De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk en wereld in de bijbel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk en wereld in de bijbel

6 minuten leestijd

II

Het is opvallend, dat in de algemene zendbrieven zo gewaarschuwd wordt voor de beïnvloeding van de wereld. 'Weet gij niet (zegt Jacobus), dat de vriendschap der wereld vijandschap tegen God is? Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand van God gesteld' (Jac. 4:4). Daarom dringt hij er ook op aan om zichzelf onbesmet te bewaren van de wereld.

Ook Petrus waarschuwt z'n lezers om godzalig te leven, omdat zij ontkomen zijn aan het verderf, dat in de wereld is (2 Petrus 1:4), door de begeerlijkheid (2 Petr. 1:4). In 2 Petr. 2 wordt gesproken over de wereld der goddelozen, waarover God met het oordeel der zondvloed gekomen is en over de besmettingen der wereld. (2 Petr. 2:5, 20).

En hèèl scherp komt de antithese uit in de brieven van de apostel Johannes. 'Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem (1 Joh. 2:15). Want al wat in de wereld is, nl. de begeerlijkheid des vleses en de begeerlijkheid der ogen en de grootsheid des levens is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij met al haar begeerlijkheid, maar wie de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid' (1 Joh. 2:16, 17).

Omdat de liefde van God in de gelovigen woont, kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent. Daarom klinkt het ook: Verwondert u niet, mijn broeders, zo u de wereld haat. Dat kan blijkbaar niet anders (1 Joh. 3:13). Immers de geest van de ant-christ is reeds in de wereld. Die geest zat ook al in de dwaalleraren van die tijd. 'Zij zijn uit de wereld (zegt Johannes), daarom spreken zij uit de wereld en de wereld hóórt hen. Toch is de apostel niet bang voor de nederlaag: Al wat uit God geboren is overwint de wereld en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof (1 Joh. 5:4). En door dat geloof weten wij, dat wij uit God ziin en dat de gehele wereld in het boze ligt (1 Joh. 5:19). Dat betekent: zij ligt in de macht van satan. Daarom is de wereld vergiftigd. De duivel heeft een volkomen overheersing in de wereld. Zij wordt radicaal, d.w.z. tot in de wortel door hem beïnvloed.

De Kerk

In deze wereld leeft de kerk. Wat betekent het woord kerk? Het is een afkorting van het Gr. woord kuriakè, d.w.z. wat van de Heere is. De kerk is het eigendom des Heeren. Het woord kerk komen wij in de Bijbel niet tegen, wèl het woord gemeente (in het Hebr. kahal, in het Gr. ekklesia). Dat woord 'ekklesia' komt hoogstwaarschijnlijk van een werkwoord, dat ergens 'uitroepen', uithalen, uitnodigen, betekent. De ekklesia is de bijeengeroepen vergadering. De gemeente is de verzameling gelovigen, die geroepen is uit de wereld. Paulus zegt van de Galaten, dat zij getrokken zijn uit de tegenwoordige boze wereld. Zij zijn er uitgehaald, apart gezet. Daarom worden ze ook wel in het Nieuwe Testament de uitverkorenen genoemd. De Heere Jezus zegt b.v. in Luk. 18:7: Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen? Zij heten zo, omdat iets met hen gebeurd is, omdat hen iets overkomen is. Treffend komt dat uitroepen (uitverkiezen) uit in de geschiedenis van Abraham, die zijns vaders huis niet alleen, maar ook z'n geboortegrond verlaten moet. Ook in het tweede bijbelboek komt iets van die naam naar voren. Exodus betekent: uittocht. En van de Heere Jezus, de goede Herder, wordt gezegd: Hij roept Zijn schapen bij name en leidt hen uit (Joh. 10:4). Het woord uitverkorenen komen wij trouwens méér tegen in het Johannesevangelie. 'Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren (Joh. 15:16). En in het hogepriesterlijk gebed zegt Christus: Ik heb Uw Naam geopenbaard de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt'. (Joh. 17:6).

Paulus laat in zijn brieven ook uitkomen, dat de gemeente iets anders is dan de wereld. In de Romeinenbrief zegt hij: Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? (8:33). In zijn brief aan Titus heeft hij het over het geloof der uitverkorenen Gods (1:1). Daarom (zegt hij tegen Timotheüs) verdraag ik alles om de uitverkorenen, opdat zij de zaligheid zouden verkrijgen (2 Tim. 2:10). Ook de apostel Petrus gebruikt dit woord. Hij begint zijn algemene zendbrief met de woorden: de uitverkorenen naar de voorkennis van God de Vader, in de heiligmaking des Geestes' enz. Vandaar ook zijn uitroep in het volgende hoofdstuk: Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk een verkregen volk, opdat gij zoud verkondigen de deugden desgenen die u geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht' (1 Petr. 2:9). Hier hebben we tegelijk het 'geroepen uit'. En in de Openbaring van Johannes lezen we hoe de machten in de eindtijd oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen èn die met Hem zijn, de geroepenen en uitverkoenen en gelovigen' (Openb. 17:14).

Op andere plaatsen worden zij in de H. Schrift heiligen genoemd. Niet omdat zij in zichzelf heilig zijn, maar omdat zij in Christus geheiligd zijn. Daarom durft Paulus de Korinthiërs (ondanks allerlei minder prettige dingen) toch: heiligen, geroepen heiligen te noemen (1 Kor. 1:2). En zo spreekt hij ook de andere gemeenten aan. Soms zegt hij er bij: 'heiligen in Christus Jezus' en waar hij dit niet zegt, bedoelt hij het toch zó (Efeze 1:1).

Wat betekent nu het woord heilig? Heilig betekent niet: in zichzelf volmaakt en onberispelijk, maar: afgezonderd, apart gezet. Heiligmaken betekent: vrij maken van de zonde en wijden aan God. Vandaar, dat in de Heid. Cat. de zondag over de kerk (21) staat onder het stuk van God de Heilige Geest en onze heiligmaking. Op deze, ontwijde wereld (het domein van satan) heeft God de Heilige Geest weer een gréép gedaan. God laat niet varen de werken Zijner handen, maar wil die terugvoeren tot Zijn dienst. En dat terugvoeren is begonnen met het stichten van Zijn kerk op aarde. Zo is de gemeente van Christus wel in de wereld, maar tegelijk afgezonderd vàn de wereld. Dat wil zeggen: in haar leven, streven en handelen is zij anders gericht, omdat haar grondprincipe anders is. Zij leeft uit een totaal andere bron dan de wereld. Vandaar, dat zij ook alles met andere ogen bekijkt. Zij bekijkt de dingen vanuit het licht in de H. Schrift, d.w.z. vanuit Gods openbaring. Zij denkt niet anthropocentrisch (d.w.z. vanuit de mens) maar: theocentrisch, d.w.z. vanuit God. Zij leeft naar de grote toekomst en kan het daarom nooit in de wereld vinden. Dat komt omdat er een bekering heeft plaats gehad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Kerk en wereld in de bijbel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's