Boekbespreking
Daniel Cornu. Karl Barth und die Politik, Widerspruch und Freih eit. Aussaat Verlag Wuppertal 1969.
Dit werk is oorspronkelijk in het frans geschreven en wordt hier door D. Rudolf Pfisterer in het duits vertaald.
Het geeft een overzicht van de politieke vraagstukken, waarmede Barth in aanraking is gekomen en de houding welke hij daartegenover heeft ingenomen. Hierdoor komen wij in aanraking met een aantal facetten van de politieke geschiedenis en kerkgeschiedenis sinds 1933.
Het eerste deel heeft tot titel Theologie tegen het nationaal socialisme. Hierin wordt geschetst hoe Hitler aan de macht kwam, hoe hij trachtte de evangelische kerk te benutten voor het nationaal socialisme, de strijd van Barth hiertegen, hoe deze de belijdende kerk wist wakker te roepen, de stellingen van Barmen en de uitwijzing van Barth uit Duitsland. Tevens worden de opvattingen van Barth uitvoerig weergegeven.
Het tweede deel heeft tot titel Politieke Oppositie. Hierin wordt verteld tot welke politieke oppositie Barth komt in Zwitserland. Ongeveer 25 artikelen, voordrachten of brieven werden in deze tijd gepubliceerd. In het voorjaar van 1938 houdt hij in Aberdeen een voordracht over art. 24 van de Schotse geloofsbelijdenis (over de wereldlijke macht).
Ongeveer 10 sept. 1938 schrijft hij (10 dagen voordat het Sudetenland aan Duitsland wordt afgestaan) een brief aan prof. Hromadka, waarin hij de Tsjechen oproept zich te verzetten tegen de nationaal socialistische dwingelandij. Dan volgt de beschrijving van de tweede wereldoorlog, die eindigt met de ineenstorting van het derde rijk. De laatste paragraaf bevat de samenvatting van 'Christengemeinde und Bürgergemeinde'. Hierover schreef ik eerder uitvoerig.
Het derde deel heeft tot titel: Strijd voor de Vrede. Hierin komen ter sprake: de herbewapening van Duitsland, de reis naar Hongarije en de daarop volgende discussie met Brunner, de kerk tussen Oost en West, Brief aan een predikant in de DDR en de vrede en de atoombom. Breedvoerig worden de opvattingen van Barth weergegeven en verdedigd.
Uiteraard komen de theologische opvattirigen van Barth regelmatig aan de orde. Zo komt ook de tegenstelling tot Calvijn aan de orde. Barth fundeert de overheid in de bijzondere genade, terwijl Calvijn deze in de algemene genade fundeert. Barth maakt voortdurend gebruik van de analogieredenering, terwijl Calvijn deze afwijst. Barth wijst de algemene openbaring in art. 2 der N.G.B. geleerd af, terwijl deze op Calvijn teruggaat. Calvijn geeft kerk en staat ieder zijn eigen terrein, hetgeen echter niet wil zeggen, dat zij dan volgens Barth niets met elkaar te maken zouden hebben. De geschiedenis van Genève leert, dat Calvijn samenwerking van staat en kerk wil. Daarom stelt ook Calvijn, dat Jezus Christus regeert zowel de kerk als de staat, maar er is een duidelijk verschil.
Wie zich hierin wil verdiepen kan dit boekje bestuderen en tevens Calvijn lezen. Wij houden het voorshands maar bij Calvijn.
In het derde deel komen de opvattingen van Barth ten opzichte van het communisme aan het licht. Het blijkt, dat hij veel meer sympathie heeft voor het communisme dan voor het nationaal socialisme. Dit heeft in brede kringen veel verzet tegen Barth veroorzaakt. Ik kan niet anders dan tot de conclusie komen dan dat Barth te dezen aanzien duidelijk bevooroordeeld is geweest. Van jongsaf is hij socialist geweest. Niet, dat hij communist is; hij ziet de gevaren ook wel, maar hij heeft er wel sympathie voor. Dit blijkt m.i. wel overduidelijk uit de volgende uitspraak van Barth: 'Het ontbreekt iemand werkelijk alle zin, wanneer men een man als Joseph Stalin met de charlatan, die het nationaal socialistisch Duitsland geleid heeft, in een ademtocht wil noemen'. Hieruit blijkt m.i., dat de grote Barth te dezen aanzien duidelijk een blinde vlek had. Hij heeft dat zelf ook wel enigszins aangevoeld, want in 1960 schreef hij over zichzelf:
’O, ik meen de necrologie reeds te lezen, waarin men eens samenvattend van mij zeggen zal, dat ik mij in de vernieuwing van de theologie en in elk geval in de Duitse kerkstrijd zekere verdiensten verworven heb, maar dat ik in politiek opzicht een bedenkelijk dwaallicht geweest ben’.
Deze zinsnede getuigt van de humor van deze grote theoloog. De schrijver van dit boekje bestrijdt uiteraard deze opmerking, al moet hij toegeven, dat velen deze mening zijn toegedaan. Al kan ik de opvattingen van Barth in dezen in het algemeen niet delen, toegegeven moet worden, dat hij toch ook veel volgelingen ook in politiek opzicht gehad heeft. Het is daarom alleszins de moeite waard dit boek te lezen, echter wel met de nodige kritische zin!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's