zijn en naar uitspraak der Schriften ook metterdaad zijn. Dit laatste zal voor 'de mens van nu' wel weer onder het begrip van 'algemene waarheid' vallen, waarmee men hem niet moet aankomen. Maar de vraag is dan of in die moderne mens, van wie dr. Dekker blijkbaar de tolk en voorspreker is, in zijn (niet minder algemeen!) waarheidsbegrip het einde van alle tegenspraak, de maatstaf voor wat waar is en wat niet, gelegen is. Doordat die vraag geen ogenblik aan de orde komt, kan men er maar op los praten, kan men ook alleen zo principieel eigengereid zijn (want waarom zou het een karaktereigenschap speciaal van deze mensen moeten zijn?).

Prof. Ridderbos wijst erop, dat er natuurlijk aan kerkdiensten het een en ander kan ontbreken, dat er frustraties op kunnen treden, dat met de preek en de kerkdienst niet alles gezegd is. Maar dat is het eigenlijke punt niet. Hier dreigt een ander soort religie te ontstaan:

Mijn eigenlijke punt is, dat zij, door het wezen van de kerkdienst te miskennen, de weg helpen banen voor een ander soort van religie. Wat zij eigenlijk van het Christendom en van de kerk willen is sociale ethiek, maatschappijcritiek, politiek. En dat mogen zij natuurlijk vragen, want ook dat behoort tot het geloof. Ook hebben ze gelijk als ze zeggen, dat de kerkdienst, de preek en het avondmaal niet de geëigende middelen zijn om daarin geschoold en daarvoor toegerust te worden. Ik dacht ook, dat niemand daarvoor 's zondags naar de kerk of naar het Avondmaal ging. Dat alles ligt uiteraard wel in het verlengde van de prediking en het Avondmaal, maar vormt er niet de specifieke inhoud van.

Wanneer nu echter op grond daarvan geconstateerd wordt, dat wij voor vele mensen de kerkdienst wel kunnen afschrijven, omdat zij daarmee in het leven van alle dag toch niets kunnen beginnen, dan ligt daarmee het hele verschil vóór ons, óók het punt, waar de àndere religie begint, de 'godsdienst zonder kerk'. Want dat prediking en viering van het Heilig Avondmaal ook nog iets anders en diepers zouden kunnen betekenen, dan wat zich direct en uitsluitend op samenlevings- en structuurvragen betrekt, daarover hoort men deze woordvoerders niet. Toch zouden mensen, die de kerkdienst zo op de korrel willen nemen, er niet aan voorbij moeten gaan dat bv. aan het Avondmaal de dood des Heren verkondigen nog andere, eerdere en diepere dimensies heeft dan die van de sociale ethiek. Dat noemt het verslag van dr. Dekkers rede echter: het 'afgestemd zijn van de kerk op de individuele mens en het geen raad weten met de structuren', het 'zich concentreren op de vrije tijd van de mensen, niet op hun maatschappelijk functioneren'. Voor mijn besef een bijzonder oppervlakkig oordeel, dat niet alleen aan de kerkdienst, maar ook aan de mens voorbij gaat. Want de diepste noden van een mens zijn niet de sociale en wie de prediking èn het Avondmaal, die op dat diepere ingaan, verwijt, dat zij zich concentreren op 'de vrije tijd' van de mensen in plaats van hen bijv. aan het oorlogsvraagstuk te zetten, moet niet denken, dat hij tegen verouderde instituten vecht, maar zich afvragen of hij wel weet waarover hij eigenlijk praat.

Daarom denk ik after all, dat wij niet gereed zijn door dit 'op de korrel nemen van de kerkdienst' met een korreltje zout te nemen vanwege de wat eigengereide toon, waarmee alles gezegd wordt, maar dat we het toch wel au sérieux moeten nemen. Het gaat hier, voor mijn besef, niet enkel meer over de plaats, de vorm, de inrichting etc. van de dienst van Woord en Sacramenten; het gaat over hun wezenlijke en primaire inhoud en over de vraag of dienómtrent nog in termen van 'een algemene waarheid' mag worden gesproken. Daarom doet dit alles toch wel de vraag rijzen, of het volgens Eimert Pruim 'verbluffende' aantal gereformeerde mensen, die om de preek op de korrel te nemen, naar Den Alerdinck tijgen, voor hun vorming nog wel aan het goede adres zijn.

Het is een scherpe reactie, die niettemin terecht is. Nog weer eens blijkt duidehjk dat een sociologische benadering, die uiteraard waardevolle elementen kan bevatten en wier nut we niet graag zouden ontkennen, levensgevaarlijk is, wanneer zij op absolutistische wijze gehanteerd wordt, als de eerste en de laatste waarheid.

Banvloeken

De tragiek is, dat men — in de mening de echte, concrete mens op het spoor te zijn in zijn analyse, zich de weg verspert tot het zicht op de werkelijke mens in zijn nood, zoals de Schrift ons die tekent. Op die wijze kan men nooit de moderne mens helpen. Op die wijze krijgt men ook de wezenlijke betekenis van de kerkdienst niet in het vizier.

Bovendien wordt een bepaalde visie op de mens in zijn maatschappelijke relaties normatief geacht. In veel critiek op de kerkdiensten overheerst een dogmatisme, dat critiekloos bepaalde modekreten als uitgangspunt neemt. Ds. A.A. Spijkerboer heeft in 'Hervormd Nederland' van 5 december geschreven:

We zijn dan wel wars van alle leertucht, maar daarom zijn er nog wel formidabele banvloeken in omloop. De meest gevreesde zijn 'conservatief' (in de politiek) en 'orthodox' (in de theologie). Wie door deze banvloeken wordt getroffen komt buitenspel te staan en dat riskeren we liever niet. Maar dit risico zouden we juist wel moeten nemen om theologisch en politiek terzake te kunnen komen.

Een theologie, waarin wat de mens zelf kan aanvaarden, willen en beleven, overheerst, is wel bij uitstek geschikt om de kerk in deze tijd blind en weerloos te maken; van die theologie hebben we de laatste tien jaar een volle en geschudde maat gehad.

Een ander evangelie

Het moge intussen duidelijk zijn, dat deze roep om vernieuwing van de kerkdiensten en deze critiek op de traditionele kerkdienst meer betekenen dan een speelse uiting van een aantal lieden, die eens wat anders willen. Men onderschatte de ernst van de situatie niet.

Krijgen vernieuwers als dr. Dekker en ds. Gulmans hun zin, dan betekent dit dat de wereld, in casu de moderne mens min of meer bepalend wordt voor vorm en inhoud van kerkdienst en prediking. Het Woord van God gaat dan niet maar in op de situatie van mens en wereld, maar komt slechts nog ter sprake voorzover de moderne mens het als zijn waarheid accepteren kan.

Dat is meer dan een kwestie van vormvernieuwing of experimenteerzucht. Het betekent ten diepste een ander Evangelie, een andere prediking, een andere kerk. Wanneer we hier ronduit 'neen' tegen zeggen, is dat niet, omdat we de zwakke plekken in de huidige kerkelijke practijk niet willen zien. Predikers zijn mensen, mannetjes uit het stof verrezen (Calvijn), en de gemeente is met haar ambtsdragers een gemeente van zondaren. Desondanks behaagt het God door de verkondiging van Zijn Woord via gebrekkige en zondige mensen Zijn gemeente te bouwen. Maar dan zal in prediking en kerkdienst ook het Evangelie aan het woord moeten komen, niet onze analyse, niet onze visies, of vernieuwingsprogramma's, maar het reddend Evangelie dat ingaat op de diepste nood van de mens tegenover God.

Rechte evangelieprediking zal dan ook de ergernis oproepen waarvan Paulus in 1 Cor. 1 spreekt. Heb ik het mis, wanneer ik in de gesignaleerde uitlatingen inzake de traditionele preekdienst ook iets van die ergernis bespeur. Men heeft niet genoeg aan het naakte Woord. Men wil er niet aan dat God en mens niet dichter bij elkander kunnen komen dan in Woord en geloof, zoals naar ik meen dr. Noordmans het eens uitdrukte.

Ik schrijf dit enkele dagen voor het kerstfeest. In veel kerstpreken zal ongetwijfeld weer gesproken worden over de armoede van Bethlehem, de schamelheid van de kribbe en de stal. Alleen het geloof ziet er doorheen. Zoals herders en wijzen in het Kind in de kribbe de Heiland en Koning aanbeden hebben. Mij komt een gedichtje van Revius in herinnering, een couplet uit een gedicht over de wijzen uit het Oosten:

’t Is wijsheid naar de stal van Bethlehem te treden/ Dat is (opdat gij 't weet) te komen in Zijn kerk/ Gij vindt er Godes Zoon en Zijn verkoren leden,/ al gaat het er wat slecht en armelijk te werk.

Het is goed en noodzakelijk in alle bezinning over kerk en eredienst dit woord van Revius niet te vergeten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's