Israël, het land en de stad
III
Jerusalem
Het ligt niet in de bedoeling om nu de geschiedenis van Jerusalem kort samengevat te geven, maar veelmeer om de vraag onder ogen te zien: Wat is de betekenis van Jerusalem in de heilshistorie, of anders geformuleerd: Wat is de theologische betekenis van Jerusalem en daarbij: Hoe zien wij het huidige Jerusalem?
Het land, zo stelt de Theologische Handreiking is een onlosmakelijk aspekt van de verkiezing van Israël. Dat geldt zo noch van de stad Jerusalem noch van het koningschap noch van de onafhankelijke staat. Wel spreekt men van Gods verkiezing van de stad, maar blijkbaar is deze verkiezing — anders dan die van Israël — evenals het koningschap een aflopende zaak. De eredienst en het koningschap zijn in Christus vervuld. Wel stelt men de vraag of Jerusalem nog een plaats inneemt voor alle volken in de eschatologische vervulling.
Ten aanzien van het koningschap heeft de vervulling in het Nieuwe Testament alles veranderd. En dat geldt inderdaad ook van de eredienst. Niemand, die de brief aan de Hebreeën als Woord Gods aanvaardt zal dit anders kunnen zeggen. Nu is wel de vraag: Heeft de vervulling in het Nieuwe Verbond niets veranderd ten opzichte het bezit van het land? Uit de voorgaande stukken is mijn antwoord wel duidelijk: Dat heeft het zeer zeker. Voor de toekomst van Israël houdt men zich in de handreiking vast aan de profeten. 'Voor de profeten is de oppositie van Israël ondenkbaar zonder zijn concreet vergaderd worden in de ruimte van Palestina.' Geldt dit niet op dezelfde wijze van Jerusalem, dat zeker niet minder genoemd wordt in de toekomstvizioenen der profeten? Hebben zij zich niet georiënteerd op Jerusalem in woord en in daad? (Dan. 6:11).
Het Oude Testament over Jerusalem.
Wat zegt nu de Schrift?
Jerusalem is een stad van grote betekenis in de historie der wereld; in de geschiedenis wordt de stad onmiddellijk genoemd naast Athene en Rome. Maar Jerusalem is meer. Jerusalem is de stad des Heren, heilige, uitverkoren stad des Allerhoogsten. Bij de talloze plaatsen die hierop doelen wordt vele malen gesproken van Sion in een zelfde zin als Jerusalem. Oorspronkelijk was Sion de stad der Jebusieten, 2 Sam. 5:7; ook de stad van David. Later is Sion de naam van de tempelberg en van geheel Jerusalem. Zo vinden we Jerusalem en Sion als synoniemen, Jes. 4:3; 31:9; 40:9, in de Psalmen waar de Sion 38 maal genoemd wordt b.v. Ps. 76:3.
Jerusalem als symbool
Jerusalem is meer dan een geografisch begrip, het is symbool van Israël, Jes. 51:6. Het is de stad Gods, Ps. 46:5; 48:2; 87:3. De heerlijkheid van Sion wordt in de zogenaamde Sionsliederen bezongen: Ps. 46, 48, 76, 84; het zijn liederen, die vele trekken gemeen hebben met de liederen hammaäloth. De Here heeft Sion uitverkoren, Ps. 132:13, 14: Dit is Mijn rust tot in eeuwigheid; hier zal Ik Wonen, want ik heb haar begeerd. En deze verkiezing is nauw verbonden met de verkiezing van David, Ps. 78:54, 68v, 1 Kon. 11:13, 32; Ex. 15:17. Zoals Davids verkiezing niet los te maken is van die van Jerusalem 2 Kron. 6:6; 1 Kon. 8:16. Maar Jerusalem heeft reeds in de dagen van David een traditie in Melchisedek, koning van Salem en Salem is Sion, de stad des vredes (Vergelijk Hebr. 7:1v). Jerusalem is de dochter van Sion en dat volk kan niet geïsoleerd worden van tempel en dynastie.
De Here woont en troont op de Sion; zo woont Hij in het midden van Zijn volk; van Sion daalt een stroom van Goddelijke zegen neer, Ps. 110:2; Ps. 128:5. De Here heeft deze berg van Zijn heiligheid zelf bevestigd en zelf gegrondvest; Hij zal haar bevestigen in eeuwigheid, Ps. 48:9. Hij heeft Zijn koning gezalfd over Sion, de berg Zijner heiligheid, Ps. 2:6. De gemeente bidt, dat van Sion de verlossing Israëls komen moge, Ps. 14:7. De Here heeft Sion gegrondvest, opdat de verdrukten en ellendigen des volks daar hun toevlucht zouden hebben, Jes. 14:32, Jes. 28:14. De berg Sion is een vreugde voor de ganse aarde. En wie het tegen Jerusalem opneemt zal het grandioos verliezen, Ps. 46:5.
Heimwee naar Jerusalem
Hoe zou ooit de balling in Babel Jerusalem kunnen vergeten? Ps. 137. In den vreemde raken zij niet thuis, wie in Sion geboren zijn! De ballingen worden er door de profeten ook toe vermaand om vreemd te blijven in het land der vreemdelingschap. De blik moet op Jerusalem gericht blijven (Dan. 6:11); laat Jerusalem in Uw hart opkomen; laat het een grote plaats in uw hart innemen.
Gaat het bij het heimwee naar Jerusalem om de uiterlijke muren, om de herinneringen aan een 'roemrucht' verleden? Toen hadden wij het beter? Dan zou de prediking van de profeten anders zijn ingesteld. Bij Israël is het: De Here is aldaar. Dat zal straks weer terugkomen, zegt Ezechiël en daarop loopt zijn profetie uit: En de naam van die stad zal zijn: De Here is aldaar, Ez. 48:35. Daarop moet — en zal ook — Gods bemoeienis met het volk uitlopen op de dienst des Heren: Want op Mijn heilige berg, op de hoge berg Israëls, spreekt de Here Here, daar zal Mij het ganse huis Israëls in het land dienen, zij allen; daar zal ik een welgevallen aan hen nemen; — Zo zult gij weten, dat Ik de Here ben, als Ik met u gedaan zal hebben, om Mijns Naams wil, niet naar uw boze wegen, noch naar uw verdorven handelingen, o huis Israëls, spreekt de Here HERE, Ez. 20:40, 44.
Een woord van een rabbijn
Het is dunkt mij wel de moeite waard om in het verband hiermede een rabbijnse tekst te overwegen: Het land ligt in het centrum der wereld, Jerusalem is het centrum van Israël; het heilige gebied is het centrum van Jerusalem, de tempel is het centrum van het heilige gebied; de ark is het centrum van de tempel — Daarom gaat het in de grond der zaak in Israël ten aanzien van stad en land: Aan dit land, aan deze plaats zal ik vrede geven!
En ook als wij van Jerusalem schrijven, dan moet datzelfde worden gezegd als ten aanzien van het land. Wat is Israël bevoorrecht: Verkoren volk, verkoren land, verkoren stad door Hem, die Zijn Woord waar maakt tot in de geslachten van wie Hem vrezen! En wat is daarvan terechtgekomen? Israël zocht in al zijn godsdienst zichzelf en wat gevoelde men zich veilig. De Here is immers met ons, zei men (Am. 5:14) en dus kan ons niets gebeuren en Jerusalem is onschendbaar en kan niet ondergaan (Jer. 7). Men spreekt van God en Zijn dienst, maar bedoelt en zoekt zichzelf en eigen ere en grootheid. Maar hoe meer bevoorrecht, hoe groter verantwoordelijkheid. Israël het uitverkoren volk? Daarom wordt gij niet gespaard; daarom zal Ik uw zonden bezoeken, (Am. 3:2). Het oordeel begint altijd bij Jerusalem. Daarom is Jerusalem zo vele malen door de heidenen vertreden en daarom werden duizenden naar een vreemd land weggevoerd, naar een onrein land. Wie heeft Jakob tot een plundering overgegeven en Israël de rovers? Is het niet de Here, Hij, tegen Wie wij gezondigd hebben? Want zij wilden niet wandelen in Zijn wegen en zij hoorden niet naar Zijn wet, Jes. 42:24. Maar de Here heeft geen einde met Israël gemaakt. De ploeger blijft niet aldoor ploegen; Gods barmhartigheden hebben geen einde, Klaagl. 3:22v. En dan horen we van een verlaten land, waarvan de vijanden zeiden: voor altijd verlaten, als een erfenis ons in de schoot gevallen. Maar de Here brengt een keer in het lot van het volk. Men zal weer huizen bouwen en de Here zal het beter met hen maken dan in hun begin. En de vrucht van dit alles?
Zij zullen erkennen, dat Ik de Here ben, Ez. 36:11v. Is dat waar geworden? Na elke verlossing kwam (in de dagen der Richteren) vernieuwde afval en na de terugkeer uit Babel (wat een tijd, het leek een droom! Ps. 126), wat kwam er terecht van de dienst des Heren? Aanvankelijk liet men zelfs de puinhopen van de tempel voor wat het was: wat een steen-massa, daar was toch niets aan te beginnen en bovendien: Was dit nu een tijd om de tempel te gaan bouwen, zulke zorgelijke dagen; men had wel wat anders aan het hoofd! De tempel komt wel weer en aan deze plaats zal Ik vrede geven, zegt de Here en later — ik maak maar een grote sprong — gaat de tempel in vlammen op en na het jaar 70 komt er geen nieuwe tempel meer.
Beloften voor stad en tempel
En toch staan daar de beloften over een toekomst voor stad en tempel. Is het woord van Haggaï 's dagen al vervuld, of wellicht wat verder doorgetrokken, voltooid? In deze plaats zal ik vrede geven en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, Hag. 2:8vv. Jerusalem een centrum van vrede; wat is er vele malen van geprofeteerd, Jes. 54:10, 14, Jes. 48:18, Jes. 60:17; 26:1, 32:14v. De Here HERE is een eeuwige Rotssteen; daarom hebben wij een sterke stad', Jes. 26:1vv en daarom een volkomen vrede. Jerusalem twistappel der volken, de eeuwen door. Maar eens zal het zijn een eeuwige vrede, die niemand zal wegnemen. Er was een tijd, dat Jerusalem bijna aan Sodom en Gomorra gelijk was geworden, maar de stad zal worden een stad der getrouwheid en dit zal haar naam zijn: stad der getrouwheid en getrouwe veste, Jes. 1:21vv. En de berg van de tempel zal de hoogste der bergen zijn (Jes. 2:9v) en vele volken zullen toestromen: Leer ons van Uw wegen, opdat wij wandelen in Uwe paden, want uit Sion zal de Wet uitgaan en 's Heren Woord uit Jerusalem.
Vergezichten
In dit alles is het Oude Testament 'maar' een begin, met bovenaardse perspectieven. In de profetieën over Jerusalems toekomst is een bovenhistorisch element. Wat wij hier en elders lezen over de toekomst van de stad sluit niet rechtlijnig aan bij de geschiedenis van wereldse politiek en aardse verwachtingen der Joden. Er ligt in deze beloften een eschatologisch uitzicht. Als alles ontaard is en alles stuk zal gaan, dan zal de Here alles vernieuwen. Zo zal Jerusalem de navel der aarde, het centrum der wereld worden, Ez. 38:12, 5:5, 6. En bij het nieuwe verbond behoort het nieuwe Jerusalem. De Here schept een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, Jes. 65:17, 18. Hier is geen rechtlijnigheid, waarbij het ene stuk als vanzelf uit het andere voortvloeit. Hier is de dag des Heren, waarvan de profeten zo vele malen hebben gesproken: De Here grijpt in! Zo is er te hopen waar niets te hopen is. Dat is genade, waar de mens aan zijn eind is. Wat een geweldige afstand tussen de oude bouwvallige wereld, waar de dood zijn triumfen viert en het nieuwe van Gods (her)schepping. Van een aards Jerusalem kan niet gezegd worden wat we lezen in de profetieën van Ezechiël over Jerusalem: Mijn tabernakel zal bij hen zijn en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn, Ez. 37:27. Het gaat om een bovenaardse verwachting. Geen tempeldienst zal meer nodig zijn; geen ark meer en dit was het middelpunt van de eredienst. Maar de tijd van de tempel is voorbij en daarmee is het heel bijzondere van Jerusalem voorbij en eveneens van het land. In Joh. 2:19vv lezen we over het breken van de tempel en al is hier geen direkte heenwijzing naar het nieuwe Jerusalem en zijn tempel, wel wijst dit woord op de tijd, dat de tempel zijn funktie zal hebben vervuld.
Geen tempel heeft Israël meer nodig: De ure komt en is nu, wanneer de ware aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid, Joh. 4:21. Het oude heiligdom heeft afgedaan; het heeft de Raad Gods gediend. In Christus, Immanuël, God met ons is werkelijkheid geworden wat in de tempel werd afgebeeld; En Christus wijkt met Zijn goedheid, majesteit en genade nimmer van Zijn volk. In het hemelse Jerusalem is geen tempel meer nodig, want God de Here, de Almachtige is haar tempel en het Lam, Op. 21:22. Het voorhangsel is gescheurd (Marc. 15:38) en dit luidt de afbraak van de tempel in.
In de beschrijving van Jerusalem in de toekomstvizioenen van de profeten vinden we bovennatuurlijke en bovenaardse dimensies. Vooral verwijs ik naar Jes. 60—62. Met een uitleg, die alleen ziet op Jerusalem, dat beneden is komen wij nooit uit. De Here zal Jerusalem stellen tot een lof op aarde. Het zal een sierlijke kroon zijn in de hand des Heren. Jes. 62:3, 7. Op de heilige berg zal geen vervloeking meer zijn, Zach. 14:10, 11. Het ganse land zal één grote vlakte zijn en Jerusalem een veilige stad. Het zal het middelpunt zijn van de wereld van Gods koninkrijk, Zach. 14. In Jerusalem zal een volk wonen, dat op de naam des Heren zal vertrouwen, Zef. 3:11v. En Zacharia profeteert, dat de rest van Jerusalem en de rest der volken de Here der heirscharen als koning zullen erkennen en Hem zullen aanbidden, Zach. 14.
Jerusalem zal de lichtstad zijn. Duisternis zal de volken bedekken en donkerheid de aarde, maar over ulieden zal de Here opgaan en Zijn heerlijkheid (glorie) over u gezien worden en de heidenvolken zullen tot Zijn licht komen en zij zullen Zijn heerlijkheid zien, Jes. 66:18, 60:2. Het gaat daarbij niet om de aantrekkelijkheid van de gemeente, maar om het licht van Boven. En daarbij is licht en donker geen zaak van het natuurlijke oog; het gaat niet over het natuurlijke en materiële, maar duisternis en licht spreken van het verre van God zijn en dichtbij Hem. Wat een uitzicht: De wereld in het donker, maar Sion in het eeuwige licht van de hemel!
Jerusalem zal moeder der volken zijn: De Filistijn en de Tyriër is daar geboren, Ps. 87. Hier ligt de geestelijke bakermat der volken. En het huis des Heren zal een huis des gebeds zijn voor alle volken, Jes. 56:7, en gebed sluit offer in. Zo wordt Jerusalem de stad Gods, de geestelijke thuishaven van wie de Here vrezen. Alle volken hebben hier hun domicilie.
Boven alles grijpt uit, wat Jes. 60 e.v. zeggen: De stad heeft geen maan nodig. De Here is haar licht, Jes. 60:19. Hij schept Jerusalem een verheuging, Jes. 65:18b. Een heil wordt getekend zonder einde en zonder grenzen. De rechtvaardigen zullen het aardrijk beërven, Jes. 60:21. Of moeten we hier met de vertaling van het N.B.G. lezen: Zij zullen het land beërven? Dan zien we ook hier weer de enige verbondenheid van stad en land.
De heilshistorische functie van Jerusalem vervaagt en verdwijnt, maar bij het langzaam uitgeschakeld worden van Jerusalem dat beneden is en daarmede van het land, komt het beeld naar boven van de Stad, welker kunstenaar en bouwmeester de Here is en van het land, waarvan de brief aan de Hebr. spreekt, waarop de aartsvaders hebben gehoopt, Hebr. 11:13vv. Zoals het land spreekt van de rust in het eeuwige Kanaän, zo wordt Jerusalem symbool en type van het Jerusalem, dat boven is, dat van de hemel neerdaalt. Gods volk zal de aarde beërven, want alles is van Hem en daarom van en voor de erfgenamen Gods en de medeërfgenamen van Christus.
Het komende heil zal niet staan in het teken van een aardse tempel en van alles wat daarmede samenhangt (Jer. 3:16v, 17:12; 19 v), Gods beloften over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen vervuld worden, waarbij een rechtstreekse lijn loopt van Jes. 65 naar 2 Petr. 3:13.
De stad Gods en de tempel spreken van de nieuwtestamentische gemeente, de stad op de berg, die niet verborgen kan zijn, Matth. 5:14 (verg. Jes. 2:2). Als Calvijn schrijft over de berg, waarheen de volken zullen samenstromen, tekent hij daarbij aan: Want deze heuvel is boven alle bergen verheven, omdat vandaar de stem Gods is gehoord, die ons tot in de hemel zal opheffen. En Zwingli: Het geloof in Christus zal de gehele wereld in bezit nemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1971
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's