De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In gesprek met het gezin

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In gesprek met het gezin

7 minuten leestijd

De bijbel op de gezinstafel

In de vorige 'gesprekken' is gesproken vanuit het geheel van de bijbelse boodschap.

Dit keer wilden we de bijbel zèlf eens op de gezinstafel leggen en daarin wat bladeren om enkele schriftgegevens te onderstrepen, die van betekenis kunnen zijn voor het discussie-rijke onderwerp als het gezin is.

Het moet ons dan opvallen dat wanneer de woorden 'vader en moeder' aan de orde komen deze woorden meer dan eens in verband worden gebracht met wat de Heere onze God voor ons wil zijn in Zijn ontfermende, troostende en ook wel tuchtigende liefde. We denken dan aan psalm 103:13 waar we lezen 'gelijk een vader zich ontfermt over de kinderen, ontfermt de Heere zich over degenen die Hem vrezen.' Het aardse vaderschap functioneert hier als een voorbeeld, een zinnebeeld van het hemelse vaderschap Gods. De ontferming van een aardse vader is hier een beeld van de ontfermingen Gods.

Ook wordt de kastijding waarmee een aardse vader zijn zoon kastijdt als voorbeeld gesteld van Gods vaderlijke kastijding. 'Indien gij de kastijding verdraagt, zo gedraagt God zich jegens u als zonen; want welk zoon is er dien de vader niet kastijdt.' Hebr. 12:7.

De moeder in haar troostende liefde is in de bijbel evenzo een beeld van wat God wil zijn in Zijn vertroostende liefde. We lezen van deze ontroerende werkelijkheid in Jesaja 66:13: 'als één dien zijn moeder troost, zal Ik u troosten’.

Ook hier hetzelfde: de moederliefde is een beeld van Gods troostende liefde, al gaat Gods liefde de moederliefde uiteraard verre te boven. Dat laat Jesaja 49:14—16 overduidelijk zien. 'Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontferme over de zoon van haar schoot? Ofschoon deze vergate, zo zal Ik u toch niet vergeten.’

Uit deze enkele bijbelplaatsen mogen wij concluderen:

a. dat het aardse vader- en moederschap beelden zijn van Gods vaderschap en van Gods troostende liefde. Het zijn zwakke, tijdelijke, gebrekkige beelden, maar het zijn beelden. 'In Jezus Christus staat God voor ons als vader, in de Heilige Geest komt Hij bij ons binnen als moeder.' (Korff, Eeuwigheid en tijd, blz. 285)

b. Wie vader of moeder moeten verliezen, of op de één of andere wijze veel vader en/of moederliefde moeten missen, mogen uit deze schriftgegevens tot hun troost vernemen dat zij ons laatste houvast niet behoeven te zijn, noch mógen zijn.

Vader en moeder behoeven niet ons laatste houvast te zijn, want bij God mogen wij altijd kinderen blijven, bij God moeten wij hoe langer hoe meer kinderen worden. Onze goede God geeft ons de liefde van onze vader en moeder als een voorbeeld van Zijn liefde, om ons daardoor op te leiden tot Zijn alles-te-bovengaande en onbegrijpelijke liefde. Hij ontneemt ons de liefde van vader en moeder ook weer, opdat we in de liefde van vader en moeder niet zouden blijven hangen, maar Hem alleen zouden overhouden. Hoe kan ons dan ook het woord uit psalm 27 troosten: 'want mijn vader en mijn moeder hebben mij verlaten, maar de Héére zal mij aannemen’.

Dat vader en moeder niet ons laatste houvast zelfs mógen zijn, zien we duidelijk in het woord van onze Heere Jezus Christus: 'wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig', al geldt ook omgekeerd van de ouders 'wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig' (Matth. 10:37).

c. Vanuit de gedachte van het voorbeeld zijn van onze aardse vader en moeder van Gods vaderschap en Zijn vertroostende liefde kunnen wij stellen dat vader en moeder daarom 'vertegenwoordigers Gods' genoemd mogen en moeten worden. Die gedachte vinden we ook terug in onze catechismus. In vraag en antw. 104 lezen we dat het 'God belieft ons door hun hand te regeren'. Vader en moeder hebben dus de hoge roeping 'iets van Gods ontfermende en troostende liefde te laten zien, al hebben zij ook de hoge roeping om in de zo nodige tucht iets van Gods vaderlijke kastijding te laten zien.

Bijbelse visie op het gezag

De bijbelse gedachte van vader en moeder als 'vertegenwoordigers Gods' heeft ook gevolgen voor onze visie op het gezag, hier in kwestie op het ouderlijk gezag.

We weten allen wel dat het vandaag 'in' is om te spreken over functioneel gezag, waarmee dan bedoeld wordt dat alleen dat gezag gehoorzaamheid verdient, dat zich waar maakt. Ik behoef mijn vader en mijn moeder alleen te gehoorzamen, als zij hun gezag wáár maken. Het woord 'gezag' is afgeleid van het werkwoord 'zeggen'. Gezag heeft iemand, die over een ander zeggenschap bezit, die ten aanzien van zijn medemensen 'iets te zeggen heeft’.

Nu is de Enige die het over ons als vader en moeder en over ons als kinderen te zeggen heeft onze goede God Zèlf.

Daarom moet ons gezag als vader en moeder ontleend zijn aan het gezag van God over ons. De diepste grond van ons gezag als vader en moeder ligt in de vreze Gods, in de geloofsverbondenheid met Christus, in het geleid worden door de Heilige Geest.

Op dit punt ligt de gezagscrises van onze tijd tot in zijn wortel voor ons open. Hoe komt het dat heel veel ouders haast niets meer te zeggen hebben over hun kinderen? Omdat zij zich zelf niet laten 'gezeggen' door de geboden en de beloften van God, omdat er niets of zo bedroevend weinig van hen uitstraalt in de eenvoudige en oprechte vreze Gods. Dan kunnen we wel met grote en dure en zware woorden slingeren en onze wijsvinger dreigend omhoog steken, maar het raakt kant noch wal als de persoonlijke en tere Godsvrees ontbreekt. Kinderen zien op dit punt heel scherp en terecht.

Het gezag van vader en moeder wordt dus niet in de eerste plaats bepaald door hun karakterstructuur, hun intelligentie of hun kultureel niveau maar door het van Godswege aangesteld zijn als 'vertegenwoordigers Gods'. Dat is hun ambt. Dat ambt hebben zij waar te maken. Toch blijven zij onze ouders, ook wanneer zij hun 'ambt' niet waarmaken. Dan hebben wij hen toch te eren om Gods wil, tenzij zij iets van hun kinderen eisen dat tegen Gods wil ingaat. Opmerkelijk is dan ook dat in de reeds genoemde catechismus-zondag het 'eren' van vader en moeder aan de liefde en de trouw voorafgaat. Liefde heeft men voor een persoon, eerbied voor het ambt. Liefde is eigenlijk maar een wankele grond, daar kunnen we nog verschillende kanten mee uit. Eerbied is vele vaster. 'k Heb mijn ouders te eren, niet in de eerste plaats omdat ze me zo aanstaan, maar omdat het Gòd behaagt mij door hen te regeren.

Dat dit een weg van veel zelfverloochening, strijd en tranen betekent is zeker. Hier liggen ongetwijfeld allerlei vragen en problemen, waar geen direct antwoord op te geven valt en soms kunnen we geen ander antwoord geven dan te wijzen op het kruis van Christus en het Hem volgen op de kruisweg.

Het grote gevaar is natuurlijk wel, dat we geneigd zijn het grote probleem van ons hoogmoedige hart te vergeten. Zonder af te doen aan de positieve elementen in de huidige discussies rondom het gezag, mag nooit vergeten worden dat één van de diepste oorzaken van de huidige gezagscrises ligt in het niet meer genormeerd willen zijn door het Woord van onze God.

Van hieruit is er ook alle reden om ons diep voor God te verootmoedigen in de belijdenis van onze hoogmoed, die door Augustinus het begin van alle kwaad is genoemd.

In alle vragen en problemen rondom het gezag rijze voor ons aller oog bovenal de persoon van onze Heere Jezus Christus op, Die, hoewel Hij de Zoon was, gehoorzaamheid heeft geleerd en zijn vader en moeder onderdanig was. (Lukas 2:51).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

In gesprek met het gezin

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's