Kerk en wereld in de bijbel
IV
De huidige toestand
Wat ons opvalt is, dat de hele opzet van het moderne apostolaat vrijwel uitsluitend horizontaal gericht is. Het gaat om de verwezenlijking van het heil in déze wereld. De oude vormen (beweert men) doen het niet meer, ze slaan niet meer aan, ze zijn niet relevant. Alsof het Evangelie ooit wèl eens naar de mens geweest is. Alsof het niet altijd een ergernis en dwaasheid geweest is voor de natuurlijke mens. In dit opzicht is het nooit relevant. Toen Paulus op de Areopagus (in Athene) sprak, was het Evangelie ook niet relevant, maar hij bracht geen andere boodschap dan die van de verlorenheid der wereld en het heil in Jezus Christus. Waar ook mensen wonen, de boodschap staat altijd loodrecht op ons denken. Het Evangelie is nooit naar de mens, want het bedenken des vleses is vijandschap tegen God.
En nu is het gevaar van deze tijd, dat het (van kerkelijke zijde! !) toch naar de mens gemaakt wordt. Het theocentrisch denken heeft plaats gemaakt voor het denken vanuit de mens. Het z.g.n. humanum wordt steeds belangrijker. Er vindt een aanmerkelijke accentsverschuiving plaats. Vandaar, dat bij velen de ogen open gaan en ze zeggen: dit gaat fout. Zó graaft de kerk haar eigen graf. Hoe zou het ook anders kunnen als bij velen (theologen) God al in een graf gelegd is? Is het wonder als er in verschillende kerken verontrusting komt? Tegen deze achtergrond moeten we ook de boeken van dr. W. Aalders zien en de vereniging van Verontrusten in de Geref. Kerken. Men voelt aan: er is iets mis, er gaat iets scheef, de Bijbelse boodschap wordt omgebogen naar de wil van de mens. Er varen humanistische tendenzen door de theologie. De mens wordt steeds meer de maatstaf aller dingen. 'De kerk wordt niet geëerbiedigd als geloofs- en gebedsgemeenschap. Nee, zij is, een werkgroep die het programma van de wereld mee helpt verwezenlijken' (ds. L. Kievit). Er komt een vermenging van kerk en wereld. Daarvoor gebruikt men het prachtwoord solidariteit. Al is het waar, dat wij solidair moeten zijn met de schuld en de nood der wereld, zéker niet met haar levenspractijk en haar denken. Er is scherpe waakzaamheid geboden. Want de duivel wil die vermenging om zo de kerk in de wereld op te lossen. Dat is al begonnen in het boek Genesis. De boze weet, dat verbasterd christendom geen waarde heeft. Altijd is hij er op uit geweest om heilig en onheilig te vermengen, met het doel het heilige te doen verdwijnen. Daarom heeft hij — naar het woord van Luther — daar het meeste werk waar het Evangelie zuiver gebracht wordt. De verhoogde Christus heeft gezegd, dat er een grote verzoeking over de wereld zal komen. Hoe kunnen wij er dóór komen? Zoals de gemeente van Filadelfia erdoor gekomen is. Tot haar klonk: 'Gij hebt mijn Woord bewaard!' Nodig is, nu er steeds méér tekenen der tijden komen, héél dicht bij het Woord te leven, in een aanhoudend gebed. Dat is nuttiger dan er met het mes van het historisch-critisch onderzoek in te snijden met een apriori: zoveel mogelijk teksten tegen elkaar te laten botsen en de wetenschap te verheerlijken.
Wat de gemeente van Christus in deze tijd nodig heeft is een zuivere, bijbelse eschatologie. Wat moest zij véél meer bezig zijn met het laatste bijbelboek. Al staan daar moeilijke dingen in om te begrijpen, we zien toch veel dingen reeds in vervulling gaan. Een enkel voorbeeld. Ik denk aan Openb. 11:1, 2. Johannes moet (op bevel) de tempel en het altaar opmeten en degenen, die daarin aanbidden. Maar de voorhof mag hij niet opmeten, want die is de heidenen overgegeven. Wat wordt daarmee bedoeld?
Met deze tempel kan nooit de tempel te Jeruzalem bedoeld zijn. De tempel is hier de Nieuwtestamentische gemeente. De buitenhof ziet dan op de randbewoners, d.w.z. op de kring van hen, die nog wel een beetje meedoen, maar hun hart toch aan de wereld verpand hebben. Dit is een zéér brede rand in het kerkelijk leven. Bij de voorhof moeten we rekenen al die mensen, die naar de kerk gaan (op wier levenswandel geen bijzondere aanmerkingen zijn te maken), maar wier hart niet volkomen met de Heere is. Welnu, des te dichter de eindtijd nadert, des te meer zal die grote, brede rand van het kerkelijk leven afvallen. In de grote steden zien wij het al heel duidelijk. Maar het platte land volgt snel, want alles ligt open en er zijn geen afstanden meer.
De belangstelling voor de kerk en de geestelijk dingen neemt gaandeweg af. Het traditie-christendom is bezig te verdwijnen. Het massale kerkelijke leven, zoals we dat vóór de oorlog gekend hebben, heeft z'n tijd gehad, enkele uitzonderingen, op het platte land, daar gelaten. Steeds meer randbewoners vallen af. De eindtijd zal geen middelmatigheid (hinken op twee gedachten) verdragen. Of men behoort werkelijk tot de gemeente van Christus — met een sterk of zwak geloof, òf men staat er buiten. Het overgangsgebied tussen kerk en wereld zal steeds meer uitvallen. Voor de lauwen en halven is in deze omstandigheden geen plaats meer. Of liever: zij blijken zelf al buiten te staan, al denken sommigen (nog) binnen te zijn. De dwaze maagden (Matth. 25) dachten ook binnen te komen, maar zij kwamen buiten te staan. Het naderend einde brengt scheiding. Er zullen er zijn, die zéér dicht bij de tempel gestaan hebben (a.h.w. tegen het altaar aangeleund hebben) en er toch buiten vallen. De gemeente wordt kleiner, in de eindtijd zal er een kleine schare overblijven. Daarom is nodig: concentratie op het wézenlijke. En ook voor ieder een ernstig zelfonderzoek. De vraag dringt: Ging ik waarlijk het heiligdom binnen of doolden mijn voeten alleen nog maar wat in de voorhof rond?
Er zal een tijd komen, waarin voor het zuivere bijbelse getuigenis geen ruimte meer is. De gemeente zal dan onderhouden worden in de woestijn (Openb. 12). Naarmate er vaart in de geschiedenis komt, krijgt satan óók haast. Er staat in Openb. 12:12: 'Wee degenen, die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is tot u afgekomen en heeft grote toorn, wetende dat hij kleine tijd heeft'. M.a.w. hij weet, dat hij opschieten moet, want zijn tijd kort in. Nu zal het er op aan komen of wij trouw blijven. Johannes zegt: wij moeten wandelen, zoals Christus gewandeld heeft (1 Joh. 4:17b). Christus heeft Zich gegeven in liefde. Waar nood was, hielp Hij, vooral ellendigen en verdrukten. En toch is Hij nooit een echte wereldling geweest. Hij heeft Zich op deze aarde nooit echt thuis gevoeld. Zo moet het óók zijn met de gelovigen. Zelf heeft Hij gezegd: Die z'n leven liefheeft, zal het verliezen, maar die z'n leven haat in deze wereld, zal het bewaren tot het eeuwige leven. Haten betekent hier niet: verafschuwen, maar: op de tweede plaats stellen, achterstellen bij iets, dat veel belangrijker is. Nu, het Koninkrijk Gods is belangrijker. En ook de (weder)komst van Christus.
Wat we in de wereld steeds méér zullen zien is de ontbinding van de geestelijke waarden. De welvaart heeft enerzijds, grote voordelen, anderzijds een ontstellende saecularisatie (= verwereldlijking) veroorzaakt. De nihilistische massa wordt steeds groter. Men leeft bij wat dagelijks voor radio en T.V. voorgeschoteld wordt. En de omroepverenigingen willen een zo groot mogelijk aantal leden hebben. Welnu: elk wat wils, maar ... wat wil de massa? Het gevolg is een steeds losser worden van alle remmen. Gezagsfactoren spelen nauwelijks een rol meer. De revolutie wordt verheerlijkt. De ethiek wordt naar de practijk opgesteld, er komen dagelijks meer concessies. De mens gaat leven zoals hij wil.
En zo komt langzaam maar zeker het rijk van de anti-christ in het zicht. Want dat rijk moet komen, naar de H. Schrift. Daarom zal het éne ontbindingsproces het andere opvolgen. Naarmate het kruis van Christus uit deze wereld verdwijnt zal ze een geestelijke wildernis worden. Waar de verzoening met God niet primair gesteld wordt, zullen alle vernieuwingspogingen op niets uitlopen. Toch zal, als alles in de war loopt, de ware christenen de schuld krijgen. Vooral de anti-christ zal hen de schuld geven. Maar het beangstigende is, dat hij zich nestelen zal in de tempel Gods, de kerk (2 Thess. 2:4). De invloed van hem zal groot zijn, juist in de kerk. 'Waakt en bidt', sprak Jezus. De uitverkorenen zullen niet verleid worden. Het blijft staan: Vreest niet, gij klein kuddeke, want het is des Vaders welbehagen u het Koninkrijk te geven' (Luk. 12:32). In het interim (tussentijd) zal de ware kerk zweven tussen hemel en aarde. En toch is er een onzichtbare band met de hemelse Bruidegom. Hij zal haar bewaren, wat er ook gebeurt in deze wereld. De toekomst is in Zijn handen. Dat mag een diepe troost, en sterke bemoediging zijn. Niemand zal Zijn schapen uit Zijn handen rukken en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid (Joh. 10:28) Daarom heeft Hij óók gezegd: Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog en heft uw ogen opwaarts, omdat uw verlossing nabij is’.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's