Vooruitgrijpen op het Koninkrijk Gods
De verhouding Kerk en Wereld
I
De opzet
De bedoeling is in een aantal artikelen enkele lijnen te trekken ten aanzien van het bovenstaande onderwerp, dat tot de meest actuele van onze tijd mag worden gerekend. Wij geven daartoe in de eerste plaats in het kort een schets van hoe er in onze tijd vaak over dit thema gedacht wordt. Daarna volgt een uiteenzetting van hoe in de tijd der Reformatie, met name door Luther er over gesproken is. Tenslotte ondernemen wij een poging in enkele punten een eigen visie weer te geven, waarbij wij ons allereerst oriënteren aan de H. Schrift maar vervolgens ook aan hetgeen het onderzoek van het standpunt van de Reformatie in dezen opleverde.
Uppsala 1968
Het zoeken naar een antwoord op de vraag hoe tegenwoordig over ons thema gedacht wordt doet als vanzelf grijpen naar officiële stukken. Daarvoor komt dan allereerst in aanmerking wat de vierde vergadering van de wereldraad van kerken, gehouden te Uppsala in 1968 het licht heeft doen zien. De inleidende rede die op deze vergadering uitgesproken werd door de oud-secretaris-generaal dr. Visser 't Hooft laat geen twijfel open omtrent de belangrijkheid van het aangesneden onderwerp. 'Praktisch alle onderwerpen', aldus Visser 't Hooft, 'waarover wij zullen discussiëren zullen worden besproken tegen de achtergrond van de beslissende vraag: 'Wat is de opdracht van de kerk met betrekking tot de wereld?'
De Boodschap die Uppsala heeft laten uitgaan heeft de juistheid van deze woorden van de oud-secretaris-generaal bevestigd. Wij citeren daaruit de volgende woorden: 'Wij horen Hem (dat is God) zeggen: 'Ik ga u voor. Omdat Christus uw zondig verleden wegdraagt maakt de Heilige Geest u vrij om voor anderen te leven. Grijpt in blijde aanbidding èn gedurfde daden op Mijn Koninkrijk vooruit'.
Men zou kunnen zeggen: in deze paar volzinnen staat heel de huidige theologie, zoals deze ook door de Wereldraad wordt aangehangen, ten voeten uit voor ons. Wij kunnen haar als volgt beschrijven:
1. God wordt hier voorgesteld als de God die ons voorgaat. Hij wordt gezien en beleden als de God der geschiedenis. De geschiedenis is in de nieuwe theologie zo goed als een nieuwe openbaringsbron geworden. Men heeft afgerekend met het oude statische Godsbeeld, dat uitgaat van het zijn van God en men heeft daarvoor in de plaats gesteld de dynamische Heer der geschiedenis, die met zijn volk meetrekt — in horizontale lijn — de eeuwen door, als de Bondgenoot, zijn Rijk tegemoet.
2. Vooronderstelling daarbij is een universele verzoening. Christus draagt ons zondig verleden weg, staat er in de Boodschap. Men lette op de praesensvorm (het staat in de tegenwoordige tijd). De verzoening is niet een einmalige daad Gods in Christus, zoals in de Hebreeënbrief, waar gesproken wordt over de 'ene offerande van Christus' die 'eenmaal' is geschied. Neen, dit wil men niet, want daardoor zou het heil te objectief worden en zou het tegenwoordig zozeer gewraakte objectief-subjectief-schema (anders gezegd: het voorwerpelijke-onderwerpelijke) weer worden ingevoerd. De verzoening wordt derhalve voorgesteld als een actueel gebeuren. Bovendien: alle mensen omvattend! Voorzover zij nog op God betrokken wordt, wordt zij geacht àchter ons te liggen. Vandaar dat in geen der Rapporten van Uppsala ook maar ergens de heilsvraag serieus wordt genomen. Daar heeft men geen moeite meer mee, zo men er al ooit enige moeite mee gehad heeft. Verzoend zijn wij, daarover geen zorg, alle aandacht is vrijgekomen voor de ander! Dat staat er ook letterlijk: De Geest maakt u vrij om voor anderen te leven.
Gegeven dit uitgangspunt kon Uppsala onmogelijk ook nog maar enig recht laten wedervaren aan wat men wel het vertikale aspect van het geloof en leven der christenen en der kerk noemt. Men heeft het wel geprobeerd en is er waarschijnlijk naar eigen mening ook wel in geslaagd, maar in feite is het een mislukking geworden. Zelfs het Rapport van Sectie V, over 'De Eredienst' is in wezen een horizontalistisch stuk geworden.
3. Het resultaat is een optimistische en activistische revolutie-leer. Uppsala heeft opgeroepen tot een vooruitgrijpen op het Rijk. Blijkbaar is dat mógelijk geacht, dat is het optimisme, en dat dit gedaan werd in een oproep is activisme, en dat daarbij bovendien nog gesproken wordt van gedurfde daden is revolutie.
Uit deze Boodschap zou door ons nog veel meer geciteerd kunnen worden. De reeds genoemde punten zouden dan met een overvloed aan materiaal geadstrueerd kunnen worden. Wij doen dat echter niet, vatten alleen maar even samen wat wij vonden. Wat Uppsala heeft geleerd ten aanzien van de verhouding van de kerk tot de wereld is het volgende: De wereld is verzoend. Nog beter: de wereld wordt verzoend — het is een actueel gebeuren. Het zwaartepunt wordt daarbij gelegd in de houding van de mensen tegenover elkander. Het komt aan op een verzoening van mensen, rassen en volken. De kerk heeft hierin ergens een dienende functie. Zij is een kerk voor anderen. Men zou kunnen zeggen, dat is zij, volgens Uppsala, per definitie! Het lijkt haar nieuwe wezensomschrijving. Zij is er voor de wereld. Zij trekt door de tijden heen als een volk dat een voorafschaduwing is van een vernieuwde mensheid (letterlijk citaat). Haar opdracht is alle dingen nieuw te maken. Zij is een voorhoede in de vernieuwing van de wereld, gelijk te stellen met het Rijk Gods. Zij is een revolutionaire beweging, deinst niet terug voor gedurfde daden, zij grijpt vooruit op het Rijk, realiseert het dus reeds hier en nu. En dat alles onder het gezichtspunt van een God die de God der geschiedenis heet. Niet de jenseitige God (de God van gêne zijde) der oude theologie, de God van het hierboven in de hemel, maar de God die hier en nu als Bondgenoot met ons mee optrekt door de geschiedenis, en wiens representanten wij christenen zijn. Met andere woorden: Wij doen het! De taak ligt op ons. Steeds zegt de Boodschap: God vernieuwt, maar in de toepassing heet het alleen maar: gij moet vernieuwen, wij doen het.
Men bedenke bij dit alles dat het de kerken waren die hier hebben gesproken. Wat men in de literatuur vaak tegenkomt als nieuwe theologie is door de kerken, te Uppsala bijeen, blijkbaar aanvaard als in overeenstemming met hetgeen God heeft geopenbaard. Of moeten wij zeggen, dat juist met deze openbaring praktisch niet is gerekend?
Na het bovenstaande kan het niemand verwonderen dat de hoofdschotel van Uppsala is geweest: de ontwikkelingssamenwerking. En daarmee verbonden de zogenaamd dringend vereiste verandering van de politieke en maatschappelijke structuren in de westerse landen, en het doorvoeren van de revolutie in wereldverband. Verder onderwerpen als oorlog en vrede, de kernbewapening, en niet voor het minst: de rassendiscriminatie. Er is in de Rapporten van Uppsala een overvloed aan politieke uitspraken. De vragen van geloof en belijden, van christelijk leven en ethos, van waarheid en dwaling, van vreze Gods en liefde zijn allen weggedrukt naar de achtergrond ten gunste van de problemen der moderne wereld. Wat in onze huidige samenleving tal van organisaties elk op hun wijze doen dat hebben te Uppsala de kerken op haar wijze gedaan. Het eigene, het aparte van de kerk, met haar oorsprong, met de unieke bron waaruit zij leeft, denkt en spreekt, met het bijzondere van haar toekomst, het vreemde van haar boodschap, het aanstotelijke van het evangelie dat zij verkondigt, komt nergens aan het licht. Het is politiek voor en na, economie van het begin tot het eind. Humanisme in christelijk gewaad en dan bovendien revolutionair van aard. De Kerk is in de Rapporten onherkenbaar. Wel zijn het kerken die hier hebben gesproken maar dé Kerk heeft gezwegen, kwam er niet aan het woord. Wat de Rapporten ons bieden zijn woorden van mènsen, die zich — en dan slechts voor een klein gedeelte — hebben getracht te dekken met het Woord Gods, maar het eigenlijke Woord Gods vindt men hier niet. Dit is het wat Uppsala ons heeft opgeleverd. Wij stappen nu over naar eigen land.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's