De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

D.K. Wielenga J. Dzn: De akker is de wereld. Uitgeverij Ton Bolland, Amsterdam 1971, Prijs ƒ12,90.

Zoals de lezers uit verschillende recensies in ons blad reeds hebben kunnen merken doen de vrijgemaakt-gereformeerden de laatste tijd nogal van zich spreken. Zij krijgen namelijk ook zelf een belangrijke stem in het kapittel der nederlandse theologen.

Zulk een belangrijke stem laat stellig ook horen de man die de schrijver is van dit boek, ds. D.K. Wielenga, lector aan de theologische hogeschool te Kampen, aan de Broederweg.

Maar eerst een opmerking over de uitgave van het boek: die is in één woord àf. Uitgever Bolland heeft er zijn best op gedaan en het resultaat is een felicitatie waard. Een boek van ca. 180 bladzijden, groot formaat, voor de prijs van ƒ12,90 mag — gezien de prijsstijgingen van onze tijd — bovendien goedkoop heten.

Wat betreft de inhoud: het boek is een soort feestbundel. In een geest-rijk 'Woord vooraf' wordt hij door de professoren Kamphuis en Trimp opgedragen aan Wielenga in verband met zijn vijfentwintigjarig lectoraat in de zendingswetenschappen. Een aantal opstellen van de schrijver die anders wellicht in het vergeten hoekje zouden blijven worden door de uitgave van deze bundel (opnieuw) aan het licht gebracht. Wij voor ons juichen dat van harte toe.

Uit de negen opstellen waren er, zoals haast vanzelf spreekt, sommigen die ons meer en andere die ons minder boeiden. Het laatste: 'Kanttekeningen bij de dusgenaamde theologie der revolutie sprak ons het meest aan. Ik zou wel willen dat ieder theoloog die misschien ergens enige sympathie voelt voor de theologie der revolutie, of zoals Verkuyl haar noemt: theologie der transformatie, dit opstel zou lezen. Er staan heel treffende uitdrukkingen in als: deze theologie is geen theologie, 'eerder een ideologie, een verdichtsel van 's mensen verwarde geest' (158) en: 'De blauwdruk van de stad der toekomst is met rood bloed doordrenkt' (171).

Intussen wil dat niet zeggen dat andere opstellen minder belangrijk zouden zijn. Het geheel overziende kan men zeggen dat sterk de nadruk wordt gelegd op het unieke van het christelijk geloof en het eigene van het gereformeerde belijden, waarmee wij ons gaarne accoord verklaren. Er is in het boek een huiver voor allerlei nieuwe theologische ontwerpen, die wij begrijpen kunnen. Dat ook geschriften als 'Klare Wijn' en 'De tussenmuur weggebroken' er van langs krijgen is verdiend. Dat afgewezen wordt alle syncretisme, en het zogenaamde 'anonieme christendom' is terecht. Dat Wielenga het heel erg opneemt voor de Kamper School en daarbij onverbiddelijke kritiek op Kuyper en de zijnen laat horen, kunnen wij plaatsen. Kortom, er staat in dit bbek veel wat het lezen en overwegen waard is. Met name de theologen bevelen wij het gaarne aan.

Enige kritiek blijve hierbij echter niet achterwege. Vooral in het eerste opstel komt de kwestie van de algemene genade ter sprake. Wij weten iets af van de opvatting die Schilder daar over had. In dit opstel vinden wij haar 'unverfroren' terug. Stotend vind ik de caricatuur die er van de leer der algemene openbaring wordt gegeven. Je kunt hier niet alles op één hoop gooien zoals Wielenga doet. Opmerkelijk vind ik in dit verband dat de schrijver die toch waarlijk wel kwistig omgaat met het aanhalen van en verwijzen naar anderen, bij zijn exegese van Hand. 17 met geen woord rept over die van Calvijn. Hij had beter Calvijn dan Schilder kunnen volgen; dan was hij bovendien niet te ver afgeweken van artikel 2 van de Ned. Geloofsbelijdenis.

Een tweede punt waar ik bezwaar tegen maak is de uitsluitend christologische visie; en in aansluiting daarop de veruiterlijkte kerkopvatting, als bijv. in het opstel over de plaats van Handelingen in de openbaringsgeschiedenis. Het eigene van de Geest wordt naar mijn gevoelen teveel verwaarloosd. Ik wil heus geen ruimte voor spiritualisme, maar er kan ook zo'n overdreven en krampachtige vrees zijn voor 'geestdrijverij' en zelfs 'bevinding' dat het trinitarisch karakter van het handelen Gods zelf in gevaar komt en dat er een veruiterlijking gepropageerd wordt die doods en dodelijk is. Niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn dan door de Geest!

Een laatste punt zou ik willen formuleren in de vorm van een paar vragen. Er is een artikel in de bundel dat heet 'Pastoraal zelfonderzoek'. Maar is het wel werkelijk pastoraal? Blijft dit onderzoek niet steken in wat men wel noemt de leerheiligheid? Is iemand die maar rechtzinnig is daarom ook zalig? Zouden juist hier niet diepere tonen moeten worden aangeslagen? Zou op een punt als dit zich niet wreken dat in het theologisch denken de pneumatologie (de leer van de Geest) tekort komt? Ziet Wielenga hiervan de gevaren niet? En dan niet slechts kerkelijke gevaren maar bovenal geestelijke gevaren? Het zal toch ook hem gaan niet alleen om de rechte leer maar ook om het behoud van verloren zondaren?

Deze recensie viel wat lang uit. De bezwaren hebben wij niet onder stoelen of banken gestoken. In de Gereformeerde Gezindte hebben wij elkaar nodig, ook om van elkaar te leren. Wat mij betreft, er staat veel in dit boek waarvan ik heb kunnen leren. Daarvoor de schrijver mijn dank.

Prof. dr. Nlc. H. Ridderbos, De plaats van het loven en van het bidden in het Oude Testament, 39 blz., ƒ2,95; Kok, Kampen 1970.

De ondertitel van deze op de 90ste Dies van de VU uitgesproken rede luidt: enkele beschouwingen over en naar aanleiding van Psalm 50:14, 15. In deze psalm en in het hele Oude Testament wordt aan het loven van Jahwe grote betekenis toegekend. Het is Hem welgevallig, het heeft een getuigende en belijdende functie, terwijl de lofverheffingen ook fungeren als pleitgrond.

Men mag, aldus Ridderbos, tussen uitspraken als die van Jes. 1:15 en Amos 5:23 en Ps. 50 geen tegenstelling zien. Er is wel accentsverschil, dat samenhangt met de situatie waarin men verkeerde. Maar èn in de psalm en bij de profeten gaat het om de juiste verhouding tot God. Loflied en gebed hebben gepaard te gaan met een luisteren naar Gods geboden.

De auteur geeft niet alleen een — voortreffelijk! — bijbels-theologisch exposé, maar snijdt ook de hermeneutische vragen aan. Wat betekenis de OTische eis tot loven en bidden voor onze tijd en onze generatie.

De aarzelende wijze waarop de auteur op deze vragen ingaat deden bij mij wel de vraag rijzen, of hij niet te veel eer bewijst aan de vaak uitgesproken opvatting inzake het verschil in cultuur-situatie. De eis om te loven en te bidden die we telkens in de Bijbel tegenkomen, is niet zozeer bepaald door de culturele situatie van Israël, als wel primair door de inhoud van de openbaring van de God van Israël. En de crisis waarin gebed en eredienst verkeren, staat niet los van de aantasting van het openbaringskarakter van de Schrift.

Overigens zouden we niet graag beweren dat Ridderbos zich in het spoor van Sölle en Robinson beweegt. Integendeel! Met dankbaarheid namen we kennis van zijn stelling, dat men de pit en het merg uit de bijbelse boodschap wegsnijdt, wanneer de onmisbaarheid van het loven en het bidden niet meer wordt gehandhaaft. Maar we hadden graag deze stelling wat breder toegelicht willen zien. Het onderwerp is belangrijk genoeg en het is te wensen, dat de auteur er nog eens een bredere uitwerking van geeft. De predikanten onder ons zullen voor een preek over Psalm 50 in deze rede veel kunnen vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1971

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's