De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het apostolaat in de grote stad

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het apostolaat in de grote stad

7 minuten leestijd

II

De vorige keer maakten wij een balans op van de apostolaire situatie van de kerk in een stad als Amsterdam. Het was een balans, die een groot tekort vertoonde. Dat tekort is zo groot, dat het ieder, die nog ogen heeft om te zien, ernstig moet verontrusten.

Toch uit deze verontrusting zich op verschillende manieren. Ze kan ertoe leiden om zich af te vragen, welke de oorzaken kunnen zijn van dit mislukte apostolaat. Waarin heeft de kerk gefaald? In haar prediking, in haar pastoraat, in haar toerusting van de gemeente? Heeft zij zich te veel opgesloten in zichzelf? Of heeft zij zich juist te veel vervreemd van zichzelf, van haar wezen als gemeente van Christus? Heeft zij het meer met haar eigen inzichten willen proberen dan met het getuigenis van Gods Woord?

Dit zijn alle vragen, die de moeite van beantwoording waard zijn. Het zijn ook ergens lastige vragen, die men gemakkelijk naast zich neerlegt, juist omdat zij zo moeilijk zijn. En dat doet men dan ook vaak, meer onbewust dan bewust. Soms krijg je de indruk, dat wij met z'n allen als een kat om de hete brij heenlopen, en ons met van alles en nog wat druk maken behalve met dat, wat schreeuwt om vernieuwing en versterking.

De verontrusting kan zich echter ook heel anders uiten. Ik kom dan nog even terug op wat ik in het vorig artikel als de verzelfstandiging (secularisering) van de verschillende apostolaire taken van de kerk genoemd heb, zoals het jeugdwerk en het bejaardenwerk, enz. Wij hebben dit toen geïnterpreteerd als een mislukking van de oorspronkelijke opzet, die de gemeente daarbij op het oog gehad heeft. Maar het kan ook anders worden verklaard. Men kan deze secularisering ook positief waarderen, en menen, dat dat nu juist de taak van de kerk is om al haar taken zoveel mogelijk algemeen te maken, gewoon menselijk, wereldlijk. Dat is niet een mislukking, een achteruitgang — zo redeneert men dan — maar een vooruitgang, een stap in de goede richting. Het uiteindelijke doel van deze richting is, dat de kerk als kerk in haar geheel zich overbodig maakt, zich oplost in het wereldlijke, seculiere leven.

Het is met name deze tendens, die momenteel sterk naar voren treedt. Zij die dit voorstaan, zijn dan ook vurige voorstanders van deze verzelfstandiging van oorspronkelijk kerkelijk-apostolaire taken.

U begrijpt, dat dit een diep ingrijpende koerswijziging betekent. Ook een koerswijziging vergeleken met wat de kerk in de jaren 50 voor ogen stond. Toen ging men nog uit, dat er tussen kerk en wereld een essentieel verschil bestond. En dat het daarom nodig was om de wereld te kerstenen, d.w.z. met een christelijke geest te bezielen. Het was ten diepste een hoog gegrepen theocratisch ideaal.

Maar voor dit ideaal is nu een ander ideaal in de plaats gekomen. De wereld moet niet gekerstend worden. De wereld moet gehumaniseerd worden. Het moet in de wereld menselijk toegaan, en dat is alles. Ten diepste is dat ook in het christelijk geloof alles. Daarom is de humanisering van de wereld meteen ook het einde van het bestaan van de kerk. En de vraag wordt in alle ernst gesteld, of men voor deze humanisering de kerk überhaupt nog wel nodig heeft. Daar kan een ongelovige, die integer leeft, evenzeer zich voor inzetten. Het is niet meer iets specifiek christelijks. Het christelijk geloof is geen conditio sine qua non meer, een absolute voorwaarde. Trouwens wat betekent in dit kader behouden worden? Ook dat krijgt een geheel andere inhoud.

Nu kan men dit zeer principieel benaderen. En u merkt, welke consequenties er dan aan vast zitten voor het practische apostolaat van de kerk en voor de kerk alszodanig.

Maar het kan ook verklaard worden als een vorm van verontrusting over de huidige malaise in de kerk, die dan echter op deze principiële manier een uitweg zoekt. Men maakt dan van de practische nood een principiële, theologische deugd. Dan is het echter niet meer dan een 'escape', een vlucht voor de werkelijkheid. Men erkent de trieste werkelijkheid, maar men legaliseert deze dan door 'er en theologie tegenaan te gooien’.

Als wij dit laatste zo stellen, dan is dat niet om diegenen, die dit doen, van onwaarachtigheid te beschuldigen. Het gaat er alleen om, na te gaan, wat de wortels kunnen zijn van deze seculariserende apostolaatstheologie. En ik werp dan de mogelijkheid op, dat deze wel eens zou kunnen voortkomen vanuit een al of niet bewuste escape-behoefte.

Nu is het nog niet zo moeilijk om de feilen van een stuk kerkelijke arbeid en van een of andere theologie aan te wijzen. Veel moeilijker is het om in te gaan op de vraag, die nu toch min of meer voor de hand ligt: hoe had u het dan gedacht, dat het zou moeten.

Ik wil eerlijk erkennen, dat ik na enkele jaren werken in de stad, het een vrijwel onmogelijke zaak vind om daar een duidelijk en positief antwoord op te geven.

Een paar opmerkingen kan ik slechts maken.

Het is één van mijn meest inspirerende ervaringen geweest in de afgelopen jaren, dat de prediking van het Woord als 'reine Auslegung', pure, op de Schrift gerichte en tekstgebonden uitlegging, een zinvolle bezigheid is. Niet alleen voor een club van geestverwanten, maar voor jood en heiden. De Schrift blijkt niet alleen de mens uit de hellenistische wereld, maar ook uit de post-christelijke wereld wat te zeggen te hebben. De Schrift laat zien, wie deze mens is, wie hij ten diepste is, en wat (Wie) hij ten diepste nodig heeft.

Daarom zou ik willen voorstellen en zie ik het voor me zelf als een opdracht om juist ook in deze moderne situatie uiterst Schrift- en tekstgebonden te preken. Prediking is Schriftuitleg, inleiding tot en in de Bijbel.

Het tweede is, althans voorzover ik dit ervaar en ontdek, dat deze moderne grote stadssituatie schreeuwt om een persoonlijk en inhoudelijk pastoraat. Het is gewoon niet waar, dat het persoonlijke er niet meer toe zou doen. Integendeel. Deze steeds meer verzakelijkte wereld stikt van de mensen, die hunkeren naar een persoonlijk contact en hunkeren ook naar een tot hen persoonlijk gerichte boodschap. Ook de jongeren zijn daar ontvankelijk voor. Ik merk dit b.v. aan de grote belangstelling van de kant van de jongeren, die er bestaat voor de diensten voor belangstellenden, die doorgaans worden geleid door ds. Van Pagé. Er is nog wel vraag naar, en zeker nood om het evangelie. Maar dan het directe evangelie, dat de eis van bekering en geloof onvoorwaardelijk stelt alsook de even onvoorwaardelijke belofte van Gods genade.

Natuurlijk vraagt dit wel om een eigentijdse vormgeving. Maar die zo adequaat mogelijk te zoeken is ook een voluit bijbelse zaak.

Het gaat erom, dat de restant-gemeente een kern-gemeente wordt. Dat is niet minder dan een bekering. Het kan ook zijn, dat de restant-gemeente eerst moet verdwijnen om plaats te maken voor een kern-gemeente. In ieder geval moet het werken van de kerk daarop gericht zijn, als een middel in Gods hand. En zo zal het Evangelie zijn loop hebben onder ons volk.

Niet zozeer een georganiseerd apostolaat is nodig als wel een wervende gemeente. En deze zal dan ook alle andere, ook diakonale taken, van de kerk beheersen. Het gaat niet om een geïsoleerde en daardoor steriele bekeringsprediking. Maar het gaat om een levende verkondiging in en door een levende gemeente in al haar verbanden, ook haar wereldlijke verbanden.

Ik dacht, dat met deze enkele opmerkingen een weg is gewezen, die anders is dan die in 1950 werd gekozen èn die nu wordt gekozen. Het blijkt toch nog te gaan om het feit, dat de gemeente niet al doende gemeente wordt, maar dat zij door het Woord Gods te horen gemeente van Christus wordt en dat zij zo werktuig, getuige, wordt in de wereld, met woord en daad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het apostolaat in de grote stad

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's