In gesprek met het gezin
Het moeilijke, maar toch zo goede gebod
Als er vandaag één gebod in discussie is, dan is dat wel het vijfde gebod. Ontzaglijk velen zijn er die met dit gebod overhoop liggen. Om ons te beperken tot de kring van het gezin: hoe vele kinderen zijn er niet die in een voortdurende en ernstige conflictsituatie met hun ouders leven, alsook omgekeerd, met als gevolg: wrok, verbittering, verwijdering, vervreemding en niet te vergeten veel stil verdriet.
'k Denk aan die jongen die getrouwd wilde worden met dit gebod als trouwtekst, omdat hij juist met dit gebod overhoop lag! Kinderen zeggen: waren mijn ouders maar anders. Ouders zeggen: waren mijn kinderen maar anders.
Als oorzaken van deze conflictsituatie worden wel genoemd: het generatieverschil (m'n vader en moeder zijn beste mensen, maar ze.begrijpen me niet), de verschuivingen in de moraal etc.
In de vele en lange discussies over dit onderwerp lopen we het gevaar dat naast allerlei inspraak, die op z'n tijd van veel belang kan zijn, de inspraak van het goede gebod van God steeds meer vergeten wordt. Voor velen is het Woord en gebod van God alleen maar een dóód-doener. Als de Heere God aan het woord komt, is de discussie niet meer interessant. Dat heeft te maken met allerlei waanvoorstellingen over de Heere God en Zijn Woord, waaruit blijkt een innerlijke vreemdheid aan de levende kennis van God en Zijn Woord. Daar steekt ook een diep wantrouwen en een verborgen of openlijke vijandschap tegen God achter. We hebben van huis uit geen fiducie in God en zijn veel te hoogmoedig om ons wijze hoofd voor Hem te buigen. Wie het Woord van God in zijn veroordelende, maar ook machtig bevrijdende betekenis leert verstaan, weet dat het Woord van God geen dood-doener is, maar een lévend-maker! De wet van God is dan ook geen knellend juk van geboden en verboden, die ons leven wil verzuren, maar in Christus een machtige vreugde! In Christus is zij de volmaakte wet der vrijheid! (Jak. 1:25).
De goede wet van onze God wil aan ons leven juist leiding en uitzicht geven. 'Uit Uw bevelen krijg ik verstand', zegt David in psalm 119.
Zo bedoelt het vijfde gebod ten diepste alleen maar ons wèlzijn, ons behoud. Zonder dit gebod is er geen leven mogelijk, zonder dit gebod gaan we in de grote gezagscrises van vandaag allen te gronde. Overduidelijk zien we het om ons heen, dat, waar geen werkelijk gezag meer is en waar geen erkenning van de gezagsdragers meer is, dat daar de chaos begint. Dat geldt van alle levensverbanden, dat geldt óók van het gezin.
Waar moeten we heen als er geen gezag meer is? Het voorbeeld van een schoolklas, waar geen gezag is, spreekt op zichzelf al duidelijke taal.
Daarom moet er gezag zijn. In Zijn grote goedheid heeft onze God dit gezag ingesteld. Alle waarachtig gezag komt dan ook van God, die óók de norm van het gezag bepaalt. Ook het ouderlijk gezag is gefundeerd in en omgrensd door het goddelijk gezag.
In de vragen rondom het gezag staan dan ook de éér en het recht van God op het spel en daarmee ook het belang van het kind.
We hebben alle recht te stellen dat het gezag zich wáár moet maken. Daarom is onze verantwoordelijkheid als ouders zo huiveringwekkend groot. Daarom hebben we als gezagsdragers, als ouders, elke dag te bidden om de bekwaammakende genade van de Heilige Geest.
Als we maar vasthouden dat het gezag niet staat en valt met de gezagsdragers, maar dat het gezag van God is, van God komt en steeds door Hèm bepaald wordt.
Daarom hebben wij als ouders en kinderen nodig de terugkeer, de bekering tot God, als de Bron van alle leven. Als ouders en kinderen hebben we nodig te knielen bij het kruis van onze Heere Jezus Christus. Dan zullen wij ook in deze vragen ervaren dat ons einde Gods begin is. Dan blijft ook het parool om voortdurend de wacht bij het Kruis te betrekken.
Functieverlies van het gezin
Behalve de bedreigingen van binnen uit, het zich niet meer gebonden weten aan Gods goede wet, zijn er ook de bedreigingen van buiten af. Bedreigingen die het welzijn van het gezin in hoge mate kunnen verstoren.
'k Denk daarbij aan de hele ontwikkeling van de maatschappij vandaag aan de dag. We kunnen over dit ontwikkeling denken zoals we willen, duidelijk is wel dat die hele ontwikkeling niet aan onze gezinnen voorbijgaat. Allerlei taken die vroeger door het gezin werden waargenomen, zijn nu door de maatschappij overgenomen. Vroeger was het gezin ook veel meer verweven met het gehele zijn in de maatschappij. Het gezin was vaak ook productiegemeenschap. Nu is er een scheiding voltrokken tussen gezin en maatschappij doordat vakopleiding, ontspanning, ziekenverpleging enz. door andere, vaak beter toegeruste organen geheel of ten dele worden overgenomen.
Daarmee zijn de nog al intensieve contacten tussen ouders en kinderen, die met het gezin als belangengemeenschap als vanzelf gegeven waren, verdwenen, nu een aanzienlijk deel van het dagelijks leven van de man en vaak ook al van de vrouw zich buiten de deur afspeelt. Dat kunnen we betreuren, we kunnen wat het laatste betreft (de arbeid van de moeder buitenshuis) deze ontwikkeling zoveel mogelijk tegengaan, op zichzelf wordt deze ontwikkeling hoe langer hoe meer een feit.
De kernfuncties van het gezin
Een amerikaans socioloog heeft wat spottend opgemerkt dat de functie van het gezin vaak niet meer is dan 'een parkeerplaats voor de nacht' (parking place for the night). Een ander socioloog spreekt van de enige functie van het gezin als 'vluchtheuvel'.
Het positieve in deze ontwikkeling is dat we nu meer dan ooit worden teruggeworpen op de overblijvende kern-functies van het gezin.
De eerste vraag is tegenwoordig niet meer of de jongen een flinke opvolger in de zaak is en het meisje een stevige werkkracht. De eigenlijke levensvragen als levensrichting, karaktervorming, aanleg krijgen eerder de kans om aan de orde gesteld te worden. (Delleman). Wat dat betreft heeft niemand zo lang en zo continu kansen tegenover de medemens, dan ouders tegenover de kinderen.
Enkele kern-functies van het gezin zijn:
a. het gezin als rustpunt, wat mij betreft mag ook de uitdrukking 'vluchtheuvel' genoemd worden.
Na elke vermoeiende en afmattende reis door deze zo vaak moeilijke wereld is het een machtig voorrecht om als man, vrouw of kind terug te keren tot de veilige geborgenheid van het gezin, waar een stukje intieme rust, gezelligheid en liefdevolle gemeenschap gevonden mag worden, wat in staat stelt om de andere dag de tocht weer voort te zetten, (vgl. R. van Dijk, 'Mens en medemens', blz. 95 e.v.)
In het gezin mogen we ons bovenal oefenen in de verborgen omgang met God, in gebed en meditatie. Dan mag het gezin 'de woeste plaats' zijn waar we ons mogen terugtrekken, om geestelijk weer op adem te komen. Dat kan met elkaar, dat kan en moet eigenlijk op z'n tijd ook alléén plaats vinden.
b. het gezin mag ook de plaats zijn waar de opbouw van de persoonlijkheid in godsdienstige, zedelijke en algemeen-vormende zin kan plaats hebben.
Daarbij niet te vergeten de ongelofelijk grote zorg in materieële zin: dat we met elkaar de maaltijden mogen gebruiken, dat de garderobe met fraaie of minder fraaie, met bonte of minder bonte kledingstukken gevuld blijft. Wat een zorg voor met name de moeders vandaag aan de dag met z'n hoge levenstandaard!
c. het gezin mag ook de plaats zijn waar we de grote kunst van het 'leren wachten' mogen beoefenen. Wachten op de tijd dat we in de maatschappij worden opgenomen, wachten op de tijd van onze huwelijksdag.
Een niet onbelangrijke functie. Leren leven is voor een aanzienlijk deel: leren wachten!
d. het gezin mag ook de plaats zijn waar een stukje levenstucht gevonden mag worden. 'De dwaasheid is in het hart van de jongen gebonden.' (Spreuken 22:15)
Kinderen zullen er attent op gemaakt moeten worden dat er ook slechte vriendjes bestaan en rare feestjes en slechte boeken en films beneden alle peil.
De tucht is er niet om de kinderen te 'tergen' of om ze moedeloos te maken, maar om ze te bewaren, om ze voor een lichamelijke en geestelijke ondergang te behoeden. Tucht komt van het oud-nederlandse woord dat 'tiegen, trekken' betekent.
Er is in het verleden verkeerde tucht geweest, waarbij het leven in een keurslijf geperst werd. Het misbruik heft het goede gebruik echter niet op!
Het is ontzaglijk onbarmhartig en liefdeloos om nooit onze kinderen onder handen te nemen.
De ontzaglijke gevolgen daarvan zien we in de bijbel (Eli!) en dagelijks om ons heen.
We kunnen niet zonder tucht en kastijding. Dat strekt niet tot onze eer. Dat getuigt van onze weerbarstige, onwillige, en hoogmoedige aard. Het is een zegen als God ons ook via onze ouders op de goede weg wil brengen en houden, al kan het wel heel pijnlijk zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's