Uit de pers
Een gewetenszaak
Zoals u bekend is heeft dr. M.J. Arntzen op 17 januari aan zijn gemeente 's Gravendeel meegedeeld dat hij zijn ambt als dienaar des Woords in de Gereformeerde Kerken heeft neergelegd. In het orgaan van de verontruste Gereformeerden van 26 januari, 'Waarheid en Eenheid' zet dr. Arntzen zelf de motieven uiteen die hem geleid hebben tot het nemen van deze diepingrijpende beslissing. We menen dr. Arntzen recht te doen, door het — vrij lange — stuk onverkort op te nemen. Een samenvatting van enkele passages zou in dit verband niet alleen onduidelijkheid in de hand kunnen werken, maar bovendien het gevaar in zich bergen de bedoelingen van dr. Arntzen onjuist weer te geven. Onder de titel 'Een gewetenszaak' schrijft dr. Arntzen:
Het is zonneklaar, dat in de gereformeerde kerken een grote mate van leervrijheid geduld wordt.
Het benauwende is, dat de 'top', de meest invloedrijken in onze kerken het verste zijn afgedwaald, en dat loslating van de meest elementaire normen zowel als antimilitairistische propaganda bij vele theologische hoogleraren en jeugdleiders gevonden wordt. De zo vaak genoemde prof. Kuitert is niet de enige, die hier een kwade invloed uitoefent. We moeten ons er wel voor hoeden, hem als de 'zondebok' te gebruiken. Hoewel deze hoogleraar het meest onbeschaamd is in het propageren van ongereformeerde en onbijbelse denkbeelden, zijn er velen, die met hem instemmen. Bijna de gehele theologische faculteit der V.U. (althans de professoren en docenten), een groot deel van de Theologische Hogeschool te Kampen, de jeugdleiding, de redactie van jeugdbladen als 'Risiko' en 'Combo' zijn totaal ongereformeerd, meer vrijzinnig dan orthodox en geporteerd voor revolutie en dienstweigering. Ook is hier te noemen het Gereformeerd Werelddiaconaat, dat geneigd is mentaliteitsverandering (lees: revolutionaire bewegingen) te steunen, en dat ook metterdaad zulke bewegingen met het geld van gereformeerde mensen gesteund heeft.
Wij laten nu allerlei onbehoorlijke pressiegroepen, als het Gereformeerd Vredesberaad nog buiten beschouwing.
Bij meer dan één gelegenheid heb ik mijn klachten al mondeling of schriftelijk geuit. Dat door kerkelijke vergaderingen (nog?) nooit is opgetreden tegen door anderen en mij genoemde personen, die openlijk ketterse leer brengen, het geloof ondermijnen en de goede zeden ondergraven, is een teken aan de wand.
Ten overvloede herhalen we nog eens onze voornaamste bezwaren.
Dr. Kuitert ontkent de historische zondeval en het bestaan van de eerste mens. Dit is zo langzamerhand wel algemeen bekend geworden, maar er is veel meer. Kuitert gelooft niet, dat de dood door de zonde in de wereld gekomen is, en hij laat zich sceptisch uit over een leven na de dood. Prof. Kuitert gelooft, dat het verhaal van Jona, die drie dagen in het ingewand van de vis was, een joodse legende was. Op de hem gestelde vragen, of hij aanneemt, dat er werkelijk een brandend braambos is geweest, en of de Israëlieten werkelijk door de Rode Zee getrokken zijn, volgde een veelzeggende weigering van Kuiterts zijde daarop te antwoorden.
In een interview met het voormalige weekblad 'De Spiegel' hebben de hoogleraren Kuitert en D.C. Mulder zich erg horizontalistisch uitgelaten in antwoorden over de vragen aangaande de hemel en de hel.
De leer van de drieëenheid bij prof. Kuitert en prof. Hartvelt is meer modalistisch dan rechtzinnig. Genoemde geleerden zien in de Vader, de Zoon en de H. Geest, drie opeenvolgende manieren van openbaring van God.
Kortweg ontstellend is Kuiterts bewering, dat wie nu nog de vraag van Luther 'Hoe krijg ik een genadige God' centraal zou willen stellen, de adem van de kerk bevriest.
In veel artikelen en lezingen, zowel in Nederland als in Canada en de V.S., heb ik er voorts op gewezen, hoe bij prof. Kuitert, en ook bij iemand als prof. Van Peursen, een leidende figuur bij 'Gemeentetoerusting', de hoge en verheven God verlaagd en vernederd wordt, in de geschiedenis wordt opgesloten met name in Kuiterts artikel over 'Theologie en ethiek der revolutie’.
Voorts ontkent prof. Augustijn, dat Christus met hetzelfde lichaam uit de doden verrezen is, als waarmee hij in het graf is gelegd. Prof. Augustijn kent aan de verhalen aangaande de opstanding van de Here Jezus als geschiedenisbron niet meer waarde toe dan aan middeleeuwse legenden.
Prof. Kuitert en prof. Hartvelt leggen grote reserves aan de dag als het gaat om de realiteit van de maagdelijke geboorte van Christus. Voor ieder, die oren heeft om te horen en ogen om te zien, is het dus duidelijk, dat ook de heilsfeiten in geding zijn.
Nochtans sprak de synode van Sneek in haar zittingen van 2—6 november l.l. van fundamentele overeenstemming in belijden bij ons ondanks duidelijke verschillen over de historiciteit van de zondeval en eerste mens. Gelijk ik in mijn rede in Rotterdam op 12 december aantoonde, is die aangenomen eenheid een schijneenheid, omdat de aanhangers van de nieuwe theologie de woorden 'God', 'zonde', 'verzoening' heel anders interpreteren en verstaan dan de rechtzinnige gereformeerde dit zal doen.
Dit was de synode niet onbekend, daarom doet het ons zeer leed te moeten zeggen, dat deze synode misleidend en onwaarachtig was in haar verklaringen. Haar op zichzelf lofwaardig streven, allen bijeen te houden, moest mislukken, omdat ijzer en leem niet te verenigen zijn. De scheiding der geesten is er reeds. Er is in de synode helaas geen kracht meer om te belijden en te profeteren. Het was een zwarte week in de geschiedenis van de gereformeerde kerken.
Ook de z.g. gematigden in de gereformeerde kerken gaan zeer ver in het oefenen van kritiek op Gods Heilig Woord. Prof. Koole neemt b.v. veel 'volksverhalen' aan in het O.T. met name in de tijd van Elisa en in de periode van de Richteren. En in het algemeen wordt door meerdere hoogleraren binnen onze kerken aanvaard, dat wat in de H.S. medegedeeld wordt, ook in het N.T., zich heel anders heeft toegedragen of in het geheel niet geschied of gezegd is.
Het is een onmogelijkheid geworden het ambt van predikant in de gereformeerde kerken op een verantwoorde wijze te vervullen.
Een overigens zeer hoogstaand en begaafd candidaat moest bij een peremptoir examen door mij ondervraagd worden in de geloofsleer. Zijn ideeën over de particulariteit der genade en de verdorvenheid van de menselijke natuur waren barthiaans en erger. Ook had hij duidelijke reserves ten aanzien van de historische zondeval. Toen ik dan ook moest adviseren tegen toelating, werd ik in die classisvergadering door niemand gesteund. Zo wordt het toezien op het belijdend gereformeerd karakter van onze kerken tot een aanfluiting. Als kerkvisitator ontmoet men het, dat op de catechisaties het boek van Kuitert en Hartvelt 'In de kring' wordt gebruikt, met duidelijke afwijkingen aangaande het gezag van de bijbel en de drieëenheid. Maar daar staat men machteloos tegenover, evenals tegenover de soms zeer vérgaande wensen tot samenwerking met de r.k. kerk.
Op classisvergaderingen moet men om des gewetens wil, steeds protesteren tegen verkeerde oecumenische strevingen, zowel in Holland als in België, waar men vaak meer en eerder samenwerking zoekt met vrijzinnig getinte en midden orthodoxe kerken dan met de belijdende groeperingen. Er is op kerkelijke vergaderingen een stortvloed van propaganda, direct of indirect, voor de 'nieuwe' theologie, bij causerieën over het jeugdwerk, toelichting van synodebesluiten, discussiemiddagen over het bijbelgezag enz. Komt men op voor het gereformeerd belijden, dan blijkt het vaak, dat men alleen staat in de publieke discussie, achteraf, na de vergadering, komen afgevaardigden vertellen, dat ze er ook zo over dachten als wij, maar dat men er tegen op ziet, voor het onvervalste gereformeerd belijden uit te komen. Dit is een bewijs, dat een verkeerde richting het roer in handen heeft genomen. Het is moeilijk, ja, onmogelijk, tegen een steeds sterker wordende stroom van bijbelcritiek en vernieuwing haast alleen op te moeten roeien.
Op de kerkeraad moet men het jeugdwerk nieuwe stijl bestrijden, en er zich om des gewetens wil tegen verzetten, dat de voorgeschreven collecten voor de theologische faculteit van de V.U., voor Kampen, voor het landelijke jeugdwerk en het Werelddiaconaat gehouden worden. Dit roept ook in de kerkeraad en binnen de gemeente van 's Gravendeel spanningen op, en heeft in feite de kiem van splitsing in zich. Bijna negentien jaar heb ik het voorrecht gehad de kerk van 's Gravendeel te mogen dienen, en in de classis Dordrecht te mogen verkeren; steeds heb ik dit werk met grote vreugde gedaan. De situatie is echter nu zo geworden, dat, wanneer ik Gods Woord en mijn geweten volgen wil, er conflictsituaties zullen ontstaan, allereerst in de classis, maar ook in de gemeente 's Gravendeel. De verhoudingen zijn door Gods gunst in de classis en in de gemeente in de loop der jaren altijd goed gebleven, maar het zou nu verstoord worden, en er zouden 'brokken' komen, als we trouw blijven en toch onze bediening in de gereformeerde kerken zouden willen vasthouden. Daarom is er geen andere keus dan heengaan. In de huidige omstandigheden kan men met een goed geweten geen gereformeerde kerk dienen. Het gereformeerd getuigenis vindt geen klankbodem meer, en er is geen grond meer om op te staan. Daarom nam ik voor Gods aangezicht en na ernstig overleg het besluit mijn bediening in de kerk van 's Gravendeel neer te leggen. Wat de toekomst betreft, of er nog een mogelijkheid zal zijn binnen de gereformeerde kerken naar eer en geweten te werken, of dat overgang naar een andere kerk noodzakelijk zal wezen, is nu nog niet te zeggen.
De ongereformeerden hebben zich in onze kerken binnengedrongen; eerst vroegen ze: och, verdraag ons toch, maar nu gedragen ze zich als heer en meester, en verdrukken hen, die getrouw zijn aan de belijdenis op allerlei wijze, ze zetten hen buiten spel, maken hen belachelijk, of denken bij zichzelf: het is een uitstervend ras.
Men mag niet zeggen: in vele plaatsen, ook in 's Gravendeel, gaat het nog wel goed. Zeker, er is door Gods genade een trouwe, bijbelvaste kern. Maar men is ingekapseld in een verkeerd geheel. Er wordt een geheel legioen predikanten opgeleid in modernistische, horizontalistische en revolutionaire geest. En dezen staan binnen enkele jaren op de kansels van gemeenten, die nu nog rechtzinnig zijn, en vele rechtzinnige gemeenten zijn al totaal omgezet.
We leven als in de jaren 1940—1945, toen ons land bezet werd door vreemde overheersers. Nu zijn de kerken overvallen en worden meer en meer geleid door mensen, die vreemd staan tegenover het schriftuurlijk belijden, en een synthese willen aangaan met de geest van de tijd. En zoals in de oorlog verzet noodzakelijk en geboden was, is in deze situatie een onontkoombare eis is. En het is niet mogelijk, dit in 's Gravendeel en in de classis Dordrecht te doen zonder jarenlange goede menselijke verhoudingen te verstoren. En menselijkerwijs gesproken is de strijd voor de waarheid binnen de gereformeerde kerken na de zwarte week van 2—6 november een uitzichtloze zaak geworden. Daarbij respecteer ik en blijf ik ten volle ieder verontruste steunen, die binnen de gereformeerde kerken wil blijven strijden.
Laat echter iedere verontruste elke gave voor bovengenoemde 'besmette' doeleinden weigeren, en de collectezak voor deze bestemmingen laten passeren. Laat ieder zijn kerkelijke bijdrage opzeggen of verminderen met zulk een percentage, als er van besteed wordt voor steun aan de wereldraad en revolutionaire doeleinden. Men kan ook zijn hele bijdrage inhouden, omdat anderen, onwetenden, of progressieven, hun geld wel geven voor deze doeleinden. En men kan dit geld dan besteden aan rechtzinnige hogescholen in binnen- of buitenland, aan evangelisatie-of zendingswerk dat betrouwbaar is.
Hier moet men een heilig 'neen' doen horen. Ook mijde men de prediking van hen, die op de kansel bijbelkritiek of maatschappijkritiek oefenen, die ageren tegen de overheid, die de prediking misbruiken om antimilitairisme te propageren. Mijd de prediking van allen, die de kern van het evangelie niet brengen, die de oproep tot geloof en bekering nalaten, en het verzoenend lijden en sterven van Jezus en Zijn opstanding uit de doden niet centraal stellen.
Zoek dan een rechtzinnig gereformeerd predikant, of indien dit moeilijk of onmogelijk is, zoek het gastlidmaatschap van een bijbelgetrouwe kerk. Er zijn, Gode zij dank, vele mogelijkheden om onderdak te vinden voor de verstrooide schapen, bij de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk, bij de Chr. Gereformeerden, de Geref. Gemeenten, de Vrij-Evangelischen, de 'vrijgemaakten', zowel binnen als buiten het verband. Daar kan men vaak zonder geïrriteerd te worden, weer genieten van een zuivere en opbouwende prediking van Gods Woord. Daar worden de zielen verkwikt, en doet de Here door Zijn trouwe dienstknechten de schapen neerliggen aan zeer stille wateren, en leidt Hij hen in grazige weiden.
Stuur uw kinderen niet naar ontrouwe predikanten ter catechisatie, maar onderricht ze liever zelf, of — als dat niet mogelijk is — zend ze naar predikanten van kerken waar de belijdenis gehandhaafd wordt, en de Schrift wordt geëerbiedigd.
Het is jammer, dat het door overmacht, door het binnendringen van een ongereformeerde geest, noodzakelijk werd op deze wijze afscheid te nemen van mijn goede en trouwe gemeente 's-Gravendeel en van de classis Dordrecht. Zowel in de kerk als in de classis heb ik veel mensen leren waarderen en hoogachten om hun persoon en werk.
Moge God Zich ontfermen over onze kerken, waaraan wij in vroeger jaren zoveel goeds te danken hadden.
Menselijkerwijs gesproken lijkt een bekering onmogelijk. Toch is een réveil bij de trouwe groepen niet uitgesloten. Er zijn meerderen, ook in de hervormde kerk, die al jarenlang onder een juk van slavernij zuchten, maar die zich krachtig georganiseerd hebben, en zich in die kerk ook doen gelden. In dit opzicht is de Gereformeerde Bond in de Ned. Herv. kerk verder dan de verontrusten in de geref. kerken. Dat de hervormden richtingen hebben en wij niet is een fictie, een verzinsel; de gereformeerde kerken lopen gevaar één richting te krijgen, die tussen vrijzinnig en midden-orthodox in staat.
Laten de verontrusten, die blijven strijden, vasthouden aan hun rechten.
Prof. Kuitert en de velen, die hem steunen, hebben geen recht in onze kerken. Zij zijn van elders ingekomen, indringers in de schaapskooi van Christus.
Toch moet ons gebed voor hun bekering blijven opgaan. We moeten deze geleerden ook zien als verdoolde zielen; ze zijn de weg kwijtgeraakt en moeten weer teruggebracht tot de eenvoudige gehoorzaamheid van het geloof.
De huidige crisis zal wel dienen tot het dichter bij elkaar komen van rechtzinnigen in verschillende kerken, en dus tot bevordering van de ware oecumene.
De wijzen uit het heidense oosten, die Christus huldigden en aanbaden, gaan de kerkelijke en christelijke wijzen van deze tijd voor en zetten hen beschaamd, omdat de huidige geleerden in Christus veelal niet meer zien dan een inspirerend voorbeeld, en met Zijn plaatsbekledend lijden geen raad weten.
M.J. Arntzen, ’s-Gravendeel, Driekoningen 1971.
Wat zullen de gevolgen zijn?
Het is niet mijn bedoeling een uitvoerig commentaar te leveren op dit bewogen stuk. Wel is duidelijk dat het niet op zichzelf staat. Er is de laatste jaren binnen de Gereformeerde kerk herhaaldelijk gewaarschuwd tegen leertucht processen. Er is gezegd: Geen herhaling meer van Assen 1926 of van de kwestie-Schilder. Mede daardoor is men ter synode bijzonder voorzichtig geworden in de beoordeling van allerlei bezwaarschriften. En het jongste synodebesluit heeft toch de tendens een ruimte te scheppen binnen de Gereformeerde kerken, waardoor ook deze kerken de richting van een modaliteiten kerk op gaan. De beslissing van dr. Arntzen is hier niet los van te denken. Nu kan men zeggen: Was deze beslissing in dit stadium noodzakelijk? Ds. Van Mechelen schrijft in hetzelfde nummer van 'W. en E.’:
Uit het oogpunt van wat in het heden gedaan moet worden, kan men tot een andere conclusie komen dan dr. Arntzen. Uit 't schrijven van dr. Arntzen zelf blijkt, dat hij dit ziet en respecteert. Ook zij, die zelf een andere weg zouden willen volgen, respecteren ten diepste deze persoonlijke beslissing, die zeker, wat de toekomst betreft, voor het gezin niet een gemakkelijke weg zal zijn.
De beslissing van dr. Arntzen houdt beslist niet in, dat hij de strijd stopt. Hij wenst beslist de strijd voort te zetten. Daar zijn wij dankbaar voor. Dr. Arntzen is een zeer bekwame en integere broeder, die wij allen van harte lief hebben en hoog achten. Zijn daad is een getuigenis voor ieder die oren heeft om te horen. Wij gevoelen ons mogelijk nog meer aan hem verbonden dan tevoren. Wij willen hem en de zijnen ook gaarne en gedurig in onze gebeden gedenken.
Welke de gevolgen van zijn beslissing voor onze kerken zullen zijn, zal wel geen mens vandaag kunnen zeggen. Zullen de ogen van vele twijfelaars en vreesachtigen, die geen kleur durfden te bekennen, opengaan? Zal het gevarieerde deputaatschap, dat ingevolge 'Sneek' verder moet handelen, er van onder de indruk komen? Gaat een volgende synode beseffen, dat het gereformeerd karakter van onze kerken op het spel staat? Het is te hopen, maar valt te vrezen. De vrijzinnige infectie heeft vooral de intellectuele laag van onze kerkelijke samenleving reeds zeer ver aangetast, zo, dat zonder operationeel ingrijpen geen beterschap meer mogelijk lijkt.
Ds. Van Mechelen richt zijn vragen mede aan het adres van de synode. Dat is terecht. Want de verantwoordelijkheid voor deze beslissing moge bij de persoon in kwestie berusten, de kerk die dr. Arntzen zoveel jaar gediend heeft draagt mede verantwoordelijkheid. Deze beslissing moet toch elke ambtsdrager en elk die leiding geeft binnen deze kerken iets te zeggen hebben. Ds. Van den Brink merkt in ditzelfde nummer op:
Of de synode en haar adviseurs iets van deze gang van zaken begrijpen zal? Of zij er iets van begrepen heeft dat onze verontrusting geen liefhebberijtje was, maar pure ernst? Ik weet het niet.
Ach, men zal wel geschrokken zijn, toen men het hoorde: Arntzen weg! Men zal mogelijk zeggen: dat hebben wij niet bedoeld.
Maar wat is dan wel bedoeld? Kuitert c.s. sparen! De mensen, die ook na de synode-uitspraak van Sneek rustig doorgaan. Als je het interview leest, dat een redacteur van het Friesch Dagblad met prof. Kuitert had, kun je je ogen niet geloven.
Kuiterts weergave van de synode van '67 is volkomen onjuist. Alsof '67, bij de opheffing van Assen '26, niet uitdrukkelijk uitgesproken heeft, dat aan zondag 3 van de Catechismus niet te tornen viel.
En dan de fantasieën over de brief van Judas! Een paar verzen daarvan hadden beter niet geschreven kunnen zijn. Stomweg wordt er dan nog bijgezet: dit is geen Bijbelkritiek!
De eerste uitspraak van de synode was in ieder geval een veroordeling van Kuitert. Maar deze uitspraak, gezien in het geheel, brengt K. tot de conclusie: nu kan ik weer gewoon verder gaan.
Maar hij zal dan toch verder moeten langs het opgerichte teken van Arntzens beslissing.
Of het Kuitert nog iets zal doen, weet ik niet. Maar voor allen in onze kerken, die tot nu toe de ogen dichtknepen voor de realiteit, zal het nu toch duidelijk moeten worden. En er zal één stem in de kerken moeten opklinken, dat het zo toch niet langer kan. Daarmee staat of valt — ik zeg niet: het gereformeerd — maar het christelijk karakter van de kerk! Wanneer een broeder in de kerk het zo benauwd krijgt dat hij tot deze stap komt, mag de kerk zich wel honderd keer gaan afvragen of zij aanleiding gegeven heeft en misschien wel de oorzaak is. Er is dan maar één weg: de weg van de waarachtige bekering, terugkeer tot het Woord van de Heilige Schrift.
Zoveel is duidelijk dat de jongste besluiten van de Sneker synode geen ontspanning gebracht hebben. De onrust neemt toe. Ook van de Geref. kerk geldt, wat naar ik meen destijds dr. Fiolet schreef over de hervormde kerk: 'Een kerk in onrust om haar belijdenis'. Waar zal het op uitlopen? Wij pleiten niet voor een kerkelijk leven dat verstard is in patronen uit het verleden. Wij hopen wel vurig op een reformatorisch reveil. Omdat we overtuigd zijn dat de gereformeerde belijdenis ook in onze eeuw voluit actueel is, omdat zij opkomt uit de volheid van de Schrift.
De bewaring van dit ons overgeleverde pand — in een levend geloof — is èn voor de hervormde kerk èn voor de geref. kerken een levenszaak!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's