De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Waarheid en eenheid in de ontmoeting der kerken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waarheid en eenheid in de ontmoeting der kerken

Practische kanttekeningen

10 minuten leestijd

Naar aanleiding van de schriftelijke vragen, die op de ambtsdragersvergadering van 17 oktober 1970 gesteld zijn over de inleiding (zie voorgaande artikelen in ons orgaan), volgt nu nog een korte bespreking. In dit afsluitende artikel gaat het hoofdzakelijk om die dingen, die betrekking hebben op de practische uitwerking, vooral ten aanzien van de voorgestelde eenheid tussen de Hervormde en Gereformeerde Kerken in Nederland.

Gezamenlijke kerkdiensten

Aan het Hervormd-Gereformeerde gesprek in gesprekscommissies van centrale kerkeraadsvergaderingen, of in breder verband kunnen en willen wij ons niet onttrekken. Hetzelfde geldt ten aanzien van de ontmoetingen, die georganiseerd worden tussen kerkeraden en andere ambtelijke vergaderingen van beide kerken. Waar getreurd wordt over de verscheurdheid van de kerken, daar moet tegelijk ook de begeerte leven om met elkaar te spreken. Als dit gesprek dan maar mag blijven gaan over de meest fundamentele dingen, die het kerk-zijn betreffen.

Wij weten, dat juist deze dingen in de oecumenische haast nogal eens overgeslagen worden of althans niet die aandacht krijgen, die ze verdienen. Als de Kerk van Christus een geloofsgemeenschap is (en dat is ze), dan is de eenheid van die Kerk gelegen in geloofseenheid. In de erkenning en herkenning daarvan ligt de weg naar de eenwording.

We weten ook, dat het gesprek in de praktijk niet zelden functioneert als een stap op een weg, die van tevoren reeds is uitgestippeld. Daartegenover mogen wij dan wel opmerken, dat de eerlijkheid in de ontmoeting tussen leden van verschillende kerken van ons allen vraagt, dat wij ons niet argeloos uit oorzaak van de curiositeit van het samen-spreken of uit een zekere gespreksmoeheid zondermeer op deze weg laten meenemen. Onze bezwaren tegen het rapport 'Samen op weg' zijn niet gering. Hopelijk hebben de artikelen over deze materie in ons blad de lezers geholpen om deze bezwaren ter tafel te brengen, waar ze horen, juist in onze gesprekscommissies en ambtelijke vergaderingen, waar over de eenwording met de Gereformeerde Kerken gesproken wordt.

Het gesprek is een stap op een weg. En de volgende stap is meestal de gezamenlijke kerkdienst. Of onder verantwoordelijkheid van één van beide kerkeraden, terwijl de predikant van de andere kerk als gast is uitgenodigd, òf onder gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. In de Gereformeerde Kerken is zo'n gemeenschappelijke kerkdienst toegestaan, wanneer de classis toestemming verleent. En de classis zal dat doen, als blijkt, dat het gesprek voldoende intensief geweest is.

We moeten echter met het oog op deze zaak wel bedenken, dat voor ons het motief voor een gezamenlijke kerkdienst met Gereformeerden niet kan liggen in het feit, dat wij in eigen kerkverband immers ook al zolang samenleven met anderen. in wier prediking en kerkelijk handelen de belijdenis van de kerk niet functioneert. Wij gevoelen ons soms in eigen kerk als vreemden. Wij worden vaak behandeld als onechte kinderen, zo u wilt stiefmoederlijk. En dit gevoel van vervreemding wordt hoe langer hoe sterker. Daar hebben wij niet om gevraagd. Daar willen wij ook tegen blijven vechten. Maar waar de belijdenis van onze kerk niet het communicatiepunt kan zijn, daar durven wij niet de verantwoordelijkheid te dragen voor een gezamenlijke kerkdienst, noch binnen de muren van eigen kerk, noch daarbuiten. Terecht is op de ambtsdragersvergadering van vorig jaar opgemerkt, dat de scheidslijnen in onze kerk dwars door de orthodoxie lopen.

Dit alles zal er ons niet van weerhouden om te blijven, waar we zijn en waar God ons een plaats gaf. Daar willen wij werken, daar willen wij elkander eerlijk wijzen op Gods Woord en de bediening des Geestes in de weg van het geloof. Niettemin kan niemand van ons vragen, dat wij ons geweten geweld aandoen door mee te roeien op de oecumenische stroom en naar buiten de indruk te wekken, dat wij ons met elkander één weten, terwijl wij inmiddels de verantwoordelijkheid voor elkaars kerkelijk spreken en handelen niet kunnen dragen. Ook God vraagt dat van ons niet.

Hierbij is het ook niet de vraag, wat wij er eventueel allemaal mee kunnen winnen en of het misschien niet goed is, dat ook de Hervormd-Gereformeerden in de Nederlandse Hervormde Kerk een bijdrage leveren in gemeenschappelijke kerkdiensten als boven bedoeld om daarin te appelleren aan onze gezamenlijke gereformeerde afkomst en elkander (ook de gereformeerden) terug te roepen tot de belijdenis van het reformatorische geloof. Mij dunkt, dat er andere en betere wegen zijn om dat te doen. Ik meen ook, dat het een hoogst verdrietige zaak is, dat er naar de stem van de verontrusten in de kring van de synodaal-gereformeerden niet geluisterd wordt en dat dat bepaald niet tot hooggestemde verwachtingen aanleiding geeft, als het erom gaat in gemeenschappelijke kerkdiensten elkaar te verwijzen naar het reformatorisch erfgoed.

Genezing aan elkaar?

Maar is het dan niet mogelijk, vraagt u, dat beide kerken, die beiden velerlei ziekteverschijnselen vertonen, door hun eenwording straks aan elkaar genezen? Ik meen, dat de éne patiënt niet zo gemakkelijk aan de andere zal genezen. Voor genezing is een genezer nodig en voor genezing in het kerkelijk leven is God nodig in de wederbarende werkingen van Zijn Geest, waarmee de Heere ons èn persoonlijk en als kerken samen weer tot de fundamentele vragen van het leven, het bestaan voor Hem, terugroept en met ons worstelt, totdat Hij als de God der genade voor ons alles wordt.

Kortom, wij hebben nooit zo breed-kerkelijk kunnen denken (en wij mogen dat ook niet), dat wij de 'bevindelijke' lijn van wat onze Nederlandse Geloofsbelijdenis (art. 27 e.v.) over de Kerk zegt gescheiden hielden van de andere 'objectieve' lijn (één Heere, één doop ...). Dat maakt ons enerzijds beducht voor elke separatistische neiging. Maar ons blijven in de Nederlandse Hervormde Kerk en het dragen van de lasten, die aan dit blijven verbonden zijn, geeft ons inmiddels niet de vrijheid om te vergeten, dat de Kerk naar haar wezen is een 'vergadering van ware Christgelovigen'. Bij een eenwording tussen de Hervormde en Gereformeerde Kerk in de situatie van vandaag zal de vervreemding en het isolement van hen, die naar de belijdenis van de Kerk willen leven, alleen maar groter worden. Hoe moet straks een behoudende Gereformeerde kerkeraad zich opstellen, als de organisatorische eenheid tussen de Hervormde en Gereformeerde Kerk een feit is geworden, wanneer zij op plaatselijk niveau samen op zou gaan moeten trekken met een vrijzinnige (Hervormde) kerkeraad. En omgekeerd: wat betekent de samenwerking practisch, wanneer een Hervormd-Gereformeerde kerkeraad, die ter plaatse in de Hervormde gemeente altijd naar de belijdenis van de kerk heeft zoeken te handelen, straks samen op zou moeten gaan met een plaatselijke Gereformeerde Kerk, waar de moderne theologie van prof. Kuitert zijn invloeden heeft laten gelden? Op deze manier zitten we straks in allerlei plaatselijke situaties met verschillende gemeenten, die organisatorisch één verklaard zijn, maar in feite precies zo los van elkaar leven als dat het geval is daar, waar Hervormde zg. noodgemeenten zijn gesticht.

De verontrusten

Of dan de positie van de verontrusten in de Gereformeerde Kerken voor Hervormd-Gereformeerden niet het aantrekkingspunt kan zijn? Of wij als verontrusten in beide kerken niet nodig met elkaar moeten gaan optrekken? Er zijn plaatsen, waar in het Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte een uitnemend ontmoetingspunt is gegeven. En het is hoog tijd, dat de gereformeerde belijders, verspreid over allerlei kerken, elkaar in hun vaak eenzame strijd eens gaan versterken en met elkaar (niet slechts ieder voor zich alleen) getuigen tegen het oprukkend modernisme en de vernielende machten, die de fundamenten van het kerk-zijn aantasten. Waar zijn de profetische geesten, van wie bezielende en samenbindende kracht uitgaat in dezen? Gezamenlijke bezinning op de grote vragen, waarvoor wij gesteld worden, en dan vanuit het gereformeerd belijden, is dat niet hard nodig? En hoewel daarmee nog geen kerkelijke weg bewandeld wordt, wij geloven, dat hier een dure roeping ligt en we zullen moeten letten op wat God ermee doet, wanneer wij trouw zijn in de vervulling van deze roeping.

Wat de verontrusten in de Gereformeerde Kerken zullen doen, als de eenwording tussen de Hervormde en Gereformeerde Kerk doorgaat? Wat de Gereformeerde Bond zal doen? Wat de verontrusten betreft, het zal hun moeilijk vallen om met hun bezwaren tegen het modernisme in de Nederlandse Hervormde Kerk deel uit te moeten gaan maken van die Kerk, zoals het hun ook met de dag steeds moeilijker wordt om in de Gereformeerde kerk te blijven. Dr. Arntzen heeft onlangs gemeend althans zijn ambtelijk werk daar niet meer te kunnen doen.

De weg van voortzetting van een eigen kerkverband echter is al zo vaak gebleken geen weg te zijn, waarop de pura doctrina (de zuivere leer) gegarandeerd kan worden. Daarom zal het voor de verontruste Gereformeerden, als zij niet reeds voordat de eenwording met de Hervormde Kerk een feit is geworden, verspreid zijn over verschillende kerken van gereformeerde signatuur, nodig zijn, dat zij leren leven in een kerk, die eensdeels haar kerk-zijn verloochent, maar waarin anderzijds van Godswege een plaats gegund wordt aan hen, die naar de belijdenis van die kerk willen leven.

Wat betreft de Gereformeerde Bond: ook wanneer de eenwording met een andere kerk (vooreerst de Gereformeerde Kerk) doorgaat, zal het haar moeilijker vallen om van de kerk der vaderen te scheiden, dan dat het haar moeilijk valt om erin te blijven. En voorts is het God alleen, Die de toekomst van de Kerk bepaalt. Wij hebben van dag tot dag te leven uit de hand des Heeren, te werken voor het welzijn van heel de kerk, te bidden vooral om de vernieuwende kracht van de heilige Geest.

De plaatselijke gemeente

Vergeten we tenslotte ook niet, dat de band aan de kerk als geheel het kerkzijn van een plaatselijke gemeente niet beslissend bepaalt. Uit de gegevens van het Nieuwe Testament over de gemeente van Christus blijkt, dat het de band des geloofs is, die de gemeenten van Jezus Christus wezenlijk verenigt tot één Kerk in Hem. Als deze band met andere gemeenten van hetzelfde kerkverband als een functionerende geloofsgemeenschap der heiligen, niet meer doorleefd kan worden, dan behoeft dat op zichzelf nog niets af te doen van het kerk-zijn van de plaatselijke gemeente. Deze nadruk op de plaatselijke gemeente, en haar zelfstandigheid is geen aanbeveling voor een puur congregationalistische opvatting over de Kerk, ze is geen aanbeveling (anders gezegd) voor versnippering en een ongeremde pluriformiteit van de kerk, waarin iedere gemeente, los van de andere, maar zou kunnen doen, wat goed is in haar ogen. Alleen al het geloofsartikel over de gemeenschap der heiligen roept ons op om de band met de broeders, ook met andere gemeenten vast te houden.

Niettemin betekent het pleidooi voor de zelfstandigheid der plaatselijke gemeente, dat het geheel van de kerk, waartoe we behoren, ons niet verhinderen kan en mag om in een plaatselijke gemeente (van die kerk) te blijven leven naar de orde van de belijdenis. Dat hopen wij met Gods hulp dan ook te doen.

Mede met het oog op de doorgaande oecumenisering (denk aan de Raad van kerken in Nederland) is de vermaning van de apostel voor ons van belang: Houdt dat gij hebt...! Hoe God in de toekomst dan de verbindingslijnen leggen gaat, weten we niet. Wij geloven in ieder geval, dat ons blijven in de Nederlandse Hervormde Kerk een gewetenszaak is, die ons door God is opgelegd en dat ook het verwijt van isolationisme er ons niet van weerhouden moet om in deze doodgevaarlijke tijd vast te houden aan wat God ons toebetrouwde. Daarmee willen we o zo graag heel de kerk dienen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Waarheid en eenheid in de ontmoeting der kerken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's