De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nieuwe belijdenisvragen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nieuwe belijdenisvragen

9 minuten leestijd

De Hervormde Synode heeft zich uitvoerig bezig gehouden met een nota van de Hervormde Jeugdraad over de openbare belijdenis. Het geheel van de openbare belijdenis en de liturgie voor de bevestigingsdienst op Palmzondag is voor veel jongeren een probleem. Ze herkennen zich niet in de vragen. De vraagstelling is te introvert kerkelijk en de taal van de vragen is de hunne niet. Bovendien voelen veel jongeren, aldus de nota, de binding aan de Ned. Herv. Kerk als te eng. Ze willen in het geheel van de kerk van Christus hun belijdenis uitspreken. Een groep jongeren uit het studentenpastoraat in Groningen heeft daarom samen met de studentenpredikanten een nieuw voorstel gedaan, waarmee in Groningen al geëxperimenteerd is. Verspreid over het land hebben 26 groepen jongeren - volgens de nota in samenstelling en geaardheid representatief voor de gehele kerk - zich met deze vragen bezig gehouden, en zich er, op een enkele groep na, positief over uitgesproken. Het voorstel houdt in dat aan hen, die nog niet gedoopt zijn gevraagd wordt: 'Verlangt u door de doop in de gemeente van Christus te worden opgenomen?' En aan diegenen, die in hun kinderjaren al gedoopt werden en belijdenis willen afleggen, kan worden gevraagd: 'Wilt u ter bevestiging van uw doop, waardoor u in vroeger jaren in de gemeente van Christus werd opgenomen, thans door uw ja-woord te kennen geven, bewust tot de gemeenschap der kerk te behoren?'

Het gaat hier, zo luidde de toelichting, niet om bindende vragen voor allen, maar om een mogelijkheid naast andere mogelijkheden.

In de toelichting op de vragen werd nog opgemerkt dat één van de argumenten, die tot het opstellen van deze vragen hebben geleid, is dat direct verwezen wordt naar het sacrament van de doop, waardoor men in de gemeente wordt opgenomen, terwijl bovendien in deze vragen niet méér verondersteld wordt dan gevraagd wordt. De huidige belijdenispractijk is voor velen een belemmering, 'want je neemt heel wat op je'; tal van verplichtingen waaraan men toch niet kan voldoen.

Wanneer diegenen, die belijdenis willen doen, voor zichzelf nog willen uitspreken waarom zij in de gemeente willen worden opgenomen en bevestigd, dan bestaat daartoe gelegenheid op de aannemingsavond voor de kerkeraad. Op die aannemingsavond — zo wordt verondersteld —-kunnen dan door de kerkeraad de volgende vragen worden gesteld:

1. Verlangt u, als lid van de heilige, wereldwijde en apostolische kerk, haar geloof in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest mede te belijden?

2. Wilt u daartoe trouw zijn en met de u geschonken gaven medewerken aan de opbouw van Christus' gemeente?

3. Aanvaardt u de roeping met blijdschap te leven en te werken in de wereld, daarin uw Heer te volgen en Hem zo voor de mensen te belijden?

De belijdeniskatechese mag — zo stelt de nota verder — geen voorwaarde zijn voor het doen van de belijdenis. Er moet de mogelijkheid blijven dat iemand zo 'getrokken wordt', dat hij zich spontaan wil laten dopen en daarna zich laat onderrichten.

In een bijlage van de nota wordt tenslotte nog aangegeven hoe de belijdeniskatechese zou kunnen worden opgezet. Aandacht moet worden besteed aan het geloof 'dat een beweging is in de richting van Gods Rijk in Zijn wereld'. Het gaat dan ook om het 'engagement' van de leden van de gemeente met de wereld.

Reactie van de Synodeleden

De eerste reactie op de synode kwam van ds. J.C. Delbeek (Hardegarijp). Hij had waardering voor het feit dat de belijdenis gekoppeld was aan de doop. Zo wordt de belijdenis gehaald uit de intellectualistische sfeer, want in de doop staan we op met Christus. Hij vroeg zich evenwel af of de doop wel primair de inlijving in de gemeente is. Is het niet allereerst in de handen komen van Christus, door wie we in de gemeente opgenomen worden? Als zo de doop verbonden wordt met Christus, dan is de gemeente geen schare van wereldverbeteraars, maar van mensen die geleerd worden door de Geest. Dit element miste hij in de voorstellen van de jongeren.

Ds. L.G. Zwanenburg (Huizen) wilde maar meteen duidelijk zeggen dat hij volledig achter de oude belijdenis vragen staat. Die oude belijdenisvragen zijn niet introvert. De nadruk ligt wel terdege op belijdenis èn daad. Maar in deze voorstellen van de jongeren heerst de daad over de belijdenis. Ds. Zwanenburg ging ook in op het punt dat je heel wat op je neemt als je belijdenis doet. Hij memoreerde dat de predikant, bij wie hij belijdenis deed, opmerkte: We kunnen het niet volbrengen zonder de Heilige Geest. Bovendien is het ook zo dat we door veel verdrukking ingaan in het Koninkrijk Gods.

Tenslotte keerde ds. Zwanenburg zich ook tegen de ontkoppeling van belijdenis en avondmaal, die in de voorstellen naar voren kwam. Bovendien pleitte hij voor een centraal stellen van het onderricht in de geloofsleer. Al eerder had hij verwezen naar het oude doopsformulier, waarin gesproken wordt over de waarachtige en volkomen leer der zaligheid.

Ds. H. Binnekamp (Boven-Hardinxveld) merkte op dat de angst bij veel jongeren om op de oude belijdenisvragen te antwoorden voortkomt uit het feit dat niet voldoende meer gelet wordt op drie woorden van de tweede belijdenisvraag, namelijk: door Gods genade. Hij vond het een benauwende zaak dat de vragen zo tot een minimum worden teruggebracht. We staan ook in de traditio catholica (de traditie van de algemene christelijke kerk). Dat moet ook in de catechese centraal staan. Bovendien, belijdenis doen op palmzondag is het startschot voor de goede strijd. Welkom in de strijd zei een ouderling toen ds. Binnekamp zelf belijdenis deed.

Ds. K.A. Abelsma (Wateringen) stelde dat het niet juist is dat we door de doop worden opgenomen in de gemeente. De kinderen worden als léden der gemeente gedoopt, ze zijn in Christus geheiligd. Door geboorte uit gelovige ouders behoren ze al bij de gemeente. Hij vroeg zich verder af of bij veel jongeren niet allerlei frustraties worden opgeroepen doordat ze zich bij voorbaat in een bepaalde mentaliteit begeven. We moeten de jongeren echter zeggen dat ze beslissingen moeten durven nemen en ook dat het Jezus zelf is, die roept.

Er waren natuurlijk ook synodeleden die nogal ingenomen waren met het stuk van de jongeren. 'De jeugd heeft sympathiek meegedacht' zei ouderling Teitsma (Haarlem).

'Ik heb waardering voor het stuk van de jongeren, als het gaat om de ontkoppeling van belijdenis en lidmaatschap van de Hervormde Kerk', aldus ds. J.H. Voortman (Oud Vossemeer). Hij zag in tegenstelling tot ds. Zwanenburg niet veel verschil tussen de oude vragen en deze nieuwe. Ds. M. v. d. Bosch (Goes) was getroffen door de pastorale aanpak. Ouderling W.R. v. d. Heijden (Nijmegen) vond het fijn dat er nog jongeren zijn, die belijdenis willen doen. Ds. F.J. Goethals (Geldermalsen) kon zich vinden in de bezwaren van de jongeren tegen het taalgebruik in de oude belijdenisvragen. Wel vroeg hij zich af of Hervormd zijn zo langzamerhand een vieze zaak geworden was en waarom het Avondmaal niet genoemd werd in de vragen.

Prof. dr. G.C. van Niftrik

Nadat de synodeleden hun zegje hadden gedaan en prof. dr. P.J. Roscam Abbing (adviseur van de synode) ervoor gepleit had — zij het 'met pijn in het hart' — om de jongeren de ruimte te geven, en prof. dr. A.J. Bronkhorst gezegd had, dat door deze nieuwe belijdenisvragen de avondmaalspractijk nog verder zou vervallen, kwam prof. dr. G.C. van Niftrik in woorden, die er niet om logen, zijn bezwaren kenbaar maken. Af en toe vraag ik me af of ik kinds aan het worden ben, aldus prof. Van Niftrik. Ik kan het niet helpen, maar ik heb de schoonste herinneringen aan de palmzondagen. Wat de jongeren hier geschreven hebben is een 'lieve brief' zoals je ze maar zelden ziet. Maar er zit een theologie in verpakt, waartegen ik tot mijn laatste snik zal strijden, aldus prof. v. Niftrik. Hij riep de synode op zich niet 'in de luren te laten leggen'! Of hij dan bezwaar had tegen deze vragen? Welnee! Maar waarom moet dat nu? Waarom die angst voor het concrete, in dit geval voor de concrete Hervormde kerk, waarin je belijdenis doet. Waarom dit idealisme? Bovendien, de hele strijd tussen leer en leven komt terug. Het gaat tegenwoordig — naar het schijnt — alleen nog maar om het leven. De leer doet er niet meer toe.

Pathos wint het van nuchterheid

Aan het slot van het beraad kwam ds. M.A. Krop, studentenpredikant te Groningen, met de jongeren meegekomen om de nota te verdedigen, een pleidooi houden voor aanvaarding. Het doen van belijdenis is allerwege in de crisis. De traditie van de belijdenis wordt aan alle kanten afgeknabbeld. De nu opgestelde vragen zijn geboren vanuit het pastoraat, niet vanuit het sociaal engagement of de politieke actie. Ik denk ook met heimwee terug aan de Palmzondagen, aldus ds. Krop. Maar ze functioneren niet meer. En nu moeten we de 'kleinen', die zich in de huidige vragen niet vinden kunnen, niet ergeren. We moeten zo 'n soberheid hebben in de vragen, dat de mensen in de kerk ieder hun eigen levensweg kunnen gaan. Vanuit de ruimte van de ver­kiezing Gods hebben we mogelijkheden willen scheppen. Daarom zijn de voorgestelde formuleringen geen minimum.

Na het betoog van ds. Krop werd van diverse zijden opgemerkt, dat nu een vulling aan het stuk van de jongeren gegeven was, die in het stuk zelf niet te vinden was, of ook, die er zelfs mee op gespannen voet stond.

Van veel kanten rees daarom verzet om een beslissing te nemen. Laat ds. Krop deze dingen eerst eens op papier zetten en laat dat aan de nota worden toegevoegd, zo werd gesuggereerd. Ds. Krop vond het echter moeilijk de dingen, die hij zo 'uit z'n hart' gezegd had op schrift te stellen. Eén van de jongeren kwam echter zeggen dat het mede namens hen gesproken was. Er moest een beslissing vallen. De jongeren mochten niet met frustraties naar huis gestuurd worden (ds. Beernink).

Ds. Van Zanten stelde voor dat de synode zich uit zou spreken over het punt of de vragen als alternatieve mogelijkheid aanvaardbaar waren; en of het gewenst was de context, waarin de vragen staan (in de nota) nog eens door te spreken in onderling overleg van de Hervormde Jeugdraad, de synodale commissie van rapport en het moderamen van de synode. De synode reageerde hierop in meerderheid bevestigend. Zo won pathos het van nuchterheid. Allerlei gevoelsargumenten, die niet met de inhoud van de nota zèlf te maken hadden, leidden tot aanvaarding van de voorstellen van de synodepraeses met 30 stemmen (dus ongeveer 24 stemmen tegen).

Het verhaal van ds. Krop zal inmiddels spoedig vergeten zijn, maar de voorgestelde vragen blijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Nieuwe belijdenisvragen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's