In memoriam prof. A. A. van Ruler
Ingezonden
Dinsdag 15 december 1970 — na de ochtendwijding voor de radio gehouden te hebben — overleed prof. dr. Van Ruler in zijn studeerkamer. In het harnas stierf hij.
Diepe droefheid overviel ook zijn lerelingen. Onze leermeester is heengegaan.
Een rijk leven was zijn deel, omdat hij een rijke God had. Een diep leven had hij, omdat hij wist mens te zijn, schepsel voor het aangezicht van de Schepper.
Dat betekende: leven van genade. Leven vanuit het door de Middelaar verworven heil. Leven midden in deze tijd, als wereldburger. Zijn colleges zijn daar een getuigenis van.
Drie december gaf hij ons voor het laatst college. Ik kon het niet laten het collegedictaat op te slaan en een stuk van zijn boodschap tot me door te laten dringen.
Ik laat u enkele gedachten meedenken: — We willen het hebben over de totale redding van de totale werkelijkheid uit de totale verlorenheid. Deze redding, dit heil is verbonden aan de Middelaar. In Zijn Persoon, komst, werk is de totale 'salus' aangebracht. Dit heil moet bemiddeld worden. Daarom zullen we ook spreken van de toeëigening van het heil. Het heil wordt dan menselijke levenswerkelijkheid tot in het innerlijke. Daartoe is het nodig dat ik bekeerd wordt. Dat beperkt zich niet tot het hart, maar heeft ook politieke, juridische, sociale, internationale consequenties. Evenmin als het bij mij zonder profeten en apostelen gaat, kunnen de rassen en naties zonder. Het evangelie is particularistisch, maar evenzeer universeel. Alle revolutie helpt geen zier als er geen bekering achter zit. Daarom moet men — wat men tegenwoordig maar al te gauw doet — niet te gauw bij het humanum beginnen. Het humanum is geschonden door de zonde. Dat is de vervreemding. De mens wil zichzelf niet, wil God niet, wil de wereld niet. De mens is zijn identiteit kwijt. Door de zonde: disharmonie. De mens is een stukje schepsel en nu gaat het om de wil Gods, de gloria deï. Daar heeft God mensen voor nodig.
Het humanum is door de genade nòg meer geschonden dan door de zonde. Als ik aangenomen word tot kind, dan word ik opnieuw geponeerd. De schuld was de vulling van mijn bestaan... ik zondaar. Nu wordt die schuld door de vergeving weggenomen. Door deze genade komt er een vacuüm... een leegte. Ik blijf nergens meer. Het is inhumaan om van genade te leven. Vergelding is dan ook een menswaardiger categorie dan vergeving.
In de genade neemt de Middelaar mijn plaats in. In de Middelaar kan ik voor Gods aangezicht staan. Was hij er niet dan zou ik vergaan door de verzengende toorn.
De christelijke religie teistert ons, haalt ons door afgronden heen. Daarom is de wijze waarop men vandaag aan de dag evangelie en humanum verbindt oneerlijk. Deze verbinding is pas eerlijk als je door de verschrikkelijkheid van de christelijkheid heengaat.
De Zoon is bereid om zich te vernederen, zich te ontledigen. De Middelaar heeft dat gedaan wat de mens moest doen: de hele wet vervuld (oboediëntia passiva). Hij was niet voor zichzelf bezig, maar in onze plaats. Plaatsvervanging.
Vergeving en plaatsvervanging... de noodzaak ervan is ontzettend voor een mens. Deze wil niet leven van een ander, maar zelf zijn boontjes doppen.
Ik moet het hebben van Christus' gerechtigheid: Iustitia Christi. Deze gerechtigheid wordt ons toegerekend, toegedacht, toegekend. Met een vreemd woord: Imputatie. In deze toerekening zit een toepassing en een toeëigening.
De dwaasheid van het kruis is de zalige werkelijkheid: Ave crux, spes unica: Gegroet het kruis, enige hoop.
Christus is de Sliedrechter bij uitstek... hij baggert in de modder van deze wereld. Deze wereld, in volle diepte van verlorenheid, wordt gedragen, zal in eeuwigheid voor God bestaan.
Het uiteindelijke doel van de lustitia Christi is niet de rechtvaardiging van de goddeloze, maar de heiliging. Zo weer smaak ik de wil van God.
Als je de heiliging als doel poneert, dan is het theocratisch vizioen onopgeefbaar. De kerk is dan de page die met de lamp van het Woord van God bijlicht op het pad van de overheid.
Ik blader wat verder en lees: — Christus ging door de dood heen naar het leven. De dood is overwonnen. Daarom als ik sterf, dan: 'Ik zal door U, met eeuwigheid omgeven, voor eeuwig leven’.
De ziel is van stonde aan bij Christus. Het lichaam ligt te verteren. Het komt aan op de opstanding van het vlees.
Calvijn zei dan ook: de heiliging gaat door tot de opstanding van het vlees. Dat is het einde. Dan zal mijn geweest-zijn helemaal een vorm van 'zijn' zijn. Hem, God kennen, dienen, genieten. Genieten van God, van de schepping, van jezelf.
Als Christus wederkomt — het eschaton — dan worden alle tranen van de ogen gewist. De sneeuwploeg gaat dan over de aarde. Alle vuil wordt opgeruimd. Alle dingen werken dan mede ten goede.
In het boek 'Ik geloof' van prof. dr. Van Ruler lezen we: Ik geloof het eeuwig leven... dat leidt niet tot onderwaardering van het aardse leven. Het eeuwige leven is meer dan alleen gemeenschap met God, meer dan alleen beschouwende en verrukte genieting van God. Het is vóór alles lofprijzing van God en dat met name lofprijzing over alles wat Hij gedaan heeft in de tijd. Daarom is het ook beschouwende en verrukte genieting van onszelf, van onze gehele levenstijd, van de wereld en van het totale historische proces. Alles wordt samengevat, alles wordt verlost, alles wordt verheerlijkt. De grond daarvan ligt in het evangelie van hem, die het offer van de verzoening heeft gebracht, door de dood is heengegaan, is binnengeschreden in het eeuwige leven en zo verschenen is aan zijn apostelen, (blz. 158 van 'Ik geloof’.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's