De vrouw in de stad
en ging heen in de stad en zei tot de lieden: Komt, ziet een mens, die mij gezegd heeft, alles wat ik gedaan heb; is deze niet de Christus? Zij dan gingen uit de stad en kwamen tot Hem. Johannes 4:28—30
Het is niet ver, van de bron naar de stad; zij is er zo! Maar, wat gaat ze er doen? Gaat ze soms haar man halen? Nee, als u met haar meeloopt merkt u meteen wat ze in de zin heeft: En zei tot de lieden. Er zijn altijd wel mensen in de poort of op de straat. Hen klampt ze aan. Hoort eens, zegt ze! Ze is niet verlegen, ze wil iedereen deelgenoot maken van haar ontdekking. Vrijmoedig spreekt ze met allen, die ze tegenkomt over de rabbi bij de bron.
Haar aanvankelijk geloof blijkt werkzaam door de liefde. Ze houdt het niet voor zichzelf; waar het hart vol van is, loopt de mond van over. Nauwelijks leerde ze Christus kennen, of ze maakt Hem groot voor aller oor. Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken. De kleine vonk van haar aanvankelijke kennis steekt een brand aan in heel de stad. Wij staan daar wat verbaasd bij te kijken. Zo gauw al, en zo vrijmoedig. Misschien wat beschaamd. Als er iets is, dat onder ons ontbreekt dan wel dit eerlijk getuigen.
Ze zei tot de mensen, — zo maar, tot deze en tot die — komt, ziet. Wat een haast. Ze struikelt bijna over haar woorden. Ik hoor haar hijgen: Komt, ziet. Ze nodigt hen al uit, vóór ze nog iets verteld heeft. Ze behoeven haar niet te geloven en zij denkt er niet aan met hen te redetwisten. Zij moeten naar Jezus toe. Hoe eerder, hoe liever. Dan zullen zij zien, wie Hij is. Komt, ziet! Doe als ik; laat alles maar staan, en ga mee naar buiten, naar de bron van vader Jacob. Daar zit Hij, Die het is. Daarover wijdt ze niet uit. De mensen zullen niet veel geven voor haar woorden; ze is geen algemeen geacht getuige en dat weet ze. Daarom stuurt ze de mensen meteen door. In gedachten zie ik, dat ze haar woorden met brede gebaren onderstreept: Komt, ziet. Ja, daarheen.
Sommigen vergaderen graag mensen om zich heen. Ze groeien in eigen oog, als anderen naar hen luisteren, ze voelen zich belangrijk. Ze zoeken hun eigen eer, al zullen ze dat niet toegeven. Hier is een vrouw, die de eer van de Here Jezus zoekt. Laten ze zo gauw mogelijk met Hem kennis maken. Hij is de waarheid. Hij kan het hun aan het verstand brengen, zoals Hij het haar deed. Wat kan zij? Nodigen, met alle aandrang nodigen. Zo treedt ze in de rij der getuigen. Jezus zei tot Johannes en Andreas: Komt en ziet. Filippus zei tot Nathanaël: Komt en ziet. Dat is blijkbaar de bedoeling: de ontmoeting met Jezus; er zich zelf van overtuigen, dat Hij het is. Laat ik u niet te lang ophouden, loop maar vlug door naar Hem. Wat heerlijk, als het getuigenis zo ter zake is. Als het onderwijzen in de prediking, een verwijzen naar Jezus is.
Komt en ziet. Wie zullen ze dan zien. Een mens, iemand. En wat voor iemand! Die mij gezegd heeft, al wat ik gedaan heb. Jezus had haar veel gezegd. In korte tijd kwam er heel wat ter sprake. Weet u, wat zo bij haar ingeslagen was: Hij had haar gezegd, alles wat zij gedaan had. Is dat niet overdreven? Hij had haar gedrag even aangeroerd, meer niet. Die man, weet u wel. Dat was alles geweest. Terloops, zonder er op in te gaan. Terloops, maar raak. Diep raak. Alles hing daarmee samen; haar hele leven, dat verteerd werd door dorst. Alles. Dan gaat het om de kern, niet om de omtrek. Dan gaat het om een ontdekking, alles ineens. Alles, dat was niet veel goeds.
Een eerlijke vrouw, die niet een, twee, drie de vrome vrouw uithangt. Wie ontdekt werd, kan geen vroom mens worden. Ze had natuurlijk kunnen zeggen: Daar bij de bron zult ge een leraar vinden, die met mij sprak over de zaken van het geloof. Hij heeft daarover wat te zeggen, ga ook maar eens luisteren. Dan had ze de waarheid gesproken, daar niet van. Zij werd waar gemaakt. Vandaar dat ze volstaat met dit ene: alles wat ik gedaan heb. Daar weten haar stadgenoten het een en ander van. Glijdt er geen glimlach over het gezicht van de man daar? Dat zal dan niet veel moois geweest zijn, vrouw. Het was ook niet veel moois geweest, het was erger, dan iemand vermoedde. Het is allemaal aan het licht gekomen toen ze Christus ontmoette.
Is deze niet de Christus? Het is maar een vraag. Nee, het is een belijdenis! Sinds Hij verklaarde: Ik ben het, die met u spreek, wist zij het zeker. Laat ieder echter voor zich oordelen. De Christus. De profeet, die gezalfd is met de Geest der wijsheid. Daarom weet Hij alles. Hij doorgrondt haar. Haar leven, dat ze krampachtig gesloten hield, was voor Hem een open boek. Lang had ze er omheen gedraaid met mooie woorden, en mooie vragen, als wist ze van de prins geen kwaad. Roep uw man. Daar moest ze door de mand vallen. Is deze niet de Christus? De gezondene van de Vader. Here, Gij doorgrondt en kent mij; Gij zijt al mijn wegen gewend.
Wij maken kennis met Christus, die ons door Zijn Woord en Geest aan onze zonde ontdekt. Daar is Hij de Christus voor: wat openbaar maakt is het Licht. Hebt u Jezus ontmoet, zoals Hij nog onder ons verkeert. En sprak Hij met u niet over uw zonden. Ik ben bang, dat u dan de verkeerde voor hebt. Is deze niet de Christus?
Christus is een ambtsnaam. Waarom wordt Hij de Christus genoemd? Deze vrouw kent het antwoord nog niet volledig, ze moet nog veel leren. Het gaat niet allemaal in één keer. Dat is een misverstand. Het is ook niet zo, dat we met de zonde te maken krijgen, buiten de bediening van Christus om. De bediening van de hoogste Leraar, is een ontdekkende bediening. Let er eens op in het evangelie: Jezus is allereerst de Christus, omdat Hij de woorden Gods spreekt. Hij vangt mensen in het net van Zijn Woord, genade en waarheid zijn op zijn lippen uitgestort, genade en waarheid, ook als Hij haar hard aanpakt, als Hij de vinger legt bij de wonde plek van haar leven. Ook dan. Want de waarheid maakt vrij, door genade.
Van wat ze weet, getuigt ze. Zij stuurt de mensen naar Hem toe, in goed vertrouwen, dat zij hetzelfde zullen merken. Is deze niet de Christus? Wij kunnen elkaar zo veel wijs maken, en wij kunnen niets daarvan waar maken. Hij wil waar maken wat wij van Hem getuigen. Ga dan toch! Hij verwacht u.
Zij dan gingen uit de stad en kwamen tot Hem. De Geest werkt. Anders hadden de mensen de schouders opgehaald over die vrouw en over wat ze beweerde. Nu niet. De een na de ander gaat door de poort naar buiten, naar de Jakobsbron. Naar Jezus.
Het is een ontroerend verhaal. Hij moest door Samaria gaan. Het was omtrent de zesde ure. Wat moest Hij daar, om die tijd? Reeds nadert de vrouw. En nu loopt de hele stad uit. Een Samaritaanse stad. En dat op het woord van een vrouw, die bepaald niet goed bekend stond. Veroordelen zij ons niet? Jezus is nog onder ons. Hij knoopt telkens een gesprek met ons aan. Wij keren terug en kennen Hem niet. De stad, het dorp, dat zoveel en zo lang van Hem hoorde, wat valt er te vermelden? En kwamen tot Hem.
Op de hoeken van de straten staat de Wijsheid. Komt en ziet. Deze is de Christus. Wij vallen de wijsheid bij, het is de waarheid. Laat niemand geloven, omdat wij het zeggen. Want wijzelf hebben Hem gehoord en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's