Boekbespreking
Anne van der Meiden, Ethiek en reclame, de hofnar van Koning Klant, 112 blz. ƒ 7,90. Amboboeken, Bilthoven.
De reclame is een macht in onze maatschappij. En over deze macht der reclame, over de verborgen verleiders, is al menig kwaad woord gesproken. Fel is het verwijt dat de reclame gemaakt wordt: Reclame maakt egoïstisch en materialistisch. Reclame speculeert op de lage instincten van de mens. Reclame liegt, dat het gedrukt staat enz. enz.
Anne v. d. Meiden gaat in dit boekje na waar de klachten vandaan komen, hoe de reclame zich de eeuwen door ontwikkeld heeft. Terecht laat hij zien dat men de reclame niet als enige zondebok mag beschouwen. De koning en zijn hofnar hoeven elkaar niets te verwijten, of anders gezegd: ze vallen er beiden onder. De reclame is een onderdeel van het maatschappelijk stelsel in zijn geheel.
De schrijver maakt verhelderende opmerkingen over de plaats van de reclame in het geheel van het economisch bestel.
Interessant is het hoofdstuk over de geschiedenis van de reclame. Deze geschiedenis weerspiegelt de geschiedenis van de westeuropese en amerikaanse culturen.
Theologen zullen vooral grijpen naar de hoofdstukjes over reclame, mens en waarheid, over mensbeeld en reclame, alsmede wat de auteur schrijft over neo-hedonisme en neo-eudaemonisme in een verantwoordelijke maatschappij.
Een ethische doorlichting van het verschijnsel 'reclame' voert ons middenin de sociale ethiek. Aan het slot van zijn boekje stelt de auteur een tiental vragen aan de reclame, waarin de ethicus zijn bezorgdheid uitspreekt.
De waarheid dat de mens niet van brood alleen zal leven, moge ons ervan doordringen, dat het mensbeeld van de reclame, waarbij de mens compleet wordt door de goederen die hij aanschaft, corrupt is. De reclame, aldus v. d. Meiden, distantieert zich van het bijbelse mensbeeld en kiest het hedonistische mensbeeld, waarop onze welvaartsmaatschappij berust.
Een helder geschreven boekje over een belangrijk vraagstuk. De critische opmerkingen van de auteur zijn onze bezinning meer dan de moeite waard.
Ede A. N.
P. Lapide: De Vredestichter: Uitgave A.J.G. Strengholt N.V., Amsterdam, 128 pagina's;
De schrijver van dit boek werd in West Canada geboren als enige zoon van uit Oostenrijk stammende Joodse ouders. Op 16-jarige leeftijd emigreerde hij naar Palestina en werd een van de stichters van de eerste Amerikaanse Kiboets in de bergen van Gilboa. Als officier heeft hij o.a. aan de Israëlisch Arabische oorlogen deelgenomen. In 1956 begon hij in Milaan een studie over het Nieuwe Testament en Christendom. Al eerder verschenen boeken van hem in het Nederlands o.a. 'De laatste drie Pausen en de Joden'. In dit boek, 'De Vredestichter', gaat het over een Joodse christenverpleegster die haar werk begint in het Arabische grensdorp Sjaaba Garbiya.
De titel van het boek spreekt voor zichzelf. In het boek gaat het om een stukje doorbraak in de verhouding tussen Joden en Arabieren. De burgemeester van het dorp gaf, op aandrang van de verpleegster, aan zijn eerste zoon de naam Moessalim, de vredestichter.
Mink van Rijsdijk: Hoe zit dat? Uitgave J.H. Kok N.V., Kampen, 105 pagina's; ƒ6,50.
Na het eveneens bij Kok uitgegeven boekje 'Hoe zit dat?' voor jongens, nu dit boekje, dat voorlichting bedoelt te geven voor meisjes van de tiener-leeftijd. Sexuele voorlichting, maar ook meer dan dit. Het boekje gaat ook over de levenskunst, gezondheid, vrije tijd, hobbies, kerk, geloof, naastenliefde, ouders, gezin. Dit boekje bevat veel goede dingen. Maar hetzelfde, wat wij ook geschreven hebben n.a.v. de bundel van Sipke van der Land, geldt hier: Over sommige zaken wordt te genuanceerd, te versluierd geschreven. Soms wil je een duidelijke positiekeuze tegen datgene wat de bijbel zonde noemt, b. v. de homofilie. Soms is er deze positiekeuze, b.v. ten aanzien van het voorechtelijk geslachtsverkeer, maar niet altijd.
H. v. d. G.
Dr. K. J. Kraan, Ruimte voor de Geest? Kok, Kampen, 1970, 56 blz. ƒ 3,95.
In dit boekje maakt de auteur enkele bezwaren tegen een voorlichtend geschrift over de Pinksterbeweging van de zijde van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Hij brengt een eigen geluid naar voren ten opzichte van het in het synodaal geschrift gestelde en voorziet het van critische opmerkingen. De schrijver is teleurgesteld over de officiële mening in de Gereformeerde Kerken ten aanzien van de Pinksterbewegingen. Hij vraagt met nadruk meer ruimte voor de Geest in de kerken. Als zodanig wordt de vraag in de titel uitgedrukt bevestigend beantwoord. Wij kunnen daarvoor wel waardering hebben en het ook wel beamen in zekere zin, maar het schijnt ons toe, dat hier de werking van de Geest tezeer wordt gezien als een plus. Een rechtvaardiging apart. Het is een nobel streven van de auteur ruimte te willen scheppen voor de Geest, maar de vraag is het, wordt hier niet tezeer geoogd naar het extatische als kenmerk van het werk des Geestes? Wij leerden vroeger op catechisatie van het wondergeloof. In contacten met Pinksterbroeders hebben we de gedachte nooit van ons kunnen afzetten dat het hen meer ging om tekenen en wonderen dan om de vergeving der zonden. De auteur lijdt duidelijk aan de matheid en dorheid van de kerken en zoekt daaruit een weg. Het strekt hem tot eer. Hij gaat zijn weg met grote behoedzaamheid, omdat het ook hem bekend is hoe spoedig de dwaling inzet en de overgeestelijkheid optreedt. Maar zit de eigenlijke kwaal niet in het ongebroken staan voor Gods aangezicht? Het frisse leven van de kerk is nog altoos ontsprongen uit de diepten der schuldbelijdenis. Wij kunnen de reserve van de synode wel verstaan. Voor de critische lezer een boekje dat aan het denken zet. Achter in het boekje verdere literatuur opgave.
A. v. B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's