De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Waarheid en eenheid in de ontmoeting der kerken

Bekijk het origineel

Waarheid en eenheid in de ontmoeting der kerken

9 minuten leestijd

III

De Reformatie — twee fronten

Maar brengt deze inzet met betrekking tot de oecumene, vooral vanwege het benedenmaatse van het geestelijk leven in de kerken, niet met zich mee, dat wij de hele zaak van de oecumene maar voorlopig op de lange baan zullen schuiven?

Wij hebben ons aan het Woord van God te houden. En het is zonneklaar, dat daarin twee lijnen lopen, die we in ons spreken over de kerk van Christus parallel aan elkaar zullen hebben te houden. Dat is de lijn van het verbond, met al de breedheid, die eraan verbonden is, de lijn van de trouw Gods dwars door alle verval in gemeentelijk en persoonlijk-geestelijk opzicht heen. Eén lichaam, één Heere, één doop, één God en Vader. En evenwijdig daaraan de lijn van de geloofsbeleving: één geloof, één Geest, één hoop.

Anti Rome

Als onze Ned. ge.. bel. (art. 27) spreekt over de Kerk van Christus als de vergadering van ware christgelovigen en daarbij niet slechts doelt op de onzichtbare Kerk, maar ook op de zichtbare, dan liggen daarin beide lijnen. Het woord voor vergadering gaat terug op twee latijnse woorden: congratatio en coetus, waarin zowel de lijn van het kerkvergaderend werk van Christus in de weg van de ambten, alsook die van het als gelovigen-samen-zijn verdisconteerd is. De Reformatie heeft aan twee fronten moeten strijden. Tegenover Rome met zijn hoogkerkelijke nadruk op het ambtelijke (het heilsinstituut van de Kerk, de magische werking van de sacramenten) is in de Reformatie de andere lijn van het kerk-zijn, die voor de kerk van zo wezenlijke (want Bijbelse) betekenis is, weer naar voren gehaald. De lijn van het: 'Waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar ben Ik in het midden van hen' (Matth. 18:20), de lijn van de geloofsbeleving. En hoewel de Reformatie vestigia (sporen) van het kerk-zijn in de Romana heeft ontdekt vanwege de heilige instellingen Gods daar, niettemin heeft ze ook niet geaarzeld deze Kerk voor vals te verklaren, sinds zij dat in feite van zichzelf had verklaard door de dienaren van de waarheid te bedreigen met banvloek en brandstapel.

De kerken hebben elkaar nog niet herkend, als zij slechts samen over Christus spreken en samen kinderen dopen en zeker niet, wanneer zij samen politieke en maatschappelijke problemen zien en aanpakken.

Anti-Dopers

Maar... tegenover de Dopersen heeft de Reformatie ook voluit willen vasthouden aan het verbondsmatige, het ambtelijke in de kerk. De Kerk bestaat niet uit een aantal losse kringen van gelovigen, die leven bij inwendig licht, waar de ambten overbodig zijn, waar op zijn best iemand een stichtelijk woord spreekt.

Helaas komen wij dergelijke opvattingen, al is het in een volkomen andere jas, ook vandaag tegen, wanneer men nl. de gemeente wil laten opgaan in een aantal gespreksgroepen, waarin de moderne, mondig geworden mens, die het gezag van het ambt niet meer nodig heeft, vrijheid van meningsuiting heeft terzake van problemen als de wereldvrede, enz.

Het is ons ook niet gegeven om ten aanzien van de Kerk helemaal vanuit de verkiezing te denken en te spreken, zodat wij de heiligheid van de Kerk als pilaar en vastigheid der waarheid en als gemeenschap van hen, die het geloof in dezelfde geloofsinhoud doorleven zo hoog opjagen, dat wij eruit stappen, als wij in de kerk verval in leer en leven ontdekken.

Calvijn zegt: 'Wij mogen niet lichtvaardig om het één of ander verschil de kerk verlaten, wanneer slechts in haar die gezonde leer ongeschonden gehouden wordt, waarop de godzaligheid onaangetast berust en wanneer het door de Heere ingesteld gebruik der sacramenten bewaard wordt.’

Calvijn en Luther

Daarom was Calvijn, ook al waren er diepgaande verschillen, bereid om de broederband aan Luther te geven. Hij vindt, dat Luther een teugelloos, onstuimig en driest karakter heeft en dat Amsdorf, zijn raadgever een waanzinnig man zonder hersenen is, maar hij prijst Luther toch zeer als een groot man, die door bijzondere geestesgaven uitmunt, die dapper en standvastig en met grote bekwaamheid en kennis gearbeid heeft om het rijk van de Antichrist ter aarde te werpen en de leer der zaligheid te verbreiden.

Pinksterreveil

Ik formuleer nu in het kort mijn conclusie uit alles, wat ik tot nu toe gezegd heb om met enkele practische vragen te eindigen. Welnu, wij zijn in ons kerkelijk leven, denken en spreken, ook in oecumenische aangelegenheden, geroepen de twee aangeduide lijnen van kerk-zijn zo dicht mogelijk bij elkaar te houden: de lijn van het verbond met al de breedheid, die eraan is, de lijn van het ambt. Op grond daarvan zeggen we niet zo spoedig, dat een kerk vals is. Maar daar onmiddellijk naast de lijn van de geloofsbeleving: de kerk als pilaar en vastigheid der waarheid, als gemeenschap van ware christgelovigen. Op grond daarvan moet het in de oecumenische contacten altijd weer gaan over de vraag: en wat gelooft u nu eigenlijk? Hebben wij deel aan hetzelfde dierbaar geloof, dat ons is overgeleverd? Oecumene is dan vooral ook een zaak van de verdiepte kennis van Christus. Een zaak van Pinksterreveil. Eerst zo zet zich in waarheid de zaak van de eenwording der christenen door.

Samen op weg?

Betekent dit dan, dat wij met de Hervormde en Gereformeerde jongeren, die in hun rapport aan de synodes voorgesteld hebben binnen de kortst mogelijke tijd als kerken één te worden, samen op weg gaan? Laat ik het bij deze vraag houden, omdat dat ten onzent de eerst aangelegen zaak is, die ons in de kerkeraden van ons land de komende jaren zeer sterk zal bezighouden.

Op dood spoor

Ik kan er kort over zijn. Deze weg van deze jongeren loopt dood. Als de gereformeerde jongeren op deze wijze de Hervormde Kerk willen binnenlopen, brengen zij niet het echt gereformeerde mee, maar een aftreksel van wat de nieuwste vrijzinnigheid in de gereformeerde Kerken hen heeft voorgeschoteld. En als de Hervormde jongeren op deze manier de Gereformeerde kerken willen binnenlopen, dan kunnen ze straks horen, hoe ze ontvangen worden, als de Gereformeerde Synode de honderden bezwaarschriften tegen prof. Kuitert gaat behandelen.

De voorstellen van de jongeren

Het is een doorgewinterd horizontalistisch verhaal, de nota 'Samen op weg'. Er is een algemeen gevoel van onbehagen bij deze jongeren ten aanzien van de structuur en het handelen van de kerk, ten aanzien van de ambtelijke vertegenwoordigers in het bijzonder. Vele jongeren hebben, hun inziens, nog geloof en geduld met de kerk, maar dan gaat het om een kerk, die leeft en handelt vanuit het Evangelie, gericht op de samenleving. De kerk als werkgemeenschap van gelovigen. Met het oog daarop is herstructurering van het kerk-zijn nodig. Een greep uit de voorstellen van deze jongeren: catechese gericht op een 'werelds' leven, ontkoppeling openbare belijdenis des geloofs — Heilig Avondmaal, Heilig Avondmaal ook voor kinderen, intercommunie — open voor christenen uit alle kerken, een prediking, die gebaseerd is op deskundigheid t.a.v. de wezenlijke problemen van de maatschappij, een diakonaat met het gezicht naar de structuren van de samenleving, een als kerken gezamenlijk adopteren van een ontwikkelingsproject, specialisatie van de ambtsdragers op grond van deskundigheid (duidelijke taakomschrijving), democratisering van de ambtelijke vergaderingen, de synode als een pressiegroep in de maatschappij, vormingswerk meer gericht op de maatschappijproblemen (elke bijeenkomst van de gemeente van Christus wordt als zinloos ervaren, wanneer er geen relatie bestaat met de samenleving). Dit alles met als achtergrond: een dynamisch godsbeeld en als doel één Kerk in Nederland (de éénwording van de Hervormde en Gereformeerde Kerken is een stap op deze weg). Nu reeds gemeenschappelijke kerkbladen, kerkbouw, streekgemeenten bij wijze van experiment, gemeenschappelijke predikantenopleiding, enz.

Samen de mist in?

Het is onbegrijpelijk, dat deze nota in de synode van onze Kerk met zoveel waardering is ontvangen. Als dit de lijnen zijn, waarlangs de Hervormde en de Gereformeerde Kerken elkaar vinden, dan kan het ieder duidelijk zijn, dat zij elkaar niet vinden op dat punt, waar zij uit elkaar zijn gegaan en wat erger is, ook niet op Bijbelse gronden. Zonder iets af te willen doen van de noodzaak van politieke en maatschappelijke geëngageerdheid, moeten we met diep leedwezen constateren, dat wij op deze manier, om een uitdrukking van prof. Van Ruler te gebruiken, als kerken samen de mist ingaan van de vernieuwingstheologie, die theologie van de revolutie is. Helaas ontdekken we in dit project niets van de beide lijnen, die we als wezenlijk voor de Kerk van Christus hebben aangegeven: de ambtelijke lijn en de lijn van de geloofsbeleving en - verdieping (Op de wijze van Efeze 4).

Wij zijn geroepen om naar elkaar te zoeken en bijeen te houden, wat bijeen hoort in de heilige Geest. Maar laat ons waken tegen een schijneenheid, een oecumene, die een produkt is van een breedvertakte verhumaniseerde en versocialiseerde moraal-prediking. Wanneer men eenmaal het Evangelie heeft versmald tot een nieuwe moraal en de mens in zijn situatie met zijn vragen op politiek en maatschappelijk terrein centraal heeft gesteld, heeft men tegelijkertijd een andere kijk op de gemeente gekregen. Erasmus kan dan als verbindingsman tussen Rome en de Reformatie dienst doen. En waarom zou het humanisme, ook in de huidige vormen, niet geïncorporeerd kunnen worden in ons eenheidsstreven? En waarom zouden we tenslotte halt houden voor de muren van een Mohammedaanse Moskee?

Naar mijn heilige overtuiging is oecumene in deze geest een verkopen van het erfdeel des Heeren aan de wereld. Zij leidt tot een volledige saecularisatie en maakt rijp voor het oordeel van God, dat bij het huis Gods begint (1 Petr. 4:17). Wat blijft er bij zulk een visie op de prediking, de gemeente en de oecumene over van de ernst van de zonde als godgescheidenheid, van de toorn Gods, van de noodzaak van bekering als een verandering van de gezindheid, van de persoonlijke toeëigening des heils en van de worsteling, verbonden aan het wandelen op de smalle weg, van het zich onbesmet bewaren van de wereld, van het grote eindgericht?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Waarheid en eenheid in de ontmoeting der kerken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's