De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vrouw met het watervat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrouw met het watervat

7 minuten leestijd

En daarop kwamen zijn discipelen en verwonderden zich, dat Hij met een vrouw sprak; nochtans zei niemand: Wat vraagt gij, of wat spreekt gij met haar. Zo verliet dan de vrouw haar watervat. Johannes 4:27 en 28a

In het evangelie maken wij kennis met Christus. We worden, als het ware oog en oorgetuigen van wat Hij spreekt en werkt. Wij leren Hem uit het evangelie kennen, Wie Hij is, en wat Hij doet. Zo willen we dit vrij bekende gedeelte lezen en overdenken. Biddend overdenken: zendt Uw licht en Uw waarheid, dat die ons geleiden.

Bij de Jakobsbron spreekt de Here Jezus met een Samaritaanse vrouw. Hij maakt niet terloops een praatje met haar. Hij voert een diepgaand gesprek. Een hoogst eigenaardig gesprek; Hij springt, naar het schijnt, van de hak op de tak. Eerst heeft Hij het over levend water, daarna over haar man, die ze niet had en tenslotte over de ware dienst van God. Maar Hij spreekt niet lukraak, o nee. Hij leidt het gesprek, naar het door Hem gestelde doel. De vragen en de antwoorden drijven deze vrouw in het nauw, drijven haar naar Hem toe. En wat gaandeweg schemerde, wordt nu licht: Ik ben het, Die met u spreek. Ik ben de Christus, de grote Leraar. Al die tijd bediende Ik mijn ambt aan u, maakte Ik u de weg van het heil bekend. Hier bereikt het gesprek zijn hoogtepunt.

Op dat tijdstip keren de discipelen terug. Ze waren naar de stad geweest om brood te kopen, en kijken er vreemd van op, dat hun meester met een vrouw spreekt. De jongeren waren kinderen van hun tijd, en deelden de vooroordelen, die in sommige wetsgeleerde kringen tegen de vrouw bestonden. Een leraar nam geen vrouwelijke leerlingen aan. Vrouwen bleven buitenstaanders; het zou strijdig zijn met de goede zeden, als een rabbi in het openbaar met een vrouw sprak. Vandaar de verbazing van de discipelen.

Ook op dit punt gaat de Here Jezus zijn eigen gang, en breekt Hij met de gewoonte van de schriftgeleerden. Hij trekt haar binnen de kring en neemt haar mee in de ruimte. De vrouw wordt een volwaardig lid van de gemeente. Hier moet men niet spreken van discriminatie en emancipatie. Hier herstelt Christus de vrouw in haar eer, hier neemt ze de plaats in, waar ze geroepen wordt. Het is van beslis­sende betekenis geweest, dat Jezus zich zo gedroeg. Hij maakt vrij; Hij maakt ook de vrouw vrij. Maar iets ongewoons was het: dat Hij met een vrouw sprak.

Wat onbehoorlijk? Fronst iemand de wenkbrauwen? Niemand spreekt Hem er over aan, daarvoor hebben ze te veel eerbied voor hun meester. Al begrijpen ze het niet, ze berispen Hem niet. Gelukkig maar. Wij tasten zo spoedig de hoogheid van Christus aan. Treedt Hij buiten mijn orde, handelt Hij niet naar mijn regel, dan zijn we geneigd Hem daarover lastig te vallen met onze bezwaren. Wat hier gebeurt is beter. Niets zeggen, zich verwonderen, Hem de vrije hand laten.

Wij zouden overigens de discipelen wel wat uit de droom kunnen helpen. Denkt er goed aan, dat het móet. Jezus moest door Samaria gaan om haar te ontmoeten. Hij kan een vrouw, die de Vader op zijn weg plaatste, niet links laten liggen. Het is trouwens naar de aard van zijn zending en roeping. Hoe vaak zullen ze zich nog verwonderen: met een vrouw, met tollenaren, met zondaren. De Here Jezus stoort zich niet aan de grenzen die wij trekken. Hij zoekt mensen, aan de andere zijde. Zit u daar soms? Nu, dan is dit een vertroostend evangelie.

Wij gaan ons steeds meer verwonderen. De Here Jezus bemoeit zich met mensen, waarmee Hij geen eer inlegt. Hij voert een gesprek, met iemand die stuntelig antwoordt, en een slag om de arm houdt. Hij raakte ook met mij in gesprek, en wat een wijsheid, wat een geduld spreidde Hij daarbij ten toon. Wie is een Leraar als Hij. Hij neemt leerlingen aan, die nergens in de leer kunnen gaan, omdat ze zo dom zijn, dwaas en dwars. Zwak van gehoor, kort van geheugen. Here Jezus, dat U aan zo iemand uw hoge gaven van wijsheid en genade besteedt, in de bediening van Woord en Geest. We gaan Hem daarvoor bewonderen.

Met dit al, is het onderhoud nu geëindigd. De discipelen dringen er bij de Here Jezus op aan, om te eten. Hij kan het gesprek niet voortzetten, het was te persoonlijk. Eigenlijk jammer. Net nu Hij de sluier wegtrekt: Ik ben het, net nu breekt het af. Waren ze nog maar enige tijd weggebleven. Voor ons gevoel storen de discipelen. En, als dit gesprek gevoerd wordt, worden we vaak gestoord. De vrouw was het nog niet moe, ze had nog veel meer te vragen. Daar zijn de jongeren, ze leest de verbazing in hun ogen; ze weet zo ongeveer wat ze denken en raakt er van in de war. Een ongelukkig ogenblik, dat van hun terugkeer.

Of niet! Er zit vaart in het evangelie. Al­les gaat niet op zijn elf en dertigst, o nee. Christus heeft haast. Deze vrouw moet meteen tonen wat ze er van weet! Dat is heel gauw, maar niet te gauw. Zo verliet dan de vrouw haar watervat. Ze heeft ineens haast. Ze maakt zich niet uit de voeten omdat de discipelen terug komen. Ze spoedt zich naar de stad, om de mensen te vertellen, dat de Messias in de buurt is.

Daarom laat ze haar waterkruik in de steek. Als die kruik eens spreken kon. Met die kruik was ze vanmiddag, moederziel alleen, naar de bron gegaan. Om water te halen, natuurlijk. Op dat uur zal ze de andere vrouwen niet ontmoeten, en dat is ook de bedoeling. Laat daar nu een vreemdeling, een Jood, bij de bron zitten. Op haar zitten wachten, zeggen wij erbij. Hij vroeg haar om een koele dronk. Vreemd, Hij aan haar. Vóór ze dat verzoek kon inwilligen sprak Hij over water, dat Hij geven kon. En Hij had geen watervat bij zich, terwijl de put diep was. Waar had Hij het eigenlijk over? Levend water, levenswater! Wie daarvan drinkt krijgt nooit meer dorst. Zo was zij van het een op het ander gekomen. Al die tijd stond daar die kruik. Ze vergat wat ze eigenlijk kwam doen; het gesprek nam haar helemaal in beslag. Ze had dorst gekregen naar dat levende water. Hoor ik iemand over water spreken, dan krijg ik soms ineens dorst! Maar, hoe moet ze er aan komen? Dat Ik hem geven zal, zei die vreemdeling. Dan is haar waterkruik overbodig geworden, daarom verlaat ze het.

Dat is winst. Als wij zoveel van Jezus geleerd hebben, dat we het van Hem verwachten. Wij zijn met ons watervat in de weer. We moeten water hebben, we moeten immers léven. Aan de gave Gods, aan het levende water gaan we ondertussen voorbij. In dat watervat, wordt onze dagelijkse inspanning samengevat. Bij de bron van het bestaan, van het vermaak, van de welvaart. En wij maar putten; wij laden de kruik neer en we halen haar op, dag uit, dag in. Wat het voor water is, helder, troebel, het heet levenswater. En het is geen levenswater. Daaraan ontdekt Christus ons uit zijn Woord. Dan gaat het ons om het levende water, waarover Hij spreekt. Dan gaan we toch weer aan het werk. Wij moeten er aan zien te komen, nietwaar. Als de kruik maar sterk genoeg is en het leven lang genoeg, dan krijgen we het. Maar Christus zei: Het water, dat Ik hem geven zal. Gelaafd uit de fontein van het heil, door Hem. Waartoe dient dan ons watervat? Verlaat het en leeft van wat Hij geeft.

De vrouw gaat naar de stad. Vraagt iemand straks: Je hebt geen water bij je, dan zegt ze, ik heb niet eens mijn watervat bij me. Hoe dat zo? Was er niets te putten, keer je onverrichterzake terug? Nee, niet onverrichterzake. Ik heb water ontvangen, levend water. Mijn kruik staat ginds bij de bron, waar de Gever zit. Gelukkig is hij, die verlaat en vergeet om Christus de eer te geven. De discipelen verlieten het schip en de netten. Levi liet het tolhuis voor wat het was om Hem te volgen. Zo verliet de vrouw haar watervat. Een korte kanttekening van de Heilige Geest. Wie Christus vindt, zal wat laten staan, om met Hem mee te gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De vrouw met het watervat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's