De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het besluit van dr. Arntzen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het besluit van dr. Arntzen

10 minuten leestijd

Mogen wij er eigenlijk wel commentaar op geven als een predikant in een andere kerk dan de onze zijn ambt neerlegt? In dit geval heb ik dan het oog op het besluit van de gereformeerde predikant dr. M.J. Arntzen, die zondag 17 januari l.l. aan zijn 's-Gravendeelse gemeente mededeelde dat hij zijn ambt neerlegde, omdat het hem onmogelijk was geworden zijn predikambt in de Gereformeerde Kerken op een verantwoorde wijze te vervullen.

Nogmaals, mogen wij daar eigenlijk wel commentaar op leveren? Hoeveel persoonlijke strijd is aan zo'n beslissing vooraf gegaan? De thans 58-jarige dr. Arntzen heeft meer dan 25 jaren de Gereformeerde Kerken als predikant gediend. Zijn promotie aan de V.U. bij prof. dr. G.C. Berkouwer was de kroon op zijn wetenschappelijk werk. Zijn leven en zijn werk liggen in de Gereformeerde Kerken. Daar lag, mogen we aannemen, ook de liefde van z'n hart. Als we ons dit indenken kunnen we alleen maar vermoeden wat aan een dergelijke stap, als door dr. Arntzen is gedaan, is voorafgegaan.

Maar deze stap van dr. Arntzen staat niet op zichzelf. Ze heeft te maken met de turbulente ontwikkelingen van de laatste jaren in de Gereformeerde Kerken. Vandaar dat we er hier toch op in gaan.

Dr. Arntzen ging om des gewetenswil. Enerzijds moest hij zijn stem verheffen tegen de verkeerde ontwikkeling in de Gereformeerde Kerken, anderzijds moest hij, zoals hij het uitdrukte, het kwaad steunen via de voorgeschreven kerkelijke collecten voor de theologische faculteit van de V.U te Amsterdam en de theologische hogeschool te Kampen, voor het landelijk gereformeerde jeugdwerk en voor het werelddiakonaat. De ongereformeerden zijn heer en meester geworden in de gereformeerde kerken en zetten hen, die trouw zijn aan de belijdenis, buiten spel, aldus dr. Arntzen. De kerken worden meer en meer geleid door mensen, die vreemd staan tegenover Schrift en belijdenis en die een synthese willen aangaan met de tijdgeest. Er is momenteel aan de V.U., aan de Kampense Hogeschool, in de jeugdleiding e.d. meer vrijzinnigheid dan orthodoxie. Prof. Kuitert is in dit opzicht niet de enige. Hij en z'n medestanders zijn indringers in de schaapskooi van Christus. Aldus de toelichting op de beslissing van dr. Arntzen, zoals we die in de pers hebben kunnen lezen.

Begrijpelijk

Wanneer we pogen in de huid te kruipen van de oude generatie van kerkelijk gereformeerden, dan achten we de stap van dr. Arntzen niet alleen begrijpelijk maar ook consequent. Wie iets weet van de kerkelijke strijd ten tijde van de Doleantie begrijpt wat ik bedoel. De Gereformeerden hebben ten tijde van de Doleantie de Hervormde Kerk verlaten en vóór en nà betoogd dat er voor gereformeerde belijders geen plaats is in een kerk, waarin ook de vrijzinnigheid wordt geduld. In die tijd heeft b.v. de Hervormde dr. Ph.J. Hoedemaker hele verhandelingen geschreven over zijn Hervormd kerkelijk standpunt tegenover de 'dolerende' dr. Abraham Kuyper. Ergens vergelijkt Hoe­demaker Kuyper met. iemand die een vertrek binnenkomt, waar iemand bedwelmd is door kolendamp. In plaats dat hij de ramen en de deuren opengooit om zuurstof toe te laten stromen, zodat de voorwaarde geschapen wordt voor het ontwaken van de bewusteloze uit z'n verdoving, gooit hij de deur dicht en loopt weg. Hij laat de zieke achter zonder één hand uit te steken. Zo heeft, aldus Hoedemaker, Kuyper de Hervormde Kerk, die dodelijk ziek was, afgeschreven als of zij al dood was. Hoedemaker wilde met dit alles zeggen dat de weg van de scheiding niet de aangewezen weg was.

Op Kuyper hebben deze argumenten echter nauwelijks indruk gemaakt. Hoedemaker heeft zich méér bezig gehouden met Kuyper dan Kuyper met Hoedemaker. Kuyper bouwde intussen aan een kerk, die mèèr werd dan een noodwoning. Hij bouwde aan een gereformeerde kerk, een kerk die een permanent onderdak zou bieden aan allen die het Hervormde synodale juk ontvluchtten; een kerk met een functionerende belijdenis, waarin geen plaats was voor vrijzinnigheid of welke vorm van ongereformeerdheid dan ook. En Kuyper had gelijk, als het erom gaat dat in de kerk geen vrijzinnigheid thuis hoort, dat de kerk trouw moet zijn aan haar belijdenis. Maar had hij ook practisch gelijk? De geschiedenis laat zien dat je de vrijzinnigheid en allerlei andere dwalingen niet achter je laat als je de deur van de kerk, waar je uitgaat, achter je dicht trekt. De ontwikkelingen momenteel in de Geref. Kerken laten het ons zonneklaar zien. In de Geref. Kerken van nu breekt een nieuwe vrijzinnigheid zich baan. En wat doet de Gereformeerde Synode? Prof. Kuitert voelde zich, zo heeft hij her en der betoogd, niet veroordeeld door uitspraken van de Sneker synode. Die synode zette in feite de deur voor de leervrijheid open. Daardoor sloot de kring van de geschiedenis zich en zijn de gereformeerden zelf terecht gekomen in een kerkelijke situatie als die ze ten tijde van de Doleantie ontvlucht zijn. Maar, inmiddels, dr. Arntzen is een man van de oude — moeten we zeggen uitstervende? — gereformeerden. Hij heeft de consequenties getrokken uit datgene wat de gereformeerden altijd hebben voorgehouden aan hen, die in de Hervormde Kerk bleven en toch trouw wilden blijven aan de belijdenis, namelijk: 'Hoe kan je in een kerk blijven waarin ook de vrijzinnigheid wordt geduld? ' Zo bezien is de stap van dr. Arntzen een juiste, een consequente. De weg van afscheiding moet noodzakelijkerwijs tot hernieuwde afscheiding leiden als de kerk, die uittrad, dezelfde verschijnselen van verval gaat vertonen als de kerk, die zij verliet. Dr. Arntzen is weliswaar nog wel lid van de Gereformeerde Kerken, maar het neerleggen van zijn ambt is toch een daad waarmee hij onomwonden zegt dat hij niet meer ambtelijk werken kan in de Gereformeerde Kerken. De Sneker synode deed voor hem de deur dicht.

Ons standpunt niet

Als Hervormde kan je moeilijk zeggen dat je dr. Arntzen groot gelijk geeft. We leven zelf immers sinds jaar en dag in een kerk, waarin de vrijzinnigheid en andere dwalingen onbeteugeld voortwoekeren. We heb­ben met precies dezelfde dingen te maken als dr. Arntzen.

De officiële vrijzinnigheid mag in de Hervormde Kerk op retour zijn, de doorsnee midden orthodoxie is wat de kern van haar boodschap betreft bepaald niet orthodox. En als zij dat niet is, wat is zij dan? Toch zijn we in de Hervormde Kerk gebleven, óók om des gewetenswil. We konden en mochten die kerk, het volk in die kerk niet loslaten. En we konden tot nu toe in die kerk terecht met onze prediking. We mochten er tot nu toe ook de vruchten van zien. Er is veel bloed uit deze kerk weggevloeid. Maar in die kerk bleef het leven. Hoe zou trouwens levend bloed uit een dode kerk stromen? We hebben echter wel geleden aan onze kerk en wij lijden er nog aan. Maar eruit kunnen we niet, willen we ook niet. En daarom zou het wat vreemd klinken als we zeiden dat we dr. Arntzen groot gelijk geven.

Toch anders

Maar toch is onze positie, om meer dan één reden, weer anders en in bepaalde opzichten gemakkelijker dan die van dr. Arntzen en de andere gereformeerde verontrusten. Dr. Arntzen zei dat hij wel graag in de Geref. Kerken had willen blijven getuigen, maar dat hij haast geen weerklank vond. Dat is inderdaad een niet geringe zaak. Hij zag er geen heil meer in. Zijn stem verklonk in de ruimte, die er in de Geref. Kerken gekomen is. De samenbundeling van geestverwanten heeft in de Geref. Kerken (nog) niet die vorm aangenomen die ze in de Hervormde Kerk heeft. Men heeft onze Gereformeerde Bond vaak verweten een partij te zijn in de Herv. Kerk. En inderdaad is een Bond in een kerk per definitie een onding. Maar wat is méér een onding, een Bond, die het belijden der kerk gehandhaafd wil zien, of een kerk die in haar officiële leiding en in een groot deel van haar prediking van dit belijden niet of nauwelijks meer weten wil? Waarmee ik maar zeggen wil dat nood wetten breekt.

Dank zij het werk van de Geref. Bond mocht, onder de zegen Gods, een deel van de Hervormde gemeenten bewaard blijven bij de gereformeerde prediking en bij de religie van de belijdenis. Er zijn in de Hervormde kerk heel wat gemeenten die voor een onrechtzinnige leer bewaard bleven. We hebben ook steeds weer nieuwe toevloed gekregen van studenten, die de gemeenten als predikant gingen dienen, voluit staande op de bodem van Schrift en belijdenis. Dat is op zich een wonder als we zien door welke molen die studenten gedurende hun studietijd gaan. In het zijn van de Bond in de Hervormde kerk lag toch een bewarend element. De gereformeerden in de Hervormde Kerk hebben in die kerk sinds jaar en dag een klankbodem gehad. We hadden nog 'onze' gemeenten, waarin we voluit gereformeerd konden zijn, met alle spanningen die dat overigens in het geheel van de kerk met zich meebracht. Dat missen de huidige verontruste gereformeerden. De ontwikkelingen zijn stormenderhand over hen gekomen. Er is allerwege de verwarring. En diegenen die vanuit de gereformeerde belijdenis willen getuigen hebben veel minder nog een klankbodem, b.v. in gemeenten die in haar geheel achter hen staan of bij de theologische studenten.

Er is een tweede punt waarom de positie van dr. Arntzen en de zijnen verschilt van de onze. Dr. Arntzen betoogde dat de òngereformeerden degenen, die trouw willen blijven aan de belijdenis, buiten spel zetten. Welnu, de gereformeerden zijn van huis uit wat je noemt militant. Dat was zo in de tijd van Doleantie. Dat is ook nu zo. Maar nu keren de wapenen van de huidige troepen zich tegen de vestingen van weleer. Evenzeer als men vroeger geijverd heeft voor de gereformeerde zaak, is men nu druk in de weer om muren te slechten en de oude gereformeerde bolwerken af te breken. De moderne visies van de V.U. worden thans even militant verdedigd als vroeger de gereformeerde waarden en waarheden, die er diametraal tegenover staan. Het geweer wordt nu in stelling gebracht tegen dat, wat diegenen voorstaan, die in de lijn staan van de oude gereformeerden. En daar is dr. Arntzen er één van. Ik zeg niet dat wij in de Hervormde Kerk die aanvallen niet hebben gehad. Integendeel. Maar in de huidige gereformeerde kerken is er sprake van een sterke geëmotioneerdheid in de ontmoeting tussen de kerkelijke fronten, die in snel tempo de laatste jaren ontstonden.

Samen voor dezelfde zaak

We hebben in het verleden als Hervormden opgezien tegen de denkkracht, de theologische denkkracht vooral, binnen de Geref. Kerken. We hebben er als gereformeerden in de Hervormde Kerk van geprofiteerd. Dat moeten we eerlijk be­kennen. Het is dan ook een zaak die ons pijn doet als we zien dat de Gereformeerden het ook niet hebben volgehouden om als kerk in haar geheel te blijven in de weg van het reformatorische belijden. Daarover zijn we mèt dr. Arntzen verontrust. Tegen deze achtergrond vallen verschillen in kerkelijke opvatting eigenlijk weg. Daarom moeten we zeggen, wat is het eigenlijk een trieste zaak dat steeds weer de kerkgeschiedenis een geschiedenis van kerkverval is. Hoe spoedig dooft het élan van het eerste uur. We weten het uit de geschiedenis van onze eigen kerk. We ervaren het nu schrijnend in de ontwikkeling van de Gereformeerde Kerken.

De kring van de geschiedenis, ik herhaal het, heeft zich gesloten. We staan met de verontrusten in de Geref. Kerken voor één zelfde zaak. Voorlopig nog elk in eigen huis. Ik geloof dat we elkaar in toenemende mate zullen moeten gaan herkennen over de muren van de kerken heen, ook door de verschillen heen, die er toch ook weer zijn tussen de verontruste gereformeerden en ons. De stap van dr. Arntzen zet ons toch weer even voor de vragen waar we samen voor staan en waar we samen, als het goed is, aan lijden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het besluit van dr. Arntzen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's