Uit de pers
Hervormd Friesland zoekt priesters
In het dagblad 'Trouw' van 29 januari stond het bericht dat het moderamen van de Provinciale kerkvergadering van Friesland aan de Septuagintgroep (de kritische actiegroep van priesters en predikanten) gevraagd heeft een opgave te ontvangen van priesters die geschikt en bereid zijn in het noorden des lands in kerkdiensten van plaatselijke hervormde gemeenten voor te gaan. Men denkt daarbij in het bijzonder aan gehuwde priesters, die in eigen kerk wegens huwelijk geen mogelijkheid tot woordverkondiging meer hebben.
De eerste vraag die bij je opkomt is: Hoe zit het met het ambt? Bestaat er geen verschil meer tussen een dienaar des Woords en een priester? Bij de laatste denkt men toch aan de eucharistie en het offer, bij de eerste aan de prediking als centraal moment van de kerkdienst.
Prof. dr. G.P. v. Itterzon schrijft in het Hervormd weekblad van 4 februari dat wanneer de ambtsvraag geen verschil meer vormt, zoals wel gezegd wordt, de predikanten die zo graag de gescheidenheid doorbreken, dan maar het beste rooms kunnen worden. Bovendien kan men vragen: Wat is de oorzaak van het conflict van deze priesters met Rome? Hij schrijft in dit verband:
Het is deze vroegere R.K. bestrijding van Luther, die mijn ogen heeft geopend voor de R.K. problematiek van nu. Waarom leven ze in spanning met het beleid van de paus? Om de rechtvaardiging van de zondaar door het geloof in Jezus Christus alleen? Was het maar waar! Maar tot nu toe gonst het in radio, televisie en pers (speciaal in de Rooms-Katholieke!) van priesters, die uittreden omdat ze willen trouwen. Wat vroeger aan Luther werd verweten, staat ook in het bericht van Trouw met klare woorden te lezen. 'Wegens huwelijk'. Trouwens, elke keer, dat kardinaal Alfrink met de paus spreekt, blijkt volgens de daarop volgende mededelingen, dat het celibaat een belangrijk agendapunt is geweest.
Men versta mij niet verkeerd. Persoonlijk heb ik er geen enkel bezwaar tegen als priesters willen trouwen. Ook voor hen geldt het woord van de apostel Paulus (1 Cor. 7:9), dat in de R.K. vertaling-Petrus Canisius luidt: 'Maar zo ze zich niet kunnen beheersen, laat hen dan trouwen. Want het is beter te trouwen dan te verbranden'. Dat is het punt dus niet. Maar wel mag worden gesteld, dat het de vraag is, of een R.K. priester, die alleen maar trouwen wil, daarmee voor de Protestantse eredienst acceptabel, werkelijk aanvaardbaar, is geworden. Hij is toch gewoon R.K. gebleven? Zo schuiven we op naar de vraag, of het om het even is, of een getrouwde R.K. priester in een Hervormde kerkdienst preekt, of een Hervormde predikant. Soms ben ik geneigd om volmondig te zeggen, dat er geen enkel wezenlijk verschil is, want dat ze beiden vierkant links en theologisch 19de-eeuws vrijzinnig zijn. Dat heeft trouwens één van mijn collega's, die zich speciaal met de oecumene bezig houdt en daar nagenoeg alles van af weet, zelf voor de radio verklaard.
Moet onze Hervormde kerk haar kansels openzetten voor R.K. priesters, die vanwege het breken van hun vrijwillig afgelegde celibaatsbelofte met hun eigen kerk in het ongerede zijn geraakt, maar desniettegenstaande officieel R.K. willen blijven? Eventueel vrijzinnig-Rooms-Katholiek?
Ik kan me indenken, dat Hervormde gemeenten, die links-vrijzinnig zijn, zulk een Rooms-Katholieke priester zonder enig bezwaar kunnen ontvangen. Links-vrijzinnig en links-Rooms-Katholiek verschilt tegenwoordig blijkens hun leer en leven niet opvallend veel. Maar wat te denken van Friesland, voor zover het nog rechts is? Vroeger werd in onze kerk gezegd, dat een dominee niet door en door goed was, als hij niet enkele jaren in Friesland had gestaan. Friesland was toen een eerste klas leerschool. Het neusje van de zalm. Ik hoop echt, dat het niet aan het veranderen is en nog veel minder, dat het al veranderd zou zijn.
Voorts stelt prof. v. Itterzon de vraag, of men in Friese gemeenten, waar priesters de diensten gaan vervullen, alle gewone kerkdiensten tot bijzondere wil maken (zoals de kerkorde in dergelijke gevallen eist), of dat men op revolutionaire wijze zonder meer eigen kerkrecht en orde op zij schuift. Wij zijn dankbaar voor dit klare geluid. Hoe langer hoe meer blijkt dat de beweegredenen als hierboven genoemd niet voortvloeien uit een waarachtige geloofsverbondenheid in de Christus der Schriften, maar uit een oecumenisch streven, dat op zijn hoogst een vrijzinnig christendom overhoudt. En welke kerk is daarmee gediend?
De Wereldraad van Kerken het racisme
In Hervormd Nederland van 30 januari schrijft prof. dr. H. Berkhof over de vergadering van het Centraal Comité in Addis Abeba. Hij doet op boeiende en heldere wijze, zoals we dat van hem gewend zijn. Uiteraard kwam op die vergadering het vraagstuk van het racisme het program ter bestrijding van het racisme in discussie. Zoals u weet wil de Wereldraad steun verlenen aan bewegingen, die de bevrijding van onderdrukte rassen beogen. Dit program werd onderwerp van hevige discussies. Ging de Wereldraad hier niet de kant op van steun aan terroristen? Prof. Berkhof schrijft naar aanleiding van dit alles:
Toen in september bekend werd, onder welke organisaties de (weinige) gelden verdeeld werden, klonk overal in West-Europa (en bijna alleen daar) de verschrikte kreet: De Wereldraad steunt de terroristen!
Maar waarom heet Willem de Zwijger een bevrijder, en een negerleider uit Angola een terrorist? Omdat hij zijn wapens uit China krijgt? Hij zou ze veel liever van ons krijgen, maar wij zitten samen met de onderdrukker Portugal in de N.A.V.O., ter verdediging van de vrije westerse beschaving. Wij steunen dus de andere kant.
Toen de Wereldraad (in meerderheid nog steeds westers en blank) de onderdrukten ging steunen, gebeurde er iets wat in de kerkgeschiedenis nog nooit was vertoond. Wel hebben de kerken altijd en overal geholpen waar geen helper was. Maar dat had zijn grenzen. De kerk zou niet helpen waar de overheid het niet gedoogde. Die grenzen heeft men nu, tot veler verbazing en verontwaardiging, overschreden.
Velen van ons zagen tegen de vergadering in Addis Abeba op. Het zag er naar uit, dat de Duitse en misschien ook sommige Engelse en Scandinavische kerken rechtsomkeer zouden maken. En dat dit tot een breuk in de Wereldraad zou leiden.
Het grote nieuws van Addis Abeba is, dat dit nièt is gebeurd, en dat het programma en zijn uitvoering en voortzetting zonder één stem tegen is aanvaard! En daarmee viel de beklemming van Canterbury van ons af. We konden elkaar weer als broeders en zusters in Christus aanvaarden en we zagen samen de volgende stappen op de weg duidelijk voor ons. De enorme indruk die deze besluiten van de Wereldraad in Afrika hebben gemaakt, kunnen wij in West-Europa ons moeilijk voorstellen. Zeker, het gaat maar om kleine bedragen. Maar ze zijn symbolisch. Overal vertellen Afrikaners elkaar, dat nu een in meerderheid blanke vergadering ondubbelzinnig, met woord èn daad, tégen de blanke onderdrukker heeft gekozen. Ineens is de kerk voor velen weer een teken van hoop geworden.
Niet dat alle problemen nu zijn opgeklaard. We zijn het er over eens, dat de gelden niet mogen worden besteed voor wapens, alleen voor ziekenzorg, onderwijs en dergelijke. (Dat gebeurt ook, want wapens krijgen die bewegingen wel voor niets! Maar niet het geld om de bevrijde gebieden op te bouwen.)
Maar waarom is dat? Waarom mag het kerkgeld niet voor 'geweld' worden besteed? Voor sommigen is dat een heel principiële zaak, voor anderen niet. Ik heb getracht door een motie een theologische verduidelijking te krijgen. Maar die motie werd met een duidelijke meerderheid verworpen.
Toen zou een commissie van vier trachten een 'brief aan de gemeenten' op te stellen. Mijns inziens was hun ontwerp goed, maar het werd van rechts en van links zo fel aangevallen, dat de brief werd teruggenomen. Nu komt er een studiecommissie voor langere termijn over 'Evangelie en geweld'.
We staan dus voor het vreemde geval, dat we het eens zijn over de daden, maar niet over de christelijke beweegredenen ertoe. Dat is jammer. Maar zou het omgekeerde — één in de beginselen, gedeeld in de daden — niet nog erger zijn geweest?
Niemand zal ontkennen dat hier een diepingrijpend vraagstuk aan de orde wordt gesteld. Ten diepste is het vraagstuk van kerk en politiek in het geding. Hoever mag het spreken en handelen van de kerk hierin gaan? Begeeft de Wereldraad zich met dit besluit niet op een terrein dat het hare niet is? Is de eigen taak der kerk niet een andere? Hoever gaat het getuigen in woord en daad?
Dat men stelling neemt tegen het racisme valt toe te juichen. Het Woord van God wijst de ideologie van het racisme af. En het Evangelie van Jezus Christus neemt het op voor de verdrukten. Maar daarmee is nog niet elke verzetsbeweging gerechtvaardigd. Parallelliseert prof. Berkhof niet te gemakkelijk het verzet van de zestiende eeuw met de terroristenbeweging in Afrika? Zeker, ook in de zestiende eeuw spraken politieke motieven een duchtig woordje mee — dat wordt wel eens vergeten — maar het motief en het doel liggen toch niet gelijk. Onderschat men in de kringen van de Wereldraad niet de macht van het communisme en het gevaar dat de vrije wereld vanuit China bedreigt?
Kan men er voldoende controle op uitoefenen dat de gelden niet voor geweld gebruikt worden? En hoe zit het met de vraag van het geweld? Roept gewelduitoefening niet altijd demonen op, die niet meer te bezweren zijn? Men denke aan de parallel met het oorlogsvraagstuk. Ook wie in bepaalde gevallen — maar dat wordt steeds moeilijker na te gaan — een oorlog gerechtvaardigd acht, zal er toch voor waken de kerk, en de verkondiging van het evangelie in dit kader in te passen.
Vaak wordt gezegd: De kerk staat altijd aan de zijde van de gevestigde orde. Nu krijgt men de indruk dat de kerk, wil ze werkelijk aan haar roeping voldoen, aan de zijde van revolutionairen moet gaan staan. Is dat niet een nieuwe gevestigde orde? Ik meen, dat de kerk zich met geen enkele orde heeft te vereenzelvigen, maar tot allen moet komen met het Woord van Gods wet en evangelie.
Een ingrijpend besluit
Prof. Berkhof wijst terecht op de betekenis van deze beslissing inzake de toekomst van de Wereldraad. Ook prof. Veenhof doet dat in een artikel in 'Opbouw' van 29 januari. Naar zijn mening betekent het besluit van deze raad tot hulpverlening de erkenning van het recht van wapengeweld in bepaalde situaties, een positief oordeel over de essentie van revolutionaire bewegingen in hun strijd tegen racisme en onderdrukking. Daarbij keert de Wereldraad zich tegen het racisme in Afrika.
Maar, zo vraagt prof. Veenhof, kolonialisme en rassenwaan, die inderdaad principieel verwerpelijk zijn, komen toch niet alleen in Afrika voor? Waarom keert de Wereldraad zich niet even energiek tegen misstanden in ons eigen werelddeel? We geven het woord aan prof. Veenhof:
In Europa ligt namelijk het meest kolonialistische en discriminerende rijk van de hele wereld: de Unie van Sovjetrepublieken. Iedereen kan weten dat Rusland zich in de tijd vóór en ná de oorlog tot de grootste koloniale macht aller tijden heeft ontwikkeld. Het is de enige staat die de tweede wereldoorlog heeft gebruikt om zijn grondgebied op een enorme wijze, ten koste van anderen, uit te breiden.
Reeds onder de Tsaren heeft Rusland onmetelijke gebieden van China geannexeerd. Iets dat de chinezen nooit hebben vergeten en waarbij ze zich ook nooit hebben neergelegd of zullen neerleggen. En in Europa annexeerde het successief Letland, Estland, Lithauen, het oude Polen, en Bessarabië. Voorts maakte het zich tot volstrekte beheerser van Roemenië, Hongarije, Tsjecho-Slowakije, Oost-Duitsland en het nieuwe Polen. Deze landen zijn in feite koloniën van Rusland. Russische troepen zijn er in gestationeerd. En de Sovjet-unie heeft openlijk uitgesproken — in het zgn. Breznjef-principe — dat het voor zich het recht opeist om ten alle tijde met militaire macht in de genoemde staten in te grijpen als daarin naar zijn overtuiging de gang van zaken niet met de communistische principes zoals zij die opvat overeenstemt.
We hebben op een gruwelijke manier in Hongarije en Tsjecho-Slowakije gezien — en we zien het daar nog elke dag — wat dit neo-kolonialisme betekent. We worden er voorts — zelfs door de t.v. — mee geconfronteerd welk een perfide rassendiscriminatie in Rusland ten opzichte van de Joden wordt bedreven. Wie kent niet het ontroerende levensverhaal van Alla Roesinck, de Jodin die naar Israël mocht emigreren één week na haar huwelijk — met achterlating van haar man?
Onlangs kon men in Trouw lezen dat van de half miljoen in Moskou wonende Joden tien van hun elf synagogen waren afgenomen; dat de joden 'loyaliteit jegens de vreemde macht' wordt verweten, namelijk het zionisme; dat sinds de oorlog van 1967 plaatselijke commissarissen met elkaar wedijveren in het dwarszitten van joodse gemeenschappen en dat overal een antisemitische rassentiment de kop opsteekt.
En dan is er de ellende van de gelovige christenen in Rusland!
Het kan nu algemeen bekend zijn dat deze in de Sovjetrepublieken onder de druk van een discriminatie leven die zo ongeveer de ergste is die er in de wereld bestaat!
Ook prof. Veenhof stelt dus de vraag: Kijkt de Wereldraad niet eenzijdig naar een zeer bepaalde kant? Men begrijpe ons goed: Het is goedkoop om de Wereldraad te betitelen als een verkapte communistische sympathiebeweging. Met suggesties is niemand gediend! Bovendien gaat het niet aan om elke beweging in Afrika zonder meer communistisch te noemen. Wie kan hier met kennis van zaken oordelen? Maar men moet ook de schijn vermijden. De indruk wordt toch gewekt dat men de ogen sluit voor onrecht wat achter het ijzeren gordijn gebeurt. Voorts moet men vragen: In hoeverre is de theologie die achter dergelijke beslissingen ligt, de Rijk Gods-opvatting, beïnvloed door de marxistische gedachtenwereld?
Samenvattend zouden we willen zeggen: Bij alle begrip voor het lijden van de verdrukten in Afrika, voor het verzet tegen onrecht en terreur, zijn we toch minder enthousiast dan prof. Berkhof over het genomen besluit van de Wereldraad. Er blijven teveel vragen liggen! Het is m.i. een glibberig pad wat de Wereldraad opgaat. En op een glibberig pad is het gevaar van uitglijden bijzonder groot. Prof. Lekkerkerker schrijft in het januari-nummer van Kerk en Theologie (een onmisbaar blad voor wie op de hoogte wil blijven!) dat de Wereldraad impliciet de intentie vertoont politieke macht te willen uitoefenen, hoe gering ook, op het wereldtoneel. En dat in een uitermate ondoorzichtige situatie. En zijn collega, prof. v. Niftrik, schrijft in hetzelfde nummer, dat velen nauwelijks oog hebben voor het daemonisch karakter van de revolutie. 'De huidige zondeleer deugt niet. De zonde wordt alleen in de structuren gezocht en niet meer in de mensen. Alle veranderingen der structuren zullen niet baten, als de mensen niet veranderen' (Kerk en Theologie, jan. 1971, blz. 58).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's