Het bijzondere lidmaatschap
Op de laatst gehouden vergadering van de generale synode was een voorstel om te komen tot een bijzonder lidmaatschap. Wat houdt dat in? Dit is de mogelijkheid om van verschillende kerken tegelijkertijd volledig lid te kunnen zijn.
Hoe komt men tot een dergelijk voorstel? In Maastricht was een aantal lidmaten die hervormd èn gereformeerd wilden zijn; een groep gemengd gehuwden zou er mee geholpen zijn; in Utrecht is een groep studenten die van zeven kerken volledig lid wil zijn. Welke kerken zijn dat? De Ned. Herv. Kerk, de Geref. Kerken, de R.K. Kerk, de Evangelisch Lutherse Kerk, de Remonstrantse Broederschap, De Doopsgezinde Gemeente en de Evangelische Broedergemeente.
Wat zit er achter? Volgens de toelichting de ontdekking van een evangelische inspiratie voor de samenleving, maar ongeloof in de huidige kerkelijke structuren.
In de toelichting wordt verder uiteengezet dat onze kerk wel openbaring, maar niet de openbaring is van de Gemeente des Heren. De genoemde kerken zijn ook openbaring. Wel is onze kerk volledig kerk. Het lidmaatschap van een andere kerk voegt aan ons kerkzijn niets toe. Vanzelfsprekend komt de oecumenische ontwikkeling uitvoerig ter sprake. Consensus met de Ev. Luthersen, samenwerking met de Remonstranten; geweldige ontwikkelingen in de contacten met de R.K. Kerk; en 'samen op weg' met de Gereformeerden. Echter in haast alle kerken is verslapping van de aandacht voor de confessionele vragen. In bijna alle kerken zijn groepen verontrusten, die door de traditionele structuren van hun kerken worden gehinderd in de beleving van hun christen-zijn. Alle kerken ontwikkelen zich tot modaliteitskerken. Deze toestand, zo staat in het rapport, maakt een chaotische indruk. Ze kon het einde betekenen van de kerkelijke structuren in hun traditionele vorm. Ze kan tegelijkertijd het eerste symptoom van vernieuwing zijn. Slechts in het geloof aan de vernieuwende kracht van Geest Gods mag men het laatste geloven.
Er wordt vervolgens aandacht geschonken aan het kerkzijn in overgangstijd.
De Kerk bevindt zich in overgangstijd en zal zich principieel moeten richten op de toekomst. Dat is trouwens wezenlijk voor de kerk, ze leeft uit het volbrachte werk van Christus en ziet uit naar de toekomst van het Rijk van God. De kerk zal de vormen moeten zoeken die bij die toekomst behoren. Daarbij kan behoren het samen kerk zijn op grond van de belijdenis van de éne Christus. Daarom moet de eigen kerk aan eigen verleden sterven en, gelouterd door een vernieuwde gehoorzaamheid aan het Woord, door de Geest bekwaamd worden voor haar taak in een zich veranderende wereld. De kerk moet belijden, zichzelf verloochenen en beschikbaar zijn voor de wereld. Dat horen we vooral bij de studenten in hun verzoek om lid te zijn van zeven kerken. Hun verzoek is een vraag om ruimte, opdat zij experimenteel en vooral gericht op de daadwerkelijke beleving van het Christen-zijn op een geheel nieuwe manier kerk kunnen zijn. We moeten — zo wordt dan gezegd — dankbaar zijn dat er zulke jongeren zijn.
Behandeling in de synode
Dit voorstel bracht meer dan twintig sprekers naar voren. De bezwaren waren legio. Ir. P. Baauw (Velp) dacht dat we aan één kerk genoeg hebben om onze verplichtingen na te komen. Ds. H. Binnekamp (Boven-Hardinxveld) zag in het bijzonder lidmaatschap geen dienst aan de oecumene bewezen. Wie oefent pastorale zorg uit over deze bijzondere leden? Hij achtte het onmogelijk dat de kerk aan haar eigen verleden moet sterven. Hoe blijven we in de gemeenschap der vaderen?
Andere kritische geluiden waren dat het voorstel niet bij ons kerkbegrip past. Het wordt zo iets als een abonnement op Openbaar Kunstbezit; dan mag je binnen in alle musea. Er werd gewezen op de noodzaak van een veelvoudige catechese. Ds. F.J. Goethals (Geldemalsen) miste onder de genoemde kerken juist die van een duidelijk gereformeerd belijden. Door soortgelijke maatregelen schep je pressiegroepen. Bovendien wordt het kerkelijk gesprek overbodig, het doet er allemaal niet toe. Ouderling P. Loof (Vlissingen) wilde geen besluit nemen, maar het stuk doorzenden naar de Raad van Kerken.
Verschillende sprekers zagen er wel wat in voor gemengd gehuwden. Ds. W. Kalkman (Driebergen) had echter ook daar moeite mee. Hij vroeg zich af of het huwelijken waren die in de Here zijn gesloten, zoals de synode eerder heeft uitgesproken. Hij was bang dat de bijzondere leden een derde kerk zouden vormen. De kerk is in overgangstijd, maar we hebben een kerkorde, die ook nu geldt. De Kerk heeft een eigen identiteit en deze gaat door de voorgestelde maatregel de mist in. Hoe we ook voortgaan, van ons wordt boven vindingrijkheid, fantasie, durf en geloof, vooral gevraagd gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift. En we zullen zeker art. 28 van de N.G.B. niet buiten beschouwing laten.
Natuurlijk waren er ook stemmen, die aandrongen op een aannemen-zondermeer. Ds. D.H. Scholten (Eindhoven) vond dat de visitatie die gemeenten, waar rooms katholieken niet volledig mee mogen doen, maar eens flink onder handen moest nemen. Ik weet echter dat er visitatoren zijn die sommige gemeenten zouden willen waarschuwen in tegengestelde zin, aldus ds. Scholten.
Confessie en Kerk
Bij de voorbereiding van de vergadering van de synode kwamen tegen het voorstel bij mij de volgende bezwaren naar boven. Van zeven kerken tegelijk lid! Hoe kun je tegelijkertijd lid zijn van kerken, die in hun belijdenis over Gods heilswerk aan de mens elkaar tegenspreken? Onze Kerk belijdt toch méér dan de ene Christus! Over het werk van de Heilige Geest wordt toch ook uitvoerig beleden in de Drie Formulieren van Enigheid? Dat speelt helemaal niet mee. We kunnen niet aan de indruk ontkomen dat aan het onderricht aan de studenten hierover nogal het een en ander ontbreekt. Een dergelijk voorstel bevordert de verslapping van de aandacht voor confessionele vragen.
In het stuk wordt gesproken over onze kerk als openbaring van de Kerk als lichaam van Christus. Andere kerken zijn dat evenzeer. Dat moge waar zijn, maar we zullen in ons oordeel hierover dan toch wel ernst moeten maken met wat onze confessie zegt over ware en valse kerk. Ik weet wel dat het niet goed aankomt als je over een valse kerk spreekt, maar als alles mag, mag je toch ook ernstig rekenen met de mogelijkheid van een valse kerk?
Wat me bijzonder tegenstaat is dat zij, die er anders over denken dan de opstellers van het rapport — dat is de Raad voor het verband met andere kerken — bestrijders worden geacht van de leiding van Gods Geest in deze tijd. Zo iets lees ik tenminste in het rapport. De drang naar nieuwe structuren zoals bij de jongeren naar voren komt, betekent afbraak van het oude, maar tegelijk het eerste symptoom van vernieuwing. 'Slechts in het geloof aan de vernieuwende kracht van Gods Geest mag men het laatste geloven.' Dat is nu suggestief praten eerste klas. Je moet durf hebben om tegen zulke argumenten iets in te brengen. Gelukkig waren er velen in de vergadering, die deze moed hadden. Ik zou er voor willen pleiten in zulke zaken wat minder grote woorden te gebruiken. We moeten vrij zijn om de geesten te beproeven, want het is toch niet onmogelijk dat we in allerlei ketterijen vervallen, juist nu de aandacht voor confessionele vragen zo verslapt is.
Situatie boven het Woord
Er wordt grote nadruk gelegd op de toekomst. Een van de afgevaardigden sprak over sollen met het woord toekomst. Hij las het op één pagina tien keer. De kerk moet op de toekomst zijn gericht. Dat hoort bij de kerk. Vanuit het volbrachte werk van Christus leeft ze naar de toekomst van het Koninkrijk Gods. Dat is waar. Maar hoe functioneert dit? We lezen dat de kerk daarom moet zoeken naar de structuren van die toekomst. Zo 'n uitdrukking is niet zo onschuldig als hij er uitziet. Het is een belijdenis van de neomoderne theologie van het Koninkrijk Gods. Dat Rijk ligt niet aan de overkant van de wederkomst van Christus, maar aan deze kant. Wij moeten dat Koninkrijk oprichten door verandering van structuren in de Kerk en niet te vergeten in de maatschappij. Als je dit al maar door leert, krijg je wel een groep jongeren om je heen, die dit willen en zo komt dan een dergelijk voorstel op de synode tafel. Het is echter voer dat ik niet lust. Daarom hebben we naar voren gebracht dat de kerk anders dan voorgesteld op de toekomst gericht moet zijn. De toekomst is de komst des Heren, die zal komen om te oordelen de levenden en de doden. Daarop hebben we oud en jong te wijzen, opdat men niet onverzoend voor de Rechter zal verschijnen. Juist in de crisissituaties van onze kerk hebben we te vragen wat ons houvast biedt. Dat is het Woord van God, het geloof zoals onze kerk dat belijdt in haar belijdenisgeschriften, ook aangaande de kerk. Daarom kan niet gesteld worden dat onze kerk af moet sterven aan haar oude structuren. Die structuren zijn niet zomaar toevallige vormen die het een poosje goed doen, maar hebben hun wortels in de Schrift. Gehoorzaamheid aan het Woord is iets anders dan situatie-ethiek. In verband met de toekomst des Heren acht ik het noodzakelijk de critische notie van die Dag volledig te doen uitkomen, zoals dat ook in Oud en Nieuw Testament het geval is. Dan zijn we gehoorzaam aan de Heilige Schrift en bewijzen we de wereld een grote dienst. Het rapport spreekt over deze dingen helemaal niet als er sprake is over de toekomst van het Koninkrijk Gods, men is er volkomen gerust op, dat men op de goede weg is.
Ze gaan weg
Herhaaldelijk werd er gezegd: Als dit niet wordt aangenomen gaan de jongeren weg, keren ze zich af van de kerk, ze hebben er geen geloof meer in. We zijn voor niets zo bang, want we hebben niet veel meer te verliezen. De kerken zijn op vele plaatsen al leger en leger geworden. Toch herinnert me deze manier van discussiëren aan het zeuren van kinderen, die hun zin niet kunnen krijgen. Ik pleeg zeurende kinderen goed aan te pakken om ze duidelijk te maken waarop het staat. Dat kunnen we met die jongeren in de kerk niet doen, want dat is niet pastoraal, dan begrijpen wij ze niet, dan worden ze gefrustreerd en dat zou paternalistisch zijn! Nou, dat laatste behoeven we niet te zijn, als we maar niet vergeten dat de kerk wel een moeder is! En nu vraag ik of de jongeren in onze kerk wel krijgen wat ze van een moeder mogen verwachten. Krijgen ze gezonde kost, of alleen maar eten, dat ze zelf lusten. Er zijn ook moeders die de kinderen alleen maar geven wat zij zelf lusten, eenzijdige kost, en zo de smaak bederven. Komt de vraag wel eens op hoeveel mensen er uit onze kerk zijn heen gegaan, juist door het aannemen van allerlei voorstellen die in strijd zijn met de belijdenis van onze kerk? Dat waren en zijn niet zonder meer de betweters, maar vaak mensen, die willen buigen onder het Woord van God en dat in de kerk ook zo goed mogelijk willen horen. En wat de dienst aan de wereld betreft? Nu, als er nood is, kun je op ze aan, voor de zending kun je bij ze aankloppen en in de maatschappij proberen ze zo getrouw mogelijk een eerlijk stuk werk te doen. Ze verstaan echt wel dat ze een roeping in de wereld hebben, zonder er echter vanuit te gaan dat zij het Koninkrijk Gods zullen oprichten. Laten we op deze mensen zuinig zijn en ze niet door allerlei experimenten de kerk uitdrijven.
Het voorstel werd door de synode afgewezen. We kunnen er geen traan om laten. De mogelijkheid om gastlid te worden is uitgebreid, maar daarom werd niet gevraagd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's